Strafrecht overig

Verdachte is veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf wegens een woninginbraak, diefstal van een auto en…

Rechtbank Midden-Nederland, 2 maart 2022

Zaakgegevens

Op 2 maart 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Lelystad
Datum uitspraak
2 maart 2022
Datum publicatie
14 maart 2022
Zaaknummer
16.091809.21 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:942
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verdachte is veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf wegens een woninginbraak, diefstal van een auto en diefstal van geldbedragen. De bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang beschouwd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16.091809.21 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 2 maart 2022

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1989] te [geboorteplaats] (Polen),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

hierna te noemen: verdachte.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 februari 2022.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van de officier van justitie, mr. H.J. Lambers, en van hetgeen de (gemachtigde) raadsman van verdachte,

mr. W. Hendrickx, advocaat te Utrecht, namens verdachte naar voren heeft gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt erop neer dat verdachte:

1.

op 28 november 2019 te [woonplaats] met (een) ander(en) heeft ingebroken in een woning aan de [adres] en daarbij diverse goederen heeft gestolen;

2.

op 28 november 2019 te Nagele met (een) ander(en) door middel van een valse sleutel (een weggenomen autosleutel) een auto heeft gestolen;

3.

op 28 november 2019 te Dronten met (een) ander(en) door middel van een valse sleutel (een weggenomen pinpas) geld heeft gestolen door betalingen te doen.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

Het proces-verbaal van aangifte, houdende de verklaring van aangever [aangever] , die mede aangifte deed namens [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:

Wij wonen met zes Poolse mensen in perceel [adres] te [woonplaats] . Dit betreft een

rijtjeswoning. Op 28 november 2019 om 08:00 uur hebben wij de woning verlaten. De woning was onbeschadigd en was afgesloten. Op die dag omstreeks 16:30 uur kwamen wij terug bij onze woning. Wij zagen dat het slot van de deur van de garage was verbroken. Hierbij was een deel van het kozijn afgebroken. Tevens zag ik, [aangever] , dat mijn personenauto, merk Mercedes, type CLK 320, gekentekend [kenteken] , niet meer voor onze woning stond geparkeerd. Ik zag ook dat mijn laptop was weggenomen. [benadeelde 2] mist een laptop, een computermuis, een cooler en een koptelefoon. [benadeelde 3] mist een laptop, een tablet en twee handtassen. In één van de tassen zat een portemonnee met een bankbiljet van 10,00 euro. [benadeelde 1] mist een portemonnee. In de portemonnee zaten twee bankpassen, één van PKO bank en één van de M Bank. De bankpas van de PKO bank geeft bij een betaling het nummer [rekeningnummer] weer. Tevens zat er 55,00 euro in de portemonnee. Ik, [aangever] , mis de autosleutel van mijn personenauto. Tevens mis ik het kentekenbewijs en een verzekeringspasje voor mijn auto. Ik heb de bankpassen geblokkeerd. Ik hoorde van de bank dat er hedenmiddag 68,51 euro was opgenomen. Dit is gebeurd bij meerdere winkels in Dronten, onder ander bij de Promomarkt en de Jumbo.

Blijkens een proces-verbaal van verhoor getuige van 4 december 2019 heeft [getuige] onder meer verklaard, zakelijk weergegeven:

Op 28 november 2019 omstreeks 10:00 uur was ik samen met mijn schoonvader in de winkel [winkel 1] (hierna: [winkel 1] ), gevestigd aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Wij zagen dat er een Poolse man de winkel binnenkwam. De man zei tegen mijn schoonvader dat hij een ruit ging openbreken. De man kocht een koevoet. Wij vertrouwden het niet, waarop ik deze man ben gevolgd. Ik zag dat een tweede man zich bij deze man voegde. Ik zag dat de mannen vervolgens samen over [straat] liepen. Ik zag dat de beide mannen op de oprit van perceel [nummer] stonden.

Verbalisant [verbalisant 1] heeft volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (met bijlagen) onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:

Ik heb de camerabeelden bekeken van donderdag 28 november 2019. Ik zag op de camerabeelden van de heer [A] aan de [adres] te [woonplaats] het volgende:

Foto 1: te 08:49:08 uur kwam er een man, verder genaamd NN1, vanaf links het

beeld in lopen. NN1 liep aan de rechter kant het beeld weer uit, in de richting van

perceel [nummer] .

Foto 2: ongeveer 5 meter achter deze man liep een andere man, verder genaamd NN2.

Foto 3: te 08:53:15 uur kwamen NN1 en NN2 vanuit de richting van perceel [adres] het beeld in lopen.

Ik zag op de beelden van [winkel 1] het volgende: De tijdswaarneming liep 1:30 uur voor op de ware tijd:

Foto 4, 5, 6 en 7: te 11:30:15 uur kwam NN1 [winkel 1] binnen en kocht daar een zwart breekijzer. Na betaling verliet hij met het breekijzer de winkel. Ik zag dat dit dezelfde persoon betrof als NN1.

Foto 8: te 10.23:45 uur kwam er een zilverkleurige Mercedes coupé in beeld. Deze reed achteruit in beeld vanuit de richting van perceel [adres] . Van dit voertuig was te zien dat er achterop [verbalisant 1] kentekenplaten zaten. Dit voertuig voldoet aan de omschrijving gegeven door aangever [aangever] , van de bij de inbraak weggenomen Mercedes-Benz met Pools kenteken: [kenteken] .

Foto 9: te 10:40:40 uur kwam NN2 vanaf links het beeld in lopen. NN2 liep aan de rechter kant het beeld weer uit. in de richting van perceel 70.

Foto 10: te 10:41:29 uur kwam NN2 vanuit de richting van perceel [adres] het beeld in lopen en liep aan de linkerkant het beeld weer uit.

Ik zag op de camerabeelden van de Jumbo aan de [adres] te [vestigingsplaats] het volgende:

Foto 11 en 12: te 11:11:01 uur kwamen NN1 en NN2 de Jumbo binnenlopen. NN1 kocht bij de servicebalie een pakje sigaretten van het merk Marlboro.

Foto 13: te 11:24:03 uur betaalde NN1 contactloos met een rode bankpas.

Foto 14: te 11:24:11 uur verlieten NN1 en NN2 de Jumbo supermarkt.

Verbalisant [verbalisant 1] heeft volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:

Ik ontving van aangeefster [benadeelde 1] , bankafschriften van de pintransacties van de rekening eindigend op: [rekeningnummer] . Dit betrof een rode bankpas van de "Bank Polski". Deze transacties waren uitgevoerd nadat de bankpassen waren weggenomen.

Ik zag op de afschriften het volgende:

Op 28-11-2019 te 11:20:33 uur werd er bij Promo Supermarkt een bedrag van 3,38 euro van deze rekening afgeschreven.

Op 28-11-2019 te 11:20:58 uur werd er bij Promo Supermarkt, een bedrag van 16,00 euro van de rekening afgeschreven.

Op 28-11-2019 te 11:31:42 uur werd er bij [supermarkt] supermarkt, een bedrag van 11,50 euro van de rekening afgeschreven.

Op 28-11-2019 te 11:33:39 uur werd er bij [winkel 2] , een bedrag van 12,99 euro van de rekening afgeschreven.

Op 28-11-2019 te 11:42:40 uur werd er bij [supermarkt] supermarkt, een bedrag van 11,52 euro van de rekening afgeschreven.

Bij opmaak was niet bekend of deze tijdstippen de verwerkingstijd of de

transactietijd betroffen. Hierdoor kunnen deze afwijken van de tijdstippen op de camerabeelden.

In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] is onder meer, gerelateerd, zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 17 december 2019 kwamen wij ter plaatse op de [straat] te [woonplaats] . Hier zou een als gestolen gesignaleerd voertuig staan. Dit zou een voertuig van het merk Mercedes, type CLK320 en met het Poolse kenteken [kenteken] betreffen. Wij reden op de [straat] ter hoogte van perceel [nummer] . Hier ligt een parkeerplaats tussen twee woonblokken. Op deze parkeerplaats zagen wij het genoemde voertuig staan.

Verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] hebben in een proces-verbaal forensisch onderzoek vervoermiddel (Mercedes [kenteken] ) onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

Het betreft hier een grijze Mercedes CLK 320 voorzien van een Pools kenteken, [kenteken] . Wij hebben in dit voertuig op de deurgreep aan de binnenzijde van het portier aan de bestuurderszijde voorin een spoor veiliggesteld.

Biologische spoor

Spoornummer: PL1500-2019351022-106181

SIN: AANC7041NL

Spooromschrijving: epitheel

Datum/tijd veiligstellen: 19 december 2019 om 16:57 uur

Plaats veiligstellen: binnenzijde deurgreep portier voorin bestuurderszijde

Bijzonderheden: Mercedes CLK 320 (Pools) [kenteken]

Een door ‘The Maastricht Forensic Insitute’ opgestelde deskundigenrapportage Forensisch DNA-onderzoek van 31 januari 2020 onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op de deurgreep aan de binnenzijde van het portier aan de bestuurderszijde voorin met SIN-nummer AANC7041NL is een DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren, van wie zeker één man. Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man. De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard. Het DNA-hoofdprofiel matcht met het DNA-profiel van [verdachte] .

Verbalisant [verbalisant 6] heeft in een proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres] [woonplaats] ) onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

Ik kwam op vrijdag 29 november 2019 voor een forensisch onderzoek aan op de locatie [adres] te [woonplaats] . Ik zag aan de houten garagedeur, ter hoogte van het slot, sporen van braak. Ik zag buiten op de grond, net links van de voordeur van de woning, een schoffel zonder houten steel liggen. Ik zag dat de schoffel wat verbogen was. Omdat de schoffel mogelijk door de dader(s) is gebruikt bij het open wrikken van de houten garagedeur heb ik deze met een wattenstaafje bemonsterd op de mogelijke aanwezigheid van biologische sporen.

Biologische spoor

Spoornummer: PL0900-2019357010-151113

SIN: AAN05555NL

Spooromschrijving: epitheel

Plaats veiligstellen: door dader(s) achtergelaten schoffel (zonder steel)

Bijzonderheden: buiten voor de deur van de woning aangetroffen

Een deskundigenrapport van het NFI: “DNA-onderzoek naar aanleiding van een inbraak gepleegd in Nagele op 28 november 2019” van 2 januari 2020 inhoudende, zakelijk weergegeven:

DNA-onderzoek

Het in Tabel 1 vermelde sporenmateriaal is onderworpen aan een DNA-onderzoek.

Tabel 1 Resultaten, interpretatie en conclusie van het vergelijkend DNA-onderzoek.

SIN en omschrijving

Beschrijving DNA-profiel

Celmateriaal kan afkomstig zijn van

Matchkans

AANO5555NL#01

Epitheel

afgeleid DNA-hoofdprofiel van een man

[verdachte]

kleiner dan één op één miljard

Verbalisant [verbalisant 1] heeft volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:

Ik ontving het rapport van het NFI van het bij de woninginbraak aan de [adres] te [woonplaats] van 28 november 2019 veilig gestelde DNA spoor. Dit veilig gestelde DNA-profiel kwam overeen met die van verdachte: [verdachte] , geboren op [1989] te Polen. Ik heb de camerabeelden van de Jumbo en van perceel [adres] te [woonplaats] vergeleken met de politiefoto van [verdachte] . Ik herken hierbij [verdachte] als de verdachte NN2.

De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

Bewijsoverwegingen

Op 28 november 2019 is tussen 8.00 en 16.00 uur ingebroken in de woning aan [adres] te [woonplaats] , waarbij onder meer een auto en bankpassen zijn weggenomen. In de teruggevonden auto en op een verbogen schoffel zonder steel die vlakbij de voordeur van de woning lag, wordt DNA aangetroffen dat te herleiden is naar verdachte. Naar aanleiding daarvan wordt de politiefoto van verdachte vergeleken met de verschillende camerabeelden en wordt verdachte herkend als NN2, die op 28 november 2019 omstreeks 9.00 uur samen met een onbekend gebleven andere persoon vanuit de richting van de woning loopt, om 10.40 uur wederom bij de woning wordt gezien en die een half uur later betalingen verricht met bankpassen die bij de inbraak zijn weggenomen.

De rechtbank stelt vast dat het bij de plaats van delict aangetroffen en tot de persoon van verdachte te herleiden DNA-spoor, noch het tot de verdachte te herleiden DNA-spoor in de weggenomen auto, alsmede de herkenning door de verbalisant, afzonderlijk een bewezenverklaring kunnen schragen. Echter, wanneer deze bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang worden beschouwd, dragen deze ondubbelzinnig bij aan het bewijsoordeel dat het verdachte is geweest die de ten laste gelegde feiten heeft begaan. Het DNA-spoor op de schoffel brengt verdachte in verband met het op de plaats van delict gevonden voorwerp, terwijl het DNA-spoor in de auto verdachte in verband brengt met een (deel van) de buit. Uit de camerabeelden en herkenning van de verbalisant kan worden opgemaakt dat verdachte betalingen heeft verricht met een gestolen bankpas.

Ten aanzien van het ten laste gelegde medeplegen overweegt de rechtbank als volgt.

Gelet op het feit dat verdachte zich met een ander om ongeveer 09:00 uur rond de woning van aangevers begaf, verdachte zich na de aankoop van de koevoet door de ander in de doe-het-zelf-zaak rond 10:00 uur bij die ander voegde om weer naar de betreffende woning te lopen en dat verdachte samen met de ander ongeveer een uur later in de Jumbo heeft betaald met de gestolen pinpas, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een gezamenlijke uitvoering, zodat het ten laste gelegde medeplegen onder 1, 2 en 3 kan worden bewezen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

op 28 november 2019 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een ander, in een woning, gelegen aan de [adres] ,

alwaar verdachte en zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden,

- een laptop en autosleutel en kentekenbewijs en verzekeringspasje

toebehorende aan [aangever] en

- een laptop en computermuis en cooler en koptelefoon toebehorende aan

[benadeelde 2] en

- een laptop en tablet en twee handtassen en een portemonnee met daarin

10 Euro, toebehorende aan [benadeelde 3] en

- een portemonnee met daarin twee bankpassen en 55 Euro, toebehorende aan [benadeelde 1]

heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

2.

op 28 november 2019 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een ander, een voertuig (Mercedes gekentekend [kenteken] ), die aan [aangever]

toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader dat weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten de onrechtmatig verkregen autosleutel van

dat voertuig, weggenomen bij de inbraak in de woning gelegen aan de [adres] ;

3.

op 28 november 2019 te [woonplaats] , op meer tijdstippen, tezamen en in vereniging met een ander, diverse geldbedragen, die aan [benadeelde 1] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door diverse pinbetalingen te doen met de onrechtmatig verkregen bankpas van die [benadeelde 1] , weggenomen bij de inbraak in de woning gelegen aan de [adres] .

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

1.

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

2.

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels

3.

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te

nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van zes maanden.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, primair verzocht verdachte een taakstraf op te leggen, omdat verdachte geen recidive heeft. Subsidiair heeft de raadsman verzocht een lagere straf op te leggen dan door de officier justitie is gevorderd en eventueel een deels voorwaardelijke straf op te leggen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van één en ander uit het dossier naar is gekomen.

De aard en de ernst van de feiten

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een woninginbraak en heeft daarbij diverse goederen gestolen. Hierbij zijn onder meer een autosleutel en een bankpas buitgemaakt, waarmee voorts respectievelijk een auto en geldbedragen wederrechtelijk zijn toegeëigend. Inbraken en diefstallen zijn ergerlijke feiten die naast schade en hinder voor de gedupeerden – zeker in geval van woninginbraken – gevoelens van onrust en onveiligheid veroorzaken bij de betrokkenen en in de samenleving. Bovendien maakt een woninginbraak een forse inbreuk op de privacy van de bewoners.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van verdachte kennis genomen van het op zijn naam gestelde uittreksel justitiële documentatie van 10 januari 2022. Hieruit volgt dat verdachte veelvuldig is veroordeeld voor vermogensdelicten, maar dat de laatste veroordeling dateert van ruim acht jaar geleden. Voor de rest beschikt de rechtbank niet over enige informatie over de persoonlijke omstandigheden van verdachte, aangezien hij onvindbaar bleek en aldus niet is gehoord.

De straf

De rechtbank heeft bij de strafoplegging de oriëntatiepunten voor straftoemeting zoals binnen de Rechtspraak vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) betrokken. Volgens deze oriëntatiepunten is voor inbraak in een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden passend.

Voorts heeft verdachte het niet gelaten bij de woninginbraak, maar heeft hij een auto gestolen, en is hij gaan pinnen met een gestolen bankpas. De rechtbank acht verder strafverzwarend dat verdachte de feiten tezamen en in vereniging met een ander heeft gepleegd. Aldus dient de bestraffing het doel van vergelding en (generale) preventie. Gelet op het hiervoor overwogene, kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, zoals de officier van justitie heeft gevorderd, passend en geboden.

Dat de redelijke termijn zou zijn geschonden, zoals door de officier van justitie is aangevoerd, is de rechtbank niet gebleken.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1, 2 en 3 meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder rubriek 5 bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.B.W. Beekman, voorzitter, mrs. M.C. Danel en V. Groeneveld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.N. Aalders, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 maart 2022.

De griffier is buiten staat het vonnis te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 28 november 2019 te [woonplaats]

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, de [adres]

alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de

wil van de rechthebbende bevond(en),

- een laptop en/of autosleutel en/of kentekenbewijs en/of verzekeringspasje

toebehorende aan [aangever] en/of

- een laptop en/of computermuis en/of cooler en/of koptelefoon toebehorende aan

[benadeelde 2] en/of

- een laptop en/of tablet en/of twee handtassen en/of een portemonnee met daarin

10 Euro, althans enig geldbedrag toebehorende aan [benadeelde 3] en/of

- een portemonnee met daarin twee bankpassen en/of 55 Euro, althans enig

geldbedrag toebehorende aan [benadeelde 1]

in elk geval enig goed, dat/die aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich

wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die

weg te nemen goed/goederen onder zijn/ hun bereik heeft/hebben gebracht door

middel van braak, verbreking, inklimming;

2.

hij op of omstreeks 28 november 2019 te [woonplaats]

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een voertuig (Mercedes gekentekend [kenteken] ),

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [aangever] ,

in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk

toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang

tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te

nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door

middel van een valse sleutel, te weten de onrechtmatig verkregen autosleutel van

dat voertuig, weggenomen bij de inbraak in de woning gelegen aan de [adres] ;

3.

hij op of omstreeks 28 november 2019 te [woonplaats] , op één of meer tijdstippen,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

diverse geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1]

,

in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk

toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang

tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te

nemen goed/goederen onder zijn/ hun bereik heeft/hebben gebracht door

middel van een valse sleutel, te weten door diverse pinbetalingen te doen met de

onrechtmatig verkregen bankpas(sen) van die [benadeelde 1] , weggenomen bij de inbraak

in de woning gelegen aan de [adres] .

Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 25 november 2020, genummerd 2019357010, 2020012435 en 2019351022, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina’s 1 t/m 9, 301 t/m 314, 400 t/m 433, 500 t/m 507, 600 t/m 621 en 700 t/m 702. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pagina’s 302 en 303. Pagina’s 406 en 407. Pagina’s 411 en 412. Pagina 426. Pagina 432. Pagina 601. Pagina 610. Pagina 615. Pagina 616. Pagina 618. Pagina 425.