Strafrecht overig

Verlenging tbs met dwangverpleging met één jaar. De betrokkene is een passant, maar heeft in de PI al een…

Rechtbank Midden-Nederland, 15 september 2026

Zaakgegevens

Op 15 september 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
15 september 2026
Datum publicatie
15 september 2026
Zaaknummer
16072938.23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:6339
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verlenging tbs met dwangverpleging met één jaar. De betrokkene is een passant, maar heeft in de PI al een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Mogelijk is dit een gunstig voorteken voor zijn verdere behandeling in de kliniek. Verlenging met één jaar biedt de mogelijkheid om over een jaar een geactualiseerd inzicht te krijgen in de diagnostiek en het op dat moment geldende risico op herhaling van delictgedrag. De rechtbank betreft ook dat een hoog beveiligingsniveau niet noodzakelijk is, zodat er mogelijkheden zijn voor verschillende vormen van behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16.072938.23 (vordering verlenging tbs)

Datum uitspraak: 15 september 2026

Datum zitting: 1 september 2026

Beslissing op vordering verlenging terbeschikkingstelling (tbs)

van de betrokkene:

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] , Iran,

verblijvend in Penitentiaire Inrichting [locatie] .

Advocaat van de betrokkene: mr. M. Mulderij-Anker (hierna: de advocaat)

Officier van justitie: mr. A.L. Rinsma

1 Terbeschikkingstelling

Deze rechtbank heeft bij vonnis van 11 juli 2024 de betrokkene veroordeeld voor een poging tot zware mishandeling, een bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht en een bedreiging met zware mishandeling en hem (onder meer) de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege (hierna: tbs met dwangverpleging) opgelegd.

De tbs is niet in duur gemaximeerd.

De tbs is ingegaan op 27 augustus 2024. De betrokkene verblijft sinds de oplegging van de maatregel nog steeds in detentie, in afwachting van plaatsing in de Forensisch Psychiatrische Kliniek [instelling] (hierna: de kliniek). De betrokkene is dus een zogenaamde passant en de behandeling in het kader van de tbs is nog niet begonnen.

2 Procedure

Vordering

De officier van justitie heeft op 24 juli 2026 gevorderd dat de tbs met twee jaar wordt verlengd.

Stukken

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- het bovengenoemde vonnis in de strafzaak;

- het advies van de kliniek van 24 juni 2026.

Zitting

Op de zitting zijn gehoord:

  • de officier van justitie;

  • de betrokkene;

  • de advocaat.

Er is geen deskundige van de kliniek opgeroepen, omdat de betrokkene daar nog niet verblijft.

3 Advies

De betrokkene verblijft nog niet in de kliniek, maar de GZ-psycholoog van de kliniek heeft wel al een gesprek gevoerd met de betrokkene. Op basis van dat gesprek en op basis van de eerdere rapporten adviseert de kliniek de tbs met dwangverpleging te verlengen met twee jaar. Het standpunt is - kort gezegd - dat er bij de betrokkene nog sprake is van een stoornis. Ook is het risico op herhaling van delictgedrag nog aanwezig. Dit risico wordt bij onmiddellijke beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog. De verwachting is weliswaar dat de betrokkene in de periode van de duur van de verlenging kan starten met zijn behandeling, maar die behandeling zal ten minste een diagnostische fase inhouden om tot een inschatting te kunnen komen hoe de resocialisatie verantwoord kan verlopen. Dan kan in het meest gunstige geval in het eerste jaar worden geoefend met verloven en in het tweede jaar kan dat leiden tot het opbouwen van beschermende factoren als een stabiele woonplek en dagbesteding. Het is onwaarschijnlijk dat volledige resocialisatie in de loop van de komende twee jaar kan worden behaald.

4 Standpunten

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op de zitting gevorderd dat de tbs met een jaar wordt verlengd. Daarmee is hij afgeweken van de vordering die hij schriftelijk heeft ingediend. De officier van justitie vindt van belang dat de betrokkene al langdurig stabiel is. Hij wil met de verlenging van de tbs met een jaar niet alleen een vinger aan de pols houden met betrekking tot de plaatsing van de betrokkene in een FPK, maar ook het verloop van de behandeling monitoren.

Standpunt van de advocaat

De advocaat verzoekt de tbs te verlengen met één jaar. Ze benoemt nogmaals de schrijnende gevolgen van de passantenproblematiek. De betrokkene wacht nu al ruim twee jaar op plaatsing in een FPC. Positief is dat hij in de PI al lange tijd stabiel gedrag laat zien. Hij heeft ook goed contact met het personeel in de PI, luistert goed en gebruikt zijn medicatie. Met de antipsychotica is hij gestopt. Duidelijk is ook dat de betrokkene geen hoog beveiligingsniveau nodig heeft. Onder die omstandigheden is niet uit te sluiten dat hij snel stappen zal zetten als hij eenmaal in de kliniek terecht kan en over een jaar toe is aan een mildere vorm van behandeling dan dwangverpleging.

5 Beoordeling

De rechtbank komt op grond van de stukken en wat op de zitting is besproken tot het volgende oordeel.

Maximale duur van de tbs

De tbs maatregel is opgelegd voor misdrijven die zijn gericht tegen en/of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De tbs is daarom niet in duur gemaximeerd. Verlenging van de tbs is dus mogelijk.

Gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis en herhalingsgevaar

De rechtbank stelt op basis van het hiervoor genoemde advies vast dat bij de betrokkene nog altijd sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis, namelijk een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis.

Zonder behandeling van dit toestandsbeeld wordt het risico op gewelddadige recidive als hoog ingeschat. Dat hoge risico op herhaling van gewelddadig delictgedrag geldt dus bij onmiddellijke beëindiging van de tbs.

In het advies worden meerdere risicofactoren beschreven. Er is sprake van eerder gewelddadig gedrag, antisociale gedragingen in de volwassenheid en terugkerende problemen in relationele sfeer. Daarnaast is er een geschiedenis van middelengebruik en een vastgestelde psychische stoornis. Ook zijn er aanwijzingen voor belastende en mogelijk traumatische ervaringen, waaronder pestervaringen, blootstelling aan oorlogsgeweld en het verlies van zijn vader. In het verleden was sprake van een beperkte en wisselende behandelrespons. Ten slotte wordt de betrokkene in eerdere rapportages beschreven als zorgmijdend.

Verlenging van de maatregel

Gelet op het voorgaande eisen de veiligheid van anderen en/of de algemene veiligheid van personen dat de tbs maatregel wordt verlengd.

Verloop van de maatregel en doel van de behandeling

Voor de bepaling van de duur van de verlenging zijn het verloop en doel van de behandeling van belang.

Zoals hiervoor al beschreven, wacht de betrokkene nog op plaatsing in de kliniek. Binnen het reguliere detentieregime in de PI functioneert hij al een lange periode stabiel. Er is een periode geweest waarin sprake leek van enige destabilisatie, maar dat nam spontaan af, zonder aanvullende interventies. De betrokkene lijkt zelf in staat om dergelijke periodes tijdig te herkennen en hierop te reageren door zich tijdelijk wat terug te trekken. Hij werkt verder goed mee met zijn begeleiders, reageert goed op interventies van het personeel, is doorgaans vriendelijk in het contact en communiceert open en eerlijk over wat hem bezighoudt.

De betrokkene is gestopt met zijn antipsychotica, zonder dat er duidelijke signalen zijn van een toename van verwardheid of andere psychische ontregeling. Beschermende factoren lijken onder meer gelegen in zijn huidige stabiliteit, zijn adequate samenwerking met personeel en zijn vermogen om beginnende ontregeling te herkennen en hierop te reageren.

Op dit moment ontvangt hij verder geen behandeling, waardoor onvoldoende zicht bestaat op zijn huidige behandelmotivatie en samenwerkingshouding binnen een therapeutische context.

In de eerdere rapportages is bepaald dat een hoog beveiligingsniveau niet noodzakelijk is. Om die reden is een FPK, zoals [instelling] , passend geacht.

Duur van de verlenging

De rechtbank heeft als uitgangspunt dat de tbs verlengd moet worden met een termijn van twee jaar, als aannemelijk is dat de behandeling en resocialisatie van de betrokkene nog langer dan een jaar duurt. Volgens de inschatting van de kliniek zal dat hier het geval zijn.

Alleen in geval van bijzondere omstandigheden kan van het uitgangspunt van verlenging met twee jaar worden afgeweken. De rechtbank oordeelt dat in dit geval van zulke bijzondere omstandigheden sprake is en zal dit hierna toelichten.

De betrokkene is buiten zijn toedoen nog altijd niet aan zijn behandeling begonnen. Toch is duidelijk geworden dat hij gedurende zijn lange tijd in detentie ook zonder behandeling al een ontwikkeling heeft doorgemaakt. Hij functioneert daar al lange tijd stabiel. Het lijkt er dus op dat hij in staat is te profiteren van de geboden structuur in detentie. Mogelijk is dit een gunstig voorteken voor het verloop van zijn behandeling in de kliniek. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank het wenselijk om het verloop van de behandeling extra goed te volgen. Een verlenging met één jaar biedt die mogelijkheid. In dat geval kan over een jaar ook een geactualiseerd inzicht worden gegeven over de diagnostiek en het op dat moment geldende risico op herhaling van delictgedrag. De rechtbank betrekt hierbij ook dat uit eerdere rapporten volgt dat een hoog beveiligingsniveau voor de betrokkene niet noodzakelijk is. Dat biedt mogelijkheden voor verschillende vormen van behandeling.

Dat de plaatsing van de betrokkene nog steeds niet is gerealiseerd, acht de rechtbank onacceptabel. Het levert een schrijnende situatie op voor de betrokkene. Op zichzelf is dit geen grond voor verlenging met één jaar, maar in de situatie zoals hiervoor omschreven, draagt deze omstandigheid daar wel aan bij. Een verlenging met één jaar biedt de rechtbank ook de mogelijkheid om de plaatsing van de betrokkene in de kliniek actief te (blijven) volgen.

Ondanks deze beslissing, benadrukt de rechtbank dat zij niet de taak en de mogelijkheid heeft om de problematiek van tbs-passanten op te lossen. Zij ziet het echter wel als haar verantwoordelijkheid om deze problematiek (blijvend) onder de aandacht te brengen. De rechtbank roept, in het licht van het voorgaande, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op de passantenproblematiek met de hoogste prioriteit aan te pakken.

De rechtbank zal de tbs maatregel van de betrokkene dus verlengen met één jaar.

6 Beslissing

De rechtbank:

verlengt de tbs met dwangverpleging van [betrokkene] met een jaar.

Deze beslissing is genomen door:

mr. G.A. Bos, voorzitter,

mr. L.M. Reijnierse en mr. G.K.L. de Wijkerslooth de Weerdestein, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.W.M. Raedts, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 15 september 2026.