Strafrecht overig
Verlenging tbs met verpleging van overheidswege toegewezen, verlenging met een jaar.
Rechtbank Noord-Holland, 11 juni 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:6969 · Rechtbank Noord-Holland · 11 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnho-2026-6969
Zaakgegevens
Op 11 juni 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Datum uitspraak
- 11 juni 2026
- Datum publicatie
- 12 juni 2026
- Zaaknummer
- 14/010219-00
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:6969
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verlenging tbs met verpleging van overheidswege toegewezen, verlenging met een jaar.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige kamer
Parketnummer: 14/010219-00
Uitspraakdatum: 11 juni 2026
Beslissing ex artikel 6:6:10 eerste lid Wetboek van Strafvordering (Sv)
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene]
geboren op [geboortedatum] te Amsterdam,
nu verblijvende in de Forensisch Psychiatrische Centrum (FPC) De Oostvaarderskliniek te Almere,
hierna: de betrokkene,
met twee jaar.
1 De procedure
Bij vonnis van deze rechtbank van 29 mei 2001 is aan de betrokkene de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege (hierna ook: tbs met dwangverpleging) opgelegd, wegens, zakelijk weergegeven, poging tot doodslag.
Voornoemd delict betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de
onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De termijn van de terbeschikkingstelling (hierna ook: tbs) nam een aanvang op 13 juni 2001. De tbs is daarna telkens verlengd, de laatste keer bij beslissing van deze rechtbank van 5 juni 2025 met een periode van één jaar. Die beslissing is bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 november 2025 bevestigd.
Bij beslissing van 8 juni 2017 heeft de rechtbank de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd. Bij beslissing van 27 augustus 2024 heeft de rechtbank bevolen dat de dwangverpleging wordt hervat.
De onderhavige vordering is op 1 mei 2026 bij de rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:
-
een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, eerste lid, aanhef en onder a Sv van FPC De Oostvaarderskliniek (hierna: de kliniek) en ondertekend door [deskundige 1], plaatsvervangend hoofd van de instelling, [deskundige 2], hoofd behandeling en
[psychiater], psychiater van 21 april 2026. -
een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene als bedoeld in artikel 6:6:12, eerste lid, aanhef en onder b Sv.
Op 28 mei 2026 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. De betrokkene is gehoord, alsmede de deskundige van de kliniek, te weten [deskundige 2]. Verder waren aanwezig de officier van justitie en de raadsvrouw van de betrokkene mr. M.T. Kouwenhoven, advocaat te Eindhoven.
Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
2 Het advies van de kliniek
Het advies van de kliniek houdt, voor zover relevant, het volgende in.
De betrokkene is een 49-jarige man met schizofrenie van het paranoïde type, een narcistische persoonlijkheidsstoornis en een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Er is tevens sprake van cognitief verval, initiatiefverlies en problemen met affectregulatie, alsook forse agressieregulatiestoornissen. Daarnaast heeft de betrokkene een voorgeschiedenis van problematisch alcohol- en drugsgebruik.
De betrokkene kent een zeer langdurig klinisch verblijf. Hij verbleef in verband met de hervatting van de dwangverpleging een lange periode als tbs-passant in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum van het Justitieel Complex Zaanstad. De betrokkene is op 4 februari 2026 opgenomen op afdeling Beekvliet 1 van de FPC de Oostvaarderskliniek.
De betrokkene bevindt zich momenteel in de observatiefase. Er wordt een man gezien die ondanks het gebruik van medicatie last heeft van psychotische symptomen, maar hier ook vrij open over is. Omdat de betrokkene pas recent is opgenomen in de kliniek is de koers nog niet concreet genoeg, maar is wel duidelijk dat hij gezien zijn lange hulpverleningsgeschiedenis gebaat is bij begeleiding en hulpverlening. Op basis van het zeer langdurige klinische verblijf van de betrokkene en het blijvende onvermogen om zichzelf te begrenzen, reguleren en sturen wordt de kans klein geacht dat hij in staat zal zijn hierin te kunnen leren. De betrokkene heeft een beperkt probleembesef en -inzicht en heeft baat bij (fysiek) toezicht, medicamenteuze behandeling, herhaaldelijke geruststelling, betrokkenheid en nabijheid vanuit begeleiding en het ervaren van enige eigen regie.
Uit het advies komt naar voren dat het risico op terugval in gewelddadig gedrag onder de huidige omstandigheden en bij uitbreiding naar begeleid verlof als matig wordt ingeschat. De voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging is omgezet naar een tbs met dwangverpleging vanwege het bedreigen van een psychiater. De betrokkene is bekend met conflictvorming en verbale agressie wanneer hij wordt gesproken over zijn (ongewenste) gedrag, psychotische symptomen en medicatie. Als hij zich verkeerd bejegend voelt kan hij snel ontvlammen in felle, vijandige en boze reacties. Een mogelijke toekomstige medicatiewisseling of oplopende behandeldruk kan opnieuw samenhangen met oplopend risico. Bij oplopende spanning beschikt de betrokkene over onvoldoende emotie- en agressieregulatie vaardigheden om dit zelfstandig het hoofd te bieden. Het risico op gewelddadig gedrag bij beëindiging van de tbs-maatregel wordt als hoog ingeschat. Bij de betrokkene is sprake van beperkte impulscontrole en chronische psychotische problematiek. Het risico op gewelddadig gedrag neemt toe wanneer de betrokkene psychotisch ontregelt, wat met name kan optreden bij onvoldoende medicatie, middelengebruik of oplopende spanning en stress.
De kliniek adviseert verlenging van de tbs met dwangverpleging met twee jaar. Op de zitting heeft de deskundige namens de kliniek dit advies bijgesteld naar verlenging van de tbs met dwangverpleging met één jaar. Zij heeft hierover, zakelijk weergegeven, het volgende toegelicht.
De betrokkene heeft al veel behandelingen gevolgd en hij bevindt zich aan zijn behandelplafond. De focus ligt daarom niet op verdere intensieve behandeling, maar op het bieden van wat de betrokkene nodig heeft voor een betere kwaliteit van leven en het toewerken naar passende vervolgplek. De kliniek heeft hierbij contact gezocht met [reclasseringswerker], die als reclasseringswerker langere periode betrokken is geweest bij de begeleiding van de betrokkene. Ook zal de komende periode gericht zijn op het aanvragen en opbouwen van verlof. De deskundige acht het haalbaar dat binnen een jaar meer duidelijkheid bestaat over een concreet vervolgtraject.
3 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft de vordering ter zitting mondeling gewijzigd, in die zin dat de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege moet worden verlengd met één jaar.
4 Het standpunt van de betrokkene en zijn raadsvrouw
De betrokkene heeft zich verzet tegen verlenging met twee jaar en wil, kort gezegd, zo snel mogelijk van de tbs-maatregel af.
De raadsvrouw heeft primair verzocht de behandeling aan te houden om te onderzoeken of omzetting naar een zorgmachtiging mogelijk is. De raadsvrouw heeft betoogd dat de betrokkene beter op zijn plaats is binnen de reguliere GGZ dan binnen het tbs-stelsel, en dat de tbs in zijn geval geen levensverbetering brengt. Subsidiair heeft zij verzocht de verlenging te beperken tot één jaar.
5 De beoordeling van de rechtbank
Verzoek aanhouding voor onderzoek naar zorgmachtiging
De rechtbank acht zich op basis van de aanwezige informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over de ingediende vordering. De rechtbank wijst het verzoek om de behandeling aan te houden om te onderzoeken of omzetting naar een zorgmachtiging mogelijk is af.
De rechtbank betreurt het dat de periode dat de betrokkene als tbs-passant heeft moeten wachten op plaatsing in een kliniek zo lang heeft geduurd. De betrokkene verblijft echter pas sinds februari 2026 in de Oostvaarderskliniek. Omdat de kliniek nog onvoldoende tijd heeft gehad om een goed beeld van de betrokkene te vormen, en een gedegen risicotaxatie te maken, is op dit moment onderzoek naar een zorgmachtiging (nog) niet aan de orde.
Verlenging van de terbeschikkingstelling
De rechtbank is, gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de termijn van de tbs-maatregel van de betrokkene vereist. Het tbs-kader is nog noodzakelijk om het recidiverisico te beperken. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de tbs-maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De rechtbank verlengt de tbs met één jaar en volgt daarmee het op de zitting bijgestelde advies van de deskundige en de gewijzigde vordering van de officier van justitie.
Tussen alle betrokkenen bestaat overeenstemming dat de betrokkene een beschermde omgeving nodig heeft en naar alle waarschijnlijkheid ook in de toekomst nodig zal blijven hebben. Omdat de betrokkene aan zijn behandelplafond zit, is een verlenging met twee jaar niet aangewezen. Verdere intensieve behandeling is ook niet de inzet. Waar het de komende periode om gaat is stabilisatie in de nieuwe omgeving, het actualiseren van het risicomanagement en het zoeken naar een passend vervolgtraject. De rechtbank acht in dit verband niet ondenkbaar dat bij het in de komende periode opnieuw vormgeven van het resocialisatietraject van de betrokkene een eventuele uitstroming naar de reguliere GGZ alsnog aan de orde kan zijn en geeft mee om tevens de mogelijkheden van een zorgmachtiging te onderzoeken. Voor die doelen volstaat een verlenging van één jaar.
6 De beslissing
De rechtbank:
- wijst af het verzoek tot aanhouding van de behandeling teneinde de mogelijkheden van een zorgmachtiging te onderzoeken;
- wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege van [betrokkene] met één jaar.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gegeven door
mr. N. Culafic, voorzitter,
mr. L. Boonstra en mr. G.M.G. Hink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Verheul, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026.