Civiel recht overig
“Ambtshalve toetsing. Reparatie auto. Eisende partij heeft de informatieplicht van artikel 6:230l sub c BW…
Rechtbank Noord-Nederland, 10 juni 2025
ECLI:NL:RBNNE:2025:2910 · Rechtbank Noord-Nederland · 10 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-rbnne-2025-2910
Zaakgegevens
Op 10 juni 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 juni 2025
- Datum publicatie
- 18 juli 2025
- Zaaknummer
- 11113471 \ CV EXPL 24-3003
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2025:2910
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
“Ambtshalve toetsing. Reparatie auto. Eisende partij heeft de informatieplicht van artikel 6:230l sub c BW geschonden. De overeenkomst tussen partijen wordt vernietigd
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: 11113471 \ CV EXPL 24-3003
Vonnis van 10 juni 2025
in de zaak van
[eiser], handelend onder de naam AH GARAGE,
te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: LAVG,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 17 december 2024,
- de akte van [eiser] d.d. 14 januari 2025,
- de akte van [gedaagde] d.d. 10 februari 2025,
- de akte uitlating producties van [eiser] d.d. 25 februari 2025.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De verdere beoordeling
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter [eiser] in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de schending van de informatieverplichting uit hoofde van artikel 6:230l sub c BW en de sanctie die zou moeten volgen.
[eiser] heeft zich bij akte uitgelaten over de schending van de informatieverplichting en heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een oneerlijke handelspraktijk in de zin van artikel 6:193c en 6:193d BW. Volgens [eiser] is aan [gedaagde] expliciet de prijs van € 2.500,00 exclusief btw genoemd en is het voor een gemiddelde consument eenvoudig om te berekenen wat dan de prijs inclusief btw is. [gedaagde] zou ook niet hebben aangegeven de informatie die door [eiser] is verstrekt niet te begrijpen. Om die reden is er volgens [eiser] geen reden om een sanctie op te leggen.
[gedaagde] heeft in haar akte de stelling van [eiser] betwist en heeft aangevoerd dat [eiser] haar heeft verteld dat de reparatie € 2.500,00 zou kosten zonder daarbij te vermelden dat dit bedrag nog vermeerderd zou worden met btw.
De kantonrechter oordeelt dat [eiser] de informatieverplichting heeft geschonden. [eiser] had [gedaagde] op grond van artikel 6:230l sub c BW moeten mededelen wat de totale prijs met inbegrip van alle belastingen zou zijn en tussen partijen staat vast dat [eiser] dit niet heeft gedaan. De consequentie hiervan is dat er een sanctie moet worden opgelegd.
De vervolgvraag is welke sanctie opgelegd moet worden. In het tussenvonnis heeft de kantonrechter overwogen dat [gedaagde] ervoor kan kiezen om de overeenkomst volledig te vernietigen en dat de kantonrechter een korting conform de sanctierichtlijn op zal leggen als [gedaagde] geen volledige vernietiging wenst. [gedaagde] heeft zich bij akte uitgelaten over de sanctie en heeft te kennen gegeven geen volledige vernietiging te wensen als een korting op grond van de sanctierichtlijn betrekking heeft op de volledige reparatiekosten, dus inclusief het reeds betaalde deel. Als de korting alleen betrekking heeft op het openstaande, door [eiser] gevorderde bedrag, wenst [gedaagde] wel een volledige vernietiging van de tussen partijen gesloten overeenkomst.
Een korting op grond van de sanctierichtlijn wordt toegekend over de gevorderde hoofdsom. Om die reden zal de kantonrechter conform de wens van [gedaagde] de overeenkomst volledig vernietigen op grond van artikel 3:40 lid 2 BW. Dit betekent concreet dat de wederzijdse verplichtingen uit de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst komen te vervallen en dat er dus geen betalingsverplichting is voor [gedaagde]. De vordering van [eiser] tot betaling van het restant van het factuurbedrag heeft om die reden geen rechtsgrond meer en zal worden afgewezen.
[eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. Op grond van artikel 238 lid 1 Rv komen slechts reis-, verblijf- en verletkosten voor vergoeding in aanmerking. Aan [gedaagde] zal een forfaitair bedrag van € 50,00 worden toegekend.
3 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten die worden vastgesteld op € 50,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. Veenema en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2025.