Strafrecht overig
Veroordeling wegens het gedurende een periode van meer dan 18 jaar een gewoonte maken van het verwerven en in…
Rechtbank Midden-Nederland, 11 augustus 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:5392 · Rechtbank Midden-Nederland · 11 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2026-5392
Zaakgegevens
Op 11 augustus 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Datum uitspraak
- 11 augustus 2026
- Datum publicatie
- 11 augustus 2026
- Zaaknummer
- 16/340629-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:5392
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling wegens het gedurende een periode van meer dan 18 jaar een gewoonte maken van het verwerven en in bezit hebben van kinderporno en het zich daartoe de toegang verschaffen. De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan het bezit van dierenporno. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd van 12 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en met oplegging van bijzondere voorwaarden.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/340629-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 11 augustus 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1949] in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.
1 Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van
28 juli 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
-
de verdachte;
-
de officier van justitie: mr. C.C. van Ravenhorst.
2 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
Feit 1
in de periode van 1 oktober 2005 tot en met 15 juli 2024 in Emmeloord kinderpornografische afbeeldingen en/of gegevensdragers met dergelijke afbeeldingen heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft en van dit misdrijf een beroep of gewoonte heeft gemaakt;
Feit 2
in de periode van 1 april 2024 tot en met 15 juli 2024 in Emmeloord dierenpornografische afbeeldingen en/of gegevensdragers met dergelijke afbeeldingen in bezit heeft gehad.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in de bijlage bij dit vonnis.
3 Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd.
Standpunt van de verdachte
De verdachte heeft de feiten bekend. De verdachte heeft ten aanzien van feit 1 aangevoerd dat hij niet de gehele ten laste gelegde periode kinderpornografisch materiaal heeft bekeken, gedownload en bewaard.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen feiten 1 en 2
De verdachte heeft bekend dat hij de feiten 1 en 2 heeft gepleegd, zoals deze hieronder bewezen zijn verklaard. Door hem is ook niet om vrijspraak van die feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
- het proces-verbaal van bevindingen van 16 juli 2024, genummerd MDRBD23030-14a, opgemaakt door verbalisanten van politie Midden-Nederland, met daarin bevindingen van deze verbalisanten
(pagina’s 17-18);
- het proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal, met bijlagen, van 12 februari 2025, genummerd MDRBD23030-16, opgemaakt door een verbalisant van politie Midden-Nederland, met daarin bevindingen van deze verbalisant
(pagina’s 35, 37-41, 47-50 (bijlage III), 51-52 (bijlage IIIa), p. 85-87 (bijlage II);
- het proces-verbaal van bevindingen van 13 februari 2025, genummerd 2023396188, opgemaakt door een verbalisant van politie Midden-Nederland, met daarin bevindingen van deze verbalisant
(pagina’s 58-61);
- het proces-verbaal van verhoor verdachte van 21 oktober 2025, genummerd MDRBD23030-21, opgemaakt door verbalisanten van politie Midden-Nederland, met daarin een bekennende verklaring van de verdachte.
(pagina’s 70, 75-80).
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
Bewijsoverwegingen
Pleegperiode (feit 1)
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat er twee periodes zijn geweest waarin hij kinderpornografisch materiaal heeft gedownload en bewaard. De eerste periode heeft geduurd van 2005 tot 2008, waarna hij is veroordeeld in 2008 door de rechtbank in Zwolle. De verdachte heeft verklaard dat hij daarna is gestopt met het bekijken van kinderporno. Hij heeft verder verklaard dat hij niet precies meer weet wanneer hij opnieuw is begonnen met het bekijken van kinderporno, maar dat hij denkt dat dit rond 2020 is geweest.
De rechtbank volgt de verdachte niet in deze op de zitting afgelegde verklaring. De verdachte heeft in het verhoor door de politie op 21 oktober 2025 verklaard dat dat hij 15 tot 20 jaar geleden is begonnen met het zoeken naar en bekijken van kinderporno en dat er in deze afgelopen 15 tot 20 jaar geen periode is geweest waarin hij daarmee is gestopt.
De rechtbank gaat uit van de verklaring van de verdachte bij de politie en acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte gedurende de gehele ten laste gelegde periode kinderporno heeft verworven, in bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft verschaft.
Gewoonte (feit 1)
Ook acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van dit feit. De verdachte heeft in het verhoor door de politie op 21 oktober 2025 verklaard dat hij in eerste instantie bijna iedere avond naar kinderporno keek, maar na het beëindigen van zijn vrijwilligerswerk, ook overdag keek en dat hij dat bijna dagelijks deed.
Gelet op deze verklaring van de verdachte, de hoeveelheid aangetroffen afbeeldingen en de periode waarover deze afbeeldingen zijn verkregen, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het verwerven en in bezit hebben van kinderporno en het zich daartoe de toegang verschaffen.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
Feit 1
op meer tijdstippen in de periode van 1 oktober 2005 tot en met 15 juli 2024 te Emmeloord, meermalen,
(in de periode van 1 oktober 2005 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
meer afbeeldingen en gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verworven, in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk de toegang heeft verschaft en
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 15 juli 2024, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven, in bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten:
- een harde schijf van het merk Toshiba,
- een laptop van het merk Toshiba en
- een laptop van het merk Lenovo
waarop te zien is dat:
die persoon vaginaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of voorwerp, door die persoon (laptop Lenovo: toonmap fotonummers 04, 05 en 06 Bijlage III pagina 48 en 49 van het einddossier)
en het geslachtsdeel en de billen van die persoon met een vinger/hand worden aangeraakt en/of die persoon het eigen geslachtsdeel en/of de eigen billen met een vinger/hand aanraakt (laptop Lenovo: toonmap fotonummer 07 Bijlage III pagina 50 van het einddossier),
en die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet en/of
- door de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht (harde schijf Toshiba: toonmap fotonummers 01, 02 en 03 Bijlage III pagina 47 en 48 van het einddossier)
terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte werd gemaakt;
Feit 2
op meer tijdstippen in de periode van 1 april 2024 tot en met 15 juli 2024 te Emmeloord,
(in de periode van 1 april 2024 tot en met 30 juni 2024, artikel 254a Wetboek van Strafrecht)
telkens afbeeldingen, te weten video’s en gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten een laptop van het merk Toshiba en een laptop van het merk Lenovo in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen ontuchtige handelingen zichtbaar zijn, waarbij een mens en een dier betrokken zijn of schijnbaar zijn betrokken, en
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 15 juli 2024, artikel 254c Wetboek van Strafrecht)
een visuele weergave van een seksuele handeling, waarbij een mens en een dier waren betrokken of schijnbaar waren betrokken, in bezit heeft gehad te weten
- een laptop van het merk Toshiba (bevattende 2 afbeeldingen) en
- een laptop van het merk Lenovo (bevattende 1 afbeelding)
waarop te zien is dat:
het lichaam van een (volwassen) persoon oraal en/of vaginaal wordt gepenetreerd door een dier. (laptop Toshiba: toonmap fotonummers 01 en 02 Bijlage IIIa pagina 51 en 52 van het einddossier).
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
(in de periode van 1 oktober 2005 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk de toegang daartoe verschaffen, terwijl hij van het plegen van dit misdrijf een gewoonte maakt;
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 15 juli 2024, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
een visuele weergave van seksuele aard en met een onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte wordt gemaakt;
Feit 2
(in de periode van 1 april 2024 tot en met 30 juni 2024, artikel 254a Wetboek van Strafrecht)
een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een ontuchtige handeling, waarbij een mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken, in bezit hebben;
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 15 juli 2024, artikel 254c Wetboek van Strafrecht)
een visuele weergave van een seksuele handeling waarbij een mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken in bezit hebben.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5 Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan een gedeelte van 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar, met oplegging van algemene en bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door Reclassering Nederland.
Standpunt van de verdachte
De verdachte heeft verklaard dat hij is geschrokken van de eis van de officier van justitie en dat hij is gestopt met het bekijken van kinder- en dierenporno.
Oordeel van de rechtbank
Aard en ernst van de feiten
De verdachte heeft zich gedurende een periode van meer dan 18 jaar schuldig gemaakt aan het downloaden en bewaren van kinderporno in de vorm van foto’s en video’s. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van dierenpornografisch materiaal.
Met het plegen van deze feiten heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van het seksueel misbruik van kinderen en dieren. Het misbruik en het maken van foto’s en filmpjes van dit misbruik blijven namelijk in stand, zolang deze beelden worden bekeken en gedownload.
Aan het strafbare handelen van de verdachte is slechts een einde gekomen door het ingrijpen van de dochter en de schoonzoon van de verdachte. Uit het dossier volgt dat de dochter en schoonzoon van de verdachte meerdere keren en op verschillende wijze hebben geprobeerd om de verdachte te laten stoppen met het bekijken van kinderpornografisch materiaal. Desondanks is hij doorgegaan met het bekijken en downloaden van dit materiaal. Deze dochter en schoonzoon hebben vervolgens melding gemaakt bij de politie, waarna de gegevensdragers van de verdachte in beslag zijn genomen.
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij het kwalijke van zijn handelen inmiddels inziet, maar dat hij eerder niet heeft nagedacht over de gevolgen voor de kinderen die slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik en het maken van beeldmateriaal van dit misbruik. De rechtbank neemt het de verdachte zeer kwalijk dat hij jarenlang zijn ogen heeft gesloten voor het enorme leed dat op deze wijze aan kinderen is aangedaan. Zelfs een eerdere veroordeling voor een soortgelijk feit, waarin ook juist in dat vonnis genoemd wordt dat er een wereld van kindermisbruik achter deze feiten schuilgaat, en voornoemde gesprekken met zijn dochter en schoonzoon hebben de verdachte er niet van weerhouden om door te gaan met zijn handelen. De verdachte heeft door zo te handelen zijn seksuele behoeftes een zeer lange periode boven de belangen van kinderen en dieren geplaatst.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank houdt rekening met de volgende stukken met betrekking tot de verdachte:
-
een uittreksel Justitiële documentatie (‘strafblad’) van 30 april 2026;
-
een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 17 februari 2026.
Uit het strafblad van de verdachte blijkt dat hij in het verleden, in 2008, voor een soortgelijk feit is veroordeeld, namelijk voor het bezit van kinderporno. Dit betekent dat de verdachte een gewaarschuwd man was en heel goed wist dat dit handelen verwerpelijk en strafbaar is.
Reclassering Nederland vindt het zorgelijk dat de verdachte geen contact meer heeft met zijn kinderen en kleinkinderen, omdat hij zich niet wilde conformeren aan hun verzoeken om te stoppen met het delictgedrag en om hulp te zoeken. In het rapport van 17 februari 2026 wordt benoemd dat de verdachte spijt betuigt, maar dat het onduidelijk is of dit is vanwege de schade bij de slachtoffers of vanwege de consequenties van zijn gedrag voor de verdachte zelf. De reclassering schat het empathisch vermogen van de verdachte in als verminderd. De verdachte lijkt zijn eigen gedrag te bagatelliseren. Hij geeft aan dat hij gestopt is met het kijken naar kinderporno. Ondanks meerdere interventies is de verdachte teruggevallen in delictgedrag en is er sprake van een hardnekkig patroon. De reclassering betwijfelt daarom of de verdachte in staat is om op eigen kracht blijvend te stoppen en dit vol te houden. Gezien ook de zorgen om onder andere de dagbesteding en het sociale isolement van de verdachte, wordt geadviseerd om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden.
Straf en maatregel
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden, zoals hierboven omschreven.
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor het verwerven en in bezit hebben van kinderpornografische weergaven en zich daartoe de toegang verschaffen, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar wanneer van het plegen van dat feit een gewoonte is gemaakt. Daarbij moet rekening worden gehouden met de omstandigheden per geval, waardoor een straf lager maar ook hoger passend kan zijn. Zeker gelet op de lange pleegperiode en de eerdere veroordeling van de verdachte, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats is. De rechtbank oordeelt dat niet kan worden volstaan met het opleggen van een andere of minder zware straf dan gevangenisstraf. Een lichtere strafrechtelijke afdoening zou geen recht doen aan de aard en de ernst van de feiten en de herhaling van seksuele misdrijven tegen kinderen.
Het opleggen van een straf dient meerdere doelen. Enerzijds geldt preventie, anderzijds ook vergelding.
Preventie
De rechtbank kan zich verenigen met de conclusies en adviezen in het reclasseringsrapport en neemt deze over. De rechtbank acht het van groot belang dat de verdachte wordt behandeld en dat er toezicht op de verdachte wordt gehouden. De rechtbank vindt ook daarom een fors voorwaardelijk deel passend en geboden. Zij houdt daarbij rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De woning van de verdachte is, op dit moment, één van de weinige beschermende factoren. Het is belangrijk dat de verdachte daarom zijn woning kan behouden.
Gelet op dit alles zal de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen van 12 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een (lange) proeftijd van 3 jaar. Dit betekent dat de verdachte 4 maanden naar de gevangenis moet en hem nog 8 maanden gevangenisstraf boven het hoofd hangen als hij zich niet aan de voorwaarden houdt. Het forse voorwaardelijke strafdeel en de lange proeftijd zijn bedoeld om de verdachte ervan te weerhouden ooit nog een (soortgelijk) strafbaar feit te plegen. Aan het voorwaardelijke strafdeel zal de rechtbank de (bijzondere) voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door Reclassering Nederland.
Vergelding
De rechtbank zal de verdachte daarnaast een taakstraf opleggen voor de duur van 240 uur. Dit betreft het maximale aantal uren dat als taakstraf kan worden opgelegd. De rechtbank acht een taakstraf van deze omvang noodzakelijk, gelet op het feit dat de op te leggen gevangenisstraf grotendeels in voorwaardelijke vorm wordt opgelegd. Indien de verdachte deze taakstraf niet of niet naar behoren verricht, zal deze worden vervangen door 120 dagen hechtenis.
6 Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 240b, 252, 254, 254a en 254c van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
7 Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
-
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
-
verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
Strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde;
Straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 8 (acht) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast;
- als voorwaarden gelden dat de verdachte:
* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte gedurende de proeftijd:
* zich zal melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak zal de verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan, melden bij Reclassering Nederland op het adres Middendreef 293 in Lelystad;
* zich zal laten behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de inhoud en de wijze van behandeling. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;
* zich zal inspannen voor het vinden en behouden van vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;
* openheid zal geven betreffende zijn sociaal netwerk;
* digitale omgevingen betreffende seksueel misbruik van kinderen zal vermijden, in die zin dat de verdachte:
1. digitale omgevingen zal vermijden waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
2. digitale omgevingen zal vermijden waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
3. geen gebruik zal maken van virtuele machines, versleutelprogramma's (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
4. inzicht zal geven in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en zal bespreken hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de verdachte in gebruik heeft.
De verdachte zal meewerken aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die hij in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.
De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal drie keer per jaar worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de verdachte;
- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur;
- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.F. Hammerle, voorzitter, mrs. T. van Haaren-Paulus en F.D.M. Osinga, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.T. Brassé, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2026.
Bijlage: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij:
Feit 1
op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2005 tot en met 15 juli 2024 te Emmeloord, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 1 oktober 2005 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 15 juli 2024, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten:
- een harde schijf van het merk Toshiba (bevattende 42.583 afbeeldingen),
- een laptop van het merk Toshiba (bevattende 11 afbeeldingen) en/of
- een laptop van het merk Lenovo (bevattende 1553 afbeeldingen)
waarop te zien is dat:
die persoon vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of voorwerp, door die persoon (laptop Lenovo: toonmap fotonummers 04, 05 en 06 Bijlage III pagina 48 en 49 van het einddossier)
en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon met een vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt en/of die persoon het eigen geslachtsdeel en/of de eigen billen met een vinger/hand aanraakt (laptop Lenovo: toonmap fotonummer 07 Bijlage III pagina 50 van het einddossier),
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht (harde schijf Toshiba: toonmap fotonummers 01, 02 en 03 Bijlage III pagina 47 en 48 van het einddossier)
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt;
Feit 2
op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2024 tot en met 15 juli 2024 te Emmeloord, althans in Nederland,
(in de periode van 1 april 2024 tot en met 30 juni 2024, artikel 254a Wetboek van Strafrecht)
(telkens) afbeeldingen, te weten video’s, en/of een gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten een laptop van het merk Toshiba en/of een laptop van het merk Lenovo in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen ontuchtige handelingen zichtbaar zijn, waarbij een mens en een dier betrokken zijn of schijnbaar zijn betrokken,
en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 15 juli 2024, artikel 254c Wetboek van Strafrecht)
een visuele weergave van een seksuele handeling, waarbij een mens en een dier waren betrokken of schijnbaar waren betrokken, in bezit heeft gehad te weten
- een laptop van het merk Toshiba (bevattende 2 afbeeldingen) en/of
- een laptop van het merk Lenovo (bevattende 1 afbeelding)
waarop te zien is dat:
het lichaam van een (volwassen) persoon oraal en/of vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd door een dier (laptop Toshiba: toonmap fotonummers 01 en 02 Bijlage IIIa pagina 51 en 52 van het einddossier).