Verbintenissenrecht

Luchtvaart. AirHelp vordert compensatie vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op…

Rechtbank Noord-Holland, 1 juli 2026

Zaakgegevens

Op 1 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
1 juli 2026
Datum publicatie
2 juli 2026
Zaaknummer
11789730 \ CV EXPL 25-4590
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:8047
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Luchtvaart. AirHelp vordert compensatie vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Hij voert aan dat de vlucht geannuleerd moest worden omdat er slechte weersomstandigheden werden voorspeld en er werd verwacht dat er hierdoor verstoringen op de luchthaven op zouden treden. Het verweer slaagt en de vordering wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11789730 \ CV EXPL 25-4590

Uitspraakdatum: 1 juli 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH

gevestigd te Berlijn, Duitsland

eiseres

hierna te noemen: AirHelp

gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)

tegen

de buitenlandse vennootschap

American Airlines, Inc.

gevestigd te Wilmington, Verenigde Staten

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)

De zaak in het kort

AirHelp vordert compensatie vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Hij voert aan dat de vlucht geannuleerd moest worden omdat er slechte weersomstandigheden werden voorspeld en er werd verwacht dat er hierdoor verstoringen op de luchthaven op zouden treden. Het verweer slaagt en de vordering wordt afgewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 8 februari 2025 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Philadelphia, Verenigde Staten, naar Miami, Verenigde Staten.

2.2.

De vervoerder heeft vlucht AA203 van Amsterdam naar Philadelphia (hierna: de vlucht) geannuleerd.

2.3.

De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.

2.4.

AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.5.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 600,-.

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een annuleringsoorzaak buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij en de luchtvaartmaatschappij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.

4.3.

De vervoerder voert aan dat er op de dag van de vlucht slecht weer werd voorspeld op de luchthaven van Philadelphia. Er werd harde wind, sneeuwval, slecht zicht en aanvriezende regen voorspeld. Daarbij was de verwachting dat hierdoor lange vertragingen op de luchthaven zouden ontstaan. Als gevolg hiervan heeft de vervoerder ruim 70 vluchten moeten annuleren, waaronder de vlucht in kwestie. Ter onderbouwing heeft de vervoerder onder meer weersvoorspellingen overgelegd.

4.4.

AirHelp betwist dit. Zij voert aan dat de verwachte weeromstandigheden zich uiteindelijk niet hebben voorgedaan en dat het goed weer was om te vliegen. Zelfs met de voorspelde weeromstandigheden was het mogelijk om de vlucht uit te voeren.

4.5.

De vervoerder heeft daar tegenin gebracht dat de slechte weeromstandigheden zich wel degelijk hebben voorgedaan, niet alleen op de luchthaven zelf, maar ook op de aanvliegroute. Daarnaast is het luchtverkeer beperkt door de luchtverkeersleiding. Bovendien moest hij de keuze of de vlucht doorgang kon vinden baseren op de weersvoorspellingen zoals die op dat moment waren. Uit de laatste weersvoorspelling volgde dat er een zicht van slechts vijf mijl werd voorspeld en dat het zou sneeuwen. Ten slotte werd toen ook al een verstoring van de operatie op de luchthaven voorspeld.

4.6.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de laatste weersvoorspelling inhield dat er slechte weersomstandigheden werden voorspeld op de luchthaven van Philadelphia en eveneens dat verwacht werd dat dit zou leiden tot een verstoring op de luchthaven. Hij heeft ook voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat deze omstandigheden zich ook daadwerkelijks hebben voorgedaan en dat onder deze omstandigheden niet mogelijk was om de vlucht (veilig) uit te voeren. Deze omstandigheden zijn niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Daarmee was de annulering van de vlucht het gevolg van buitengewone omstandigheden.

4.7.

Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te beperken. Hij stelt in dit verband dat hij de annulering niet kon voorkomen maar dat hij de vertraging heeft beperkt door de passagier na de annulering om te boeken naar de eerst beschikbare alternatieve vlucht naar de eindbestemming.

4.8.

Het verweer slaagt. AirHelp heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist. Weliswaar heeft zij aangevoerd dat de vervoerder onvoldoende reservetijd zou hebben ingepland, maar zij heeft op geen enkele wijze toegelicht of gemotiveerd dat het inplannen van een langere overstaptijd in dit geval de annulering zou hebben voorkomen. Dit zou immers niets hebben veranderd aan de onmogelijkheid van het uitvoeren van de vlucht door de weersomstandigheden. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder mocht worden verwacht. AirHelp heeft in dit kader ook niets anders aangevoerd. Daarmee heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. De vordering zal worden afgewezen.

4.9.

AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van AirHelp, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 288,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,

en veroordeelt de passagier tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,

te vermeerderen met de kosten van betekening als AirHelp niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.