Strafrecht overig

Vrijspraak van mishandeling (304). Verdachten ontkennen. Het slachtoffer en twee potentiële getuigen zijn…

Rechtbank Midden-Nederland, 7 augustus 2019

Zaakgegevens

Op 7 augustus 2019 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Lelystad
Datum uitspraak
7 augustus 2019
Datum publicatie
27 mei 2020
Zaaknummer
16/137214-19
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2019:6610
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak van mishandeling (304). Verdachten ontkennen. Het slachtoffer en twee potentiële getuigen zijn niet door de politie gehoord. Op basis van het dossier is onvoldoende duidelijk of verdachte een strafrechtelijk verwijtbare rol heeft gespeeld.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/137214-19 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 7 augustus 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1998 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 juli 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. T. Tanghe en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. J. Gunning, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de periode van 27 januari 2019 tot en met 28 januari 2019 in Almere, samen met een ander een kind, dat aan zijn zorg was toevertrouwd, [slachtoffer] , heeft mishandeld.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 VRIJSPRAAK

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Volgens de officier van justitie was [slachtoffer] echter niet aan de zorg van verdachte toevertrouwd. In zoverre moet verdachte van dit onderdeel van de het ten laste gelegde worden vrijgesproken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt het volgende. Vast staat dat [slachtoffer] op enig moment in de periode van 27 en 28 januari 2019 letsel heeft opgelopen. Dat blijkt ook uit het letselonderzoek dat is gedaan door forensisch arts [A] . De relevante verklaring van [slachtoffer] is bij monde van [B] , medewerker bij [naam instelling] , als aangifte opgenomen. Het slachtoffer is echter ondanks diverse pogingen daartoe niet persoonlijk, op een later tijdstip, door de politie gehoord. Tegenover haar (afgeleide) verklaring staan de verklaringen van beide verdachten. De moeder van verdachte, tevens medeverdachte, zwijgt ten overstaan van de politie, maar heeft verklaard niet te hebben gezegd dat “de broer van [voonaam van slachtoffer] haar ook geklapt heeft”. Ook verdachte zelf ontkent stellig dat hij het ten laste gelegde strafbare feit heeft begaan. Bovendien zouden, naast het slachtoffer, de moeder en verdachte, nog twee anderen bij het incident aanwezig zijn geweest, namelijk een broertje en een neef. Deze potentiële getuigen zijn echter niet door de politie gehoord.

Nu het de rechtbank op basis van het dossier onvoldoende duidelijk is geworden wat er precies is gebeurd en of verdachte op enig moment een strafrechtelijk verwijtbare rol heeft gespeeld, zal de rechtbank verdachte vrijspreken.

5 BESLISSING

De rechtbank verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Ludwig, voorzitter, mrs. N.E.M. Kranenbroek en H.J. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.A.L. van Dreumel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 augustus 2019.

Mr. H.J. Bos is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 januari 2019 tot en met 28 januari 2019 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een kind (dat aan zijn zorg was toevertrouwd), althans een person, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2004, heeft mishandeld door die [voonaam van slachtoffer] bij de keel te grijpen en/of bij de keel vast te houden en/of (meermalen) tegen het hoofd en/of het lichaam van die [voonaam van slachtoffer] te stompen en/of slaan en/of (meermalen) tegen het lichaam van die [voonaam van slachtoffer] te schoppen en/of het haar en/of hoofd van die [voonaam van slachtoffer] vast te pakken en tegen de tafel te slaan en/of duwen en/of met een telefoon en/of een mes tegen het hoofd van die [voonaam van slachtoffer] te slaan en/of tegen het been van die [voonaam van slachtoffer] aan te rijden met een scooter/brommer;