Strafrecht overig
Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank Midden-Nederland, 25 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6652 · Rechtbank Midden-Nederland · 25 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2026-6652
Zaakgegevens
Op 25 september 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 25 september 2026
- Datum publicatie
- 29 september 2026
- Zaaknummer
- 16.044605.25, 16.071899.24 (vordering tul) H
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:6652
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Herstelvonnis.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummers: 16.044605.25, 16.071899.24 (vordering tul)
vonnis tot herstel van het op 25 september 2026 uitgesproken vonnis van de rechtbank Midden-Nederland
in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [2008] in [geboorteplaats] ,
wonende op de [adres] in [adres] .
1 Het onderdeel van het vonnis dat moet worden hersteld
Na de uitspraakdatum is de rechtbank gebleken dat het dictum van voormeld vonnis twee fouten bevat, namelijk: (i) de naam van één van de benadeelde partijen blijkt onjuist in het dictum te zijn opgenomen en (ii) bij de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde werkstraf is ten onrechte de vervangende jeugddetentie niet in het dictum opgenomen.
De rechtbank zal ten behoeve van de executie van deze beslissingen het eerder uitgesproken vonnis herstellen door verbetering van het dictum.
2 De beslissing
De rechtbank:
- handhaaft haar beslissing van 25 september 2026, met herstel van een kennelijke misslagen in het dictum als volgt en wijzigt (wijzigingen dikgedrukt):
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [nabestaande 4] (feit 1)
-
wijst de vordering van [nabestaande 4] toe tot een bedrag van €17.622,50, bestaande uit € 122,50 aan materiële schade en € 17.500,-, aan immateriële schade (affectieschade);
-
veroordeelt [verdachte] tot betaling aan [nabestaande 4] van het toegewezen bedrag,
-
vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 17.500,- vanaf 19 december 2024; over een bedrag van € 122,50 vanaf 23 september 2025, telkens tot de dag van volledige betaling;
-
wijst de vordering van [nabestaande 4] voor wat betreft het meer gevorderde af;
vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf van parketnummer 16.071899.24
-
wijst de vordering toe;
-
gelast de tenuitvoerlegging van de door de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 9 juli 2024 opgelegde voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van 20 uren;
-
bepaalt dat indien de werkstraf niet of niet naar behoren verricht wordt, daar vervangende hechtenis voor de duur van 10 dagen tegenover staat;
- bepaalt dat de griffier dit vonnis doet hechten aan het originele vonnis van 25 september 2026 en dit vonnis per brief ter kennis doet brengen van de verdachte, de raadsvrouw, de officier van justitie en de benadeelde partij.
Dit herstelvonnis is gewezen door mr. C. van Wambeke, voorzitter, mr. H.A. Gerritse en mr. K. de Meulder, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Kiestra, griffier.
De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit herstelvonnis mede te ondertekenen.