Strafrecht overig
De verdachte heeft zich als bestuurder van een auto schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een…
Rechtbank Midden-Nederland, 12 februari 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4729 · Rechtbank Midden-Nederland · 12 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2026-4729
Zaakgegevens
Op 12 februari 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 12 februari 2026
- Datum publicatie
- 24 juli 2026
- Zaaknummer
- 16/220912-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:4729
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De verdachte heeft zich als bestuurder van een auto schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te rijden. De verdachte is met zijn auto – terwijl hij onder invloed was van alcohol en cannabis –op de verkeerde weghelft terechtgekomen waar op dat moment het slachtoffer reed in tegengestelde richting. De verdachte heeft vervolgens niet (voldoende) gelet op het verkeer dat voor hem reed en is frontaal in botsing gekomen met het slachtoffer. Straf: taakstraf 160 uur. OBM 18 mnd waarvan 12 mnd vw
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/220912-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 12 februari 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] in [plaats] ,
(hierna: de verdachte).
1 Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 29 januari 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
-
de verdachte;
-
de officier van justitie: mr. L.E. van Zijl.
2 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
primair: op 9 september 2024 in Utrecht als bestuurder van een auto een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt door, terwijl hij onder invloed was van alcohol en cannabis, met onverminderde snelheid op de verkeerde weghelft te rijden en daarbij onvoldoende op te (blijven) letten op het verkeer voor en naast hem en daardoor tegen een tegenligger aan te rijden, waardoor [slachtoffer] (zwaar) lichamelijk letsel heeft opgelopen;
subsidiair: op 9 september 2024 in Utrecht op de hiervoor beschreven manier gevaar en/of hinder op de weg heeft veroorzaakt;
feit 2: op 9 september 2024 in Utrecht een personenauto heeft bestuurd terwijl hij onder invloed was van cannabis en alcohol;
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3 Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte feit 1 primair en feit 2 van de beschuldiging heeft gepleegd.
Voor de mate van schuld van de verdachte aan het verkeersongeval (feit 1) gaat de officier van justitie uit van grove schuld. Daarnaast vindt zij dat het letsel van het slachtoffer moet worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
Standpunt van de verdediging
De verdachte stelt zich op het standpunt dat hij niet over de doorgetrokken streep heeft gereden. Daarnaast verklaart de verdachte dat hij alleen de dagen voorafgaand aan het ongeval alcohol heeft gedronken en heeft geblowd, maar niet op de dag van het ongeval zelf.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen feit 1 primair, en feit 2
De rechtbank oordeelt dat feit 1 primair (het veroorzaken van een verkeersongeval door schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet (hierna: WVW)) en feit 2 (het rijden onder invloed van alcohol en cannabis) zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
De rechtbank zal hieronder uitleggen waarom zij tot dat oordeel komt en ingaan op de verweren van de verdachte, voor zover die niet al worden weerlegd door de bewijsmiddelen.
Bewijsoverwegingen
Vastgestelde feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen en wat op zitting is besproken het volgende vast.
De verdachte reed op 9 september 2024 in zijn auto over de Europalaan in Utrecht, waar de weg verdeeld was in twee rijstroken voor het verkeer in beide richtingen. Deze rijstroken werden van elkaar gescheiden door een enkele doorgetrokken streep. De verdachte is op enig moment met zijn auto over de doorgetrokken streep gereden en zo voor een deel op de weghelft voor het tegemoetkomende verkeer terechtgekomen, waar op dat moment [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer) reed. De auto van de verdachte en de auto van het slachtoffer zijn vervolgens frontaal op elkaar gebotst. Zowel het slachtoffer als de verdachte hebben als gevolg van deze botsing letsel opgelopen.
De verklaring van de verdachte – kort gezegd inhoudende dat hij niet over de doorgetrokken streep heeft gereden – wordt weerlegd door de bewijsmiddelen. Uit het onderzoek op de plaats van het ongeval, waarbij onder andere diverse krassporen op de weghelft van het slachtoffer waren aangetroffen, blijkt dat de botsing op de weghelft van het slachtoffer heeft plaatsgevonden. Daar komt bij dat meerdere getuigen onafhankelijk van elkaar hebben verklaard dat zij hebben gezien dat de verdachte met zijn auto over de doorgetrokken streep reed.
Verder is gebleken uit het onderzoek aan het bloed dat bij de verdachte na het ongeval is afgenomen, dat sprake was van een THC-gehalte van 2,2 microgram per liter bloed en van een Ethanol-gehalte van 0,97 milligram per milliliter bloed. Dit is meer dan twee keer de toegestane hoeveelheid THC (cannabis) en meer dan vier keer de toegestane hoeveelheid Ethanol, aangezien de grenswaarde bij combinatiegebruik bij THC (cannabis) 1,0 microgram per liter bloed is en bij Ethanol 0,20 milligram per milliliter bloed. Deze vastgestelde en te hoge waardes blijken objectief uit het bloedonderzoek. Het moment waarop de verdachte de alcohol heeft gedronken of de drugs heeft gebruikt – en of dit al dan niet op de dag van het ongeval was - maakt voor de vaststelling en de strafbaarheid daarvan niet uit.
Juridisch kader
De verdachte wordt er onder feit 1 primair van beschuldigd dat hij artikel 6 WVW heeft overtreden, doordat hij schuld heeft gehad aan een verkeersongeval, waardoor een ander ernstig lichamelijk letsel heeft opgelopen. Om deze schuld bewezen te kunnen verklaren, is het nodig dat kan worden vastgesteld dat dit verkeersongeval heeft plaatsgevonden doordat de verdachte zich als verkeersdeelnemer op zijn minst aanmerkelijk onvoorzichtig of aanmerkelijk onoplettend heeft gedragen. Hiervan is sprake, wanneer de verkeershandelingen van de verdachte die tot het ongeval hebben geleid, tekortschoten ten opzichte van de handelingen die van een gemiddelde verkeersdeelnemer in een vergelijkbare verkeerssituatie mogen worden verwacht.
Beoordeling
Bij de beoordeling van de (mate van) schuld die de verdachte aan het verkeersongeval heeft gehad, gaat de rechtbank uit van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden.
De rechtbank stelt voorop dat het besturen van een auto in het algemeen voortdurende voorzichtigheid en oplettendheid van de bestuurder eist. In de verkeerssituatie in deze zaak mocht daarnaast extra voorzichtigheid van de verdachte worden verwacht. De verdachte reed namelijk over een weg waarbij de rijstroken voor het tegemoetkomende verkeer niet fysiek van elkaar gescheiden waren. Dat het in deze wegsituatie van belang is dat weggebruikers extra oplettend en voorzichtig zijn, wordt benadrukt door de doorgetrokken streep in het midden van de weg, die erop wijst dat niet mag worden ingehaald.
De verdachte heeft echter niet, of in ieder geval onvoldoende, zijn aandacht op de weg gehouden en is met zijn auto voor een deel op de rijstrook voor het tegemoetkomende verkeer terechtgekomen. Van slechts een moment van onoplettendheid is geen sprake geweest. Meerdere getuigen, waaronder een getuige die achter de verdachte reed, hebben namelijk verklaard dat zij de verdachte vlak voor het ongeval slingerend zagen rijden met zijn auto. Daar komt bij dat de verdachte op het moment van het ongeval onder invloed van cannabis en alcohol verkeerde.
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte met het (hiervoor beschreven) verkeersgedrag tekortgeschoten is ten opzichte van het verkeersgedrag dat van een gemiddelde verkeersdeelnemer in deze situatie mag worden verwacht. De rechtbank kwalificeert dit verkeersgedrag van de verdachte als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend en daarmee is sprake van schuld in de zin van artikel 6 WVW.
Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van zeer onvoorzichtig rijgedrag (ernstige schuld) of een nog zwaardere vorm van schuld (roekeloosheid). Om vast te kunnen stellen dat daarvan sprake is, is namelijk meer nodig dan wat er in deze zaak bewezen kan worden. Naast de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden, is niet van andere verwijtbare verkeersgedragingen gebleken. De rechtbank zal de verdachte daarom gedeeltelijk vrijspreken van de zwaardere ten laste gelegde schuldgradaties van zeer onvoorzichtig en onoplettend en roekeloos rijgedrag.
Zwaar lichamelijk letsel
Bij de beoordeling of juridisch gezien sprake is van zwaar lichamelijk letsel zijn de ernst, de noodzaak en aard van (eventueel) medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel gezichtspunten die van belang zijn. Ook kan lichamelijk letsel als zwaar worden beschouwd als dat volgens algemeen spraakgebruik zo kan worden genoemd.
Het slachtoffer heeft als gevolg van het door de verdachte veroorzaakte ongeval verschillende breuken in onder andere haar pols en been opgelopen. Hiervoor is zij meerdere dagen opgenomen geweest en is zij ook aan haar pols geopereerd. In haar verklaring op 5 februari 2025, zo’n vijf maanden na het ongeval, verklaarde het slachtoffer dat zij nog steeds niet volledig hersteld is. Vanwege de ernst van het letsel, de noodzaak van medisch ingrijpen en de lange duur van het herstel, kwalificeert de rechtbank het letsel van het slachtoffer als zwaar lichamelijk letsel.
Conclusie
Uit het voorgaande blijkt dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen vindt dat de verdachte artikel 6 WVW heeft overtreden, dat hij aanmerkelijke schuld heeft aan het ontstaan van het verkeersongeval en dat het slachtoffer door zijn verkeersovertredingen zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van feit 1 primair.
Daarnaast vindt de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte onder invloed van alcohol en cannabis heeft gereden en komt daarmee ook tot een bewezenverklaring van feit 2.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
Feit 1, primair
op 9 september 2024 te Utrecht, als bestuurder van een motorrijtuig (zijnde een personenauto van het merk BMW met kenteken [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, Europalaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- op de verkeerde weghelft te rijden en/of onnodig links te rijden en
- met onverminderde snelheid, onnodig links rijdend, en niet met de nodige
voorzichtigheid te rijden en
- (daarbij) in onvoldoende mate te letten en/of is blijven letten op het
direct voor hem en/of naast hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die weg en
- zich er (daarbij) in onvoldoende mate van te
vergewissen dat er een tegenligger reed en
- (vervolgens) tegen voornoemde tegenligger te rijden/botsen, waardoor een ander ( [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meerdere breuken in de pols en het been, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994;
Feit 2
op 9 september 2024 te Utrecht, een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd, na gebruik van een in artikel 2 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer
aangewezen stof(fen) als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet
1994, te weten cannabis en alcohol, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van
artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen
vermelde meetbare stoffen 2,2 milligram cannabis en 0,97 milligram ethanol
bedroeg, in elk geval (telkens) zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd
Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
De eendaadse samenloop van
feit 1 primair: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, vijfde lid van deze wet;
en
feit 2: overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5 Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
- een gevangenisstraf van drie maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar;
- een taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert;
- een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van zes maanden.
Standpunt van de verdediging
De verdachte voert aan dat het ongeval voor hem tot fysieke en psychische gevolgen heeft geleid. Daarnaast heeft hij zijn rijbewijs dagelijks nodig, onder andere voor het vinden van nieuw werk.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd
De verdachte heeft zich als bestuurder van een auto schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te rijden. De verdachte is met zijn auto – terwijl hij onder invloed was van alcohol en cannabis –op de verkeerde weghelft terechtgekomen waar op dat moment het latere slachtoffer reed in tegengestelde richting. De verdachte heeft vervolgens niet (voldoende) gelet op het verkeer dat voor hem reed en is frontaal in botsing gekomen met het slachtoffer. Het slachtoffer heeft hierdoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van verdachte van 23 december 2025, waaruit blijkt dat hij twee keer eerder is veroordeeld voor het rijden onder invloed, namelijk in 2010 en 2018. De verdachte was dus een gewaarschuwd mens, maar dit heeft hem niet weerhouden om wederom onder invloed aan het verkeer deel te nemen.
Strafkader
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij sprake is van een aanmerkelijke mate van schuld, waarbij de verdachte onder invloed van alcohol/verdovende middelen verkeerde en waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, wordt een taakstraf van 160 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 18 maanden als uitgangspunt genomen.
De rechtbank neemt dit oriëntatiepunt als uitgangspunt. De rechtbank ziet aanleiding om in het voordeel van de verdachte in enige mate hiervan af te wijken. Daarbij let de rechtbank in het bijzonder op het feit dat de verdachte ook zelf door het ongeval (fors) letsel heeft opgelopen waar hij tot op heden nog de gevolgen van ondervindt. De verdachte is daarnaast op zoek naar een nieuwe baan waar hij een auto voor nodig heeft.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een taakstraf van 160 uur op.
Daarnaast zal de rechtbank aan de verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen voor de duur van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank ziet aanleiding voor een voorwaardelijk deel, gelet op de hiervoor genoemde persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarnaast wordt deze bijkomende straf opgelegd met het doel om de verdachte ervan te weerhouden opnieuw onder invloed van middelen te gaan rijden.
6 In beslag genomen voorwerpen
In het dossier zit een beslaglijst van 21 januari 2026 met daarop een inbeslaggenomen telefoon. De officier van justitie en de verdachte hebben geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.
Teruggave aan verdachte
De rechtbank zal teruggave gelasten aan de verdachte van de in beslag genomen telefoon, aangezien de telefoon niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet. Uit het dossier blijkt niet dat de telefoon is gebruikt bij de bewezenverklaarde feiten.
7 Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
-
artikelen 14a, 14b, 14c en 55 van het Wetboek van Strafrecht;
-
artikelen 6, 8, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
8 De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 primair en feit 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 160 uur;
- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 80 dagen hechtenis;
-
ontzegt verdachte ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 18 maanden;
-
bepaalt dat van de ontzegging een gedeelte van 12 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
-
als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
-
stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaar vast;
beslag (feit 1 primair en feit 2)
- gelast de teruggave aan de verdachte van het volgende voorwerp:
? telefoon (G3402483)
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Bos, voorzitter, mr. L.C. Michon en mr. F.F. Geerdink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.S.M. van Duinkerken als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026.
Mr. F.F. Geerdink is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 9 september 2024 te Utrecht, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (zijnde een personenauto van het merk BMW met kenteken [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, Europalaan zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn/haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- op de verkeerde weghelft te rijden en/of onnodig links te rijden en/of
- met onverminderde snelheid, onnodig links rijdend, en niet met de nodige voorzichtigheid te rijden en/of
- (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate te letten en/of is blijven letten op het direct voor hem en/of naast hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die weg en/of
- zich er (daarbij) niet, althans niet tijdig en/of in onvoldoende mate van te vergewissen dat er een tegenligger reed en/of
- (vervolgens) tegen voornoemde tegenligger te rijden/botsen,
waardoor een ander ( [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meerdere breuken in de arm en/of de pols en/of het been en/of de nek, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, zevende of negende lid van genoemde wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
Hij op of omstreeks 9 september 2024 te Utrecht, als bestuurder van een voertuig (personenauto van het merk BMW met kenteken [kenteken] ) daarmee rijdende op de weg, Europalaan,
- op de verkeerde weghelft heeft gereden en/of onnodig links heeft gereden en/of
- met onverminderde snelheid, onnodig links, en niet met de nodige
voorzichtigheid heeft gereden en/of
- (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate heeft gelet op het direct voor hem
en/of naast hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die weg en/of
- zich er (daarbij) niet, althans niet tijdig en/of in onvoldoende mate van heeft
vergewist dat er een tegenligger reed en/of
- (vervolgens) tegen voornoemde tegenligger is gereden/gebotst,
- terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste,
tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
2
hij op of omstreeks 9 september 2024 te Utrecht, een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd, na gebruik van een in artikel 2 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer aangewezen stof(fen) als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cannabis en/of alcohol, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen vermelde meetbare stoffen 2,2 milligram cannabis en/of 0,97 milligram ethanol bedroeg, in elk geval (telkens) zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde.
Bijlage II: Bewijsmiddelen
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
Een proces-verbaal van aanrijding, voor zover inhoudende:
Locatie ongeval
Datum: 9 september 2024
Adres: Europalaan
Plaats: Utrecht.
Verdachte: [verdachte] .
Betrokken partijen:
- Betrokkene 1: voertuig personenauto, [kenteken] Bmw, bestuurder: [slachtoffer] .
- Betrokken 2, voertuig: personenauto, BMW [kenteken] , bestuurder [verdachte] .
Bij het ongeval heeft [slachtoffer] letsel opgelopen.
Een proces-verbaal van forensisch onderzoek verkeer, voor zover inhoudende:
Wegsituatie:
Wij zagen dat de Europalaan uit één rijbaan bestond. De rijbaan was verdeeld in twee rijstroken voor verkeer in tegengestelde richting, die onderling gescheiden werden door een enkele doorgetrokken streep.
Interpretatie sporen:
Beide voertuigen hadden de voornaamste schade aan de linker voorzijde die naar rechts georiënteerd waren.
Op ongeveer 0,9 meter afstand vanaf de doorgetrokken streep in de middenas van de rijbaan, gezien vanuit de rijrichting van de witte BMW, was een krasspoor zichtbaar in het wegdek. In het krasspoor was los gruis aanwezig en er was geen vervuiling in dit krasspoor zichtbaar, waardoor wij deze interpreteerden als recent afgetekende krassporen.
De linker langsbalk van de witte BMW stak uit en aan de onderzijde waren recent ontstane krassporen aanwezig. De langsbalk is een hard onderdeel van een personenauto en in staat om een krasspoor in het wegdek af te tekenen.
Door de botsing tussen beide voertuigen, op de rijstrook van de witte BMW, dompte de voorzijde van de witte BMW en kwam de linker langsbalk in contact met het wegdek en veroorzaakte het krasspoor.
Als gevolg van de botsing werd de witte BMW naar achter opgeduwd en kwam met de rechter achterzijde op de geleiderail terecht.
Aan de hand van de schades en het aangetroffen krasspoor konden wij de botspositie en de botsplaats bij benadering vaststellen.
Op basis van het onderzoek op de plaats van het verkeersongeval en het voertuigonderzoek kon door ons het volgende gerelateerd worden.
Op 9 september 2024 reed de bestuurder van de blauwe BMW over de Europlaan te Utrecht. De bestuurder van de witte BMW reed in tegenstelde richting. Ter hoogte van de Jutphasebrug kwam de bestuurder van de blauwe BMW op de rijstrook van de tegemoetkomende witte BMW en botste met de linker voorzijde van het voertuig tegen de linker voorzijde van de witte BMW. Als gevolg van de botsing dompte de voorzijde van de witte BMW en tekende de linker langsbalk van de witte BMW af in het asfalt.
Een proces-verbaal van de verklaring van [getuige] op 9 september 2024, voor zover inhoudende:
9 september 2024 reed ik op de Europalaan te Utrecht. Ik zag dat er een blauwe BMW, voorzien van kenteken [kenteken] voor mij reed en lichtelijk aan het slingeren was. Ik zag dat er een witte bmw vanaf de Taludweg, richting de Jutfasebrug reed. Ik zag dat deze witte BMW op haar eigen rijvlak bleef rijden. Ik zag hierna dat de blauwe BMW naar links uitweek en met de voorkant van zijn voertuig over de doorgetrokken streep reed en frontaal tegen een witte BMW, voorzien van kenteken [kenteken] klapte.
Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring, voor zover inhoudende:
Patientdata: [slachtoffer] .
Bovengenoemde patiënte was opgenomen van 9-9-2024 tot en met 15-9-2024 op de afdeling Traumachirurgie.
Reden van opname
- Fractuur facet C7 links, proc transversus fractuur Th1 en L1 links
- Costa 1 fractuur (de rechtbank begrijpt: een gebroken rib)
- Induratie mesenterium ileocoecaal en sigmoid
- Mediale claviculafractuur rechts (de rechtbank begrijpt: een gebroken sleutelbeen)
- Distale radiusfractuur rechts (de rechtbank begrijpt: een gebroken pols)
- Distale fibulaschachtfractuur links (de rechtbank begrijpt: een breuk in het kuitbeen)
Operatie: 10-9-2024. Volaire plaatfixatie bij communitieve intra-articulaire
distale radiusfractuur rechts.
Een proces-verbaal van de verklaring van slachtoffer [slachtoffer] op 5 februari 2025, voor zover inhoudende:
Mijn pols is nog vrij pijnlijk en kan hem minimaal bewegen. Mogelijk moet ik door bot wat in de weg zit over 7/8 maanden nog geopereerd worden. Er zit namelijk een plaat in
Een proces-verbaal van rijden onder invloed, voor zover inhoudende:
Verdachte: [verdachte] .
Op 9 september 2024 heeft de arts bloed afgenomen conform Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.
Tevens heb ik het opdrachtformulier Toxicologisch onderzoek voorzien van een genummerde en op naam gestelde SIN-sticker "Analyse" met het nummer TACV7803NL.
Een rapport ‘drugs in het verkeer’, voor zover inhoudende:
Te onderzoeken materiaal: SIN TACV803NL, bloed van G. Cetin.
Tabel resultaten:
|
Aangewezen stof |
Meetbare stof |
Grenswaarde indien in combinatie gebruikt |
Eindresultaat in bloed met TACZ4199NL |
Rapportage eenheid |
|
Alcohol |
Ethanol |
0,20 |
0,97 |
miligram per mililiter |
|
Cannabis |
THC |
1,0 |
2,2 |
microgram per liter |