Strafrecht overig
Conform standpunt OvJ wordt OM niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, gelet op het treffen van een…
Rechtbank Midden-Nederland, 12 januari 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:7825 · Rechtbank Midden-Nederland · 12 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2023-7825
Zaakgegevens
Op 12 januari 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 12 januari 2023
- Datum publicatie
- 6 juli 2026
- Zaaknummer
- 16/700145-12 (ontneming)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7825
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Conform standpunt OvJ wordt OM niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, gelet op het treffen van een schikkingsovereenkomst tussen veroordeelde en het OM.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/700145-12 (ontneming)
Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming
in de zaak tegen
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
gedetineerd te P.I. [plaats] ,
hierna te noemen: veroordeelde,
bijgestaan door mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden, advocaat te Roosendaal.
1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
De vordering is behandeld op de terechtzitting van 12 januari 2023. Veroordeelde en zijn raadsman zijn – zoals zij de rechtbank voorafgaande aan de zitting hadden laten weten – niet verschenen.
Voorafgaand aan de behandeling is de rechtbank gebleken dat veroordeelde en het Openbaar Ministerie een schikking zijn overeengekomen. Ter zitting heeft de officier van justitie verzocht het Openbaar Ministerie daarom niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.
2 BEOORDELING VAN DE VORDERING
De rechtbank overweegt dat veroordeelde er, na het treffen van een schikkingsovereenkomst met het Openbaar Ministerie, op mag vertrouwen dat de officier van justitie de rechtbank zal verzoeken om af te zien van een verdere behandeling van de ontnemingsvordering, indien hij aan de voorwaarden van de schikking zal voldoen.
De rechtbank zal het Openbaar Ministerie conform het standpunt van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
3 BESLISSING
De rechtbank:
- verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Spee, voorzitter, mr. L.M.M. Heppe en
mr. J.P. Verboom, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Stekkel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 januari 2023.
Mr. L.M.M. Heppe is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.