Strafrecht overig

veroordeling voor seks met minderjarige prostitué. De rechtbank stapt af van de lijn in de Valkenburgse…

Rechtbank Limburg, 30 juni 2026

Zaakgegevens

Op 30 juni 2026 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
30 juni 2026
Datum publicatie
30 juni 2026
Zaaknummer
03.070969.25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:6296
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

veroordeling voor seks met minderjarige prostitué. De rechtbank stapt af van de lijn in de Valkenburgse zedenzaak en legt aan de verdachte naast een taakstraf een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van 3 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03.070969.25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 30 juni 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortedatum 1] 1981,

wonende te [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. S.J.F. van Merm, advocaat kantoorhoudende te Nijmegen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 juni 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Het slachtoffer is ter zitting vertegenwoordigd door haar raadsvrouw mr. K. Valkeneers. Door haar is een slachtofferverklaring voorgelezen.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: op 21 juli 2024 seksuele handelingen heeft verricht met een kind, te weten [slachtoffer] , die de leeftijd van zestien jaar maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt, terwijl dat kind de seksuele handelingen heeft verricht tegen betaling;

Feit 2: in de periode van 21 juli 2024 tot en met 17 december 2024 kinderporno heeft vervaardigd;

Feit 3: in de periode van 21 juli 2024 tot en met 17 december 2024 kinderporno heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het oordeel van de rechtbank

T.a.v. feit 1:

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank het feit wettig en overtuigend bewezen. Omdat de verdachte dit feit heeft bekend en de raadsman geen vrijspraak voor dit feit heeft bepleit, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting;

- het proces-verbaal van bevindingen;

- het proces-verbaal van bevindingen;

T.a.v. feit 2:

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank het feit wettig en overtuigend bewezen. Omdat de verdachte dit feit heeft bekend en de raadsman geen vrijspraak voor dit feit heeft bepleit, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting;

- het proces-verbaal van bevindingen;

T.a.v. feit 3:

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank het feit wettig en overtuigend bewezen. Omdat de verdachte dit feit heeft bekend en de raadsman geen vrijspraak voor dit feit heeft bepleit, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting;

- het proces-verbaal van bevindingen;

- het proces-verbaal van bevindingen;

- het proces-verbaal van bevindingen.

Pleegperiode feit 3:

De rechtbank is van oordeel dat de pleegperiode van het door de verdachte verwerven, in bezit hebben en zich de toegang verschaffen tot kinderporno aanvangt vanaf 29 november 2024. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt immers dat de verdachte op 29 november 2024 het darkweb heeft bezocht, daarop kinderporno heeft aangetroffen en hier schermopnames van heeft gemaakt. De kinderporno bevindt zich dus vanaf die datum op de telefoon van de verdachte.

3.2

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Feit 1:

op 21 juli 2024 te Hasselt (in België) met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2008, seksuele handelingen, die mede bestonden uit het seksueel
binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- het betasten en likken en kussen van het lichaam van die [slachtoffer]
en
- het doen aanraken van en doen trekken aan zijn, verdachtes, penis door die
[slachtoffer] en
- het brengen/duwen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer]
en
- het brengen/duwen en houden van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die
[slachtoffer] en
- het brengen/duwen van zijn, verdachtes, vinger in de anus van die
[slachtoffer] ,
terwijl dat kind zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen
met een derde tegen betaling, te weten het in ruil voor geld verrichten van de
hierboven vermelde seksuele handelingen;

Feit 2:

op 21 juli 2024 te Hasselt een visuele weergave van seksuele aard en waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet
had bereikt, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] 2008) was betrokken of
schijnbaar was betrokken
heeft vervaardigd
te weten een video,
waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en anaal wordt gepenetreerd met een penis
en/of een of meer vingers
en het geslachtsdeel, de billen en de borsten
van die persoon met een of meer vingers en/of de mond worden
aangeraakt;

Feit 3:

in de periode van 29 november 2024 tot en met 17 december 2024 in de gemeente
Sittard-Geleen, althans in Nederland,
meermalen, visuele weergaven van seksuele aard en waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet
had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken
heeft verworven en in bezit heeft gehad en
zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten
drie video's
waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis
en het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten
van die persoon met een of meer vingers wordt/worden aangeraakt.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

T.a.v. feit 1:

verkrachting in de leeftijdscategorie van zestien tot achttien jaren, terwijl dat kind zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling;

T.a.v. feit 2:

een visuele weergave van seksuele aard, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen;

T.a.v. feit 3:

een visuele weergave van seksuele aard, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. De officier van justitie heeft hiertoe gewezen op de Wet seksuele misdrijven die op 1 juli 2024 in werking is getreden en de daarbij behorende Memorie van Toelichting. De wetgever heeft bedoeld dat de in die wet genoemde seksuele misdrijven strenger behoren te worden bestraft en dat er bij het opleggen van een straf voor een dergelijk feit een duidelijke normerende en preventieve werking moet uitgaan. De officier van justitie heeft verder verwezen naar de Richtlijn voor Strafvordering (2024R005) waaruit volgt dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden geldt in geval van penetratie met de penis.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht te volstaan met een taakstraf en één dag onvoorwaardelijke gevangenisstraf en heeft daarbij gewezen op de straffen die aan het gros van de verdachten werden opgelegd in de zogeheten Valkenburgse zedenzaak; de zaak waarmee de onderhavige zaak veel overeenkomsten vertoont.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat rekening moet worden gehouden met het positieve reclasseringsadvies, het gegeven dat de verdachte een goedlopend eigen bedrijf heeft, zijn leven op de rit heeft en het feit dat de verdachte vanaf begin af aan openheid van zaken heeft gegeven over zijn seksuele contact met het slachtoffer en daarmee blijk heeft gegeven van schuldbesef, ondanks dat hij niet bewust op zoek was naar seks met een minderjarige.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft gereageerd op een seksadvertentie van iemand die zich presenteerde als meerderjarig. Bij de afspraak die daarop volgde heeft verdachte tegen betaling seks gehad met iemand die (uiteindelijk) minderjarig bleek te zijn.

De verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan een ernstig zedenmisdrijf. Dat hij geen weet heeft gehad van de minderjarigheid van de prostituee die hij bezocht kan zo zijn, maar dat zuivert hem niet van alle blaam. Zeker niet, omdat de verdachte zelf ook heeft verklaard dat hij vond dat het meisje er vrij jong uitzag. Met name die omstandigheid had voor de verdachte aanleiding moeten zijn om nader onderzoek te doen naar de leeftijd van de prostituee door, bijvoorbeeld, om een identiteitsbewijs te vragen. Ook, en ter voorkoming van alle misverstanden, de omstandigheid dat het meisje zich wellicht “vrijwillig” prostitueerde, kan de verdachte niet baten. De wet beoogt minderjarigen te beschermen. En dat niet alleen tegen mannen (en vrouwen) als de verdachte, maar ook tegen zichzelf. Van minderjarigen kan en mag namelijk niet verwacht worden dat zij altijd en overal dezelfde, weloverwogen keuzes kunnen maken als volwassenen. Het door anderen kunnen en mogen profiteren van verkeerde keuzes moet dan ook zoveel mogelijk worden voorkomen.

Daarnaast heeft de verdachte de seks met de minderjarige gefilmd. Dat heeft een videobestand tot gevolg gehad waarvan de inhoud naar zijn aard als kinderpornografisch materiaal moet worden aangemerkt. Voorts zijn er op de telefoon van de verdachte nog drie andere videobestanden met kinderpornografische inhoud aangetroffen. De verdachte heeft zich daarmee tevens schuldig gemaakt aan het vervaardigen en in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal. Over de drie andere videobestanden heeft de verdachte verklaard dat hij uit nieuwsgierigheid op zoek is gegaan naar kinderporno op het darkweb. Hij wilde ook wel eens zien waar in de media en bij anderen nou zo’n ophef over was. Dat de verdachte nieuwsgierig was mag zo zijn, maar dat geeft hem nog geen legitieme reden om ook daadwerkelijk op zoek te gaan naar kinderporno en deze op zijn telefoon te bewaren. De verdachte heeft met zijn zoekgedrag bijgedragen aan de vraag naar kinderporno en daarmee ook aan de wereld van onuitsprekelijke ellende die daarachter schuil gaat. Dat rekent de rechtbank de verdachte aan.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport over de persoon van de verdachte van 2 juni 2026. De reclassering merkt op dat de verdachte op vrijwel alle leefgebieden zijn leven op orde heeft en dat er veel beschermende factoren zijn. De verdachte heeft een eigen woning, een eigen autobedrijf, een goed inkomen, is ingebed in een goed pro-sociaal netwerk en de verdachte heeft een uitgebreid en ondersteunend familiaal netwerk. De reclassering schat het risico op herhaling als laag in en adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden. De rechtbank zal hiermee rekening houden bij het bepalen van de straf.

Straf

De rechtbank heeft bij de straftoemeting acht geslagen op straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd, waaronder de straffen die voortvloeiden uit de zogenoemde Valkenburgse zedenzaak. De rechtbank constateert evenwel dat die zaken deels dateren van geruime tijd geleden en zijn beoordeeld binnen een andere maatschappelijke en juridische context.

Sindsdien is de maatschappelijke bewustwording omtrent seksueel grensoverschrijdend gedrag, seksuele uitbuiting van minderjarigen en de verantwoordelijkheid van volwassenen om zich actief te vergewissen van de leeftijd van jonge seksuele bedpartners aanzienlijk toegenomen. Ook de inwerkingtreding van de Wet seksuele misdrijven weerspiegelt de gewijzigde maatschappelijke en juridische opvattingen over seksuele integriteit, verantwoordelijkheid en bescherming van kwetsbare slachtoffers. Tegen die achtergrond acht de rechtbank een straftoemeting die uitsluitend aansluit bij de straffen die destijds in vergelijkbare zaken werden opgelegd niet langer zonder meer passend.

Daar staat tegenover dat de rechtbank ook acht slaat op de concrete omstandigheden van deze zaak en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Niet is gebleken dat de verdachte in zijn zoektocht naar (betaalde) seks bewust op zoek is gegaan naar een minderjarige en dat hij wist dat het slachtoffer minderjarig was. De verdachte is afgegaan op een advertentie waarin het slachtoffer werd gepresenteerd als meerderjarige. Hoewel de verdachte, gelet op het jeugdige uiterlijk van het slachtoffer, aanleiding had moeten zien haar leeftijd te controleren en hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt dat hij dat niet of onvoldoende heeft gedaan, onderscheidt deze zaak zich daarmee van zaken waarin sprake is van doelbewust seksueel contact zoeken met minderjarigen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een aanzienlijk zwaardere straf dan in oudere wat betreft de feiten vergelijkbare zaken passend is. Aan de andere kant acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf onvoldoende recht doen aan de hiervoor genoemde omstandigheden. Bij een dergelijke straf zou onvoldoende rekening worden gehouden met de concrete omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd, zoals hiervoor is overwogen.

De ernst van de feiten, mede bezien in het licht van de huidige maatschappelijke en juridische opvattingen over de bescherming van minderjarigen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik, rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Alles afwegende acht de rechtbank een combinatie van een forse taakstraf voor de duur van 300 uren en een relatief korte onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden passend en geboden. Met die straf wordt enerzijds de ernst van de feiten voldoende tot uitdrukking gebracht en daarnaast wordt duidelijk een signaal afgegeven dat van volwassenen mag worden verwacht dat zij zich actief vergewissen van de leeftijd van jonge seksuele bedpartners. De rechtbank acht een gevangenisstraf van drie maanden van zodanige duur dat deze de ernst van de feiten weerspiegelt, zonder dat deze onevenredige gevolgen heeft voor het behoud van de onderneming en het maatschappelijk functioneren van de verdachte.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 57, 246 en 252 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.2 is omschreven;

  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden;

  • veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 300 uren;

  • beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 150 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Goessen, voorzitter, mr. P.W.E.C. Pulles en mr. M.B. Bax, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Z. Houkes, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 juni 2026.

Buiten staat

Mr. Pulles is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

Feit 1:

hij op of omstreeks 21 juli 2024 te Hasselt (in België)

met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten L.A.I.

[slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2008, een of meer seksuele handelingen, die

bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

- het betasten en/of likken en/of kussen van het lichaam van die [slachtoffer]

en/of

- het doen aanraken van en doen trekken aan zijn, verdachtes, penis door die

[slachtoffer] en/of

- het brengen/duwen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer]

en/of

- het brengen/duwen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die

[slachtoffer] en/of

- het brengen/duwen en/of houden van zijn, verdachtes, vinger in de anus van die

[slachtoffer] ,

terwijl dat kind zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen

met een derde tegen betaling, te weten het in ruil voor geld verrichten van de

hierboven vermelde seksuele handelingen;

Feit 2:

hij op of omstreeks 21 juli 2024 te Hasselt, althans in België,

meermalen, althans eenmaal, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] 2008) was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft vervaardigd

te weten een video,

waarop te zien is dat:

die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis

en/of een of meer vingers

(video 1,blz. 54-56)

en/of

het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten

van die persoon met een of meer vinger(s) en/of de mond wordt/worden

aangeraakt

(video 1. blz.54-56);

Feit 3:

hij in of omstreeks 21 julli 2024 tot en met 17 december 2024 in de gemeente

Sittard-Geleen, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele

strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet

had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken

heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of

zich daartoe de toegang heeft verschaft

te weten

drie, althans een of meer video('s)

waarop te zien is dat:

die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis

(video 2, video 3, video 4 blz. 54-56)

en/of

het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten

van die persoon met een of meer vinger(s) wordt/worden aangeraakt

(video 2, video 4 blz. 54-56).

Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2024156603, gesloten d.d. 20 maart 2025, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 87. De verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 16 juni 2026. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 1] van 21 januari 2025, pg. 15-18. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 2] van 17 februari 2025, pg. 54 en 55. De verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 16 juni 2026. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 2] van 17 februari 2025, pg. 54 en 55. De verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 16 juni 2026. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 2] van 17 februari 2025, pg. 54-56. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 1] van 21 januari 2025, pg. 19. Het (aanvullende) proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [naam verbalisant 3] en [naam verbalisant 4] van 15 april 2025 (totaal: 4 pagina’s).