Civiel recht overig
advocaat wordt op grond van artikel 245 Rv veroordeeld in de proceskosten
Rechtbank Noord-Nederland, 16 december 2015
ECLI:NL:RBNNE:2015:5860 · Rechtbank Noord-Nederland · 16 december 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-rbnne-2015-5860
Zaakgegevens
Op 16 december 2015 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 16 december 2015
- Datum publicatie
- 17 december 2015
- Zaaknummer
- C/17/137373 / HA ZA 14-384
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2015:5860
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
advocaat wordt op grond van artikel 245 Rv veroordeeld in de proceskosten
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaaknummer / rolnummer: C/17/137373 / HA ZA 14-384
Vonnis van 16 december 2015
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
YEYEBES GENERAL TRADE PLC,
gevestigd te Addis Abeba, Ethiopië,
eiseres,
advocaat mr. A.W. Hooijen te Hilversum (onttrokken),
tegen
de besloten vennootschap
SCHOTS MACHINERY BV,
gevestigd te Wommels,
gedaagde,
advocaat mr. T.E. Heslinga te Leeuwarden.
Partijen zullen hierna Yeyebes en Schots genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het tussenvonnis van 14 oktober 2015,
-
de akte zonder producties van mr. A.W. Hooijen waarin hij zich heeft uitgelaten over het voornemen van de rechtbank om hem te veroordelen in de kosten van het geding.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De verdere beoordeling
Bij tussenvonnis van 14 oktober 2015 heeft de rechtbank Yeyebes niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering en het voornemen uitgesproken om haar advocaat mr. A.W. Hooijen te Hilversum (hierna Hooijen) op vordering van Schots conform art. 245 lid 1 Rv te veroordelen in de kosten van dit geding. De rechtbank heeft Hooijen in de gelegenheid gesteld zich over dit voornemen uit te laten, waarbij hij in het bijzonder is uitgenodigd om de twijfels over het bestaan van Yeyebes weg te nemen. Hooijen heeft zich bij akte van 11 november 2015 hierover uitgelaten.
Hooijen heeft gemeld dat hij beschikt over een door Yeyebes ondertekende volmacht ten gunste van [A] (hierna [A] ); een kopie van een Nederlands verblijfsdocument van [A] ; en een letter of credit geopend door Yeyebes ten gunste van Schots. Hooijen geeft voorts aan dat hij geen uittreksel ten aanzien van Yeyebes uit het betreffende handelsregister van de Addis Abeba Kamer van Koophandel heeft kunnen bemachtigen, zodat hij de twijfel over het bestaan van Yeyebes niet op basis daarvan kan wegnemen. Hooijen stelt tot slot evenwel dat uit het gegeven dat Yeyebes een 'letter of credit' heeft kunnen openen, onomstotelijk volgt dat Yeyebes als rechtspersoon bestaat.
De rechtbank overweegt dat uit het bestaan van een volmacht en het Nederlandse verblijfsdocument van [A] - waarvan overigens geen afschriften zijn overgelegd - niet volgt dat ook Yeyebes (als rechtspersoon) bestaat. Hooijen heeft verder zijn stelling dat uit de door Yeyebes geopende 'letter of credit' onomstotelijk volgt dat Yeyebes als rechtspersoon bestaat, niet onderbouwd, zodat de rechtbank hieraan voorbij gaat. Nu Hooijen geen uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel in Addis Abeba heeft kunnen bemachtigen, is niet komen vast te staan dat Yeyebes bestaat.
Gelet op het feit dat Hooijen geen contact meer heeft kunnen leggen met [A] - van wie in deze procedure, nu geen verdere gegevens zijn overgelegd, enkel diens naam en e-mailadres bekend zijn - ziet de rechtbank aanleiding om in plaats van [A] als opdrachtgever tot de procedure, Hooijen op grond van art. 245 Rv in de proceskosten te veroordelen. De proceskosten zijn in het tussenvonnis reeds vastgesteld op € 3.680,00.
3 De beslissing
De rechtbank
veroordeelt Hooijen in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Schots tot op heden vastgesteld op € 3.680,00,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.L. Timmer en in het openbaar uitgesproken op
16 december 2015.
721