RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Haarlem
Meervoudige kamer
Parketnummer: 15/124867-23
Uitspraakdatum: 21 mei 2026
Beslissing ex artikel 6:6:10 eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden van
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ,
thans verblijvende bij [instelling] ,
hierna: de betrokkene,
Bij vonnis van deze rechtbank van 19 februari 2024 is aan betrokkene de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden opgelegd, wegens, zakelijk weergegeven, bedreiging, poging tot zware mishandeling, mishandeling en het bezit van voorwerpen die lijken op een vuurwapen.
De termijn van de tbs nam een aanvang op 13 mei 2024.
De onderhavige vordering is op 19 maart 2026 bij de rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:
- de adviezen als bedoeld in artikel 6:6:12, tweede lid, Sv, te weten:
een advies gedateerd 23 december 2025, opgemaakt door M.M. Beijer, psycholoog; en
een reclasseringsadvies gedateerd 23 februari 2026, opgemaakt door [reclasseringswerker] , reclasseringswerker bij Fivoor;
- de voortgangsverslagen gedateerd 7 oktober 2024, 2 december 2024, 24 februari 2025, 2 juni 2025, 28 augustus 2025 en 18 december 2025, opgemaakt door Reclassering Nederland.
Op 7 mei 2026 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. De betrokkene is gehoord, alsmede [reclasseringswerker] (als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland) als deskundige. Verder waren aanwezig de officier van justitie en de raadsman van de betrokkene mr. T. de Heer, advocaat te Almere.
Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
2
Het advies van de psycholoog
Het advies van de psycholoog houdt, onder meer het volgende in:
Betrokkene is een thans 35-jarige man met een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en borderline kenmerken. Daarnaast is sprake van een andere gespecificeerde psychotrauma- of stressorgerelateerde stoornis, deels in remissie, en een stoornis in het gebruik van alcohol in remissie in een gereguleerde omgeving en een stoornis in het gebruik van cannabis.
Betrokkene wordt op 13 mei 2024 opgenomen in FPA Utrecht, waar hij een klinische behandeling start. Er wordt gestart met traumabehandeling, verslavingsbehandeling, agressieregulatietraining en schematherapie. Ook worden systeemgesprekken samen met zijn partner gevoerd. Na een jaar klinische behandeling is betrokkene doorgestroomd naar een begeleid wonen setting. Hij krijgt nu ook sinds enkele weken begeleiding vanuit Fivoor ambulant centrum.
Tijdens de behandeling in de FPA wordt zijn partner zwanger van hun tweede zoontje. Betrokkene heeft stappen gezet in zijn behandeltraject, wat geleid heeft tot abstinentie van alcohol en cannabis (tijdens de klinische fase). De TBS-maatregel zorgt ervoor dat hij zich committeert aan afspraken en behandeling. Naast de abstinentie van alcohol is door de traumabehandeling zijn basisspanning afgenomen. Hij kan hierdoor zijn impulsen beter controleren.
Hoewel betrokkene tijdens de klinische behandeling stappen gezet heeft, blijft hij gevoelig voor vermeend onrecht, zoals voor miscommunicatie zoals hij het noemt. Hij houdt zich aan de gemaakte afspraken en heeft zich ook gemotiveerd ingezet. De trauma’s zijn deels behandeld, waardoor hij minder heftig reageert en zijn neiging om negatieve gevoelens met alcohol te dempen ook afgenomen is. Er zijn naar mening van rapporteur nog wel stappen te zetten. Het advies van zijn therapeut uit de FPA om de therapie voort te zetten, heeft nog geen vorm gekregen. Hij wordt wel begeleid, echter deze contacten richten zich niet op de intra- en interpersoonlijke dynamiek en het therapeutisch bewerken daarvan. Tijdens het onderzoek geeft betrokkene aan dat hij wel bereid is om deel te nemen aan therapie. Het is gezien zijn wantrouwige natuur gunstig als hij een vertrouwenspersoon heeft bij wie hij terecht kan als de spanning oploopt. Spanning en triggers van vermeend onrecht leiden bij hem tot vijandigheid. Betrokkene verwacht dat wanneer hij zich enkel richt op zijn gezin, de kans dat hij getriggerd wordt, ook kleiner is. Naast het bewerken van de intrapersoonlijke problematiek heeft betrokkene nog geen werk en is ook nog niet duidelijk hoe hij om zal gaan met externe druk die dat met zich mee kan brengen. Het huidige kader biedt aan betrokkene een behoorlijke stok achter de deur om aan zichzelf te werken en delictgerelateerd gedrag in de toekomst te voorkomen. Rapporteur adviseert ook ambulant te starten met psychotherapie (bijvoorbeeld Schematherapie en EFT; Emotionally Focused Therapy), met als doel om zijn agressieregulatie verder te verbeteren, het wantrouwen te verminderen en meer emotionele stabiliteit te ontwikkelen. De inschatting van rapporteur is dat hij zonder extern kader geneigd blijft om niet actief hulp te zoeken bij professionals. Het voortzetten van de maatregel wordt dan ook geadviseerd. Hoewel betrokkene zich ingezet heeft voor de behandelonderdelen vindt hij de huidige maatregel voor hem niet passend. Betrokkene is tegen het opleggen van de maatregel in hoger beroep.
Uit de risicotaxatie komt naar voren dat er twee soorten situaties zijn waarbinnen het recidiverisico als hoog wordt ingeschat. De eerste is wanneer betrokkene terug zou vallen in het gebruiken van alcohol. Dit wordt middels controles op middelengebruik in de gaten gehouden. De tweede situatie die kan leiden tot een hoog risico is wanneer betrokkene vermeend onrecht richting zijn kinderen ervaart. Beide situaties verhogen het recidiverisico naar hoog ook binnen het huidige tbs kader met ambulant verblijf.
In andere stressvolle situaties wordt de kans op recidive binnen het huidige kader als laag-matig ingeschat. Wanneer momenteel de TBS beëindigd wordt, dan schat rapporteur de kans op agressief gedrag in als matig oplopend naar hoog op de lange termijn.
Naar mening van rapporteur is de kans dat betrokkene zonder het huidige kader actief om ondersteuning en behandeling vraagt laag. Om de risicofactoren verder te verminderen is het voortzetten van een behandeling naar mening van rapporteur nodig. Betrokkene woont momenteel nog begeleid en heeft nog een ontwikkeling door te maken, voordat het toezicht beëindigd kan worden. Op basis van het huidige onderzoek adviseert rapporteur om de tbs-maatregel met twee jaar te verlengen.
3
Het advies van de reclassering
Het verlengingsadvies van de reclassering houdt, onder meer het volgende in:
GGZ Reclassering Fivoor ziet dat het geadviseerde juridische kader hem goed heeft geholpen bij het zich committeren aan de behandeling en eveneens een rem vormt op zijn agressie, hem helpt zijn impulsen te controleren en dus zijn gedrag (bij) te sturen. De verslavingsproblematiek lijkt voort te komen uit zijn persoonlijkheidskenmerken, en weet betrokkene momenteel onder controle te houden. Wanneer hij meer vrijheid zal gaan ervaren met het overgaan naar het zelfstandig/samenwonen, en hij zich meer kan gaan mengen in het gezinsleven (zijn wens) en zijn verantwoordelijkheid zal toenemen (vaste dagbesteding accepteert), zal dit ook stress met zich meebrengen. Dan zal gaan blijken of het risicomanagement afdoende is en/of deze bijgesteld zal moeten gaan worden.
De huidige tbs-maatregel vormt een rem op de risicofactoren (middelengebruik, het ontbreken aan inzicht in zijn persoonlijkheidsstructuur, hetgeen zich uit in wantrouwen en inadequate coping). De komende periode zal zeker nog noodzakelijk zijn om de behandeling verder te ondersteunen en de stappen naar meer vrijheid te monitoren. Betrokkene stelt zich tot op heden begeleidbaar op. Daar betrokkene zijn problematiek niet geheel erkent en de risicofactoren niet altijd onderschrijft, verwachten wij dat hij het niet eens is met de verlenging, maar wel zal blijven meewerken.
De pro Justitia rapporteur adviseert om de maatregel met twee jaar te verlengen. De inschatting van pro Justitia rapporteur is dat de behandeling van betrokkene meer dan een jaar in beslag zal gaan nemen. De ambulante behandeling moet feitelijk nog starten met als doel om zijn agressieregulatie verder te verbeteren, het wantrouwen te verminderen en meer emotionele stabiliteit te ontwikkelen. GGZ Reclassering Fivoor deelt het standpunt dat betrokkene op de goede weg is, maar dat nog twee jaar maatregel tbs met voorwaarde noodzakelijk is om te komen tot een aanvaardbaar recidiverisico.
De deskundige heeft bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting, namens de reclassering, dit advies gehandhaafd en nader toegelicht.
De deskundige heeft het reclasseringstoezicht slechts enkele weken geleden overgenomen. Onlangs zijn er multidisciplinaire gesprekken gevoerd over de invulling van de dagbesteding, waarbij het uitgangspunt is dat de betrokkene betaald werk gaat verrichten. Daar is geen concreet plan uit voortgekomen, omdat de betrokkene zich wilde richten op zijn gezin. Daarnaast is het van belang dat de behandeling wordt gestart. Dit traject was ingezet bij Fivoor, maar is kortgeleden beëindigd vanwege het niet kunnen opbouwen van een vertrouwensband door de houding van de betrokkene. Daarom is de betrokkene nu aangemeld voor een intake bij De Waag. Bij Fivoor is navraag gedaan of zij de betrokkene in de overbruggingstijd kunnen blijven zien om toezicht te houden op het recidiverisico.
Een structurele dagbesteding en het starten van therapie kunnen extra stress met zich meebrengen, maar kunnen ook bijdragen aan het versterken van de positieve ontwikkelingen. Het is essentieel om te kunnen monitoren of de betrokkene in stressvolle situaties het juiste gedrag kan blijven vertonen.
4
De brief van
[instelling]
De begeleiders van de betrokkene hebben onder meer over zijn ontwikkeling binnen [instelling] het volgende opgetekend:
Het traject van cliënt [betrokkene] verloopt positief. Cliënt is de afgelopen periode duidelijk gegroeid als individu en toont een groeiend zelfinzicht, verantwoordelijkheidsgevoel en stabiliteit in zijn dagelijks functioneren.
Binnen het begeleid wonen functioneert de cliënt overwegend stabiel en laat hij een positieve ontwikkeling zien. Er zijn geen zorgen met betrekking tot de zelfstandigheid van de cliënt op het leefgebied wonen; zijn woonruimte is schoon, en wanneer hij stress ervaart door overlast kan hij de begeleiding contacteren om hier hulp in te schakelen. Cliënt voldoet in toenemende mate aan de eisen van het dagelijks functioneren en is in staat om veel zaken zelfstandig te organiseren, zoals het onderhouden van zijn dagelijkse structuur en het omgaan met verplichtingen en afspraken.
De begeleiding richt zich voornamelijk op het ondersteunen van stabiliteit, het versterken van copingvaardigheden en het behouden van structuur. Deze ondersteuning heeft een preventieve en versterkende functie en sluit aan bij de verdere ontwikkeling van cliënt richting zelfstandigheid. Er wordt ingezet op het versterken van de copingvaardigheden, met name op momenten van verhoogde stress of drukte. Dit zijn de momenten waarop begeleiding nog nodig is. [betrokkene] zoekt zelf contact met de begeleiding wanneer hij deze stress voelt opkomen, en weet hierin ook hulp te vragen.
Cliënt [betrokkene] is positief gegroeid als individu en functioneert op de meeste leefgebieden voldoende tot goed. Hij laat een duidelijke ontwikkeling richting zelfstandigheid zien. Aanvankelijk verbleef [betrokkene] elk weekend bij zijn gezin; recent is dit uitgebreid naar het weekend + woensdag op donderdag, als gevolg van de positieve ontwikkeling die werd ervaren door netwerk en gezin.
6
Het standpunt van de betrokkene
De betrokkene is het niet eens met de vordering van de officier van justitie. Namens de betrokkene heeft de raadsman verzocht de vordering af te wijzen, omdat er geen sprake is van een stoornis noch van een actueel recidivegevaar. Bovendien zou een verlenging disproportioneel zijn. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de verlenging te beperken tot één jaar, om een vinger aan de pols te houden.
De betrokkene geeft aan dat hij inmiddels ruim een jaar uit de klinische opname is en sindsdien grotendeels zelfstandig woont en functioneert, zonder incidenten. De betrokkene staat open voor behandeling en heeft zelf verzocht om psychotherapie, onder meer in de vorm van schematherapie. Hij begrijpt niet waarom deze therapie na een jaar nog niet van de grond is gekomen. Daarnaast heeft de betrokkene een werkplan voorgesteld, maar dit is destijds door de reclassering afgewezen omdat hij er nog niet klaar voor zou zijn. Daarom richt hij zich nu op zijn gezin, wat hij ziet als deelname aan de maatschappij, inclusief de daarbij behorende stress.
Overwegingen
Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat op dit moment bij de betrokkene nog steeds een ziekelijke stoornis bestaat en is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de termijn van de tbs van de betrokkene vereist. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de tbs-maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank acht redengevend voor de verlenging van de tbs-maatregel dat uit het advies van de psycholoog blijkt dat bij beëindiging van de tbs-maatregel het risico op gewelddadige recidive matig is, oplopend naar hoog op de lange termijn. Aan de wettelijke vereisten voor de verlenging van de tbs-maatregel wordt dus voldaan.
Gelet op de aard van het misdrijf waarvoor de tbs-maatregel is opgelegd, de duur van de tbs-maatregel sinds oplegging en hetgeen hiervoor is opgemerkt over de stoornis en het risicogevaar acht de rechtbank verlenging van de tbs in dit stadium (nog) niet disproportioneel.
De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden met welke termijn de tbs-maatregel dient te worden verlengd. Volgens vaste jurisprudentie van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt de tbs-maatregel in beginsel verlengd met twee jaren, tenzij te verwachten is dat binnen een jaar gronden aanwezig zijn die een beëindiging van de tbs-maatregel rechtvaardigen.
Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting, volgt dat de betrokkene duidelijk een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Tegelijkertijd stelt de rechtbank vast dat er nog stappen moeten worden gezet in het tbs-traject van de betrokkene. De ambulante behandeling is nog niet van de grond gekomen. Ook is er nog onvoldoende zicht verkregen op het gedrag van de betrokkene in stressvolle situaties, omdat de betrokkene nog geen gestructureerde dagbesteding heeft. Zowel de psycholoog als de reclassering acht het opstarten daarvan van belang om de risicofactoren verder te verminderen. De rechtbank onderschrijft dit. Het is de rechtbank echter onduidelijk in hoeverre het de betrokkene kan worden aangerekend dat de ambulante behandeling nog niet van de grond is gekomen en waarom nog geen sprake is van gestructureerde dagbesteding, nu dit onvoldoende uit de stukken blijkt en de betrokkene ter terechtzitting heeft beklemtoond juist wel te willen starten met de ambulante behandeling en ook graag zou willen werken. De rechtbank acht het van belang dat zo spoedig mogelijk duidelijk wordt dat en op welke wijze het traject van de betrokkene verder wordt vormgegeven. Om de voortgang hiervan te kunnen toetsen, zal de rechtbank de tbs-maatregel van de betrokkene verlengen met een jaar.
De rechtbank merkt daarbij op dat afhankelijk van de ontwikkelingen wat betreft de voortgang van de behandeling en invulling van de dagbesteding, en de mate van positieve dan wel negatieve invloed daarvan op de betrokkene, het niet ondenkbaar is dat de afweging en beoordeling wat betreft de proportionaliteit van de tbs-maatregel over een jaar anders zal gaan uitvallen. De rechtbank acht het daarom van belang dat op de volgende zitting over een jaar concreet, duidelijk en gemotiveerd zal worden gerapporteerd over de ontwikkelingen wat betreft de voortgang van de behandeling en invulling van de dagbesteding en de mate van positieve dan wel negatieve invloed daarvan op de betrokkene.
Beslissing
wijst de vordering van de officier van justitie gedeeltelijk toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege van [betrokkene] met één jaar; en
wijst de vordering voor het overige af.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gegeven door
mr. M.C.J. Lommen, voorzitter,
mr. S. Mac Donald en A. Talmricht, rechters,
in tegenwoordigheid van R.M. Beekhuizen, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026