Materieel strafrecht
Veroordeling vanwege gekwalificeerde verkrachting en bezit kinderporno tot 12 maanden jeugddetentie met…
Rechtbank Noord-Nederland, 17 juli 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:2896 · Rechtbank Noord-Nederland · 17 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/materieel-strafrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2026-2896
Zaakgegevens
Op 17 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 17 juli 2026
- Datum publicatie
- 16 juli 2026
- Zaaknummer
- 18.348945.25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:2896
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling vanwege gekwalificeerde verkrachting en bezit kinderporno tot 12 maanden jeugddetentie met aftrek waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad.
Oude en nieuwe wetgeving toegepast.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18.348945.25
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 juli 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 3 juli 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.M. Scholten, advocaat te Groningen.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S. Broekstra.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 19 september 2022 tot en met 30 juni 2024 te Winschoten, gemeente Oldambt en/of [plaats ], gemeente Oldambt, althans in Nederland met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2010, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten
-
het betasten van de borsten en/of billen van die [slachtoffer]
-
het laten aanraken en/of (vervolgens) laten aftrekken van zijn penis door die [slachtoffer]
-
het stoppen en/of duwen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer] en/of zich (vervolgens) laten pijpen door die [slachtoffer]
-
het stoppen en/of duwen van zijn penis in de vagina en/of (vervolgens) penetreren van de vagina van die [slachtoffer]
en/of
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 22 december 2025 te Winschoten, gemeente Oldambt en/of [plaats ], gemeente Oldambt, althans in Nederland met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2010,
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
-
het betasten van de borsten en/of billen van die [slachtoffer]
-
het laten aanraken en/of (vervolgens) laten aftrekken van zijn penis door die [slachtoffer]
-
het stoppen en/of duwen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer] en/of zich (vervolgens) laten pijpen door die [slachtoffer]
-
het stoppen en/of duwen van zijn penis in de vagina en/of (vervolgens) penetreren van de vagina van die [slachtoffer]
en welke verkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang door
- die [slachtoffer] (een) gift(en) (zoals concertkaartjes en/of geld en/of kleding) in het vooruitzicht te stellen in ruil voor het verrichten en/of ondergaan van seksuele handelingen
2
hij in of omstreeks de periode van 19 september 2022 tot en met 22 december 2025 te Winschoten, gemeente Oldambt en/of [plaats ], gemeente Oldambt, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 19 september 2022 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht) een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2010, was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad
en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 22 december 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2010, was betrokken of schijnbaar was betrokken
heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad
te weten afbeeldingen en/of een telefoon (te weten een iPhone 16 Pro) bevattende afbeeldingen waarop te zien is dat:
- die [slachtoffer] gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of zich in een liggende positie bevindt (afbeelding 3,6,7,8,9,10 en 11 toonmap en p. 39 procesdossier)
en/of
- die [slachtoffer] gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of zich in een liggende positie bevindt waarbij er zich een hand van een andere persoon tussen haar borsten bevindt
(afbeelding 1 en 5 toonmap en p. 39 procesdossier)
en/of
- die [slachtoffer] gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en iets over haar hoofd aantrekt of uittrekt (afbeelding 2 toonmap en p. 39 procesdossier)
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling voor beide ten laste gelegde feiten gevorderd.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, maar heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het laatste gedachtestreepje van het eerste deel van het onder feit 1 ten laste gelegde.
Oordeel van de rechtbank
Feit 1 is opgeknipt in twee tijdvakken vanwege de inwerkingtreding van de nieuwe Wet seksuele misdrijven per 1 juli 2024. Ten laste is gelegd dat verdachte in beide tijdvakken onder meer seksuele handelingen heeft verricht die bestonden uit het penetreren van de vagina van het slachtoffer met zijn penis. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van het dossier met onvoldoende zekerheid worden vastgesteld dat dit ook in het eerste tijdvak het geval is geweest, nu er sterke aanwijzingen zijn dat deze vorm van seksuele handelingen pas voor het eerst heeft plaatsgevonden na 1 juli 2024.
Van dit deel van de tenlastelegging zal de verdachte daarom worden vrijgesproken.
De rechtbank acht het overige onder feit 1, alsmede het onder feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Ten aanzien van feit 1 is de rechtbank van oordeel dat de verkrachting is voorafgegaan door dwang. Verdachte heeft zijn ruim drie jaar jongere zusje geld, kleding en concertkaartjes in het vooruitzicht gesteld, en haar daarbij onder druk gezet om de seksuele handelingen te verrichten. Uit de via Snapchat gevoerde gesprekken blijkt dat verdachte een afwijzing niet accepteerde en bleef aandringen totdat zij toegaf. Hij heeft daarmee zodanige pressie uitgeoefend op haar dat zij daardoor in verminderde mate de mogelijkheid heeft gehad een vrije keuze te maken.
Ten aanzien van feit 2 is de rechtbank van oordeel dat alle fotos, gelet op de context waarin zij zijn vervaardigd, een onmiskenbare seksuele strekking hebben. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de foto's door verdachte zijn gemaakt gedurende de periode waarin het seksueel misbruik plaatsvond.
Voorts heeft verdachte ter terechtzitting erkend dat hij de intentie had de foto's voor zijn seksuele bevrediging te gebruiken.
De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder feit 1 en feit 2 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Deze opgave luidt als volgt:
-
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 juli 2026;
-
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 23 januari 2026, opgenomen op pagina 18 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025344357 d.d. 28 januari 2026, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] ;
-
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 januari 2026, opgenomen op pagina 38 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] .
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1
hij in de periode van 19 september 2022 tot en met 30 juni 2024 te Winschoten en [plaats ], met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2010, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, meerdere ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten
-
het betasten van de borsten en billen van die [slachtoffer]
-
het laten aanraken en (vervolgens) laten aftrekken van zijn penis door die [slachtoffer]
-
het stoppen en duwen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer] en zich (vervolgens) laten pijpen door die [slachtoffer] ;
en
hij in de periode van 1 juli 2024 tot en met 22 december 2025 te Winschoten en [plaats ] met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2010,
meerdere seksuele handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
-
het betasten van de borsten en billen van die [slachtoffer]
-
het laten aanraken en (vervolgens) laten aftrekken van zijn penis door die [slachtoffer]
-
het stoppen en duwen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer] en zich (vervolgens) laten pijpen door die [slachtoffer]
-
het stoppen en duwen van zijn penis in de vagina en (vervolgens) penetreren van de vagina van die [slachtoffer]
en welke verkrachting werd voorafgaan door dwang door
- die [slachtoffer] giften (zoals concertkaartjes en geld en kleding) in het vooruitzicht te stellen in ruil voor het verrichten en ondergaan van seksuele handelingen;
2
hij in de periode van 19 september 2022 tot en met 22 december 2025 te Winschoten en/of [plaats ], meermalen
(in de periode van 19 september 2022 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht) een of meer afbeeldingen of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2010, was betrokken heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad;
en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 22 december 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht) meerdere visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2010, was betrokken heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad
een telefoon (te weten een iPhone 16 Pro) bevattende afbeeldingen waarop te zien is dat:
- die [slachtoffer] gedeeltelijk naakt is en zich in een liggende positie bevindt (afbeelding 3,6,7,8,9,10 en 11 toonmap en p. 39 procesdossier)
en/of
- die [slachtoffer] gedeeltelijk naakt is en zich in een liggende positie bevindt waarbij er zich een hand van een andere persoon tussen haar borsten bevindt
(afbeelding 1 en 5 toonmap en p. 39 procesdossier)
en/of
- die [slachtoffer] gedeeltelijk naakt is en iets over haar hoofd aantrekt of uittrekt (afbeelding 2 toonmap en p. 39 procesdossier).
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
1. met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;
en
gekwalificeerde verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren, meermalen gepleegd;
2. afbeeldingen - of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben
en
Een visuele weergave met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken vervaardigen en in bezit hebben.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft aangevoerd dat het jeugdstrafrecht moet worden toegepast. Zij heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot 12 maanden jeugddetentie met aftrek waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Daaraan dienen de door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) geadviseerde voorwaarden gekoppeld te worden. Zij heeft daarbij rekening gehouden met de verminderde toerekenbaarheid van verdachte.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft gepleit voor toepassing van het jeugdstrafrecht en verzocht het bewezenverklaarde verminderd aan verdachte toe te rekenen. Zij heeft aangevoerd dat oplegging van een werkstraf in combinatie met een voorwaardelijke jeugddetentie passend is. Aan de voorwaardelijke straf dienen de door de Raad geadviseerde voorwaarden gekoppeld te worden.
Oordeel van de rechtbank
Algemeen
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het Pro Justitia rapport van 29 april 2026, het rapport van de Raad van 29 juni 2026, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 juni 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich over een periode van ruim drie jaar schuldig gemaakt aan verkrachting van zijn zusje. Het seksuele misbruik is begonnen toen zij net 12 jaar was en verdachte ruim 15 jaar was. Verdachte heeft met grote regelmaat, soms wel meerdere keren per dag, verschillende seksuele handelingen verricht bij zijn zusje, waaronder het seksueel binnendringen van haar lichaam. In ruil voor de seksuele handelingen gaf hij zijn zusje geld, kleding en concertkaartjes. Zijn drang tot seks was zo aanwezig dat hij hierin dwingend wasen daarbij geen rekening hield met het feit dat zijn zusje het niet wilde. Ook heeft hij fotos met een seksuele strekking gemaakt van zijn minderjarige zusje. Verdachte heeft hiermee op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn zusje en op haar gevoel van veiligheid in haar eigen woning. Verdachte heeft zijn eigen lusten boven het welzijn van zijn zusje gesteld. Het is algemeen bekend dat door seksueel misbruik de normale seksuele en persoonlijke ontwikkeling van een slachtoffer ernstig kan worden geschaad. Kinderen die slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik, zeker door die personen waarop zij moeten kunnen vertrouwen en bij wie zij zich veilig en geborgen hadden moeten weten, ervaren immers in veel gevallen nog jaren grote gevolgen van wat hen is aangedaan.
Persoon van de verdachte
Uit het strafblad van verdachte van 9 juni 2026 blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.
Over verdachte is een Pro Justitia rapport opgemaakt op 29 april 2026, door M. Aalbers-Passier, GZ-psycholoog. Uit dit rapport komt naar voren dat er bij verdachte sprake is van een autismespectrumstoornis, die nog niet onderkend was. Deze stoornis was ook aanwezig ten tijde van het plegen van de feiten. Verdachte is slecht in staat om zich te verplaatsen in anderen. Zijn eigen sterke interesse in seksualiteit heeft ervoor gezorgd dat hij hiervoor gebruik is gaan maken van de beschikbaarheid van zijn jongere zus in ruil voor kleding, geld en concertkaartjes. Daarnaast heeft verdachte meerdere fotos met een seksuele strekking van zijn zusje gemaakt in de periode dat het seksueel misbruik plaatsvond. Het besef dat dit gedrag fout is en binnen de samenleving als afwijkend wordt gezien drong niet tot hem door. In het rapport wordt dan ook geadviseerd het ten laste gelegde in
verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Daarnaast adviseert de deskundige het jeugdstrafrecht toe te passen, gelet op de beperkte handelingsvaardigheden van verdachte en de mogelijkheid tot pedagogische beïnvloeding. Het herhalingsgevaar wordt ingeschat als matig. Dit recidiverisico kan geminimaliseerd worden tot laag indien verdachte behandeld zal worden.
In het rapport van de Raad van 29 juni 2026 wordt eveneens geadviseerd het jeugdstrafrecht toe te passen. De raad adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie met als bijzondere voorwaarden dat verdachte onderwijs of dagbesteding volgt, meewerkt aan diagnostiek en behandeling vanuit de Waag of een soortgelijke instelling, geen contact opneemt met het slachtoffer, meewerkt aan een verblijf anders dan bij ouders en zich houdt aan de afspraken met de jeugdreclassering.
Verminderd toerekeningsvatbaar
De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen voor wat betreft de toerekeningsvatbaarheid over en acht verdachte daarom verminderd toerekeningsvatbaar.
Toepassing van het jeugdstrafrecht
Verdachte was voor een deel van de bewezenverklaarde periode minderjarig. Het Wetboek van Strafrecht geeft de rechtbank de mogelijkheid om rekening te houden met de jeugdige leeftijd van verdachten en het jeugdstrafrecht toe te passen (artikel 77c Wetboek van Strafrecht). De rechtbank heeft besloten om in dit geval van deze mogelijkheid gebruik te maken en volgt daarbij de adviezen van de GZ-psycholoog en van de Raad.
Straf
Gelet op de ernst van het feit en de langdurige periode van seksueel misbruik kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Daarbij komt dat voor feiten als deze een taakstrafverbod geldt, wat ook de ernst van het feit onderstreept. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank er in strafmatigende zin rekening mee dat verdachte verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedragingen en zich inmiddels heeft aangemeld bij een behandelinstelling.
Alles afwegende vindt de rechtbank 12 maanden jeugddetentie, met aftrek van de tijd die verdachte heeft doorgebracht in verzekering en in voorlopige hechtenis, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden. Enerzijds wordt hierdoor de ernst van het bewezenverklaarde benadrukt en anderzijds fungeert de forse voorwaardelijke straf als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst weer strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal daarbij de bijzondere voorwaarden opleggen zoals geadviseerd door de Raad in haar rapport van 29 juni 2026.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 77c, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 240b (oud), 245 (oud), 248, 252 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een jeugddetentie voor de duur van 12 maanden.
Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.
Bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 9 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
-
onderwijs of dagbesteding volgt;
-
meewerkt aan diagnostiek en/of behandeling vanuit de Waag of soortgelijke instelling, zolang dit door
de jeugdreclassering nodig wordt geacht;
-
meewerkt aan andere of verderehulpverlening die noodzakelijk wordt geacht door de jeugdreclassering;
-
wordt verboden om op geen enkele wijze contact te hebben met het slachtoffer ( [slachtoffer] , geboren
op [geboortedatum] 2010) tenzij anders wordt besloten door de jeugdreclassering;
-
meewerkt aan een verblijf anders dan bij ouders, indien de jeugdreclassering dit nodig acht;
-
zich houdt aan de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de gecertificeerde instelling,
te weten [instelling] en [instelling] te [plaats ] , en aan de afspraken die door of namens voorgenoemde instelling met hem worden gemaakt.
Geeft opdracht aan [instelling] en [instelling] te [plaats ] om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:
-
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
-
medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. M.B.W. Venema en mr.
C. Brouwer, rechters, bijgestaan door J. Kunst, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 juli 2026.
mr. J. van Bruggen en mr. M.B.W. Venema zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.