Strafrecht overig
Verlenging PIJ-maatregel, uitstroomproblematiek. De rechtbank vindt het zeer onwenselijk dat het niet lukt om…
Rechtbank Midden-Nederland, 16 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3335 · Rechtbank Midden-Nederland · 16 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2026-3335
Zaakgegevens
Op 16 juni 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Datum uitspraak
- 16 juni 2026
- Datum publicatie
- 16 juni 2026
- Zaaknummer
- 16/126856-22 (vordering verlenging PIJ)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:3335
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verlenging PIJ-maatregel, uitstroomproblematiek. De rechtbank vindt het zeer onwenselijk dat het niet lukt om een passende woonplek voor de jeugdige te vinden. Hij zit nu nog in een justitiële jeugdinrichting, terwijl het verloop van zijn PIJ-maatregel al zo ver gevorderd is dat hij klaar is voor een volgende stap richting een terugkeer in de samenleving. In het rapport ‘Problemen met de PIJ’ zijn de problemen met de uitstroom treffend en concreet beschreven. De recente reactie van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is echter verre van concreet en biedt weinig zicht op een snelle oplossing. Het is in het belang van de jongeren die binnen hun PIJ-maatregel heel hard aan zichzelf werken, dat er zo snel mogelijk een oplossing komt. Zonder goede uitstroom loopt het systeem vast en raken jongeren gedemotiveerd.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/126856-22 (vordering verlenging PIJ)
Datum uitspraak: 16 juni 2026
Datum zitting: 2 juni 2026
Beslissing op vordering verlenging PIJ-maatregel
van:
[betrokkene] ,
geboren op [2002] in [geboorteplaats] ,
verblijvende in de [verblijfplaats] ,
(hierna: de kliniek).
Advocaat van [betrokkene] : mr. F.T. Sakrak, waarnemend voor mr. F. Tosun (hierna: de advocaat)
Officier van justitie: mr. F.A.M. Bouwhuis
1 PIJ-maatregel
Deze rechtbank heeft [betrokkene] op 21 februari 2023 veroordeeld voor, kort gezegd, een poging tot doodslag, openlijke geweldpleging in vereniging tegen personen en diefstal en hem de PIJ-maatregel opgelegd.
2 Procedure
Vordering
De officier van justitie heeft op 16 april 2026 gevorderd dat de PIJ-maatregel met zes maanden zal worden verlengd.
Stukken
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
-
het vonnis in de strafzaak;
-
het advies van de kliniek van 30 maart 2026;
-
verschillende perspectiefplannen over [betrokkene] .
Zitting
Op de zitting zijn gehoord:
-
de officier van justitie;
-
[betrokkene] ;
-
de advocaat;
-
de deskundige [A] , basispsycholoog.
3 Advies
De kliniek adviseert de PIJ-maatregel te verlengen met zes maanden. In het kort is in het advies van de kliniek het volgende opgenomen.
[betrokkene] heeft de afgelopen periode een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Hij werkt over het algemeen goed mee aan de behandeling, volgt het dagprogramma en neemt deel aan onderwijs en de aangeboden individuele behandelingen. Daarbij wordt gezien dat [betrokkene] meer openheid geeft over zaken die hem bezighouden en zaken die hij moeilijk vindt bespreekbaar maakt. Hij accepteert adviezen van het behandelteam en past deze toe. Ook vraagt hij in toenemende mate om hulp als hij tegen problemen aanloopt. [betrokkene] heeft daarnaast meer inzicht gekregen in zijn diagnoses ADHD en autismespectrumstoornis en de invloed daarvan op zijn functioneren. Hiermee heeft hij stappen gezet in het beter begrijpen van zichzelf en het omgaan met zijn beperkingen en uitdagingen.
Verder is gebleken dat [betrokkene] positieve resultaten laat zien binnen het verloftraject. Na positieve ervaringen met begeleid verlof heeft [betrokkene] sinds september 2025 de mogelijkheid gekregen om voor school en werk gebruik te maken van eendaags onbegeleid verlof. Nadat het verloftraject tijdelijk was onderbroken vanwege enkele incidenten, is dit recent hervat en verloopt het verlof weer positief. Daarbij wordt gezien dat zijn intrinsieke motivatie is toegenomen. De inrichting vindt verdere behandeling, begeleiding noodzakelijk, waarbij wordt toegewerkt naar uitstroom naar een passende woonvoorziening. Als een geschikte woonplek wordt gevonden, heeft uitstroom in het kader van een scholings- en trainingsprogramma (STP) de voorkeur, zodat de overgang naar een minder beveiligde setting zorgvuldig kan plaatsvinden en passende nazorg kan worden geboden.
Toelichting deskundige op zitting
De deskundige heeft op de zitting toegelicht dat het verlof van [betrokkene] nog steeds loopt en dat hij daarin positieve ontwikkelingen laat zien. Het vinden van een passende woonvoorziening voor [betrokkene] blijft echter een uitdaging. Er zijn inmiddels 30 afwijzingen van mogelijke woonvoorzieningen. Een aanvraag voor een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) is afgewezen. Recent is aan [betrokkene] wel een voorziening toegekend op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), waardoor nieuwe mogelijkheden zijn ontstaan voor de financiering van een passende woonplek. Zodra voor [betrokkene] een passende woonplek is gevonden, zal hij beginnen met het STP. Het streven is dat het STP een duur van zes maanden heeft, maar als de wachttijd voor een geschikte woonplek langer is, kan het STP ook in een kortere periode worden afgerond.
4 De standpunten
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op de zitting de schriftelijke vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel met zes maanden gehandhaafd.
Het standpunt van de verdediging
De advocaat kan zich vinden in de vordering van de officier van justitie. Hij benadrukt wel dat het van groot belang is dat [betrokkene] duidelijkheid krijgt over het verdere traject en zijn woonsituatie. Daarbij spreekt hij de hoop uit dat voldoende inspanning en druk wordt uitgeoefend om te zorgen voor het vinden van een nieuwe geschikte woonplek voor [betrokkene] .
5 Beoordeling
De rechtbank komt op grond van de stukken en wat op de zitting is besproken tot het volgende oordeel.
Aan [betrokkene] is een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel opgelegd. Met betrekking tot de duur van deze maatregel heeft de rechtbank overwogen dat de mogelijkheid bestaat deze te verlengen, omdat [betrokkene] is veroordeeld voor een feit dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.
De PIJ-maatregel is ingegaan op 8 maart 2023. Als de maatregel niet wordt verlengd, eindigt de maatregel op het moment dat de rechtbank beslist.
De rechtbank is van oordeel dat de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de maatregel eist. Er wordt namelijk voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteiten de verlenging is ook in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van [betrokkene] .
[betrokkene] heeft de afgelopen periode een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Hij volgt een opleiding, heeft werk en toont meer openheid over zaken die hem bezighouden. [betrokkene] maakt moeilijkheden bespreekbaar en accepteert de adviezen van het behandelteam en past deze ook toe. Hij is zelf ook gemotiveerd om te werken aan zijn toekomst. Tegelijkertijd begrijpt de rechtbank de frustratie van [betrokkene] over de onduidelijkheid over het verdere verloop van zijn traject nu nog geen passende woonplek is gevonden. Hoewel de rechtbank hier geen directe invloed op kan uitoefenen, spreekt zij de hoop uit dat er snel een geschikte woonvoorziening beschikbaar komt, zodat [betrokkene] de volgende stappen binnen het STP kan zetten en verder kan werken aan zijn zelfstandigheid.
6 Ten overvloede
De rechtbank vindt het zeer onwenselijk dat het niet lukt om een passende woonplek voor [betrokkene] te vinden. Zij begrijpt zijn frustratie hierover heel goed. [betrokkene] zit nu nog in een justitiële jeugdinrichting, terwijl het verloop van zijn PIJ-maatregel al zo ver gevorderd is dat hij klaar is voor een volgende stap richting een terugkeer in de samenleving. Dat deze volgende stap nog niet gezet kan worden ligt niet aan [betrokkene] , maar komt omdat er steeds maar afwijzingen komen van mogelijke plekken om te wonen en omdat het veel tijd en energie kost om daarvoor het juiste loket te vinden, onder meer voor de financiering.
[betrokkene] is niet de enige bij wie de uitstroom vanuit een PIJ-maatregel moeilijk verloopt. In september 2025 heeft de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming het rapport ‘Problemen met de PIJ’ van de Raad uitgebracht. In het rapport wordt als ‘prangend knelpunt’ benoemd het vinden van een passende woonplek na uitstroom uit de JJI, met zo nodig zorg en begeleiding. Door het ‘PIJ-stempel’ en door de schotten in de financiering van zorg en verblijf voor jeugdigen en volwassenen, is het vaak zeer moeilijk om voor hen een passende vervolgplek te vinden. Op dit moment is er geen landelijke regie met doorzettingsmacht en kunnen hulpaanbieders jeugdigen weigeren. Dit heeft tot gevolg dat de individueel trajectbegeleider bij de JJI en de reclasseringsmedewerker vaak veel tijd en energie moeten stoppen in het vinden van een geschikte vervolgplek. In het rapport wordt de aanbeveling gedaan om een landelijk loket met doorzettingsmacht op te richten en om landelijke financiering te organiseren van passend zorg- en woonaanbod voor jeugdigen die uitstromen met een PIJ-maatregel.
Op 17 april 2026 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid naar de Tweede Kamer gereageerd op het rapport ‘Problemen met de PIJ’. De staatssecretaris beschrijft dat de problemen in de uitstroom van de PIJ “integraal wordt meegenomen” in een “proces van herbezinning” van de “opgave” van justitiële jeugdinrichtingen dat inmiddels van start is gegaan. Deze herbezinning wordt vormgegeven aan de hand van een “beleidskompas”. Het beleidskompas biedt een projectgroep verschillende middelen om met een “brede cirkel van stakeholders, belanghebbenden en wetenschappelijke kennis” tot een “set aan uitgewerkte scenario’s en aanbevelingen” te komen. De resultaten en aanbevelingen worden verwacht in het eerste kwartaal van 2027 en “quick fixes” liggen niet in handbereik.
De rechtbank wijst erop dat de problemen met de uitstroom in het rapport treffend en concreet zijn beschreven. Tegelijkertijd is de reactie van de staatssecretaris verre van concreet en biedt deze weinig zicht op een snelle oplossing. Het is in het belang van [betrokkene] en van alle andere jongeren die binnen hun PIJ-maatregel heel hard aan zichzelf werken, dat er zo snel mogelijk een daadwerkelijke oplossing komt. Want zonder goede uitstroom loopt het systeem vast en raken jongeren gedemotiveerd.
7 De beslissing
De rechtbank:
- verlengt de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [betrokkene] voor de duur van zes maanden.
Deze beslissing is genomen door:
mr. K. de Meulder, voorzitter, tevens kinderrechter,
mr. R.B. Eigeman en S.M. van Meer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. van Dieren, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 16 juni 2026.
Mr. K. de Meulder en mr. L. van Dieren zijn verhinderd om deze beslissing mede te ondertekenen.