Civiel recht overig
Artikel 284 Faillissementswet. Afwijzen toelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Piloten
Rechtbank Noord-Holland, 1 september 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:7349 · Rechtbank Noord-Holland · 1 september 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2016-7349
Zaakgegevens
Op 1 september 2016 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 1 september 2016
- Datum publicatie
- 1 september 2016
- Zaaknummer
- 243016 en 243017
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2016:7349
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Artikel 284 Faillissementswet. Afwijzen toelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Piloten
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Afdeling Privaatrecht
Sectie Handel & Insolventie
rekestnummers: C/15/243016 en C/15/243017
vonnis van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 26 juli 2016
[verzoeker1] en [verzoeker2],
beiden wonende te [adres],
hierna te noemen: verzoekers.
Op 12 mei 2016 hebben verzoekers een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het verzoekschrift is behandeld ter terechtzitting van 11 juli 2016. Daarbij zijn verzoekers gehoord.
De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van verzoekers in Nederland ligt.
Op grond van artikel 284 lid 1 Faillisementswet (Fw) kan een natuurlijk persoon, indien redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, verzoeken de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De rechtbank stelt op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting vast dat verzoekers een gezamenlijke schuld hebben aan ABN AMRO Bank N.V. (verder: ABN AMRO) ten bedrage van € 298.582,93. Het betreft onder meer een tweetal leningen aangegaan voor de financiering van de pilotenopleidingen van verzoekers. Na voltooiing van de opleiding zijn verzoekers er niet in geslaagd om werk te vinden als piloot en gelet op de tijd die na afronding van de opleiding is verstreken, is de kans op het vinden van een baan als piloot volgens verzoekers inmiddels nihil. Verzoekers hebben tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij alsnog bereid zijn om met ABN AMRO te spreken over afbetaling van de schuld, als daarbij rekening wordt gehouden met hun financiële situatie. Uit de brief van ABN AMRO van 16 februari 2016 maakt de rechtbank op dat
ABN AMRO eveneens bereid is in overleg te treden met verzoekers om tot een passende schuldregeling te komen. De mogelijkheid dat verzoekers met ABN AMRO overeenstemming kunnen bereiken over een zowel voor verzoekers als voor ABN AMRO acceptabele afbetalingsregeling ligt dus nog open. Het is dan ook thans redelijkerwijs (nog) niet te voorzien dat verzoekers, mede gelet op het feit dat zij overigens geen schulden hebben laten ontstaan, niet zullen kunnen voortgaan met het betalen van hun schulden. Verzoekers voldoen dan ook niet aan het in artikel 284 lid 1Fw gestelde en kunnen op dit moment niet worden toegelaten. De rechtbank gaat voorbij aan het door verzoekers aangehaalde arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 april 2014 (ECLI:NL:GHARL:2014:3291) nu de situatie van verzoekers niet vergelijkbaar is met de omstandigheden van dat geval.
Indien na de heropende onderhandelingen met ABN AMRO mocht blijken dat ABN AMRO niet een voor verzoekers acceptabele (reëel) afbetalingsvoorstel heeft kunnen doen, zouden verzoekers wederom een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling kunnen indienen.
Beslissing
De rechtbank:
- wijst de verzoeken af.
Gewezen door mr. M.M. Kruithof, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juli 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.