Strafrecht overig

Herstelvonnis 15/012549-25 en 15/134486-24. Zie ook: ECLI:NL:RBNHO:2026:14124

Rechtbank Noord-Holland, 12 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 12 oktober 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlemmermeer
Datum uitspraak
12 oktober 2026
Datum publicatie
19 oktober 2026
Zaaknummer
15/012549-25 en 15/134486-24 (herstelvonnis)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:14241
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herstelvonnis 15/012549-25 en 15/134486-24.

Zie ook: ECLI:NL:RBNHO:2026:14124

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlemmermeer

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 15/012549-25 en 15/134486-24 (P)

Uitspraakdatum: 12 oktober 2026

Herstelvonnis van de rechtbank Noord-Holland, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Iran),

nu gedetineerd in Justitieel Complex Zaanstad en ingeschreven op het adres van die penitentiaire inrichting (Smeet 1, 1551 NG Westzaan).

De rechtbank overweegt dat zij aanleiding ziet het op 12 oktober 2026 uitgesproken vonnis in de strafzaak tegen bovengenoemde verdachte te herstellen.

1 Het onderdeel van het vonnis dat hersteld dient te worden

De rechtbank heeft op 12 oktober 2026 vonnis gewezen in de strafzaak tegen bovengenoemde verdachte. Na de uitspraakdatum is de rechtbank gebleken dat de onder feit 2 in zaak B bewezenverklaarde pleegperiode, onjuist in het vonnis is opgenomen. In het vonnis is vermeld: 1 mei 2023 tot en met 31 september 2023. Omdat september slechts 30 dagen kent, herstelt de rechtbank dit onderdeel van het vonnis zodat de bewezenverklaarde pleegperiode van voornoemd feit luidt: van 1 mei 2023 tot en met 30 september 2023.

Voorts is in het vonnis en het dictum vermeld dat ten aanzien van de toegewezen vordering van de benadeelde partij [slachtoffer D], de ingangsdatum van de wettelijke rente 31 september 2023 is. De rechtbank herstelt deze onderdelen van de beslissing zodat de wettelijke rente verschuldigd is vanaf 1 oktober 2023 en overweegt daarbij dat dat, ten opzichte van het vonnis van 12 oktober 2026, niet het in het nadeel van de verdachte is.

2 Beslissing

De rechtbank:

handhaaft haar beslissing van 12 oktober 2026, met herstel van misslagen in het vonnis als volgt:

verbetert de bewezenverklaarde pleegperiode van feit 2 in zaak B, in de periode 1 mei 2023 tot en met 30 september 2023;


verbetert ten aanzien van de toegewezen vordering van de benadeelde partij [slachtoffer D], de ingangsdatum van de wettelijke rente in 1 oktober 2023;

bepaalt dat de griffier dit vonnis doet hechten aan het originele vonnis van 12 oktober 2026 en dit vonnis per brief ter kennis doet brengen van de verdachte, zijn raadsman, de officier van justitie en de benadeelde partijen.

Dit herstelvonnis is op 14 oktober 2026 gewezen door

mr. M.E. Francke, voorzitter,

mr. P.A. Hesselink en mr. P.E.A. Chao, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.H.A. Sluiter.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.