Strafrecht overig
Veroordeling voor het aanwezig hebben van diverse soorten harddrugs (feit 1); vrijspraak voor het…
Rechtbank Midden-Nederland, 1 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3822 · Rechtbank Midden-Nederland · 1 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2026-3822
Zaakgegevens
Op 1 juli 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Datum uitspraak
- 1 juli 2026
- Datum publicatie
- 1 juli 2026
- Zaaknummer
- 16.161496.25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:3822
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling voor het aanwezig hebben van diverse soorten harddrugs (feit 1); vrijspraak voor het voorbereiden van een feit als bedoeld in artikel 10 (vierde of vijfde lid) van de Opiumwet (feit 2). Uitleg verdachte geloofwaardig en vindt steun in het dossier. Straf: taakstraf 80 uur.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16.161496.25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 1 juli 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1989] in [geboorteplaats] (Spanje),
verblijvende op het adres [adres] , [woonplaats] ,
(hierna: de verdachte).
1 Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 17 juni 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
-
de verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. E.M. Geboers, advocaat te Amsterdam;
-
de officier van justitie, mr. J.J. Bloembergen.
2 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1: in de periode van 1 oktober 2024 tot en met 26 mei 2025 in zijn woning te [woonplaats]
verboden handelingen heeft verricht met op lijst I van de Opiumwet vermelde middelen (te weten: amfetamine sulfaat, 3-CMC, 4-CMC, 4-MMC en LSD), dan wel deze middelen opzettelijk aanwezig heeft gehad.
feit 2: in de periode van 1 oktober 2024 tot en met 26 mei 2025 te [woonplaats] een feit als bedoeld in artikel 10 (vierde of vijfde lid) van de Opiumwet heeft voorbereid door – onder meer – diverse voorwerpen en grondstoffen voorhanden te hebben waarvan hij wist (of moest vermoeden) dat deze bestemd waren tot het plegen van voornoemd Opiumwetfeit.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3 Vrijspraak feit 2
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie acht het onder 2 tenlastegelegde bewezen, maar alleen voor zover de in de beschuldiging weergegeven voorbereidingshandelingen zien op het opzettelijk vervaardigen van een hoeveelheid LSD, gelet op de aangetroffen onverwerkte en al verwerkte blottervellen en receptuur om LSD te vervaardigen en de bijbehorende chemicaliën om deze reactie uit te kunnen voeren.. Van het overige dat onder 2 in de beschuldiging is opgenomen, dient de verdachte te worden vrijgesproken.
Het standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte integraal vrij te spreken van feit 2.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank merkt in de eerste plaats op dat zij het eens is met het standpunt van de officier van justitie dat hetgeen voor het overige onder 2 in de beschuldiging is opgenomen, niet wettig en overtuigend bewezen is. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij oordeelt dat dat ook geldt voor hetgeen de officier van justitie wel bewezen acht.
Aanleiding onderzoek naar verdachte
Op 25 mei 2025 was er brand ontstaan in de woning van de verdachte. De brandweer en de politie kwamen ter plaatse en de brandweer meldde dat het leek alsof er een drugslab in de woning aanwezig was. Gelet op de stoffen en voorwerpen die vervolgens in de woning -en later in de door de verdachte gehuurde garageboxen- zijn aangetroffen, ontstond de gedachte dat de verdachte zich bezighield met het vervaardigen van harddrugs.
Nieuwe Psychoactieve Stof
Het specialistische ‘Team Landelijke faciliteit Ontmantelen’ (LFO) heeft onderzoek gedaan naar bij de verdachte in zijn woning en door hem gehuurde garageboxen aangetroffen voorwerpen en (grond)stoffen. In hun rapportages schrijven zij onder meer dat er ‘Nieuwe Psychoactieve Stoffen’ (NPS, ook wel designer drugs of research medicals genoemd) zijn aangetroffen. Dit betreffen substanties die als drugs worden gebruikt maar die niet zijn vermeld op lijst I of II van de Opiumwet of niet vallen onder lijst IA van de Opiumwet. Deze substanties kunnen voor de volksgezondheid wel een vergelijkbaar risico vormen als
Opiumwetsubstanties. Substanties die als NPS worden beschouwd, waren dus (nog) niet vermeld op één van de lijsten van de Opiumwet. Vanaf 1 juli 2025 zijn diverse substanties, die ook bij verdachte zijn aangetroffen, wel opgenomen in de Opiumwet, maar dit is pas ná het aantreffen ervan strafbaar geworden.
LSD
Het NFI heeft in een rapportage aanvullende vragen (van het Openbaar Ministerie en de verdediging) beantwoord. Op pagina 683 van het dossier staat onder meer het volgende:
“Er zijn blottervellen (meerkleurig geperforeerd papier) aangetroffen waar geen
Opiumwetsubstanties op werden aangetoond [AARY1582NL], blottervellen waar LSD
(lijst I van de Opiumwet) op is aangetoond [AARY1590NL] en blottervellen waar
IcP-LSD (Nieuwe Psychoactieve Stof (NPS)) op is aangetoond [AARY1584NLJ. De
afbeeldingen op de blottervellen van [AARY1582NL] en [AARY1590NL] komen
visueel overeen. Er zijn tevens receptuur inclusief aantekeningen gericht op de N-
acylatie van LSD en de bijbehorende chemicaliën om deze reactie uit te voeren
aangetroffen. Er is echter geen LSD of IcP-LSD al dan niet in oplossing aangetroffen
om de daadwerkelijke impregnatie in blottervellen mee uit te voeren. Er zijn alleen
onverwerkte en reeds verwerkte blottervellen aangetroffen.”
Verklaring van de verdachte
De verklaring van de verdachte komt er in de kern op neer dat hij geen middelen van Lijst 1 van de Opiumwet heeft vervaardigd en dat hij zich evenmin bezighield met de voorbereiding van dergelijke Opiumwetfeiten. De verdachte verklaarde zich bezig te hebben gehouden met het vervaardigen dan wel onderzoeken van designerdrugs c.q. research medicals die ten tijde van het aantreffen niet strafbaar waren. Die door verdachte gegeven uitleg past in hetgeen hiervoor is weergegeven uit het rapport van het LFO over NPS. Zo heeft verdachte steeds een geloofwaardige uitleg gegeven over de aangetroffen (grond)stoffen en voorwerpen, en wat daarmee zijn bedoelingen waren. Die uitleg vond naar het oordeel van de rechtbank ook steeds steun in het dossier.
Dat geldt ook voor de vragen die hem werden gesteld over de vervaardiging van LSD en of hij daartoe voorbereidingshandelingen had getroffen. De verdachte heeft verklaard dat hij de in zijn woning aangetroffen LSD voor eigen gebruik had gekocht, dat hij het prettig vond om LSD te gebruiken en dat hij goede LSD wat groter inkocht omdat er veel LSD van slechte kwaliteit in omloop zou zijn.
Ook is de verdachte gevraagd hoe verklaard kan worden dat in zijn woning blottervellen zijn aangetroffen die LSD bevatten en blottervellen zijn aangetroffen die geen LSD bevatten, terwijl de afbeeldingen op die blottervellen met en zonder LSD wel hetzelfde zijn. De verdachte heeft daar een gedetailleerde uitleg over gegeven, zakelijk weergegeven, dat de aangetroffen blottervellen met daarop ‘Orange Sunshine’ in de jaren ’60 in Amerika tot stand zijn gekomen en verzamelobjecten betreffen. Ook dat vindt steun in het dossier. De verdachte heeft ontkend dat de blottervellen die in de vriezer lagen – en waar wel LSD in zat – door hem zijn gemaakt.
Conclusie
De rechtbank heeft onvoldoende overtuigend bewijs in het procesdossier aangetroffen om redelijkerwijs te twijfelen aan de juistheid van de verklaringen van de verdachte. De rechtbank acht de (gedetailleerde) uitleg die de verdachte heeft gegeven dan ook geloofwaardig. Daarbij weegt mee dat de verdachte ter zitting op de rechtbank een oprechte indruk heeft gemaakt.
De rechtbank zal de verdachte dan ook integraal vrijspreken van feit 2.
4 Bewijs feit 1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte feit 1 heeft gepleegd voor zover dat ziet op het opzettelijk aanwezig hebben van een materiaal bevattende amfetamine sulfaat, 3-CMC, 4-CMC, 4-MMC en LSD. Ten aanzien van het overige dat onder 1 in de beschuldiging is opgenomen is geen wettig en overtuigend bewijs aanwezig, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert geen verweer over het bewijs voor zover dat ziet op het opzettelijk aanwezig hebben van een materiaal bevattende amfetamine sulfaat, 3-CMC, 4-CMC,
4-MMC en LSD. Ten aanzien van hetgeen verder onder 2 in de beschuldiging is opgenomen is door de verdediging vrijspraak bepleit.
Oordeel van de rechtbank
De verdachte bekent dat hij feit 1 heeft gepleegd voor zover dat ziet op het opzettelijk aanwezig hebben van een materiaal bevattende amfetamine sulfaat, 3-CMC, 4-CMC,
4-MMC en LSD. De officier van justitie vindt alleen het opzettelijk aanwezig hebben van die middelen bewezen en de verdediging heeft niet om vrijspraak van dit onderdeel van de beschuldiging verzocht. De rechtbank komt tot dezelfde conclusie als de officier van justitie en de verdediging. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert, te weten:
-
de bekennende verklaring van verdachte tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 17 juni 2026;
-
een proces-verbaal van het LFO met betrekking tot een onderzoek in het appartement aan de [adres] te [plaats] ;
- een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), getiteld ‘Drugsonderzoek aan materialen aangetroffen op 25 mei 2025 op de locatie [adres] te [plaats] ;’
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
1.
in de periode van 1 oktober 2024 tot en met 26 mei 2025 te [plaats] , in een woning aan de [adres] , opzettelijk een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine sulfaat, 3-CMC, 4-CMC, 4-MMC en LSD aanwezig heeft gehad, zijnde amfetamine sulfaat, 3-CMC, 4-CMC, 4-MMC en LSD telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
5 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Feit 1:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod
Strafbaarheid feit en verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
6 Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
-
een gevangenisstraf van 279 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 180 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar;
-
een taakstraf van 150 uur, te vervangen door 75 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft verzocht een geldboete of een taakstraf van korte duur op te leggen en geen gevangenisstraf op te leggen (ook niet gelijk aan het reeds ondergane voorarrest).
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft verschillende soorten harddrugs voorhanden gehad. Het is bekend dat het gebruik van harddrugs schadelijk is voor de volksgezondheid. Door de harddrugs te kopen, in dit geval via het darkweb, heeft verdachte bijgedragen aan de instandhouding van de drugshandel. Deze handel leidt regelmatig tot andere vormen van criminaliteit, waaronder ernstige geweldscriminaliteit.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 16 februari 2026. Hieruit volgt dat de verdachte in 2015 eerder is veroordeeld voor het plegen van diverse Opiumwetdelicten. Verder staan er geen veroordelingen vermeld.
Strafmaat
De rechtbank vindt, met inachtneming van de zogenaamde LOVS-oriëntatiepunten, een taakstraf voor de duur van 80 uur, met aftrek van het voorarrest (berekend naar de maatstraf van 2 uren taakstraf per dag in detentie), bij niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 40 dagen hechtenis, passend. De verdachte heeft reeds 100 dagen in voorarrest gezeten. Dit betekent feitelijk dat de verdachte deze taakstraf niet hoeft uit te voeren.
7 In beslag genomen voorwerpen
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de op de beslaglijst vermelde voorwerpen terug te geven aan de rechthebbende.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich niet uitgelaten over de op de beslaglijst vermelde voorwerpen.
Oordeel van de rechtbank
Teruggave aan verdachte
De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
-
een telefoon (omschrijving: PL0900-2025171615-3585712, Zwart, merk: Xiaomi);
-
een identiteitsbewijs (omschrijving: PL0900-2025171615-3533200, paspoort in paars mapje, rood);
-
een goed, omschrijving: PL0900-2025171615-G3538167, basis station EUFY Camera;
-
een telefoon (omschrijving: PL0900-2025171615-G3533202);
-
een goed, omschrijving: PL0900-2025171615-G3538168, router/voeding voor de EUFY camera.
8 Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
-
artikelen 9, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;
-
artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
9 De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart feit 2 niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezenverklaring
-
verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 4.4 is omschreven;
-
verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 5.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder feit 1 bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 80 uren;
- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 40 dagen hechtenis;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;
beslag (feit 1)
- gelast de teruggave aan de verdachte van de volgende voorwerpen:
-
een telefoon (omschrijving: PL0900-2025171615-3585712, Zwart, merk: Xiaomi);
-
een identiteitsbewijs (omschrijving: PL0900-2025171615-3533200, paspoort in paars mapje, rood);
-
een goed, omschrijving: PL0900-2025171615-G3538167, basis station EUFY Camera;
-
een telefoon (omschrijving: PL0900-2025171615-G3533202);
-
een goed, omschrijving: PL0900-2025171615-G3538168, router/voeding voor de EUFY camera.
voorlopige hechtenis
- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak, voorzitter, mr. A.M.M. Lemmen en
mr. S.C. Hagedoorn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.J. Laanstra, griffier,
en is in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 oktober 2024 tot en met 26 mei 2025 te [plaats] meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (in een woning aan de [adres] in [plaats] ) heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine sulfaat, 3-CMC, 4-CMC, 4-MMC en/of LSD zijnde amfetamine sulfaat, 3-CMC, 4-CMC, 4-MMC en/of LSD (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2024 tot en met 26 mei 2025 te Almere
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen van een hoeveelheid amfetamine sulfaat, 3-CMC, 4-CMC, 4-MMC en/of LSD, in elk
geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door
- diverse grondstoffen waaronder ethanol, 2C-H, 4-fluor-1-fenyl-2-hydroxypropaan-2-sulfonaat, 4-fluorfenylaceton, 2-propanol,
methanol en/of N-methylpyrrolidon en/of
- papieren met daarop een beschrijving van een chemisch reactieschema,
- gelaatsmaskers,
- tabletteermachine,
- 3 jerrycans met pre-precusor
- 2 kilo natrium boorhybride
- grote hoeveelheid cactussen
- 9 dozen met chemicaliën
- 2 jerrycans met ethanol
- 100 kg absorptie materiaal en/of
- reactieopstellen voor produceren
voorhanden te hebben.