Strafrecht overig

De vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met…

Rechtbank Noord-Holland, 16 juli 2026

Zaakgegevens

Op 16 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
16 juli 2026
Datum publicatie
18 augustus 2026
Zaaknummer
15/810088-15
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:10690
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden met één jaar wordt toegewezen. De rechtbank acht het van belang dat de vervolgstap voor de betrokkene, namelijk het zelfstandig gaan wonen, wordt gemonitord.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem

Meervoudige kamer

Parketnummer: 15/810088-15

Uitspraakdatum: 16 juli 2026

Beslissing ex artikel 6:6:10 eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv)

op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling (hierna ook: de tbs) van:

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

verblijvende in de Landelijke Instelling voor Maatschappelijke Ondersteuning en Rehabilitatie (hierna: Limor) op het adres [adres],

hierna: de betrokkene,

met één jaar.

1 De procedure

Bij vonnis van deze rechtbank van 4 december 2015, welk vonnis is bevestigd door het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 juni 2016, is aan de betrokkene de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd, wegens, zakelijk weergegeven, zware mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

De termijn van de tbs nam een aanvang op 31 juli 2016.

De termijn is laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 18 juli 2024 met twee jaar. Bij dezelfde beslissing is ook de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd.

De onderhavige vordering is op 28 mei 2026 bij de rechtbank ingediend.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:

  • een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, tweede lid, Sv, van 22 mei 2026, opgemaakt en ondertekend door door [deskundige A], werkzaam als reclasseringsmedewerker bij Verslavingsreclassering Fivoor, en [deskundige B], unitmanager bij Verslavingsreclassering Fivoor;

  • een advies van een onafhankelijke gedragsdeskundige zoals bedoeld in artikel 6:6:12, tweede lid, Sv, te weten een Pro Justitia rapport van 10 april 2026, opgemaakt en ondertekend door [deskundige C], psychiater;

  • de voortgangsverslagen over de periode van 1 juli 2024 tot en met 1 juli 2026.

Op 16 juli 2026 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. De betrokkene is gehoord, alsmede de deskundige van Verslavingsreclassering Fivoor, te weten [deskundige A], voornoemd (hierna: de deskundige). Verder waren aanwezig de officier van justitie mr. E.V. Dam en de raadsman van de betrokkene, mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp.

Na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting heeft de rechtbank direct (mondeling) uitspraak gedaan.

Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

2 De adviezen van de deskundigen

2.1.

Het advies van de reclassering

Het advies van Verslavingsreclassering Fivoor houdt, voor zover relevant, het volgende in:

De betrokkene is gediagnosticeerd met een verstandelijke beperking en een andere gespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. De betrokkene is medicatietrouw omdat dit van hem wordt verwacht vanuit de maatregel. Niet omdat hij het ziekte- dan wel zelfinzicht heeft. Er is sprake van schizofrenie en LVB problematiek. De betrokkene kan snel overschat worden en het is, vooral in de periode van de medicatieafbouw, duidelijk geworden hoe kwetsbaar de betrokkene is.

De betrokkene woont op dit moment bij Limor en sinds de start van het woontraject verliep het traject voorspoeding. De betrokkene stond in goed contact met het personeel en hield zich aan de regels van de woonvorm. Tijdens de medicatieafbouw (antipsychotica) vorig jaar is dit drastisch veranderd. De betrokkene was minder goed in contact met het personeel van de woonvorm, kwam weinig meer buiten (betrokkene was altijd erg sociaal), had een lege blik in zijn ogen, werd op momenten erg onvriendelijk, ging zich steeds meer afzonderen, zijn zelfzorg ging achteruit en er ontstond chaos in zijn kamer.. Het was duidelijk dat betrokkene zaken niet meer kon overzien. Op het moment dat de betrokkene neus aan neus stond met de beveiliging van Limor en er een onveilige situatie leek te ontstaan, is besloten weer te starten met de medicatie. Sindsdien zien alle betrokkenen verbetering.

De reclassering schat het algemene recidiverisico in als laag tot gemiddeld. In de huidige behandelsetting zoals opgezet binnen de voorwaardelijke beëindiging worden de risico's op onttrekking en recidive als laag gezien. Indien de maatregel nu beëindigd zou worden, ziet de reclassering de kans op recidive toenemen. Ook het risico op letsel wordt laag tot gemiddeld geschat binnen de lopende maatregel. De betrokkene is in het verleden meerdere malen veroordeeld voor geweldsdelicten. Binnen de huidige behandelsetting is het risico op onttrekking laag. De betrokkene heeft zich de gehele maatregel aan de gemaakte afspraken gehouden en er waren geen overtredingen binnen de bijzondere voorwaarden.

De reclassering adviseert de tbs-maatregel met één jaar te verlengen. Er is nog geen stabiliteit op alle leefgebieden. De betrokkene heeft de grote wens zelfstandig te wonen, iets wat hij nooit eerder heeft gedaan. De reclassering wil de betrokkene tijdens het proces van het beschermd wonen naar zelfstandig wonen monitoren en ondersteuning bieden waar nodig. De reclassering wil binnen deze stap onderzoeken hoe zelfstandig betrokkene is en welke vervolg doelen hij heeft. Vanuit het FACT wordt de betrokkene aangemeld voor

Forensisch Wonen. Dit houdt in dat er een woning voor de betrokkene wordt gezocht en zodra deze woning er is, hij thuisbegeleiding krijgt. De woning zal aan de start nog niet op naam van de betrokkene staan. De betrokkene is medicatietrouw maar heeft de wens om uiteindelijk met de medicatie te stoppen. Zowel het FACT als de reclassering staan niet achter deze wens gezien het verloop van de medicatieafbouw vorig jaar.

De deskundige heeft bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting, namens Verslavingsreclassering Fivoor, dit advies gehandhaafd. Zij heeft nader toegelicht dat zij grote zorgen had om de betrokkene toen zijn medicatie werd afgebouwd. Omdat het niet goed ging met de betrokkene, is besloten om de medicatie weer op te bouwen. De deskundige acht het reëel dat de woonplek via Forensisch Wonen binnen enkele maanden kan zijn geregeld en deze vervolgstap verder kan worden gemonitord komend jaar.

2.2.

Het advies van de psychiater

In het rapport van de psychiater [deskundige C] is onder meer het volgende opgenomen:

Bij de betrokkene is sprake van een licht verstandelijke beperking, schizofrenie, problematisch gebruik van cannabis in het verleden en van een persoonlijkheidsstoornis. De betrokkene heeft zich de afgelopen jaren aan alle voorwaarden en afspraken gehouden. In 2025 was wel sprake van een toename van psychotische symptomen nadat de behandelaar op verzoek van de betrokkene de antipsychotische medicatie afbouwde.

Binnen de huidige gecontroleerde omstandigheden wordt het risico op recidive matig ingeschat. Dit betreft vooral een risico dat voortkomt uit onvoorspelbaar gedrag van de betrokkene op momenten dat zijn omgeving hem niet begrijpt. Buiten een zorgkader stijgt het risico op geweld toe naar hoog. De betrokkene zal zich dan onttrekken aan medicamenteuze adviezen. Meermaals is gebleken dat de betrokkene dan (psychotisch) decompenseert. De kans dat hij in conflict raakt met zijn omgeving neemt dan verder toe. Als de situatie langer aanhoudt, neemt bovendien de kans toe dat betrokkene terugvalt in oude antisociale gedragspatronen. De betrokkene zal onvoldoende invulling kunnen geven aan primaire levensgebieden. De kans is groot dat hij dan terugvalt in een parasitaire levensstijl.

De wens van de betrokkene is om een eigen woning te hebben. Vanuit de behandelaar en de reclassering is het plan opgevat om de betrokkene in dit plan te ondersteunen. Het is belangrijk om de woonvaardigheden van betrokkene zorgvuldig in kaart te brengen. Het belangrijkste advies dat onderzoeker mee wil geven is om dit voortvarend aan te pakken. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van een instrument als de ADAPT. Het doel is om concreet te maken op welke gebieden de betrokkene ondersteuning nodig heeft (voorkomen van overschatting) en op welke gebieden juist niet (voorkomen van onderschatting). Daarnaast blijft het belangrijk dat de betrokkene zich blijft conformeren aan medicamenteuze adviezen (nog vaak een punt van discussie) en abstinent blijft van middelen (al langere tijd geen actueel probleem).

Het is voorstelbaar dat over een jaar sprake is van een stabiele situatie. Hoewel de

betrokkene blijvend is aangewezen op psychiatrische zorg, kan het recidiverisico dan

voldoende zijn ingeperkt en is forensisch toezicht dan mogelijk niet langer aangewezen

(mogelijkerwijs kan de begeleiding dan worden voortgezet binnen een zorgmachtiging). De

psychiater adviseert de maatregel met één jaar te verlengen. Binnen deze periode kunnen de

woonvaardigheden op een gestructureerde wijze in kaart worden gebracht en kan de

betrokkene aangemeld worden voor een convenant woning.

3 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van

de tbs met één jaar.

4 Het standpunt van de betrokkene en de raadsman

De betrokkene is het niet eens met de vordering van de officier van justitie en heeft verzocht

de tbs te beëindigen zodat hij verder behandeld kan worden via een zorgmachtiging.

Namens de betrokkene heeft de raadsman in het bijzonder de vraag opgeworpen of de zaak niet kan worden aangehouden om te onderzoeken of de voortgang van de volgende stap voor de betrokkene, namelijk het zelfstandig gaan wonen, gemonitord kan worden via een zorgmachtiging.

5 De beoordeling

Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting, stelt de rechtbank vast dat op dit moment bij de betrokkene nog steeds een ziekelijke stoornis bestaat en is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de termijn van de tbs van de betrokkene vereist. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de tbs-maatregel is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

De rechtbank stelt vast dat de behandeling van de betrokkene voorspoedig verloopt. De betrokkene heeft zich de afgelopen jaren aan alle voorwaarden en afspraken gehouden. Met medicatie functioneert hij stabiel. Op verzoek van de betrokkene is geprobeerd de medicatie af te bouwen. Gebleken is dat zonder de medicatie de betrokkene decompenseert. Het is dus van belang dat de betrokkene zijn medicatie gebruikt en daarom is ook het medicatiegebruik hervat. De betrokkene heeft de wens om een eigen woning te hebben en wil nog steeds zijn medicatie afbouwen. De rechtbank acht het van belang deze vervolgstap naar een zelfstandige woonplek wordt gemonitord. De overstap naar zo’n vervolgplek wordt door de deskundige binnen een jaar reëel geacht. Ook is het van belang dat de betrokkene zijn medicatie blijft gebruiken.

Daarom zal de rechtbank de tbs-maatregel van de betrokkene verlengen met één jaar. Voor zover de raadsman van de betrokkene een aanhoudingsverzoek heeft gedaan, wijst de rechtbank dit verzoek, mede gelet op het monitoren van deze stap naar zelfstandig wonen, af.

6 De beslissing

De rechtbank:

- wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden van [terbeschikkinggestelde], met één jaar;

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Deze beslissing is gewezen door:

mr. P.E.A. Chao, voorzitter,

mr. C.S. Schoorl en mr. I.A. Groenendijk, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van der Meij

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 juli 2026