Bestuursstrafrecht

Wahv. Twee snelheidsovertredingen. De bebording H2 is aanwezig maar ongelukkig geplaatst. Eén boete wordt…

Rechtbank Noord-Nederland, 4 juni 2026

Zaakgegevens

Op 4 juni 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
4 juni 2026
Datum publicatie
7 augustus 2026
Zaaknummer
11930481 BU VERZ 25-2193 11930491 BU VERZ 25-2194
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3311
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. Twee snelheidsovertredingen. De bebording H2 is aanwezig maar ongelukkig geplaatst. Eén boete wordt gematigd tot nul. De andere boete, waarbij betrokkene harder reed dan 60 en dus ook harder reed dan buiten de bebouwde kom had gemogen, laat de kantonrechter in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

beschikkingsnummers: 270580143 en 270580003

zaaknummers: 11930481 BU VERZ 25-2193 en 11930491 BU VERZ 25-2194

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
4 juni 2026

in de zaken van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [plaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is twee keer een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).

1.1.

De eerste gedraging (25-2193) waarvoor een boete is opgelegd is: VA007 – ‘7 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom’, verricht op 23 november 2024, om 12:34 uur, op de Spoorhavenweg in Veendam, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 70,00 (inclusief administratiekosten).

1.2.

De tweede gedraging (25-2194) waarvoor een boete is opgelegd is: VA016 – ‘16 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom’, verricht op 23 november 2024, om 11:37 uur, op de Spoorhavenweg in Veendam, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 191,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boetes beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft de beroepen ongegrond verklaard. Tegen die beslissingen heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft de beroepen gevoegd behandeld op de zitting op 4 juni 2026. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde.

1.3.

Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Betrokkene voert aan dat de bebording onduidelijk is. Door de boetes is hij gaan kijken waar de bebording staat en hoe hard hij mocht rijden. Op de afrit van de N33 staat een bord waar een 60-zone begint. Dat is het enige bord dat hij heeft geconstateerd.

3. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat de beroepen ongegrond zijn. Op de rijroute staat een bord H2, waaraan betrokkene had kunnen zien dat hij zich in de bebouwde kom bevond en dus maximaal 50 kilometer per uur mocht rijden. Op de terugweg was hij nog geen bord dat het einde van de bebouwde kom aangaf tegengekomen, dus mocht hij niet harder dan 50 kilometer per uur rijden.

Overwegingen

4. De kantonrechter overweegt dat vaststaat dat de bebording aanwezig is, maar dat deze ongelukkig is geplaatst. Het H2-bord was klein en geplaatst op grotere bebording waarop wordt verwezen naar nummers van bedrijfshalen. De bebording is inmiddels aangepast. De kantonrechter kan zich voorstellen dat betrokkene de bebording heeft gemist. Daarom ziet hij aanleiding om de lagere boete van 25-2193 te matigen tot nul. Aangezien betrokkene in 25-2194 harder dan 60 kilometer per uur reed, wat de maximumsnelheid was geweest als betrokkene zich niet in de bebouwde kom had bevonden, laat de kantonrechter die boete in stand.

Conclusie

De kantonrechter:

in 25-2193:

  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;

  • wijzigt die beslissing en matigt de boete tot nul;

  • bepaalt dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt.

in 25-2194:

- verklaart het beroep ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

D.W. Veenstra, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.