Bestuursstrafrecht

Wahv. R559 – ‘een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen negeren (bord C12)’. Ongegrond beroep. De…

Rechtbank Noord-Nederland, 18 juni 2026

Zaakgegevens

Op 18 juni 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
18 juni 2026
Datum publicatie
12 augustus 2026
Zaaknummer
11835978 BU VERZ 25-1916
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3409
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. R559 – ‘een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen negeren (bord C12)’. Ongegrond beroep. De kantonrechter acht het ongeloofwaardig dat de bebording onleesbaar was door het weer. In de eerste plaats is op de foto van de overtreding geen enkel spoor van sneeuw of ijzel te zien. Uit raadpleging van het weerbericht van 5 februari 2025 blijkt verder dat die dag geen neerslag is gevallen en dat het niet heeft gevroren. Dit geldt ook voor de dag ervoor.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 272088620

zaaknummer: 11835978 BU VERZ 25-1916

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
18 juni 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats],

gemachtigde: [gemachtigde].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R559 – ‘een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen negeren (bord C12)’, verricht op 5 februari 2025, om 14:22 uur, op het Ruiterskwartier in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 18 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. P. Belopavlovic aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie.

1.3.

Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. De gemachtigde reed in de auto van betrokkene. Sneeuw en ijzel hadden het bord onleesbaar gemaakt, waardoor hij niet kon weten dat hij daar niet mocht rijden.

3. De vertegenwoordiger stelt dat het beroep ongegrond is.

Overwegingen

4. De gemachtigde betwist de verkeersovertreding niet. Deze wordt daarom vastgesteld.

5. De kantonrechter acht het ongeloofwaardig dat de bebording onleesbaar was door het weer. In de eerste plaats is op de foto van de overtreding geen enkel spoor van sneeuw of ijzel te zien. Uit raadpleging van het weerbericht van 5 februari 2025 blijkt verder dat die dag geen neerslag is gevallen en dat het niet heeft gevroren. Dit geldt ook voor de dag ervoor. Het beroepschrift doet de kantonrechter op geen enkele wijze twijfelen. Het beroep is ongegrond.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

mr. M.D. Hellinga, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

De griffier is buiten staat om

dit proces-verbaal te ondertekenen.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.