Socialezekerheidsrecht

Mate van arbeidsongeschiktheid verhoogd, arbeidsongeschiktheidsklasse ongewijzigd. Onveranderde…

Rechtbank Noord-Holland, 4 juli 2016

Zaakgegevens

Op 4 juli 2016 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
4 juli 2016
Datum publicatie
29 juni 2016
Zaaknummer
AWB - 15 _ 4568
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2016:5323
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mate van arbeidsongeschiktheid verhoogd, arbeidsongeschiktheidsklasse ongewijzigd. Onveranderde WGA-uitkering. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: 15/4568

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juli 2016 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. W.P.J.M. van Gestel),

en

de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Smithuysen).

Procesverloop

Bij besluit van 4 februari 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat de hoogte van de vervolguitkering die eiser ontvangt niet wijzigt. Verder bedraagt de mate van arbeidsongeschiktheid per 1 mei 2014 77,73%.

Bij besluit van 23 september 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser gegrond verklaard voor zover gericht tegen het arbeidsongeschiktheidpercentage (thans 78,26%) en de resterende verdiencapaciteit.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 maart 2016. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak verlengd.

Overwegingen

1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan.

1.1

Eiser werkte als voorman reparatie onderhoud en APK gedurende 40 uur per week.

1.2.

Op 3 april 2008 heeft hij zich ziek gemeld.

Bij besluit van 7 april 2010 is aan eiser met ingang van 1 april 2010 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) toegekend berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%. Bezwaar, beroep en hoger beroep (ECLI:NL:CRVB:2013:821) hebben niet tot een andere uitkomst geleid.

1.3.

Met ingang van 1 februari 2012 ontvangt eiser een vervolguitkering gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Het daartegen gerichte beroep heeft de rechtbank in haar uitspraak van 29 januari 2014 ongegrond verklaard (zaaknummer 12/5630).

1.4.

Eiser heeft zich toegenomen arbeidsongeschikt gemeld na een val op 29 juli 2013.

Bij besluit van 3 december 2013 heeft verweerder eiser meegedeeld dat zijn vervolguitkering niet wijzigt. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 13 mei 2014 ongegrond verklaard waarna eiser beroep heeft ingesteld bij de rechtbank (zaaknummer 14/2495). In haar uitspraak van 4 maart 2015 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep (zaaknummer 15/1957).

1.5.

Eiser heeft zich op 16 oktober 2014 met ingang van 1 mei 2014 toegenomen arbeidsongeschikt gemeld.

Op 17 december 2014 is hij door verzekeringsarts onderzocht die een rapport heeft opgesteld gedateerd 19 december 2014. De verzekeringsarts heeft aanleiding gezien om de FML per 1 mei 2014 aan te passen op nek- en armbelasting. Als gevolg hiervan heeft de arbeidsdeskundige onderzoek verricht en een rapport opgesteld gedateerd 7 januari 2015.

Verweerder heeft vervolgens op 4 februari 2015 beslist zoals hiervoor is weergegeven.

2. Verweerder verwijst ter onderbouwing van zijn standpunt naar het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 11 augustus 2015 en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 8 september 2015.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) juist is vastgesteld. Op basis hiervan zijn functies geduid. Eén voorbeeldfunctie is komen te vervallen op grond waarvan het arbeidsongeschiktheidspercentage is gewijzigd van 77,73 naar 78,26%. De resterende verdiencapaciteit is vastgesteld op € 830,63. Eiser voldoet niet aan de inkomenseis omdat hij niet werkt. Hij komt dan onveranderd in aanmerking voor een WGA-vervolguitkering. De hoogte hiervan wijzigt niet omdat eiser in dezelfde arbeidsongeschiktheidsklasse (65-80%) ingedeeld blijft.

3. Eiser voert aan dat zijn belastbaarheid is overschat met name op het beoordelingsaspect ‘lopen’. Eiser stelt dat hij maximaal 100m kan lopen terwijl in de FML wordt vermeld dat hij één uur kan lopen. Daarbij komt dat eiser alleen kan lopen met behulp van krukken. Hier wordt geen rekening mee gehouden. Ter onderbouwing van deze stelling verwijst eiser naar de brief van revalidatie-arts [revalidatiearts 1] van 17 april 2014, de brieven van revalidatie-arts [revalidatiearts 2] van 11 juli 2014, 26 februari 2015 en 4 mei 2015 en het rapport van verzekeringsarts-medisch adviseur [verzekeringsarts-medisch adviseur] van 11 december 2015 ( [naam 1] medisch adviesbureau).

Eiser voert ook aan dat hij last heeft van tintelingen in zijn vingers door het leunen op de ellebogen.

Verder heeft hij sinds zijn elfde jaar longklachten die vallen onder astma. Hij is hiervoor onder behandeling geweest bij een longarts. Voor deze klachten is eiser aangewezen op medicatie - Ventolin - die hij de rest van zijn leven moet innemen. De verzekeringsarts heeft geen beperkingen aangenomen voor longklachten. De verzekeringsarts [verzekeringsarts-medisch adviseur] verwijst hier ook naar.

De neurochirurg [neurochirurg] concludeert in haar brief van 14 maart 2016 dat eiser een nekhernia heeft die al 2 jaar voortduurt en derhalve ook op de datum in geding.

Na een val in juli 2013 kreeg eiser knieklachten. Eiser verwijst naar het rapport van orthopedisch chirurg [orthopedisch chirurg 1] van 23 mei 2014. Naast enkelklachten heeft eiser ook voetklachten.

4. Beoordeeld dient te worden of eiser per 1 mei 2014 toegenomen arbeidsongeschikt is.

De rechtbank overweegt als volgt.

5. Voor het oordeel dat het medisch onderzoek niet voldoende zorgvuldig of onvolledig zou zijn, bestaan geen aanknopingspunten. De verzekeringsarts heeft psychisch en lichamelijk onderzoek verricht. Verder heeft de verzekeringsarts informatie uit de behandelend sector betrokken te weten een brief van neuroloog [neuroloog] van 15 oktober 2014 en een brief van orthopedisch chirurg [orthopedisch chirurg 2] van 27 oktober 2014.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft dossieronderzoek verricht en eiser tijdens de hoorzitting bevraagd. Verder verkreeg de verzekeringsarts bezwaar en beroep informatie van revalidatie-arts De [revalidatiearts 1] van 17 april 2014 en orthopedisch chirurg [orthopedisch chirurg 1] van 23 mei 2014 en orthopedisch chirurg [orthopedisch chirurg 2] van 27 oktober 2014.

6.1.

Er bestaan geen aanknopingspunten te twijfelen aan de juistheid van de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.

Voor eisers arm- en nekklachten die worden beschreven in de informatie van de behandelend sector heeft de verzekeringsarts per 1 mei 2014 aanvullende beperkingen aangenomen in de FML op de aspecten arm- en nekbelasting. De beperkingen veroorzaakt door de achillespeesklachten vallen volgens de verzekeringsarts binnen de eerder in de FML vastgestelde beperkingen. Uit zijn rapport blijkt dat de verzekeringsarts eisers astma en de hiervoor voorgeschreven medicatie bij zijn beoordeling heeft betrokken.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep zag geen aanleiding om de FML verder te wijzigen.

Hierin worden reeds beperkingen aangegeven in de rubriek Persoonlijk functioneren. Eiser is aangewezen op werk zonder veelvuldige deadlines of productiepieken waarbij productiematig werk wel is toegestaan. Ook is hij aangewezen op werk zonder verhoogd persoonlijk risico. Eiser mag beroepsmatig geen auto rijden.

Met betrekking tot de rubriek Sociaal functioneren is eiser beperkt op het aspect omgaan met conflicten waarbij sprake is van agressieve of onredelijke mensen. In verband met zijn rechterenkel en nekwerkwervelkolom is eiser beperkt voor trillingsbelasting in de rubriek Aanpassing aan fysieke omgevingseisen.

In de rubriek Dynamische handelingen worden onveranderd de volgende beperkingen per 1 mei 2014 aanwezig geacht: schroefbewegingen met hand en arm, frequent reiken tijdens het werk, frequent buigen tijdens het werk, duwen of trekken, tillen of dagen, frequent lichte voorwerpen hanteren tijdens het werk, frequent zware lasten hanteren tijdens het werk en hoofdbewegingen maken. Eiser heeft - onder verwijzing naar informatie uit de behandelend sector - aangevoerd dat hij maximaal 100m kan lopen. In de FML is reeds een beperking aangenomen voor lopen te weten een kwartier achtereen oftewel lopen naar de brievenbus. Voor lopen tijdens het werk is eiser beperkt voor een deel van de werkdag te weten gedurende 1 uur. De belastbaarheid wordt uitgedrukt in tijd en niet in afstand. Uit het rapport van de verzekeringsarts blijkt dat hij rekening heeft gehouden met het feit dat eiser loopt met krukken.

Verder is in deze rubriek een beperking aangenomen voor trappenlopen, klimmen, knielen of hurken. Eiser is beperkt voor staan en lopen samen voor ongeveer 2 uur per dag.

Ook in de rubriek Statische houdingen zijn beperkingen aangenomen voor zitten, zitten tijdens het werk, staan, staan tijdens het werk, geknield of gehurkt actief zijn gebogen en/of getordeerd actief zijn bovenschouderhoogte actief zijn en wederom staan en lopen samen voor ongeveer 2 uur per dag.

Ook voor werktijden is eiser beperkt. Hij kan niet ’s nachts werken en maximaal 5 uur per dag en maximaal 20 uur per week.

De rechtbank is van oordeel dat met deze beperkingen in voldoende mate rekening is gehouden met de psychische en lichamelijke klachten van eiser. De verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep hebben adequaat en inzichtelijk gemotiveerd dat geen aanleiding bestaat aanvullende beperkingen aan te nemen. Niet is gebleken dat niet alle klachten van eiser aan de orde zijn gekomen. Eiser heeft in dit verband niet aangegeven welke medische informatie de verzekeringsarts bezwaar en beroep bij zijn onderzoek had moeten betrekken. Voorts wijst de rechtbank erop dat het de taak is van de verzekeringsarts om de bij eisers bestaande beperkingen voor het verrichten van arbeid weer te geven in de FML. De verzekeringsarts is daarvoor opgeleid en het vaststellen van beperkingen behoort tot zijn specifieke deskundigheid en taak.

6.2.

Eiser heeft zijn stelling dat voor hem meer beperkingen moeten worden aangenomen niet voldoende onderbouwd. Eiser heeft in beroep verwezen naar informatie van de revalidatiearts [revalidatiearts 1] van 17 april 2014, orthopeed [orthopedisch chirurg 1] van 23 mei 2014, neuroloog [neuroloog] van 15 oktober 2014 en orthopeed [orthopedisch chirurg 2] van 27 oktober 2014. Deze stukken zijn door de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep bij hun beoordeling betrokken.

Verder heeft eiser verwezen naar informatie van verzekeringsarts [verzekeringsarts-medisch adviseur] van 11 december 2015, orthopeed [othopeed] van 1 december 2015, 12 januari 2016 en neuroloog [neuroloog] van 16 februari 2016. Aanvullend heeft eiser verwezen naar informatie van neurochirurg [neurochirurg] van 14 maart 2016. De rechtbank is van oordeel dat deze informatie ziet op een andere periode dan de datum in geding, te weten 1 mei 2014.

Op 22 maart 2016 heeft eiser informatie van longarts [longarts] van 14 oktober 1992, formulieren en informatie van het [naam 2] Ziekenhuis van 18 maart 2016 met betrekking tot allergieën in het geding gebracht. Aanvullend heeft eiser op 23 maart 2016 informatie van orthopeed [orthopeed] van 23 maart 2016, een invalideparkeerkaart en de bijsluiter voor het medicijn Flixotide in het geding gebracht. Met betrekking tot de op 22 en 23 maart 2016 ingebracht informatie is de rechtbank van oordeel dat deze één week voor de zitting is ingebracht zodat verweerder daar niet adequaat op heeft kunnen reageren. De rechtbank zal deze stukken dan ook verder buiten beschouwing laten.

Nu de gestelde verdergaande dan wel andere beperkingen niet met objectief medische bevindingen zijn onderbouwd, en gebaseerd zijn op de subjectieve klachtenbeleving van eiser, wordt zonder aan die beleving afbreuk te willen doen, geen aanleiding gezien om de door verweerder vastgestelde beperkingen als onjuist aan te merken. Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding om een deskundige te benoemen. De rechtbank is van oordeel dat de medische grondslag van het besluit voldoende is onderbouwd en in stand kan blijven.

7.1.

Naast de medische grondslag moet de rechtbank beoordelen of de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit juist is. Daartoe moet de rechtbank beoordelen of de geselecteerde functies geschikt zijn voor eiser, rekening houdend met de beperkingen die hij heeft, zoals opgenomen in de FML van 19 december 2014. Verweerder heeft aan de schatting van de mate van arbeidsongeschiktheid de functies samensteller elektrotechnische apparatuur (sbc-code 267050), administratief medewerker (sbc-code 315090) en samensteller kunststof- en rubberproducten ( sbc-code 271130) ten grondslag gelegd. In alle functies komen signaleringen (mogelijke overschrijdingen van de belastbaarheid) voor.

7.2.

Eiser heeft aangevoerd dat de functies zijn belastbaarheid te boven gaan. Met name de functie samensteller kunststof- en rubberproducten, in verband met het aspect lopen.

De rechtbank stelt vast dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in de rapportage van 22 september 2015 een toelichting heeft gegeven op deze signaleringen. Hieruit blijkt dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de belasting van de geduide functies en zijn motivering bij de geschiktheid van de functies heeft voorgelegd aan de verzekeringsarts bezwaar en beroep en deze heeft besproken. Daarnaast is aandacht besteed aan de totale belasting van de functies. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had geen bezwaren ten aanzien van de belasting van de functies. De rechtbank kan de in deze rapportage verwoorde toelichting volgen en houdt deze voor juist.

8. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder terecht en op goede gronden heeft vastgesteld dat eiser per 1 mei 2014 niet toegenomen arbeidsongeschiktheid is in die zin dat de arbeidsongeschiktheidsklasse niet wijzigt. De rechtbank zal het beroep dan ook ongegrond verklaren. Op basis van deze uitkomst ziet de rechtbank geen aanleiding verweerder te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding. Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.J. de Lange, rechter, in aanwezigheid van

E.A.D. Horn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2016.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.