Strafrecht overig
Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank Midden-Nederland, 17 april 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:1820 · Rechtbank Midden-Nederland · 17 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2026-1820
Zaakgegevens
Op 17 april 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Datum uitspraak
- 17 april 2026
- Datum publicatie
- 23 april 2026
- Zaaknummer
- 16/251560-24 en 16/221216-22 (vord. tul) H
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:1820
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Herstelvonnis. ECLI:NL:RBMNE:2026:1800.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummers: 16/251560-24 en 16/221216-22 (vord. tul)
Vonnis tot herstel van het op 17 april 2026 uitgesproken vonnis van de rechtbank Midden-Nederland
in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [2003] in [geboorteplaats] ,
verblijvende op het adres [adres] , [woonplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [woonplaats] .
1 Het onderdeel van het vonnis dat moet worden hersteld
Na de uitspraakdatum is de rechtbank gebleken dat het dictum van voormeld vonnis een fout bevat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel van benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 2). Bij de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] is namelijk bij vergissing de naam van een andere benadeelde partij, [benadeelde 2] , genoemd. Gebleken is dat door deze kennelijke misslag in het dictum de beslissing tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij niet kan worden geëxecuteerd. Het gaat hier om een onmiddellijk kenbare fout, die zich leent voor eenvoudig herstel. De rechtbank zal ten behoeve van de executie van die beslissing het eerder uitgesproken vonnis herstellen door verbetering van het dictum, waartoe het onderhavige vonnis strekt.
2 De beslissing
De rechtbank:
- handhaaft haar beslissing van 17 april 2026, met herstel van een kennelijke misslag in het dictum als volgt en wijzigt:
Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 2)
-
wijst de vordering van [benadeelde 1] geheel toe tot een bedrag van € 2.357,-, bestaande uit € 657,- aan materiële schade en € 1.700,- aan immateriële schade;
-
veroordeelt de verdachte tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 21 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling;
-
veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
-
legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat
€ 2.357,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 21 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling;
- indien de verdachte niet betaalt, wordt de betalingsverplichting aangevuld met 33 dagen gijzeling;
in:
Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 2)
-
wijst de vordering van [benadeelde 1] geheel toe tot een bedrag van € 2.357,-, bestaande uit € 657,- aan materiële schade en € 1.700,- aan immateriële schade;
-
veroordeelt de verdachte tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 21 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling;
-
veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
-
legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat
€ 2.357,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 21 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling;
- indien de verdachte niet betaalt, wordt de betalingsverplichting aangevuld met 33 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de griffier dit vonnis doet hechten aan het originele vonnis van 17 april 2026 en dit vonnis per brief ter kennis doet brengen van de verdachte, de raadsman, de officier van justitie en de benadeelde partij.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Piet, voorzitter, mrs. A.J. Reitsma en
J.A. Koorevaar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.Z. Turan als griffier.
Mrs. A.J. Reitsma en S.Z. Turan zijn buiten staat dit herstelvonnis te ondertekenen.