Strafrecht overig
De rechtbank veroordeelt verdachte wegens het verkrachten en beroven van de vrijheid van een 16-jarig…
Rechtbank Midden-Nederland, 20 juni 2014
ECLI:NL:RBMNE:2014:3342 · Rechtbank Midden-Nederland · 20 juni 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2014-3342
Zaakgegevens
Op 20 juni 2014 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Datum uitspraak
- 20 juni 2014
- Datum publicatie
- 5 augustus 2014
- Zaaknummer
- 16.660148-13 (P)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2014:3342
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank veroordeelt verdachte wegens het verkrachten en beroven van de vrijheid van een 16-jarig slachtoffer. Naast een gevangenisstraf legt de rechtbank de TBS-maatregel op.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie [woonplaats]
Parketnummer: 16.660148-13 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 20 juni 2014
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [1993] te [geboorteplaats],[jw.sys.1.proc_jaar]/[jw.sys.1.proc_vnr]
wonende te [woonplaats], [adres],
thans verblijvende in Justitiële Jeugdinrichting Rentray te [woonplaats].
1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het onderzoek heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van 21 maart 2014 en op 4 juni 2014. Op 4 juni 2014 is de verdachte verschenen, bijgestaan door mr. O. Bolluyt, advocaat te [woonplaats].
De rechtbank heeft ter terechtzitting van 4 juni 2014 kennisgenomen van de vordering van officier van justitie mr. M. Kamper en van de standpunten door de verdachte en zijn raadsman naar voren gebracht.
2 TENLASTELEGGING
De verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 december 2013 tot en met 16 december 2013 te [woonplaats], althans in het arrondissement Midden-Nederland, door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte,
- de (beklede) vagina van die [slachtoffer] en/of de blote borsten van die [slachtoffer] aangeraakt/betast en/of
- zijn geslachtsdeel in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of gehouden en/of die [slachtoffer] zijn geslachtsdeel in de mond laten nemen en/of daarmee heen en weer gaande bewegingen gemaakt en/of
- zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of gehouden en/of daarmee heen en weer gaande bewegingen gemaakt en/of
- zijn geslachtsdeel in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of gehouden en/of daarmee heen en weer gaande bewegingen gemaakt,
waartoe verdachte die [slachtoffer] (meermalen) heeft gedwongen (terwijl die [slachtoffer] bij hem, verdachte, in de auto zat)
- door die [slachtoffer] bij de keel vast te pakken/houden en/of vervolgens (in) de keel (dicht) te knijpen en/of
- door die [slachtoffer] haar mobiele telefoon aan hem te laten afgeven en/of
- door die [slachtoffer] de volgende woorden toe te voegen: "Je gaat nu doen wat ik wil" en/of "Je wil toch terug naar je fiets en naar je huis en je telefoon terug, dan moet je doen wat ik wil" en/of "Ik ga je verkrachten" en/of "Je wil toch je IPhone terug en naar huis gaan, dan moet je nu nog een keer doen wat ik nu zeg" en/of "Je wil toch niet naakt uit de auto worden gezet", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of
- door die [slachtoffer] (meermalen) te commanderen dat zij haar kleding uit moest trekken en/of
- door de kleding van die [slachtoffer] uit te trekken (terwijl hij die [slachtoffer] bij de nek vasthoudt) en/of
- door die [slachtoffer] (meermalen) te commanderen dat zij verdachte moest pijpen en/of
- door die [slachtoffer] te commanderen dat zij op haar rug moest gaan liggen en/of vervolgens de benen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft getrokken en/of de benen van die [slachtoffer] heeft vastgehouden en/of
- door die [slachtoffer] te commanderen dat zij op zijn schoot moest gaan zitten en/of
- door zijn vinger(s) met kracht in de vagina van die [slachtoffer] te drukken/duwen en/of
- door zijn geslachtsdeel met kracht in de mond en/of de vagina van die [slachtoffer] te drukken/duwen;
2.
hij in of omstreeks de periode van 15 december 2013 tot en met 16 december 2013 te [woonplaats], althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/is hij, verdachte, toen daar opzettelijk wederrechtelijk die [slachtoffer]
- in zijn/een auto plaats laten nemen en/of vervolgens met de auto weggereden en/of
- haar mobiele telefoon aan hem laten afgeven en/of
- gezegd dat zij moest doen wat hij wilde en/of
- gedwongen weer in zijn auto plaats te nemen nadat hij haar eerst had gedwongen uit de auto te stappen en/of
- in de auto meegenomen naar een plek waar zij niet wilde zijn en/of die [slachtoffer] aldus weerhouden haar weg naar huis te vervolgen;
3.
hij in of omstreeks de periode van 15 december 2013 tot en met 16 december 2013 te [woonplaats], althans in het arrondissement Midden-Nederland, (een) afbeelding(en) - en/of een gegevensdrager, bevattende (een) afbeelding(en) - van een seksuele gedraging(en) waarbij een persoon is betrokken en/of schijnbaar is betrokken die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad, bestaande die afgebeelde seksuele gedraging(en) uit de minderjarige [slachtoffer] (geboren op [1997]) die zich geheel en/of gedeeltelijk heeft uitgekleed en/of met naakt bovenlichaam poseert, waarbij haar blote borsten nadrukkelijk in beeld worden gebracht, en zijnde voornoemde seksuele gedraging(en) afgebeeld en/of vastgelegd op/in een mobiele telefoon (merk Apple IPhone).
De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een kennelijke schrijffout. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
3 VOORVRAGEN
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4 BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend te bewijzen hetgeen verdachte onder 1., 2. en 3. ten laste is gelegd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit verdachte vrij te spreken van het onder 1. en 2. ten laste gelegde omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Hij heeft gesteld dat ten aanzien van de seksuele handelingen geen sprake is geweest van enige dwang en dat voorts geen sprake is geweest van vrijheidsberoving. De bewijsmiddelen zijn slechts afkomstig uit één bron en er is geen steunbewijs. Met betrekking tot een mogelijke bewezenverklaring van het onder 3. ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
Feiten 1. en 2.:
Aangeefster [slachtoffer] heeft op 16 december 2013 ten overstaan van een zedenrechercheur van Politie Flevoland een verklaring afgelegd. Zij verklaarde dat zij de avond ervoor rond 21.30 uur in [woonplaats] fietste en dat zij werd aangesproken door de bestuurder van een 45-km. auto. Zij was op dat moment, al fietsend, aan het appen met een vriend, [naam], en zij had hem laten weten dat zij eraan zou komen. De auto kwam naast haar rijden en de bestuurder deed het raampje naar beneden en zei dat ze moest stoppen. Aangeefster zou volgens deze man fietsen op een plaats waar dat niet was toegestaan en zij kon daarvoor een boete krijgen. Terwijl de man telefoneerde, appte aangeefster naar [naam] dat ze was aangehouden. De man zei vervolgens dat hij de bon niet zelf mocht uitschrijven en dat zij bij hem in de auto moest stappen. Aangeefster is ingestapt en de man is weggereden. Aangeefster (A) verklaart op vragen van de verbalisant (V) voorts onder meer:
A: ik vroeg hem of ik mijn vader even mocht bellen … Dat mocht ik niet …
Ik had toen door dat hij geen gewone foto van mij wilde maken. … Ik begon toen te huilen, te schreeuwen en weg te lopen. … Ik zei hem dat hij weg moest gaan, dat hij me maar gewoon naar huis moest laten gaan … Dat hij mij met rust moest laten. … Ik stopte met lopen. Hij was al heel erg dichtbij. Hij greep me bij mijn keel. Ik hoorde hem zeggen dat ik mijn telefoon moest inleveren. Door de druk op mijn keel, kon ik niet goed adem halen. Ik dacht dat ik toen zou stikken. Ik heb toen mijn telefoon aan hem gegeven. … Toen liet hij mijn keel los. … Ik dacht dat hij mij daar zou verkrachten en daarna zou vermoorden. Het was hartstikke donker er was een kanaal daar. Wie zou me daar vinden. … Hij zei me “je gaat nu doen wat ik wil”. “Je wil toch terug naar je fiets en naar je huis en je telefoon terug, dan moet je doen wat ik wil”. … Ik moest instappen. … Hij deed zijn hand op mijn been en ging dichter naar mijn vagina toe. … Hij gaat met zijn hand heen en weer over de vagina over mijn kleren heen. Dan moet ik mijn jas uittrekken. … Toen moest ik de rest van mijn kleding ook uittrekken. Ik deed mijn vest uit, mijn shirt uit en bh. … Met beide handen zat hij aan mijn borsten. Hij kneedde mijn borsten. … Ik moest toen van hem mijn schoenen, panty en onderbroek uittrekken. … Toen heb ik nog eens gevraagd of hij mij niet wilde verkrachten. … Ik vroeg hem alsjeblieft niet om mij te verkrachten. Ik moest hem toen pijpen. … Hij trok zijn oranje trui en zijn broek uit. Hij deed hem niet helemaal uit maar iets omlaag.
V: Hoe was op dat moment zijn piemel?
A: Stijf.
V: Wat is pijpen?
A: Dat is oraal met de mond over hem heen en ook met mijn hand. … Over zijn geslachtsdeel. … Ik hoorde hem zeggen dat hij mij ging verkrachten. … Ik moest van hem op mijn rug liggen over de voorstoelen heen. … Hij kwam dichterbij en deed mijn knieën met zijn handen uit elkaar. … Hij probeerde mij een paar keer te penetreren. Het deed heel veel pijn. Hij hield mijn benen vast bij mijn knieën. Hij deed ze wijder uit elkaar. … Hij zei me ook steeds “je wilt toch weer naar huis en je telefoon terug”. Het lukte hem wel een paar keer om bij mij naar binnen te gaan. … Hij ging op de bestuurdersstoel zitten en ik moest over hem heen gaan zitten. … Ik mocht van hem me weer aankleden. … Hij startte de auto weer. Ik dacht dat hij me weer naar mijn fiets terug zou brengen. Hij reed daarna via allerlei onbekende weggetjes. Uiteindelijk kwamen we aan bij het industrie terrein Noordersluis. … We hebben daar wel een uur gewacht. … Toen deed hij zijn hand weer bij mijn been. Hij zei me ‘je wil toch je iphone terug en naar huis gaan dan moet je nu nog een keer doen wat ik nu zeg’. Ik moest me uitkleden van hem. … Hij zei me dat ik toch niet wilde dat ik naakt uit de auto werd gezet. … Ik had eerst alleen het bovenste uitgedaan. … Hij deed daarna de rest van mijn kleding uit, mijn panty, onderbroek en mijn schoenen. … Met zijn andere hand hield hij mijn nek vast. … Toen heeft hij mij gevingerd. Hij deed zijn vinger van zijn rechterhand in mijn vagina.
V: Wat deed hij met zijn vingers?
A: In en uit, penetreren. … Dat ging even door. Hij zei toen “je kan kiezen, of pijpen of neuken”. Ik dacht ik wil niet zwanger van hem raken en koos voor pijpen. … Toen deed hij zijn broek weer naar beneden. … Ik ging met mijn knieën op de passagierszitting zitten en ging voorover zitten om hem te pijpen. Het schiet me nu te binnen dat hij mij ook oraal bevredigd heeft in de auto toen wij bij het kanaal waren.
V: Hoe was het op dat moment met zijn piemel?
A: Die was ook stijf. … Ik moest van hem uitstappen. Ik stapte uit en was op dat moment naakt. … Ik hoorde hem zeggen “ik ga je alsnog neuken”. … Ik moest toen weer van hem instappen. Ik moest van hem op de rug gaan liggen. … Het ging precies hetzelfde als die eerste keer dat we bij het kanaal stonden. … Het penetreren ging makkelijker en lukte nu wel. … Op een gegeven moment stopte hij. … Toen moest ik op zijn geslachtsdeel zitten. Ik zei hem dat ik dit niet wilde, dat het niet fijn was en pijn deed. …
Hij zei me toen dat we nu maar dan gingen. … Ik durfde niet uit te stappen. Ik wist niet waar ik naar toe moest. Hij had ook mijn telefoon, ik kon niemand bellen. Hij was ook nog dichtbij me. Hij is twee meter lang en ik had al ervaren hoe hij mijn keel dichtkneep. …
Hij zei me dat ik al drie uur te laat thuis was. … Ik pakte mijn huissleutel die in mijn jaszak zat, ik maakte de deur open. Ik ben toen in elkaar gestort. … Mijn vader heeft dit denk ik gehoord want bij kwam naar de woonkamer. … Hij vroeg me “wat is er”. Ik zei hem “ik ben verkracht”. … Mijn moeder kwam er toen ook bij.
Aangeefster [slachtoffer] heeft een tweede verklaring afgelegd op 13 februari 2014, waarin zij haar verklaring van 16 december 2013 bevestigt.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [slachtoffer] bij hem in de auto is gestapt en dat zij samen naar twee verschillende plaatsen zijn gereden waar zij (op beide plaatsen) seks hebben gehad. [slachtoffer] heeft zelf haar kleren uitgetrokken. Verdachte heeft de vagina van [slachtoffer] aangeraakt en is met zijn vingers in haar vagina geweest. [slachtoffer] heeft verdachte gepijpt en verdachte is met zijn penis in haar vagina geweest waarbij hij op en neer gaande bewegingen heeft gemaakt. [slachtoffer] heeft op haar rug gelegen en heeft bij verdachte op schoot heeft gezeten. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij de telefoon van [slachtoffer] gedurende een halfuur in zijn bezit heeft gehad.
Uitgaande van bovengenoemde verklaringen van aangeefster en verdachte, staat vast dat in de avond/nacht van 15 op 16 december 2013 op twee verschillende locaties in [woonplaats] seksuele handelingen hebben plaatsgevonden tussen verdachte en [slachtoffer], onder meer bestaande uit het door verdachte seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer], in die zin dat verdachte met zijn vingers en met zijn penis in de vagina van [slachtoffer] is geweest.
De rechtbank ziet zich thans gesteld voor de vraag of deze seksuele handelingen (van de zijde van [slachtoffer]) vrijwillig hebben plaatsgevonden of dat verdachte [slachtoffer] heeft gedwongen deze handelingen te ondergaan.
De rechtbank gaat bij de beoordeling van deze vraag uit van de door [slachtoffer] afgelegde verklaringen dat de seksuele handelingen tegen haar wil hebben plaatsgevonden. Naar het oordeel van de rechtbank zijn haar verklaringen consistent en worden deze enerzijds ondersteund door de verklaring van getuige [naam] en anderzijds door de verklaringen van de beide ouders van [slachtoffer] over de toestand waarin zij hun dochter kort na het gebeuren thuis hebben aangetroffen en door hetgeen hun dochter op dat moment heeft verteld.
Getuige [naam] bevestigt dat [slachtoffer] en hij op de avond van 15 december 2013 met elkaar hebben geappt. [slachtoffer] liet hem weten dat zij onderweg was en dat zij eraan kwam. Zij appte dat zij door iemand werd aangehouden of aangesproken dat ze niet verder mocht fietsen en dat ze een boete zou krijgen. [naam] is blijven appen maar kreeg op enig moment geen antwoord meer. ”Ik appte haar en gaf daarin aan, ik betaal wel mee aan de boete. Dat heb ik tot wel 02 uur in de nacht aan haar blijven sturen. … Ik denk dat het rond 23 uur was dat zij niet meer reageerde. … Toen ik niets meer van haar hoorde had ik twee gedachten, dat zij boos op mij was vanwege die boete of dat er iets anders aan de hand was.” Op een vraag waar hij bij dit laatste aan dacht, verklaart [naam]: “Ik dacht aan diefstal. Ik dacht dat zij bestolen zou kunnen zijn van haar fiets, geld en mobiel.” Hij heeft geen acties ondernomen die nacht; “ik dacht met name dat zij boos was op mij”.
Uit de verklaring van getuige [naam] blijkt dat het appen tussen [slachtoffer] en [naam] werd beëindigd nadat [slachtoffer] hem had laten weten dat zij was aangehouden en een boete zou krijgen. De rechtbank stelt vast dat dit overeenkomt met hetgeen [slachtoffer] hierover heeft verklaard, hetgeen verdachtes verklaring ter terechtzitting, dat hij niet over een boete heeft gesproken, ongeloofwaardig maakt. De rechtbank houdt verdachte aan zijn verklaring tegenover de politie dat hij wel over een boete heeft gesproken. De rechtbank leidt uit de getuigenverklaring van [naam] voorts af dat het appen voor [naam] kennelijk onverwacht werd beëindigd, hetgeen eveneens past bij de door [slachtoffer] afgelegde verklaringen, onder meer inhoudende dat zij niet met haar vader mocht bellen en dat zij haar telefoon aan verdachte moest afgeven.
De vader van aangeefster [slachtoffer], [vader], heeft verklaard dat zijn dochter naar haar moeder had ge-sms’t dat ze om een uur of 12 thuis zou komen. Om 01.41 uur heeft hij haar een sms gestuurd waar ze bleef. Over haar thuiskomst verklaart hij: “Het eerste wat ik toen hoorde was haar gehuil. … Ze zat toen in de hoek op het tapijt in de woonkamer op de grond. … Ik hoorde dat ze toen zei dat ze verkracht was.”
De moeder van aangeefster, [moeder] verklaart dat zij wakker werd en haar dochter hoorde huilen: “Ze zat toen op de grond te huilen en zei meteen tegen ons “ik ben verkracht””.
Ten slotte overweegt de rechtbank dat de verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij zich er wel iets bij kan voorstellen dat de situatie bedreigend was voor [slachtoffer], waarbij hij refereerde aan een ervaring waarbij hij zelf slachtoffer is geweest.
De rechtbank acht op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer] de seksuele handelingen tegen haar wil heeft moeten ondergaan.
De rechtbank acht tevens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] ten tijde van voornoemde gebeurtenissen van haar vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden. De rechtbank baseert dit op de verklaringen van [slachtoffer], van welke verklaringen hiervoor reeds is overwogen dat de rechtbank deze geloofwaardig acht, de door verdachte ter terechtzitting van 6 juni 2014 afgelegde verklaring, onder meer inhoudende dat [slachtoffer] in zijn auto heeft plaatsgenomen en dat zij samen zijn weggereden, dat hij de beschikking had over de telefoon van [slachtoffer] en dat hij zich er iets bij kon voorstellen dat de situatie bedreigend voor haar was, en de getuigenverklaringen van [naam] en de ouders van [slachtoffer], waaruit blijkt dat [slachtoffer] haar voornemens om naar [naam] te komen en om rond een uur of 12 thuis te komen zonder nader bericht niet is nagekomen.
Feit 3.:
Onder verdachte is een zwarte IPhone in beslag genomen waarop een afbeelding is gevonden van een meisje/jonge vrouw die haar kleding omhoog houdt waardoor haar blote borsten en een deel van haar blote buik te zien zijn. Verbalisant [verbalisant 1] relateert dat hem ambtshalve bekend is dat deze jonge vrouw aangeefster [slachtoffer] is. Volgens de bij de foto weergegeven informatie zou deze foto zijn gemaakt op 16 december 2013. Verdachte heeft verklaard dat hij degene is geweest die de foto heeft gemaakt en dat hij wist dat [slachtoffer] op dat moment 16 jaar oud was.
Gelet op deze bewijsmiddelen acht de rechtbank het onder 3. ten laste gelegde vervaardigen en in bezit hebben van de foto, zijnde een afbeelding van een seksuele gedraging, wettig en overtuigend bewezen.
5 BEWEZENVERKLARING
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1., 2. en 3. ten laste is gelegd, met dien verstande dat:
1.
hij in de periode van 15 december 2013 tot en met 16 december 2013 te [woonplaats] door geweld en een andere feitelijkheid en door bedreiging met geweld en een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte,
- de (beklede) vagina van die [slachtoffer] en de blote borsten van die [slachtoffer] aangeraakt en
- die [slachtoffer] zijn geslachtsdeel in de mond laten nemen en
- zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en daarmee heen en weer gaande bewegingen gemaakt en
- zijn geslachtsdeel in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en gehouden en/of daarmee heen en weer gaande bewegingen gemaakt,
waartoe verdachte die [slachtoffer] (meermalen) heeft gedwongen (terwijl die [slachtoffer] bij hem, verdachte, in de auto zat)
- door die [slachtoffer] bij de keel vast te pakken en in de keel te knijpen en
- door die [slachtoffer] haar mobiele telefoon aan hem te laten afgeven en
- door die [slachtoffer] de volgende woorden toe te voegen: "Je gaat nu doen wat ik wil" en "Je wil toch terug naar je fiets en naar je huis en je telefoon terug, dan moet je doen wat ik wil" en "Ik ga je verkrachten" en "Je wil toch je IPhone terug en naar huis gaan, dan moet je nu nog een keer doen wat ik nu zeg" en "Je wil toch niet naakt uit de auto worden gezet" en
- door die [slachtoffer] (meermalen) te commanderen dat zij haar kleding uit moest trekken en
- door de kleding van die [slachtoffer] uit te trekken (terwijl hij die [slachtoffer] bij de nek vasthoudt) en
- door die [slachtoffer] te commanderen dat zij op haar rug moest gaan liggen en vervolgens de benen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft getrokken en de benen van die [slachtoffer] heeft vastgehouden en
- door die [slachtoffer] te commanderen dat zij op zijn schoot moest gaan zitten;
2.
hij in de periode van 15 december 2013 tot en met 16 december 2013 te [woonplaats] opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft/is hij, verdachte, toen daar opzettelijk wederrechtelijk die [slachtoffer]
- in zijn auto plaats laten nemen en vervolgens met de auto weggereden en
- haar mobiele telefoon aan hem laten afgeven en
- gezegd dat zij moest doen wat hij wilde en
- gedwongen weer in zijn auto plaats te nemen nadat hij haar eerst had gedwongen uit de auto te stappen en
- in de auto meegenomen naar een plek waar zij niet wilde zijn en die [slachtoffer] aldus weerhouden haar weg naar huis te vervolgen;
3.
hij op 16 december 2013 te [woonplaats] een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij een persoon is betrokken die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad, bestaande die afgebeelde seksuele gedraging uit de minderjarige [slachtoffer] (geboren op [1997]) die zich gedeeltelijk heeft uitgekleed en met naakt bovenlichaam poseert, waarbij haar blote borsten nadrukkelijk in beeld worden gebracht, en zijnde voornoemde seksuele gedraging vastgelegd op/in een mobiele telefoon (merk Apple IPhone).
Van het onder 1., 2. en 3. meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.
6 KWALIFICATIE
Het bewezene levert op:
Feit 1.:
Verkrachting.
Feit 2.:
Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.
Feit 3.:
Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben.
7 STRAFBAARHEID
De bewezen verklaarde feiten zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.
Bij de beoordeling van de strafbaarheid van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met:
-
een psychologisch rapport d.d. 5 maart 2014, uitgebracht door drs. F.J.R. Jonker, GZ-psycholoog, als gerechtelijk deskundige ingeschreven in het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen;
-
een psychiatrisch rapport d.d. 7 maart 2014, uitgebracht door drs. H.A. Gerritsen, forensisch psychiater / psychoanalyticus, als gerechtelijk deskundige ingeschreven in het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen.
Het psychologisch rapport van de deskundige Jonker houdt onder meer in dat verdachte lijdt aan ziekelijke stoornissen van de geestvermogens in de zin van ADHD en PDD-nos. Daarnaast is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een matige tot lichte verstandelijke beperking en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling. Ten slotte is sprake van het XYY syndroom.
Ten tijde van het ten laste gelegde werden de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte door deze stoornissen en gebrekkige ontwikkeling beïnvloed. Er is sprake van een seksuele traumatisering en er lijkt een causaal verband te bestaan tussen die traumatisering en de moeite met het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid enerzijds en de ten laste gelegde gedragingen anderzijds. PDD-nos, de verstandelijke beperking en soms ook ADHD zijn stoornissen die tot een gebrekkige gewetensontwikkeling kunnen leiden: er is vooral oog voor de eigen behoeften en niet voor de gevoelens en behoeften van anderen. Ook kunnen gevolgen van gedrag niet goed overzien worden.
De deskundige Jonker adviseert verdachte als sterk verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.
Het psychiatrisch rapport van de deskundige Gerritsen houdt als conclusie onder meer in dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis in de zin van een pervasieve ontwikkelingsstoornis (niet anders omschreven) en een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit van het gecombineerde type en een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de zin van een lichte tot matige verstandelijke beperking alsmede een zwakke persoonlijkheidsstructuur die zich laat classificeren als een ontwikkelende persoonlijkheidsstoornis. Ten tijde van het ten laste gelegde leed verdachte aan het voorgaande en werden zijn keuzes en gedragingen hierdoor beïnvloed. Er kan een duidelijk verband vermoed worden tussen het ten laste gelegde en de psychopathologie. Verdachte heeft onvoldoende controle over zijn seksuele impulsen en schat het contact met zijn medemens niet goed in. Hij is niet goed in staat om fantasie en realiteit te onderscheiden.
Het is heel goed mogelijk dat hij zijn seksuele fantasieën over het slachtoffer als een realiteit heeft ervaren, alsof hij voor zijn gevoel werkelijk een relatie met haar had.
De deskundige Gerritse adviseert verdachte als sterk verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.
De rechtbank neemt de conclusies van deze deskundigen ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid op de daarvoor in de voornoemde rapporten bijeengebrachte gronden over en maakt die tot de hare. De rechtbank concludeert op grond van deze rapporten dat de bewezen verklaarde feiten in sterk verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend. De rechtbank acht verdachte in zoverre strafbaar.
8 STRAFOPLEGGING
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zake van de door haar onder 1., 2. en 3. bewezen geachte feiten gevorderd:
-
de veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;
-
te gelasten dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, gelet op de bepleite vrijspraak van de onder 1. en 2. ten laste gelegde feiten en de referte ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde, verzocht om aan verdachte een vrijheidsstraf op te leggen waarvan de duur niet langer is dan de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, dan wel oplegging een gedeeltelijk voorwaardelijke straf.
Het oordeel van de rechtbank
Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.
Verdachte heeft een weerloos, 16-jarig slachtoffer met een list bewogen om bij hem in de auto te stappen. Vervolgens heeft hij haar op verschillende locaties verkracht. Het slachtoffer, dat nog niet eerder seksuele gemeenschap had gehad, is gedurende geruime tijd van haar vrijheid beroofd gehouden en heeft al die tijd gevreesd voor haar leven. Verdachte heeft haar gedurende die periode voortdurend bedreigd en geïntimideerd. Dit alles is voor het slachtoffer zeer aangrijpend en beangstigend geweest. Zij zal de psychische gevolgen daarvan waarschijnlijk haar hele leven met zich mee dragen.
Verdachte heeft aldus op een zeer ernstige manier inbreuk gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit van het slachtoffer.
Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:
- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 30 april 2014;
-
voornoemd psychologisch rapport d.d. 5 maart 2014;
-
voornoemd psychiatrisch rapport d.d. 7 maart 2014;
-
een rapport d.d. 10 maart 2014, uitgebracht door M. de Vos, jeugdreclasseerder van Bureau Jeugdzorg Flevoland te Lelystad;
- een rapport d.d. 18 maart 2014, uitgebracht door I.N.F. Goedhart, raadsonderzoeker van de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Midden-Nederland, locatie Lelystad.
Het psychologisch rapport van de deskundige Jonker houdt, naast hetgeen hiervoor onder 7 is weergegeven, tevens in dat het recidiverisico op seksuele delicten hoog moet worden ingeschat. Het niet verwerkt hebben van de eigen seksuele traumatisering, de gebrekkige gewetensontwikkeling, het moeilijk kunnen overzien van consequenties van het handelen en het vermengen van fantasie en realiteit kunnen daarbij van belang zijn. Interventiemogelijkheden zullen waarschijnlijk slechts in beperkte mate het recidiverisico kunnen doen afnemen. Verdachte is beperkt leerbaar en het verdient aanbeveling hem te plaatsen in een gespecialiseerde behandelsetting voor licht verstandelijk beperkte mensen met ernstige gedragsproblematiek. Daarnaast is toezicht met een hoog beveiligingsniveau geïndiceerd.
De deskundige Jonker adviseert oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging (TBS-maatregel). Zij ziet, gelet op de ernstige pathologische ontwikkelingen in de persoonlijkheid van verdachte, de hoge recidivekans en de beperkte interventiemogelijkheden ter voorkoming van recidive, geen mogelijkheden om verdachte te behandelen binnen het jeugdstrafrecht.
Het psychiatrisch rapport van de deskundige Gerritsen houdt, naast hetgeen hiervoor onder 7 is weergegeven, tevens in dat het risico op een nieuw zedendelict hoog tot zeer hoog is. Belangrijkste risicofactoren zijn de eerder gepleegde zedendelicten en de combinatie van (zeer) ernstige psychopathologie. Te verwachten is dat de aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit en de pervasieve ontwikkelingsstoornis levenslang zullen blijven bestaan. Hoewel verdachte vaardigheden kan aanleren, is de verwachting dat de zwakke persoonlijkheidsstructuur slechts gedeeltelijk zal kunnen worden omgebogen naar een gezonde persoonlijkheidsontwikkeling. Verdachte zal lang, vermoedelijk levenslang, afhankelijk blijven van externe structurering, controle, toezicht, beveiliging en begeleiding. De enige manier om het recidiverisico te verminderen is een langdurende (diverse jaren) klinische behandeling in een gestructureerde en gespecialiseerde forensische setting. De deskundige ziet geen andere mogelijkheid dan een klinische behandeling in het kader van een maatregel en hij adviseert daarbij, gelet op de omstandigheid dat verdachte imponeert en functioneert op een sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau dat niet past bij zijn kalenderleeftijd, toepassing van het jeugdstrafrecht. De deskundige Gerritsen adviseert oplegging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel).
De rechtbank is, gelet op de persoon van verdachte, het door de gedragsdeskundigen Jonker en Gerritsen ingeschatte (hoge tot zeer hoge) recidivegevaar, alsmede de aard en de ernst van de door verdachte gepleegde feiten, van oordeel dat de algemene veiligheid van personen eist dat verdachte klinisch zal worden behandeld in het kader van een hem op te leggen maatregel. De rechtbank is met de deskundigen Jonker en Gerritsen van oordeel dat een gespecialiseerde behandelsetting voor licht verstandelijk beperkte mensen met ernstige gedragsproblematiek geïndiceerd is en dat een zodanige behandeling naar verwachting (zeer) langdurig zal zijn.
Met betrekking tot de op te leggen maatregel verschillen de adviezen van de deskundigen. De deskundige Jonker adviseert oplegging van de TBS-maatregel terwijl de deskundige Gerritse adviseert om – met toepassing van het jeugdstrafrecht – de PIJ-maatregel op te leggen. Beide deskundigen hebben ter terechtzitting van 6 juni 2014 een toelichting gegeven op hun advies.
De rechtbank overweegt dat verdachte ten tijde van het begaan van de strafbare feiten meerderjarig was en dat derhalve als uitgangspunt dient te gelden dat toepassing wordt gegeven aan het commune (volwassenen)strafrecht. De rechtbank ziet noch in de persoonlijkheid van verdachte noch in de omstandigheden waaronder het feit is begaan grond om van dit uitgangspunt af te wijken en over te gaan tot toepassing van het jeugdstrafrecht. De rechtbank ziet die aanleiding evenmin in hetgeen de deskundige Gerritse ter terechtzitting van 6 juni 2014 naar voren heeft gebracht. De deskundige heeft verklaard dat het advies tot het opleggen van een PIJ-maatregel met name is ingegeven vanwege de mogelijk lange duur van een TBS-maatregel terwijl niet reeds op voorhand kan worden bepaald of dit nodig zal zijn. De rechtbank overweegt met betrekking tot dit punt dat (ook) in het kader van een opgelegde TBS-maatregel tweejaarlijks een toetsing plaatsvindt over de noodzaak van verlenging van die maatregel en dat, gelet op de verwachting dat de behandeling (zeer) langdurig zal zijn, de TBS-maatregel meer mogelijkheden biedt dan een PIJ-maatregel.
Gelet op het hiervoor overwogene zal de rechtbank aan verdachte de TBS-maatregel met bevel tot verpleging van overheidswege opleggen. De rechtbank overweegt hierbij dat deze maatregel zal worden opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen, zoals deze feiten hiervoor onder 6 zijn gekwalificeerd. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.
Voorts acht de rechtbank in dit geval, naast de TBS-maatregel, oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur noodzakelijk omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden, acht de rechtbank niet aanwezig.
9 BESLAG
De rechtbank is van oordeel dat de in de “Kennisgeving van inbeslagneming” d.d. 16 december 2013 (dossier pagina’s 428 tot en met 430) onder volgnummer 3 omschreven zwarte IPhone moet worden onttrokken aan het verkeer, omdat het onder 3. bewezen verklaarde feit met behulp van dit voorwerp is begaan.
10 BENADEELDE PARTIJ
Voor aanvang van de terechtzitting heeft [slachtoffer] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van de door haar geleden schade ten gevolge van de aan verdachte ten laste gelegde feiten. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van € 8.318,44, bestaande uit € 8.000,-- immateriële schade en € 318,44 materiële schade.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van de onder 1., 2. en 3. bewezen verklaarde feiten. De hoogte van die schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 5.291,20, bestaande uit € 5.000,-- immateriële schade en € 291,20 materiële schade,
vermeerderd met de kosten die – tot op heden – worden begroot op nihil.
De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar tot voornoemd bedrag van € 5.291,20.
De rechtbank overweegt dat bij de vaststelling van de immateriële schade rekening is gehouden met de bedragen die in min of meer vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Met betrekking tot de gestelde schade in verband met (het verlies aan) werkuren van de moeder van de benadeelde partij overweegt de rechtbank dat geen sprake is van een direct verband tussen de gestelde schade en de bewezen verklaarde feiten als bedoeld in de zin van artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij voor dat deel in haar vordering niet ontvankelijk is.
De vordering van de benadeelde partij levert naar het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de meer gevorderde immateriële schade een onevenredige belasting op van het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in de vordering voor dat deel niet ontvankelijk is en dat de vordering ter zake dit deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.
11 TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 36f, 37a, 37b, 57, 240b, 242 en 282 van het Wetboek van Strafrecht, zoals die artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
12 BESLISSING
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat onder 1., 2. en 3. meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar en kwalificeert deze zodanig als hierboven onder 6 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar, zodanig als hiervoor onder 7 is omschreven;
Oplegging straf en maatregel
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd;
Beslag
- verklaart onttrokken aan het verkeer het op de “Kennisgeving van inbeslagneming” d.d. 16 december 2013 (dossier pagina 429) onder volgnummer 3 omschreven voorwerp, te weten een zwarte IPhone;
Benadeelde partij
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te [woonplaats], van een bedrag van € 5.291,20 (zegge: vijfduizend tweehonderdeenennegentig euro en twintig cent), vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 15 december 2013, tot die van de voldoening;
- veroordeelt de verdachte voorts in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
- legt op aan de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 5.291,20 ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] voornoemd, vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 15 december 2013, tot die van de voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 61 dagen hechtenis;
- bepaalt dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] voor wat het meer gevorderde betreft in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat zij haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mrs. R.C.J. Hamming en R.D. van Heffen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Horst, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 juni 2014.
Mr. Hamming is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.