Strafrecht overig
Integrale vrijspraak. Verdenking primair diefstal in vereniging met geweld, subsidiair medeplichtig aan…
Rechtbank Noord-Holland, 7 april 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:9971 · Rechtbank Noord-Holland · 7 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnho-2023-9971
Zaakgegevens
Op 7 april 2023 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 april 2023
- Datum publicatie
- 8 oktober 2023
- Zaaknummer
- 15/297893-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2023:9971
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Integrale vrijspraak. Verdenking primair diefstal in vereniging met geweld, subsidiair medeplichtig aan diefstal met geweld. De rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte kan worden aangemerkt als medepleger van de diefstal met geweld. Het huren van de auto en het optreden als chauffeur acht de rechtbank op zichzelf echter te weinig om de verdachte als medeplichtige te beschouwen. Dubbel opzet ontbreekt. Vrijspraak medeplichtigheid aan diefstal met geweld.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, locatie Haarlemmermeer
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/297893-22
Uitspraakdatum: 7 april 2023
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 27 maart 2023 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres 1] ,
thans gedetineerd in [detentieadres] .
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. H.F. Tillart en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman, mr. A.M.J. Joris, advocaat te Roosendaal, naar voren hebben gebracht.
1 Tenlastelegging
Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
Primair
hij op of omstreeks 12 juni 2022 te Westerland, gemeente Hollands Kroon (in/uit een woning gelegen aan [adres 2] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een portemonnee en/of twee mobiele telefoons en/of meerdere sleutel(s) en/of vier accu schroeftollen en/of een jachtgeweer en/of een leren (patronen)koppel, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)
- een vuurwapen, althans een voorwerp op/tegen de nek van die [slachtoffer] heeft/hebben gedrukt/gehouden en/of
- die [slachtoffer] met een vuurwapen, althans een voorwerp op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of
- ( vervolgens) zijn polsen/armen met tiewraps heeft/hebben vastgebonden en/of
- om zijn nek/hoofd ducttape heeft/hebben gebonden en/of
- een plastic tas op/over het hoofd van die [slachtoffer] heeft/hebben getrokken en/of
- ( daarbij) dreigend heeft/hebben geroepen "waar is de poen" en/of "wij knippen je vingers eraf", althans woorden van soortgelijke (dreigende) aard en/of strekking;
Subsidiair
een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 12 juni 2022 te Westerland, gemeente Hollands Kroon, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een portemonnee en/of twee mobiele telefoons en/of meerdere sleutel(s) en/of vier accu schroeftollen en/of een jachtgeweer en/of een leren (patronen)koppel, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan die een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan dat
misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en)
- een vuurwapen, althans een voorwerp op/tegen de nek van die [slachtoffer] heeft/hebben gedrukt/gehouden en/of
- die [slachtoffer] met een vuurwapen, althans een voorwerp op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of
- ( vervolgens) zijn polsen/armen met tiewraps heeft/hebben vastgebonden en/of
- om zijn nek/hoofd ducttape heeft/hebben gebonden en/of
- een plastic tas op/over het hoofd van die [slachtoffer] heeft/hebben getrokken en/of
- ( daarbij) dreigend heeft/hebben geroepen "waar is de poen" en/of "wij knippen je vingers eraf", althans woorden van soortgelijke (dreigende) aard en/of strekking bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 12 juni 2022 te Westerland, gemeente Hollands Kroon opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- een (personen)auto te huren en/of
- ( vervolgens) die een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) naar en van de plaats van het misdrijf te vervoeren.
2 Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3 Standpunten van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor het primair ten laste gelegde feit. Wel kan er volgens de raadsman een bewezenverklaring volgen voor hetgeen subsidiair ten laste is gelegd. De raadsman heeft voorts voor het subsidiair ten laste gelegde feit een strafmaatverweer gevoerd.
4 Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair en subsidiair ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt vast dat de verdachte een auto heeft gehuurd en dat hij de bestuurder is geweest van deze auto. Met deze auto heeft de verdachte een vriend en twee onbekend gebleven personen naar de woning van het slachtoffer gebracht, waarvoor de verdachte een beloning van € 120,- heeft ontvangen. Verder stelt de rechtbank vast dat, eenmaal aangekomen bij de woning van het slachtoffer, de verdachte in de auto is blijven zitten, een broodje heeft gegeten en een sigaret heeft gerookt. De twee onbekend gebleven personen zijn uitgestapt en hebben zich begeven naar de woning van het slachtoffer. Na het terugkeren van de twee onbekend gebleven personen heeft de verdachte deze personen weg van die locatie vervoerd.
Ten aanzien van het primair ten laste gelegde (medeplegen)
De rechtbank acht, zoals ook gerekwireerd door de officier van justitie en bepleit door de raadsman, niet bewezen dat de verdachte kan worden aangemerkt als medepleger van de diefstal met geweld. De rechtbank zal de verdachte daarom van het primair ten laste gelegde vrijspreken.
Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde (medeplichtigheid)
De rechtbank ziet zich voor de vraag geplaatst of de verdachte door voornoemd handelen kan worden beschouwd als medeplichtig aan de diefstal met geweld. Het huren van de auto en het optreden als chauffeur acht de rechtbank op zichzelf echter te weinig om de verdachte als medeplichtige te beschouwen. Om tot een veroordeling voor medeplichtigheid te komen moet het opzet van de verdachte (al dan niet in voorwaardelijke vorm) immers zowel gericht zijn op zijn eigen handelen als op het misdrijf dat hij ondersteunt, in dit geval de diefstal met geweld. Dan dient minstens vast te staan dat de verdachte op de hoogte was van de plannen van de twee onbekend gebleven personen en dat is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aangetoond.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen kan worden dat het opzet van de verdachte was gericht op het door de dader(s) gepleegde misdrijf (het gronddelict), zodat de medeplichtigheid van de verdachte bij dit feit niet kan worden bewezen. Dit betekent dat de verdachte ook van het subsidiair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.
5 Vordering benadeelde partij
De benadeelde partij, [slachtoffer] , heeft een vordering tot schadevergoeding van
€ 5.116,45 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
De rechtbank is van oordeel dat nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, de benadeelde partij niet in de vordering kan worden ontvangen.
Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.
6 Beslissing
De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. E. Broekhof, voorzitter,
mrs. C.W.M. Giesen en C. Huisman, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffiers mr. M.N. de Bruijn en mr. T.A.F. Pomper
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 april 2023.
mr. Huisman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.