Strafrecht overig

Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie door overlijden van verdachte.

Rechtbank Midden-Nederland, 12 september 2022

Zaakgegevens

Op 12 september 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
12 september 2022
Datum publicatie
13 september 2022
Zaaknummer
16.005835.21 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:3642
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie door overlijden van verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16.005835.21 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 12 september 2022

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1988] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,
hierna: verdachte.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

De rechtszaak tegen verdachte heeft in het openbaar plaatsgevonden op de zittingen van 28 april 2021, 27 juli 2021, 9 maart 2022, 12 juli 2022 en 14 juli 2022. Op 12 en 14 juli 2022 is de zaak inhoudelijk behandeld. Verdachte was bij de inhoudelijke behandeling aanwezig, waardoor juridisch gezien sprake is van een vonnis op tegenspraak. Het onderzoek op de zitting is op 29 augustus 2022 gesloten.

De rechtbank heeft tijdens de zitting gesproken met en geluisterd naar de standpunten van verdachte, zijn raadsman mr. K.H.T. van Gijssel en de officier van justitie mr. D.C. Smits.

2 ONTVANKELIJKHEID OPENBAAR MINISTERIE

Uit een door de officier van justitie overgelegde – op 23 augustus 2022 opgemaakte – akte van overlijden, nummer 200199, blijkt dat verdachte op [2022] in [woonplaats] is overleden.

Volgens artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht tot strafvordering door de dood van de verdachte. De rechtbank zal het openbaar ministerie dan ook niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Ontvankelijkheid openbaar ministerie

- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A.M. van Straalen, voorzitter, mrs. H.A. Brouwer en A.A.T. Werner, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F. Verkuijlen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 september 2022.