Strafrecht overig

Vordering verlenging TBS toegewezen, de rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel…

Rechtbank Noord-Holland, 23 juli 2026

Zaakgegevens

Op 23 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Alkmaar
Datum uitspraak
23 juli 2026
Datum publicatie
7 augustus 2026
Zaaknummer
15/146212-19
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:10144
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vordering verlenging TBS toegewezen, de rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege met twee jaren.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar

Meervoudige kamer

Parketnummer: 15/146212-19

Uitspraakdatum: 23 juli 2026

Beslissing ex artikel 6:6:10, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv)

op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling (hierna ook: de tbs-maatregel) met bevel tot verpleging van overheidswege van

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

nu verblijvende in het Fivoor Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden te Poortugaal,

hierna: de betrokkene,

met twee jaar.

1 De procedure

Bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 maart 2022 is aan de betrokkene de tbs-maatregel met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd wegens, kort gezegd, verkrachting en twee verschillende feitelijke aanrandingen van de eerbaarheid.

De termijn van de tbs-maatregel is gestart op 11 augustus 2024 en is nog niet eerder verlengd.

De onderhavige vordering is op 5 juni 2026 bij de rechtbank ingediend.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:

  • een advies als bedoeld in artikel 6:6:12 lid 1, aanhef en onder a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), van Fivoor FPC de Kijvelanden (hierna ook: de kliniek) van 22 mei 2026, opgemaakt door [deskundige 1], psychiater en plaatsvervangend hoofd van de instelling, en [deskundige 2], klinisch psycholoog/psychotherapeut en coördinerend regiebehandelaar en

  • afschriften van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 1, aanhef en onder b, Sv.

Op 23 juli 2026 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. De betrokkene is gehoord, alsmede de deskundige [deskundige 3], GZ-psycholoog en coördinerend regiebehandelaar bij de kliniek. Verder waren aanwezig de officier van justitie, mr. R. Visser, en de raadsman van de betrokkene, mr. A.J. Sprey, advocaat te Amsterdam.

Na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting heeft de rechtbank direct (mondeling) uitspraak gedaan.

Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

2 Het advies van de kliniek

Het advies van de kliniek houdt, samengevat en voor zover relevant, het volgende in.

De betrokkene kampt met een antisociale persoonlijkheidsstoornis naast vroege narcistische pathologie en een stoornis in het gebruik van cannabis en alcohol. De betrokkene is op 10 december 2024 opgenomen in Fivoor FPC de Kijvelanden op de sociaal therapeutische afdeling Saffier. In de zomer van 2025 heeft hij de delictanalyse afgerond, maar hij is het niet eens met de opgestelde delicttheorie en er bestaan veel discrepanties tussen het dossier en de beleving van de betrokkene. Begeleid verlof wordt niet aangevraagd, omdat diepgang ontbreekt in de delictanalyse en de betrokkene te weinig zicht heeft op zijn risicofactoren. Het is niet gelukt een seksuele anamnese af te nemen, omdat hij onvoldoende inzicht geeft in zijn seksualiteitsbeleving. De betrokkene scoort in oktober en november 2025 regelmatig positief op het gebruik van cannabis.
In februari 2026 wordt er geen (begeleid) verlof aangevraagd, omdat de betrokkene zijn delictpresentatie onvoldoende diepgang geeft, er meermaals drugs zijn gebruikt en de betrokkene zich vaak onbetrouwbaar opstelt.
De betrokkene krijgt op de tbs prepassanten afdeling (PPC Vught) in het geheim een relatie met een vrouwelijke medepatiënt en wordt in juli 2025 opnieuw vader van een zoontje, verwekt op voornoemde afdeling. De betrokkene wil zijn netwerk niet inhoudelijk betrekken bij zijn tbs-behandeling en werkt niet mee aan netwerkgesprekken.

De behandeling richt zich momenteel op het vergroten van het probleembesef en -inzicht, het verminderen van antisociaal gedrag en het zicht krijgen op de dynamiek tussen de betrokkene en zijn (ex-)vriendin. Daarnaast vormt extern risicomanagement een belangrijk onderdeel van de behandeling van de betrokkene. De komende periode wordt ingezet op het krijgen van zicht op de seksualiteitsbeleving van de betrokkene, het verbeteren van de copingvaardigheden en het behouden van abstinentie. Van belang is tevens dat het netwerk van de betrokkene betrokken wordt bij de behandeling en er meer zicht komt op zijn relaties. Een aanvraag voor begeleid verlof kan worden gedaan als er meer zicht is op zijn risicofactoren.

De kernproblematiek die aan de grondslag ligt van het indexdelict is nog actueel en de risicofactoren zijn onvoldoende bewerkt. Daarbij is er sprake van een hoog recidiverisico bij het verval van de huidige tbs-maatregel. De afwikkeling van het behandel- en resocialisatietraject neemt nog meer dan twee jaar in beslag.

Gelet op het voorgaande adviseert de kliniek om de tbs-maatregel te verlengen voor de duur van twee jaar.

De deskundige [deskundige 3] heeft bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting, namens de kliniek, dit advies gehandhaafd en als volgt nader toegelicht. Deze toelichting houdt, voor zover van belang, het volgende in:

De betrokkene heeft wederom een delictanalyse gedaan. Daarin liet hij meer diepgang zien en had hij meer zicht op zijn risicofactoren. Ook gaf hij meer inzicht in de beweegredenen die hebben geleid tot de delicten. Daardoor heeft het behandelteam besloten om begeleid verlof aan te vragen. Deze aanvraag wordt op 8 oktober 2026 besproken bij de interne verlofcommissie.

Het netwerk van de betrokkene moet meer betrokken worden bij de behandeling. De behandeling staat nog in de kinderschoenen.

3. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van de tbs-maatregel met dwangverpleging met twee jaar.

4 Het standpunt van de betrokkene

De betrokkene en zijn raadsman zijn het eens met de vordering tot verlenging van de tbs-maatregel, zoals ingediend door de officier van justitie.

5 De beoordeling

De rechtbank kan zich verenigen met de hiervoor genoemde conclusies en het advies van de kliniek en zal dit overnemen.

De rechtbank is, gelet op de stukken en het verhandelde ter terechtzitting, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de termijn van de tbs-maatregel met dwangverpleging van de betrokkene vereist. Het tbs-kader is noodzakelijk om het recidiverisico te beperken. De stoornissen van de betrokkene zijn nog steeds aanwezig en het risico dat de betrokkene anderen opnieuw schade toebrengt wordt in geval van een beëindiging van de tbs-maatregel ingeschat als hoog. Aan de wettelijke vereisten voor verlenging van de tbs-maatregel is daarom voldaan.

De betrokkene is gestart met de behandeling, maar de behandeling staat nog in de kinderschoenen. Het is van belang dat de behandeling wordt voortgezet, zodat de betrokkene blijft werken aan zichzelf en aan de stoornissen en meer diepgang in de behandelingen kan opzoeken. Verder dient er aan de volgende doelen gewerkt te worden: zicht krijgen op risicofactoren, het bespreken van de seksualiteit, abstinentie van middelen en het betrekken van het sociaal netwerk bij de behandeling. Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat redelijkerwijs niet valt te verwachten dat binnen een jaar gronden aanwezig kunnen zijn die een beëindiging van de terbeschikkingstelling rechtvaardigen. De rechtbank zal de tbs-maatregel met dwangverpleging daarom met twee jaar verlengen.

6 De beslissing

De rechtbank:

Wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege van [betrokkene] met twee jaren.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Deze beslissing is gegeven door:

mr. R.V. Loeve, voorzitter,

mr. A.K. Korteweg en mr. I.A. Groenendijk, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.T. Golstein,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 juli 2026.