Bestuursrecht overig

Wrakingszaak. Wrakingsverzoek niet ontvankelijk, wraking na eindbeslissing wrakingskamer, wrakingsverbod.

Rechtbank Midden-Nederland, 19 juni 2023

Zaakgegevens

Op 19 juni 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
19 juni 2023
Datum publicatie
22 juni 2023
Zaaknummer
558161/ HA RK 23-117
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:2972
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wrakingszaak. Wrakingsverzoek niet ontvankelijk, wraking na eindbeslissing wrakingskamer, wrakingsverbod.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

WRAKINGSKAMER

Locatie: Utrecht

Zaaknummer/rekestnummer: 558161/ HA RK 23-117

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 19 juni 2023


op het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

(verder te noemen verzoeker.

1 De procedure

1.1.

Verzoeker heeft op 12 juni 2023 een verzoek ingediend tot wraking van de wrakingskamer bestaande uit mr. J.G. Nicholson, voorzitter en mr. A.F. Hermans en

mr. M.M. Janssen-Witteveen, als leden van de wrakingskamer (hierna: de rechters) in de zaak met zaaknummer 557906/ HA RK 23-114. Dit betreft de behandeling van het wrakingsverzoek gericht tegen een rechter in twee bestuursrechtzaken waarin verzoeker partij is.

1.2.

De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.

2 De beoordeling

2.1.

Artikel 8:15Awb bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

2.2.

Het middel van wraking is toegekend aan een procespartij die wenst te voorkomen dat een rechter die tegenover een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans aan een procespartij die daarvoor vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. De wet voorziet daarom niet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken van een rechter nadat er een einduitspraak is gedaan. Vorenstaande is ook van toepassing op rechters van de wrakingskamer.

2.3.

Verzoeker kan zich, zo blijkt uit zijn wrakingsverzoek van 12 juni 2023, niet vinden in de uitspraak van de wrakingskamer van 12 juni 2023. Hij maakt bezwaar tegen het feit dat tegen de beslissing van de wrakingskamer geen rechtsmiddel open staat.

2.4.

In de hoofdzaak is op 12 juni 2023 door de eerste wrakingskamer een beslissing gegeven op het eerste wrakingsverzoek. Die beslissing is een eindbeslissing, waarmee de behandeling van dit eerdere wrakingsverzoek van verzoeker is geëindigd. Het onderhavige wrakingsverzoek is ingediend nadat de rechters de beslissing hebben gegeven. Hieruit volgt dat de rechters het eerdere wrakingsverzoek niet meer behandelden op het moment dat het onderhavige wrakingsverzoek werd gedaan. Een inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek van 12 juni 2023 is dan ook niet aan de orde.

2.5.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal de wrakingskamer verzoeker niet-ontvankelijk verklaren in het wrakingsverzoek.

2.6.

Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid kan, overeenkomstig het bepaalde in het wrakingsprotocol van deze rechtbank, een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.

2.7.

De wrakingskamer ziet aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:18, vierde lid, Awb. Een volgend wrakingsverzoek van verzoeker, betrekking hebbend op de procedures met zaaknummers UTR 22/132 en UTR 22/133, zal niet in behandeling worden genomen. De reden hiervan is dat in het belang van de voortgang van die procedure voorkomen moet worden dat verzoeker door een hernieuwd wrakingsverzoek misbruik maakt van het wrakingsmiddel.

3 De beslissing

De wrakingskamer:

3.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;

3.2.

draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechters waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, en aan de betrokken teamvoorzitter van de teams, waarin de rechters werkzaam zijn, en de president van deze rechtbank;

3.3.

bepaalt dat een volgend verzoek om wraking in de zaken met de zaaknummers UTR 22/132 en UTR 22/133 niet in behandeling zal worden genomen.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.E. Heinemann, voorzitter, mr. H.B.W. Beekman en mr. P.J.M. Mol als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. R. Dijkman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2023.

de griffier de voorzitter

De griffier is buiten staat de beslissing mede te

ondertekenen.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.