Strafrecht overig
Vrijspraak van witwassen en het opzettelijk aanwezig hebben van hennep.
Rechtbank Midden-Nederland, 5 april 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:2058 · Rechtbank Midden-Nederland · 5 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2024-2058
Zaakgegevens
Op 5 april 2024 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Datum uitspraak
- 5 april 2024
- Datum publicatie
- 5 april 2024
- Zaaknummer
- 16/067290-22 (P)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2024:2058
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak van witwassen en het opzettelijk aanwezig hebben van hennep.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/067290-22 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 5 april 2024
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [woonplaats] .
ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 maart 2024.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. I.M.F. Graumans en van hetgeen verdachte en haar raadsman, mr. G.I. Roos, advocaat te Almere, naar voren hebben gebracht.
TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1
op 21 september 2021 in [plaats] , in een pand gelegen aan de [adres] , samen met een of meer anderen, 28.092,10 euro opzettelijk dan wel culpoos heeft witgewassen;
feit 2
op 21 september 2021 in [plaats] , in een pand gelegen aan de [adres] , samen met een of meer anderen, 1.000 gram hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad.
VOORVRAGEN
De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
VRIJSPRAAK
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het onder 1 tenlastegelegde - met uitzondering van het geld in de spaarpot - wettig en overtuigend te bewijzen in de culpoze variant.
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van het onder 2 tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat niet verdachte maar haar partner [medeverdachte] verantwoordelijk is voor de aangetroffen hennep en het aangetroffen geld en dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid hiervan in haar woning.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken.
Uit de inhoud van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgen voldoende aanwijzingen dat een deel van het in de woning van verdachte aangetroffen geld het spaargeld van de zoon van verdachte betreft. Niet blijkt dat dit geld van misdrijf afkomstig is. Naar het oordeel van de rechtbank kan ten aanzien van de overige aangetroffen hoeveelheid geld niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid hiervan in haar woning.
Hetzelfde geldt voor in de woning van verdachte aangetroffen zak hennep. Verdachte heeft verklaard de zak hennep nooit te hebben gezien. Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard de zak de avond voor de doorzoeking in de woonkamer te hebben gelegd om de volgende ochtend mee te nemen. Dat verdachte hiervan heeft geweten blijkt niet uit de inhoud van de stukken in het dossier.
BESLISSING
De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het onder 1 en 2 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, voorzitter, mrs. V.A. Groeneveld en
M. Rasterhoff, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.S.A. Nahumury, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 april 2024.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 21 september 2021, te [plaats] , althans in Nederland, (in een pand gelegen aan de [adres] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) één of meer voorwerpen(en) te weten meerdere dan wel enig (groot) geldbedrag(en) ter hoogte van (ongeveer) 28.092,10 euro, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemd(e) geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig (al dan niet eigen) misdrijf;
2
zij op of omstreeks 21 september 2021 te [plaats] , althans in Nederland, (in een pand gelegen aan de [adres] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten ongeveer 1000 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.