Strafrecht overig

verlenging TBS met twee jaar

Rechtbank Noord-Holland, 6 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 6 augustus 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Alkmaar
Datum uitspraak
6 augustus 2026
Datum publicatie
18 augustus 2026
Zaaknummer
15/057954-18
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:10727
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

verlenging TBS met twee jaar

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar

Meervoudige kamer

Parketnummer: 15/057954-18

Uitspraakdatum: 6 augustus 2026

Beslissing ex artikel 6:6:10 eerste lid Sv

op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans verblijvende in de Van der Hoevenkliniek, locatie De Voorde, Utrechtseweg 272A, 3818EV Amersfoort,

hierna: betrokkene,

met twee jaar.

1 De procedure

Bij vonnis van deze rechtbank van 20 juli 2018 is aan de betrokkene de maatregel van

terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd, wegens

doodslag.

De termijn van de terbeschikkingstelling nam een aanvang op 4 augustus 2018.

De termijn is voor de laatste keer verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 23 juli 2024, met twee jaar.

De onderhavige vordering is op 9 juni 2026 bij de rechtbank ingediend.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:

- een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 1 aanhef en onder a van het Wetboek van Strafvordering, gedateerd 2 juni 2026, afkomstig van de Van der Hoevenkliniek, getekend door [deskundige kliniek 1], klinisch psycholoog, psychotherapeut, plv hoofd van de inrichting, [deskundige kliniek 2], GZ-psycholoog, [deskundige kliniek 3], psychiater en [deskundige kliniek 4], hoofd behandeling;

  • een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 1, aanhef en onder b Sv;

  • adviezen van twee onafhankelijke gedragsdeskundigen zoals bedoeld in artikel 6:6:12, lid 3 Sv, te weten een advies van 30 april 2026, opgemaakt door [psychiater], psychiater, en een advies van 11 mei 2026, opgemaakt door [psycholoog], psycholoog.

Op 6 augustus 2026 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. Betrokkene is gehoord, alsmede de deskundige van de kliniek, te weten [deskundige kliniek 4], gz-psycholoog, hoofd behandeling. Verder waren aanwezig de officier van justitie en de raadsvrouw van betrokkene mr. E.P.N. Pieterse, advocaat te Rotterdam.

Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

2 Het advies van de kliniek

Het advies van de kliniek houdt onder meer het volgende in:

Betrokkene is gediagnosticeerd met schizofrenie, dysthymie en stoornissen in het gebruik van cannabis en cocaïne.
Op 20 november 2018 is hij opgenomen in FPC Dr. S. van Mesdag. De behandeling aldaar (medicamenteuze behandeling, cognitief gedragstherapeutische behandeling, structuur en controle van een FPC) leidde niet tot verbetering in het toestandsbeeld. Medio december 2024 is er een casusoverleg geweest, waarbij is geconcludeerd dat regulier resocialiseren op dat moment niet als haalbaar wordt gezien. Hoewel er op de korte en middellange termijn weinig risico’s zijn (bij gebruik van medicatie en met aanwezige structuur en controle), worden de risico’s op lange termijn als ontoelaatbaar gezien. Er wordt gekozen voor de optie van een longcare-voorziening, omdat het als voldoende veilig wordt geacht om betrokkene op te nemen in een setting met een lager beveiligingsniveau. In dat kader verblijft hij sinds 24 oktober 2025 in De Voorde, de longcare-voorziening van de Van der Hoeven Kliniek.
Betrokkene heeft in De Voorde een gemotiveerde start gemaakt van zijn behandeling en is proactief aan de slag gegaan met het uitbreiden van zijn programma. De samenwerking met het behandelingsteam verloopt naar wens en de contactmomenten zijn eveneens uitgebreid. Hierin is zichtbaar dat betrokkene zich meer dan eerder open en kwetsbaar opstelt richting het behandelingsteam, waarbij hij gevoelige onderwerpen bespreekbaar maakt, zoals zijn diagnose, delict, netwerk en middelengebruik.

Het ontbreekt betrokkene echter tot op heden aan probleeminzicht en ziektebesef. Hij houdt vast aan bepaalde paranoïde- en identiteitswanen maar laat zich in toenemende mate uitnodigen tot twijfel hieromtrent. Daarnaast neemt hij sinds februari 2026 deel aan de verslavingsgroep, waaraan hij een actieve bijdrage levert. Ook werkt hij mee aan een persoonlijkheidsonderzoek, met als doel om beter zicht te krijgen op de pathologie
van betrokkene en de wijze waarop hij met problemen omgaat, zodat behandeling in De Voorde beter op hem afgestemd kan worden. Betrokkene doet wat er van hem wordt gevraagd, ook al ziet hij er zelf de noodzaak niet voor. Dit geldt ook ten aanzien van het innemen van medicatie, ondanks dat hij hiervoor niet intrinsiek gemotiveerd is.
Zonder het kader van tbs met dwangverpleging wordt het risico op terugval in gewelddadig gedrag ingeschat als hoog. De verwachting is dat betrokkene zal stoppen met zijn medicatie en zal terugvallen in middelengebruik terwijl zijn interne overtuigingen niet zijn veranderd. Hierdoor kan zijn waanstress toenemen, hetgeen leidt tot achterdocht richting zijn familie. Gelet hierop adviseert de kliniek om de terbeschikkingstelling te verlengen met de duur van twee jaar. De hardnekkigheid van de problematiek maakt het niet aannemelijk dat binnen één jaar kan worden toegewerkt naar een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel.

De deskundige [deskundige kliniek 4] heeft bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting, namens de kliniek, dit advies gehandhaafd en nader toegelicht.

3 De adviezen van de onafhankelijke gedragsdeskundigen

3.1.

Het advies van de psychiater

In het rapport van de psychiater is onder meer het volgende opgenomen:

Bij betrokkene is sprake van schizofrenie, onafgebroken, een stoornis in het gebruik van cannabis en een stoornis in het gebruik van cocaïne. Er is een laag risico op gewelddadig gedrag bij het voortzetten van de tbs-maatregel. Wanneer betrokkene volledig op zichzelf is aangewezen wordt her risico op herhaling als hoog ingeschat.
Alvorens een verder traject naar meer zelfstandigheid en transmuraal wonen kan worden ingezet in overeenstemming over het externe risicomanagement noodzakelijk. Het komen tot enig intern risicomanagement schat de rapporteur in als volgende stap die gezet moet worden alvorens de dwangverpleging beëindigd kan worden. De rapporteur adviseert om de maatregel met twee jaar te verlengen. Betrokkene is pas recent gestart met behandeling binnen De Voorde. Het is niet te verwachten, gezien zijn pathologie, dat hij binnen een jaar transmuraal kan verblijven en het verantwoord is om de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen.

3.2.

Het advies van de psycholoog

In het rapport van de psycholoog is onder meer het volgende opgenomen:

Bij betrokkene is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van schizofrenie en verslaving aan cocaïne (in remissie onder gereguleerde omstandigheden) en cannabis (vroege remissie).
Er kan worden gesteld dat betrokkene aan ernstige chronische psychotische pathologie lijdt, die hem voorlopig, maar waarschijnlijk duurzaam afhankelijk maakt van zorg, (medicamenteuze) behandeling, begeleiding, sturing en toezicht. Zonder komt hij, al dan niet in combinatie met middelen, in een psychotische situatie terecht met paranoïde waandenkbeelden, achterdocht en psychotische angsten met als resultaat veel spanningen en uiteindelijk boosheid naar zijn omgeving, leidend naar een situatie zoals ten tijde van het indexdelict. Dit wordt nog versneld als betrokkene stopt met het adequaat gebruik van medicatie en middelen gaat gebruiken. De kans op recidive loopt parallel met een toenemende psychotische ontregeling van betrokkene, waarbij de psychose steeds meer grip krijgt op zijn voelen, denken en handelen. De kans op recidive acht ondergetekende, als betrokkene alleen in de maatschappij moet functioneren, hoog bij een toenemend verslechterende psychische conditie en dan op de korte termijn, dus binnen zes maanden. Onder de huidige omstandigheden is de kans op recidive laag en kan die laag tot matig worden gehouden met (medicamenteuze) behandeling, begeleiding en toezicht zoals thans binnen het huidige risicomanagement gehanteerd.
De kliniek werkt, nu passend bij betrokkenes kwetsbare psychische conditie, stap voor stap aan het uitbreiden van vrijheden in zijn behandeling en richt zich nu vooral ook op zijn verslaving aan middelen en met name cannabis en het ontwikkelen van ziekte-inzicht. Al met al moet dit proces, gezien de psychische conditie van betrokkene, geleidelijk verlopen, waarbij er steeds de mogelijkheid moet zijn om snel in te grijpen als betrokkene verder dreigt te ontregelen en boosheid meer ruimte krijgt.
Naar de mening van ondergetekende is er nu geen andere mogelijkheid dan de huidige maatregel met twee jaar te verlengen en in die periode voorzichtig toe te werken naar verder transmuralisering. Ondergetekende adviseert de verpleging te continueren.

4 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege met twee jaar.

5 Het standpunt van betrokkene

Betrokkene kan zich vinden in het advies tot verlenging van de TBS met dwangverpleging met twee jaar.

Namens betrokkene heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat de vordering van de officier van justitie in beginsel kan worden toegewezen. Betrokkene zou het liefst een verlenging met een jaar willen, maar hij weet dat dit niet reëel is, omdat zijn behandeling in De Voorde, die nog maar net is gestart, de nodige tijd nog zal vergen.

6 De beoordeling

De rechtbank heeft kennis genomen van het advies van de kliniek en van de adviezen van de externe deskundigen en van de wettelijke aantekeningen.

Uit de adviezen komt naar voren dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie en dat hij aan een ernstig chronische psychotische pathologie lijdt.

De betrokkene is voortvarend en gemotiveerd begonnen met zijn behandeling bij De Voorde. De behandeling verloopt naar wens en betrokkene stelt zich meer open en kwetsbaar op richting het behandelteam. De kliniek werkt nu stap voor stap aan het uitbreiden van vrijheden.

Betrokkene houdt echter vast aan bepaalde paranoïde- en identiteitswanen. Het recidiverisico blijft mede als gevolg daarvan onveranderd hoog wanneer het kader van de maatregel wegvalt. Het is van belang dat de behandeling wordt voortgezet, zodat de betrokkene blijft werken aan zichzelf en meer diepgang in de behandelingen kan worden opgezocht. Niet aannemelijk is dat, gelet op de korte behandelduur in de huidige setting en de hardnekkigheid van de problematiek, dat binnen een jaar kan worden toegewerkt naar voorwaardelijke beëindiging van de maatregel.

De rechtbank is, gelet op de stukken en het verhandelde ter terechtzitting, van oordeel dat de

veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen verlenging

van de termijn van de terbeschikkingstelling van de betrokkene vereist en wel met twee jaar.

7 De beslissing

De rechtbank:

Wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege van [betrokkene] met twee jaar.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Deze beslissing is gegeven door

mr. D.J. Straathof, voorzitter,

mr. C.S. Schoorl en M. van Doesburg, rechters,

in tegenwoordigheid van G.A.M. Delis, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2026