Strafrecht overig

Verkort strafvonnis. Bewezenverklaring voor het vervaardigen en in bezit hebben van kinderpornografisch…

Rechtbank Noord-Holland, 23 juni 2026

Zaakgegevens

Op 23 juni 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Alkmaar
Datum uitspraak
23 juni 2026
Datum publicatie
23 juni 2026
Zaaknummer
15/201702-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:7498
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verkort strafvonnis. Bewezenverklaring voor het vervaardigen en in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in deze zaak niet noodzakelijk is om de strafdoelen te dienen. Daarbij is voor de rechtbank van belang dat de verdachte vanaf het begin openheid van zaken heeft gegeven, het kwalijke van zijn handelen inziet en vrijwillig is gestart met een behandeling die positief verloopt. De rechtbank houdt er ook rekening mee dat de ex-partner van de verdachte, die de aanwezigheid van de kinderporno heeft gemeld bij de politie, direct daaraan voorafgaand de verdachte in zijn schouder heeft gestoken, waardoor hij met een klaplong in het ziekenhuis is opgenomen. Overschrijding redelijke termijn. Oplegging gevangenisstraf van 120 dagen, waarvan 119 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 120 uren. Oplegging bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/201702-25

Uitspraakdatum: 23 juni 2026

Tegenspraak

Verkort strafvonnis (art. 138b Wetboek van Strafvordering)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 9 juni 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. W.M. van der Most, en van wat door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. E. Stam, advocaat te Heerhugowaard, naar voren is gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan de verdachte is – kort gezegd – tenlastegelegd dat hij in de periode van 1 maart 2014 tot en met 18 december 2023 in Den Helder, althans in Nederland, op gegevensdragers kinderpornografisch materiaal heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad en daarvan een gewoonte heeft gemaakt.

De volledige tekst van de (tijdens de zitting gewijzigde) tenlastelegging staat in bijlage I bij dit vonnis.

2 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd om van de zaak kennis te nemen, de officier van justitie is ontvankelijk en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3 Beoordeling van het bewijs

3.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van de tenlastegelegde periode na 1 juli 2023 en zich voor het overige op het standpunt gesteld dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit te komen en heeft zich ten aanzien daarvan gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Oordeel van de rechtbank

3.3.1

Bewijsmiddelen

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde feit heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn opgenomen.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten aanvulling worden opgenomen.

3.3.2

Bewijsmotivering

Uit het dossier volgt dat de verdachte op enig moment in de tenlastegelegde periode 94.341 foto’s die als kinderporno zijn aan te merken, in bezit heeft gehad. Ten tijde van het onderzoek door de politie bleken daarvan 3.239 foto’s nog eenvoudig benaderbaar. De rechtbank acht daarom het bezit van kinderpornografische afbeeldingen zoals in de tenlastelegging bedoeld, gedurende de gehele periode bewezen.

3.4

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij in de periode van 1 maart 2014 tot en met 18 december 2023, te Den Helder, althans in Nederland, meermalen gegevensdragers, te weten een Medion computer (IBN 1556213) en OPPO telefoon (IBN 1556216) en Medion harddisk (IBN 1556222) en Medion USB stick 128GB (IBN 1556224) en Medion USB stick (IBN 1556227) en merkloze USB stick (IBN 1556232) bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met een penis vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (Foto 1 van de toonmap, bladzijde 13 van het einddossier) en
het met een vinger betasten en aanraken van het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt bij zichzelf
(Foto 16 van de toonmap, bladzijde 13-14 van het einddossier) en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en poseert in een omgeving in een
erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en waarbij deze persoon zich vervolgens in opeenvolgende afbeeldingen van haar kleding ontdoet en de (onnatuurlijke) pose en de wijze van kleden van deze persoon nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel en de borsten van deze persoon in beeld gebracht worden waarbij de afbeelding een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling
(Foto’s 6, 7 en 8, bladzijde 14 van het einddossier) en

het houden van een stijve penis bij het gezicht van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling
(Foto 11, bladzijde 14 van het einddossier)


en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.

5 Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar onder de algemene en bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd aan de verdachte een taakstraf op te leggen van 240 uur. De officier van justitie heeft bij haar eis rekening gehouden met een strafkorting in verband met de overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar, het positieve advies van de reclassering dat over de verdachte is uitgebracht, dat hij van meet af aan verantwoordelijkheid heeft genomen en openheid van zaken heeft gegeven, dat hij bij het vervaardigen geen nieuwe slachtoffers heeft gemaakt en dat de verdachte naar aanleiding van het ten laste gelegde door zijn ex-vriendin in zijn rug is gestoken en daardoor ernstig letsel heeft opgelopen.

6.2

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht rekening te houden met het tijdsverloop van de zaak, het positieve reclasseringsadvies over de verdachte, dat hij openheid van zaken heeft gegeven, het bij de vervaardiging ging om amateuristisch knip- en plakwerk in bestaande foto’s en dat de verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan de verspreiding van kinderpornografisch materiaal. Zij heeft verzocht de verdachte een geldboete op te leggen of een geheel voorwaardelijke taakstraf met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Hiermee wordt de positieve ontwikkeling die de verdachte heeft doorgemaakt, voortgezet.

6.3

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, en ook de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich gedurende een zeer lange periode (ongeveer negen jaar) schuldig gemaakt aan het vervaardigen maar vooral het bezitten van een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal. Het is een feit van algemene bekendheid dat de gevolgen die deze kinderen hiervan in psychische en fysieke zin ondervinden, zeer ingrijpend zijn.

De rechtbank houdt de verdachte medeverantwoordelijk voor het seksueel misbruik en de exploitatie van jonge kinderen omdat hij, door (op grote schaal) kinderporno te verzamelen, heeft bijgedragen aan het instandhouden van de vraag naar kinderporno. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is noodzakelijk dat niet alleen de personen die kinderporno maken worden vervolgd en bestraft, maar ook degenen die kinderporno verzamelen. Ook heeft de verdachte kinderporno vervaardigd middels fotoshop en/of knip- en plakwerk, onder meer door afbeeldingen van zichzelf te combineren met kinderpornografisch of ander materiaal. De verdachte heeft zich hierbij laten leiden door zijn eigen (seksuele) behoeften en ten koste van de kinderen die ernstig misbruikt worden bij het maken van kinderporno. Wel houdt de rechtbank er in het voordeel van de verdachte rekening mee dat hij bij het vervaardigen gebruik heeft gemaakt van bestaand materiaal, waarbij geen nieuwe slachtoffers zijn gemaakt.

Persoon van de verdachte

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte van 11 mei 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit, zodat dit niet in zijn nadeel meeweegt.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van de reclasseringsrapporten van 28 november 2025 en 29 april 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte zich vrijwillig heeft aangemeld bij de forensische polikliniek De Waag voor een forensische ambulante zedenbehandeling. Hij is gemotiveerd en stelt zich leerbaar op. De behandeling bevindt zich nog in de diagnostische fase, welke fase wordt gebruikt om zicht te krijgen op gedragspatronen, motieven die hebben geleid tot het delict gedrag en onderzoek naar wat nodig is om recidive te voorkomen. Het risico op recidive wordt als laag-gemiddeld ingeschat. Dit alles weegt de rechtbank in het voordeel van de verdachte mee.

De op te leggen straf

Voor het bewezenverklaarde feit geldt een taakstrafverbod en normaliter wordt in dit soort zaken een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur opgelegd. De rechtbank is echter – met de officier van justitie – van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in deze zaak niet noodzakelijk is om de strafdoelen (vergelding, algemene en speciale preventie) te dienen. Daarbij is voor de rechtbank van belang dat de verdachte vanaf het begin openheid van zaken heeft gegeven, het kwalijke van zijn handelen inziet en vrijwillig is gestart met een behandeling die positief verloopt. De rechtbank houdt er ook rekening mee dat de ex-partner van de verdachte, die de aanwezigheid van de kinderporno heeft gemeld bij de politie, direct daaraan voorafgaand de verdachte in zijn schouder heeft gestoken, waardoor hij met een klaplong in het ziekenhuis is opgenomen. Het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 120 dagen zal opleggen, in combinatie met een taakstraf. Vanwege het geldende taakstrafverbod zal de rechtbank echter bepalen dat van die 120 dagen gevangenisstraf 119 dagen voorwaardelijk zijn.

Overschrijding redelijke termijn

In artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Als uitgangspunt heeft hierbij te gelden dat de behandeling van een zaak ter terechtzitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak de aanvangsdatum van de redelijke termijn moet worden gesteld op 18 december 2023, het moment waarop de gegevensdragers onder de verdachte in beslag zijn genomen en aan de politie is medegedeeld dat daarop kinderpornografisch materiaal aanwezig was. De verdachte kon er vanaf dat moment van uitgaan dat hij strafrechtelijk zou worden vervolgd. Nu het eindvonnis op 23 juni 2026 wordt gewezen, is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn met ongeveer zeven maanden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding niet aan de verdachte valt toe te rekenen en dat niet anderszins is gebleken van bijzondere omstandigheden. De politie heeft aangegeven vanwege capaciteitsproblemen niet eerder dan in april 2025 (bijna 1,5 jaar na de inbeslagname) het onderzoek te kunnen oppakken. Regel is dat overschrijding van de redelijke termijn wordt gecompenseerd door vermindering van de straf die zou zijn opgelegd als de redelijke termijn niet zou zijn overschreden.

Zoals hiervoor overwogen, zal de rechtbank de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen opleggen, waarvan 119 dagen voorwaardelijk. Hieraan zal de rechtbank een proeftijd verbinden van twee jaar, om de verdachte ervan te weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. De rechtbank zal aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden koppelen zoals geadviseerd door de reclassering. De overschrijding van de redelijke termijn resulteert er in dat de rechtbank in plaats van een taakstraf van 150 uur een taakstraf van 120 uur zal opleggen.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 240b (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

8 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 [honderdtwintig] dagen, met bevel dat 119 [honderdnegentien] dagen daarvan niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren;

veroordeelt de verdachte tot het verrichten van 120 [honderdtwintig] uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 60 [zestig] dagen hechtenis.

stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

  • de verdachte zich meldt bij Reclassering Nederland op het adres Drechterwaard 102, 1824 DX in Alkmaar. Hij blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

  • de verdachte zich laat behandelen door het centrum voor forensische geestelijke gezondheidszorg (ggz) de Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

  • de verdachte gedurende de gehele proeftijd:

1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;

2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;

3. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma's (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);

4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.

Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de verdachte in gebruik heeft.

De verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.

De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal zes keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de verdachte.

geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

voorwaarden daarbij zijn dat de verdachte gedurende de proeftijd:

  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. F.H.B. Budde, voorzitter,

mr. I.A.M. Tel en mr. I.M. Hendriks, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. E. Saelens

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 juni 2026.

Bijlage I – de tenlastelegging

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2014 tot en met 18 december 2023, te Den Helder, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkens afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s en/of gegevensdragers, te weten een Medion computer (IBN 1556213) en/of OPPO telefoon (IBN 1556216) en/of Medion harddisk (IBN 1556222) en/of Medion USB stick 128GB (IBN 1556224) en/of Medion USB stick (IBN 1556227) en/of merkloze USB stick (IBN 1556232) bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een penis oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp oraal en vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de vinger/hand en/of voorwerp vaginaal penetreren van het lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt bij zichzelf
(Foto 1 van de toonmap, bladzijde 13 van het einddossier) en/of

het met de/een penis en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een vinger/hand en/of voorwerp betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt bij zichzelf
(Foto 16 van de toonmap, bladzijde 13-14 van het einddossier) en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een
erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(Foto’s 6, 7 en 8, bladzijde 14 van het einddossier) en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(Foto 11, bladzijde 14 van het einddossier)


en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.