Strafrecht overig
Vrijspraak seksueel binnendringen bij iemand die in staat van verminderd bewustzijn verkeerde.
Rechtbank Noord-Holland, 25 februari 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:5922 · Rechtbank Noord-Holland · 25 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnho-2025-5922
Zaakgegevens
Op 25 februari 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 februari 2025
- Datum publicatie
- 28 mei 2025
- Zaaknummer
- 15-145418-23 (P)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2025:5922
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak seksueel binnendringen bij iemand die in staat van verminderd bewustzijn verkeerde.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15-145418-23 (P)
Uitspraakdatum: 25 februari 2025
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 februari 2025 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] .
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R.P. Peters, en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. M.J. Bouwman, advocaat te Zaandam, naar voren hebben gebracht.
1 Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2020 tot en
met 1 september 2022 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer en/of in Hillegom
in elk geval in Nederland en/of in Albufeira, in elk geval in Portugal
met [slachtoffer] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid,
verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde,
dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening
en/of verstandelijke handicap leed dat deze niet of onvolkomen in staat was
zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand
te bieden, telkens
een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede
bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] te weten
- het brengen/duwen/houden van zijn, verdachtes penis in de vagina van die
[slachtoffer] en/of
- het betasten van het lichaam van die [slachtoffer] .
2 Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3 Standpunten van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit in de periode van 1 mei 2021 tot en met 28 februari 2022. Zij acht de verklaringen van aangeefster betrouwbaar en consistent en haar verklaringen vinden voldoende steun in de chatberichten die de verdachte heeft gestuurd naar aangeefster en haar vriendin. Voor de seksuele handelingen die volgens aangeefster hebben plaatsgevonden in Albufeira (Portugal) is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde feit, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Volgens de raadsman is niet aan het bewijsminimum voldaan en is er te veel twijfel die in het voordeel van de verdachte moet uitvallen.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak
De rechtbank stelt voorop dat er voldoende wettig bewijs is om tot een veroordeling te komen. Zoals het gerechtshof Amsterdam in haar beschikking van 24 juli 2024 overwoog kan voor de verklaringen van aangeefster bevestiging worden gevonden in de in het dossier aanwezige berichten tussen de verdachte en aangeefster en de verdachte en getuige [getuige] .
Op basis van het wettige bewijs heeft de rechtbank echter niet de overtuiging gekregen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. De rechtbank ziet zich met name voor de vraag gesteld of de inhoud van de berichten van de verdachte aan aangeefster en haar vriendin (het enige ondersteunende bewijsmiddel van de aangifte) als een bekentenis van de ten laste gelegde handelingen moet worden begrepen. De verdachte heeft dit op zitting stellig ontkent en geeft aan dat hij nooit seksuele handelingen heeft verricht bij aangeefster terwijl zij sliep. Volgens de verdachte gebeurde het in de relatie wel eens dat aangeefster (of verdachte) achteraf bepaalde seksuele handelingen toch niet fijn of minder prettig vond. Daarover werd gesproken en dan bood de verdachte zijn verontschuldigingen aan. De verontschuldigingen in de berichten aan aangeefster (die geruime tijd na afloop van de relatie aan aangeefster zijn verzonden) moeten volgens de verdachte dan ook als verontschuldigingen in algemene zin worden opgevat. Voor zover in een bericht aan getuige [getuige] wordt gesproken dat aangeefster altijd sliep, geeft de verdachte aan dat dit bericht een reactie was op het filmpje waarin hierover wordt gesproken en dat door de getuige naar hem werd toegestuurd. Hij heeft cynisch op dit filmpje en andere daaropvolgende berichten gereageerd. Deze berichten moeten niet worden opgevat als een bevestiging van hetgeen aangeefster heeft verklaard, aldus de verdachte.
De rechtbank is van oordeel dat behoedzaam met de uitleg van de inhoud van de berichten moet worden omgegaan, zeker nu geen andere bewijsmiddelen of omstandigheden aanwezig zijn om aan te nemen dat het feit is gepleegd. Dat geldt in het bijzonder voor de berichten die de verdachte naar aanleiding van het filmpje heeft verzonden, nu dit filmpje zich niet in het dossier bevindt. De uitleg van de verdachte over de inhoud van de berichten en de intentie die achter het sturen van deze berichten schuilgaat, kan de rechtbank daarmee niet zonder meer als niet aannemelijk of ongeloofwaardig terzijde schuiven. Dit geldt temeer nu de verdachte in de berichten niet zijn verontschuldigingen heeft aangeboden voor de ten laste gelegde handelingen. Dit maakt dat bij de rechtbank redelijke twijfel is ontstaan en de rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken.
4. Vordering benadeelde partij
De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 8.607,01 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden.
De rechtbank is van oordeel, dat nu de verdachte van het aan hem ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken, de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.
5 Beslissing
De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. I. Groenendijk, voorzitter,
mr. H.H.E. Boomgaart en mr. G.D. Kleijne, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier, mr. S.D.C. Schoenmaker,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 februari 2025.