Materieel strafrecht
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van drie ontploffingen bij verschillende woningen…
Rechtbank Noord-Nederland, 16 juli 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:2943 · Rechtbank Noord-Nederland · 16 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/materieel-strafrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2026-2943
Zaakgegevens
Op 16 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 16 juli 2026
- Datum publicatie
- 17 juli 2026
- Zaaknummer
- 18/344481-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:2943
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van drie ontploffingen bij verschillende woningen in Veendam en Baarn en aan het beschadigen van een voordeur. Bij twee van de drie ontploffingen was er sprake van gemeen gevaar voor goederen en bij de andere ook gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander. De rechtbank legt aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/344481-25
ter terechtzitting gevoegd parketnummer 16/112198-26
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 juli 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] , ingeschreven te [adres 1] ,
het adres waar hij nu is gedetineerd in de [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 juli 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A. Zeeman, advocaat te Amsterdam.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L. Potijk.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Parketnummer 18/344481-25
1. ?
hij op of omstreeks 27 september 2025 te Veendam opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, door professioneel knalvuurwerk, althans een (explosieve) stof, te bevestigen aan, althans te plaatsen in de nabijheid van, de woning gelegen aan de [adres 2] en/of dit (vervolgens) in aanraking te brengen met open vuur, aan te steken en/of tot ontbranding te brengen, terwijl daarvan
-
gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten voornoemde woning, in die woning aanwezige goederen en/of omliggende woningen/panden, te duchten was, en/of
-
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en/of (andere) in en/of rondom voornoemde en/of omliggende woningen/panden aanwezige personen, te duchten was;
?
hij op of omstreeks 11 oktober 2025 te Veendam, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, door professioneel knalvuurwerk, te weten een Cobra 6, althans een (explosieve) stof, te bevestigen aan, althans te plaatsen in de nabijheid van, de woning gelegen aan de [adres 2] en/of dit (vervolgens) in aanraking te brengen met open vuur, aan te steken en/of tot ontbranding te brengen, terwijl daarvan
-
gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten voornoemde woning, in die woning aanwezige goederen en/of omliggende woningen/panden, te duchten was, en/of
-
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en/of (andere) in en/of rondom voornoemde en/of omliggende woningen/panden aanwezige personen, te duchten was;
?
hij op of omstreeks 19 oktober 2025 te Veendam opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht,
door professioneel knalvuurwerk, te weten een Super Cobra 6, althans een (explosieve) stof, te bevestigen aan, althans te plaatsen in de nabijheid van, de woning gelegen aan de [adres 3] en/of dit (vervolgens) in aanraking te brengen met open vuur, aan te steken en/of tot ontbranding te brengen, terwijl daarvan
-
gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten voornoemde woning, in die woning aanwezige goederen en/of omliggende woningen/panden, te duchten was en/of
-
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten [slachtoffer 4] en/of in en/of rondom voornoemde en/of omliggende woningen/panden aanwezige personen, te duchten was;
Parketnummer 16/112198-26
1.
hij, op of omstreeks 6 februari 2025 te Baarn, althans in Nederland, opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht, door een of meerdere stuk(ken) zwaar vuurwerk (een Cobra, Super 6) voor/tegen de voordeur, althans in de directe nabijheid, van de woning gelegen aan de [adres 4] te Baarn, in contact te brengen met open vuur, waardoor dit explosief aldaar tot ontploffing kwam, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten (de voordeur, brievenbus en/of kozijnen van) voornoemde woning, te duchten was, en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de in de woning aanwezige personen en/of de in de nabije omgeving aanwezige personen, te duchten was;
2.
hij, op of omstreeks 6 februari 2025 te Baarn, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een voordeur, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 5] , toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde met parketnummer 18/344481-25 en het onder 1 en 2 ten laste gelegde met parketnummer 16/112198-26.
Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde met parketnummer 18/344481-25 heeft de officier van justitie aangevoerd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte degene is die de tweede ontploffing heeft veroorzaakt bij de woning gelegen aan de [adres 2] in Veendam. Dit blijkt uit de aangifte, de bevindingen uit de telefoon van verdachte waaruit blijkt dat hij rondom de ontploffing in de buurt van de woning was en de vaststelling dat hij een paar weken eerder op hetzelfde adres een Super Cobra 6 heeft afgestoken welke opdracht kennelijk niet naar tevredenheid was uitgevoerd.
Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde met parketnummer 18/344481-25 en het onder 1 ten laste gelegde met parketnummer 16/112198-26 heeft de officier van justitie aangevoerd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat er sprake is geweest van gevaar voor zwaar lichamelijk letsel. In beide gevallen is er een Super Cobra 6 in de nacht tot ontploffing gebracht door deze aan de voordeur te bevestigen. Rond die tijd zijn de meeste mensen thuis en liggen te slapen. Het is voorstelbaar dat mensen wakker zijn voor een toiletbezoek of dat zij gaan kijken wat er aan de hand is als opgemerkt wordt dat er iemand in de nacht bij de voordeur aan het rommelen is. Als deze persoon vervolgens de voordeur opent vlak voor de ontploffing, bestaat het gevaar om zwaar gewond te raken door de klap en rondslingerende onderdelen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde met parketnummer 18/344481-25. Met betrekking tot het onder 1 en 3 ten laste gelegde met parketnummer 18/344481-25 en het onder 1 ten laste gelegde met parketnummer 16/112198-26 heeft de raadsman bepleit dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat er sprake is geweest van gevaar voor omliggende panden, noch voor de daar aanwezige personen, en/of te duchten levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander.
Oordeel van de rechtbank Parketnummer 18/344481-25 Vrijspraak feit 2
De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde onder parketnummer 18/344481-25 niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
Op 27 september 2025 heeft er een ontploffing plaatsgevonden bij de woning aan de [adres 2] in Veendam. Verdachte heeft bekend dat hij degene is die deze ontploffing heeft veroorzaakt. Volgens verdachte heeft hij dit gedaan omdat hij onder druk werd gezet. Na afloop zouden zijn opdrachtgevers hebben laten weten dat hij de opdracht niet naar tevredenheid had uitgevoerd en dat er niets van zijn schulden zouden worden afgelost. Twee weken later vindt er op 11 oktober 2025 wederom een ontploffing plaats op hetzelfde adres en op een soortgelijke wijze. Verdachte ontkent echter ten stelligste dat hij ook deze tweede ontploffing heeft veroorzaakt. Zijn opdrachtgevers hadden immers meerdere personen die dit soort klussen voor hen uitvoerden.
Uit het onderzoek aan de telefoon van verdachte blijkt dat deze telefoon rond het tijdstip van de ontploffing verschillende masten heeft aangestraald in Veendam. Maar nu bekend is dat verdachte in die periode veelal bij zijn zus in Veendam en bij kennissen in [plaats] verbleef, is zijn aanwezigheid in Veendam op zichzelf niet voldoende om te concluderen dat verdachte ook degene is geweest die deze tweede ontploffing heeft veroorzaakt. Ook het feit dat hij in de nacht van 11 oktober 2025 op zijn telefoon heeft gezocht op de zoektermen “cobra vuurwerk aan deur” is daartoe onvoldoende. De rechtbank kan met de in het dossier beschikbare bewijsmiddelen niet uitsluiten dat verdachtes opdrachtgevers, juist vanwege hun ontevredenheid over de uitvoering van die eerste ontploffing door verdachte, de opdracht voor de tweede ontploffing aan een ander dan verdachte hebben gegeven.
Bewezenverklaring feiten 1 en 3
De rechtbank acht het onder 1 en 3 ten laste gelegde met parketnummer 18/344481-25 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
Ten aanzien van feit 1
-
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juli 2026;
-
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 27 september 2025, opgenomen op pagina 34 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummers PL0100-2025262257, PL0100-2025276198 en PL0100-2025284208 (Alpina / NN2R025198) d.d. 21 mei 2026,
inhoudend de verklaring van [slachtoffer 1] ;
3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 december 2025, opgenomen op pagina 26 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisanten.
Ten aanzien van feit 3
-
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juli 2026;
-
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 19 oktober 2025, opgenomen op pagina 104 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 4] ;
-
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal forensisch onderzoek woning
( [adres 3] Veendam) d.d. 6 november 2025, opgenomen op pagina 111 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisanten;
4. Een deskundigenrapport afkomstig van Eurofins, zaaknummer 2025.11.14.122, d.d. 1 december 2025, opgemaakt door dr. M. Hidding, NRGD-geregistreerd forensisch
DNA-deskundige, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, opgenomen op pagina 139 e.v. van voornoemd dossier;
5. Een schriftelijk bescheid, te weten de Vakbijlage van het Nederlands Forensisch Instituut Gevaarzetting Super Cobra 6 en vergelijkbare artikelen, bijgevoegd bij voornoemd dossier.
Parketnummer 16/112198-26 Bewezenverklaring feiten 1 en 2
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
Ieder bewijsmiddel is ook in onderdelen slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft
1. De door verdachte ter zitting van 2 juli 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Ik ben op 6 februari 2025 naar Baarn gereden voor een klusje. Ik heb een Super Cobra 6 in mijn handen gehad.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 6 februari 2025, opgenomen op pagina 24 e.v. van het dossier van Districtsrecherche Oost-Utrecht met nummer 2025038639 (3DR25BUSH / MD3R025078) d.d. 3 april 2026, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 5] :
Ik woon samen met mijn vriend aan de [adres 4] te Baarn. Op 6 februari 2025 omstreeks 02:50 uur lag ik samen met mijn vriend te slapen op de bank in de woonkamer. Ik hoorde een harde klap vanaf de voordeur komen. Ik kan dit geluid omschrijven als zeer zwaar vuurwerk. Ik sprong op van de bank en liep naar de voordeur. Ik deed de voordeur open. Ik zag dat er in de deuropening veel rook hing. Nadat ik met de politie gebeld had, ben ik naar de deur gelopen en zag ik dat de voordeur beschadigd was.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict ( [adres 4] Baarn) d.d. 7 februari 2025, opgenomen op pagina 46 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:
Ik zag dat er op de buitenzijde van de voordeur boven de brievenbus een brandplek zat met roetvorming. Ik zag dat de bovenzijde van de brievenbus was verbogen. Ik zag dat de voordeur boven de brievenbus horizontaal was ingedeukt/beschadigd door de explosie. Ik zag in het kozijn van de voordeur meerdere inslagen van rondvliegende objecten. Ik zag rechts van de brievenbus een rondvormige inslag in het kozijn. Ik zag rechts van de voordeur in de tuin een blauwe dop die ik herkende als mogelijk afkomstig van een Super Cobra 6. Ik heb deze blauw dop veiliggesteld voor vervolgonderzoek onder SIN AAST8382NL. Ik zag op het voetpad in de voortuin en op de openbare weg voor de voortuin kartonsnippers met een etiket. Met behulp van de website vuurwerkverkenner.nl werden de kartonsnippers als afkomstig van een Super Cobra 6 aangeduid. Ik heb de kartonsnippers gezamenlijk veiliggesteld voor vervolgonderzoek onder SIN AAST8381NL.
Het hierboven beschreven sporenbeeld impliceert dat er een Super Cobra 6 horizontaal boven de brievenbus was aangebracht. De lont en pre burner bevonden zich aan de linkerzijde van de Super Cobra 6 en de blauwe dop aan de rechterzijde. De Super Cobra 6 was tot ontploffing gekomen en had de voordeur en het kozijn beschadigd.
4. Een deskundigenrapport afkomstig van Eurofins, zaaknummer TMFI2025.0919-3, d.d. 1 april 2026, opgemaakt door dr. M. Hidding, NRGD-geregistreerd forensisch
DNA-deskundige, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, opgenomen op pagina 72 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende als zijn/haar verklaring:
|
Bemonstering |
DNA-profiel |
Mogelijke donor van DNA |
|
Kartonsnippers AAST8381 NL#01 |
Enkelvoudig DNA-profiel van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. |
[verdachte] |
|
Plastic blauwe dop AAST8382NL#01 |
Enkelvoudig DNA-profiel van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. |
[verdachte] |
Bewijsoverwegingen
Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.
In de nacht van 5 op 6 februari 2025 om 03:00 uur heeft er een ontploffing plaatsgevonden bij de woning aan de [adres 4] in Baarn met als gevolg schade aan voordeur, de brievenbus en het kozijn. Bij de voordeur werden door de politie een dop en kartonsnippers aangetroffen die toebehoren aan een Super Cobra 6, zwaar en illegaal knalvuurwerk. Dit was voorafgaand aan de explosie op de voordeur bevestigd en aangestoken. Op zowel de dop als de snippers is een enkelvoudig DNA-profiel aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van verdachte.
Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij een voor hem onbekend persoon naar Baarn heeft gereden voor een klusje. Verdachte geeft aan dat hij wist dat ze iets illegaal zouden doen, maar dat hij niet wist dat het om een ontploffing zou gaan. Toen ze eenmaal in Baarn waren, haalde deze persoon een Super Cobra 6 uit zijn zak. Verdachte heeft deze vervolgens even in zijn handen gehad. De persoon die met hem mee was gereden, is volgens verdachte degene die naar de woning is gegaan en de Super Cobra 6 heeft aangestoken.
De rechtbank vindt het verhaal van verdachte, dat hij voor het eerst ter zitting heeft verteld, ongeloofwaardig. De rechtbank ziet in het dossier geen enkele aanleiding om aan te nemen dat er een andere persoon bij de ontploffing betrokken is geweest. Er is een enkelvoudig DNA-profiel aangetroffen op de dop en de kartonsnippers en een getuige heeft ter plaatse één persoon zien wegrennen. Dat het signalement wat de getuige heeft gegeven van de persoon die zij weg ziet rennen niet volledig past bij verdachte, geeft de rechtbank geen aanleiding eraan te twijfelen dat het verdachte is geweest die deze ontploffing heeft veroorzaakt. Het was op dat moment donker en de getuige schatte de afstand tussen haar en de persoon op ongeveer twintig meter. De rechtbank stelt daarmee vast dat uitsluitend verdachte bij de ontploffing betrokken is geweest.
Gevaar voor goederen, levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel
Dat er bij de drie ontploffingen gevaar heeft bestaan voor goederen is evident, gelet op de schade die is vastgesteld. Dat er ook sprake is geweest van gevaar voor de omliggende woningen acht de rechtbank niet
bewezen.
De vraag is of door de ontploffingen ook levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was.
In artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht is onder meer het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing indien daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was, strafbaar gesteld. Voordat de rechtbank zodanig gevaar aanneemt, moet zij op basis van de bewijsmiddelen kunnen vaststellen dat dit levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel inderdaad te duchten was. Dit betekent dat het levensgevaar of het gevaar voor zwaar lichamelijk letsel ten tijde van het teweegbrengen van de ontploffing naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest. Van die vereiste voorzienbaarheid zal in de regel geen sprake zijn indien zich ten tijde van de ontploffing geen personen in de nabijheid bevonden (vgl. HR 17 februari 2009, LJN BG1653, NJ 2009/120).
Uit de Vakbijlage Gevaarzetting Super Cobra 6 en vergelijkbare artikelen van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) blijkt dat als een Super Cobra 6 ontploft dit gevaar oplevert voor de personen en goederen die zich nabij de ontploffende Super Cobra 6 bevinden. De ernst van de gevolgen van de explosie voor personen is onder meer afhankelijk van de locatie van personen ten opzichte van de explosie.
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen kan worden dat er sprake is geweest van levensgevaar.
Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat bij het onder 1 ten laste gelegde met parketnummer 18/344481-25 en het onder 1 ten laste gelegde met parketnummer 16/112198-26 ook niet bewezen kan worden dat er sprake is geweest van te duchten gevaar voor zwaar lichamelijk letsel. Deze feiten zijn gepleegd rond 01:00 uur respectievelijk rond 03:00 uur s nachts. Gelet op het tijdstip was het aannemelijk dat de bewoners elders in de woning lagen te slapen en zich dus niet bevonden in de nabijheid van de ontploffing.
Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde met parketnummer 18/344481-25 acht de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen dat sprake is geweest van gevaar voor zwaar lichamelijk letsel. Het vuurwerk was bij dit feit niet op de voordeur bevestigd, maar op het raam van de woonkamer. Door de ontploffing is de ruit gesprongen en lag er overal glas in de woning. Het grootste deel lag in de woonkamer en sommige scherven zijn vijf meter de woonkamer in geslingerd. Bovendien is het feit gepleegd s ochtends rond 06:30 uur. Op dit tijdstip is het niet onaannemelijk is dat iemand al wakker is en zich in de woonkamer bevindt.
In de Vakbijlage van het NFI staat dat het NFI praktijkonderzoek heeft uitgevoerd naar de impact van een ontploffende Super Cobra 6 op glas. Bij de explosie wordt het glas zo sterk verbrijzeld, dat er een soort zandstraal van kleine glasdeeltjes wegspuit. Het exacte effect hiervan op het menselijk lichaam is nog niet bekend, maar het is aannemelijk dat iemand die hierdoor geraakt wordt, ernstig lichamelijk letsel op kan lopen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het gevaar voor zwaar lichamelijk letsel ten tijde van het teweegbrengen van de ontploffing naar algemene ervaringsregels voorzienbaar was. De
bewoonster had geraakt kunnen worden door de explosie of door rondvliegende scherven of glasdeeltjes met ernstige gevolgen.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het onder 1 en 3 ten laste gelegde met parketnummer 18/344481-25 en het onder 1 en 2 ten laste gelegde met parketnummer 16/112198-26 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
Parketnummer 18/344481-25
1. ?
hij op 27 september 2025 te Veendam opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, door professioneel knalvuurwerk te bevestigen aan de woning gelegen aan de [adres 2] en dit vervolgens in aanraking te brengen met open vuur, aan te steken en/of tot ontbranding te brengen, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde woning en in die woning aanwezige goederen te duchten was;
3.
hij op 19 oktober 2025 te Veendam opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, door professioneel knalvuurwerk, te weten een Super Cobra 6, te bevestigen aan de woning gelegen aan de [adres 3] en dit vervolgens in aanraking te brengen met open vuur, aan te steken en/of tot ontbranding te brengen, terwijl daarvan
-
gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde woning en in die woning aanwezige goederen, te duchten was en
-
gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten [slachtoffer 4] , te duchten was;
Parketnummer 16/112198-26
1. ?
hij, op 6 februari 2025 te Baarn opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, door een stuk zwaar vuurwerk (een Cobra, Super 6) tegen de voordeur van de woning gelegen aan de [adres 4] te Baarn, in contact te brengen met open vuur, waardoor dit explosief aldaar tot ontploffing kwam, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten (de voordeur, brievenbus en/of kozijnen van) voornoemde woning, te duchten was;
?
hij, op 6 februari 2025 te Baarn opzettelijk en wederrechtelijk een voordeur, die aan een ander, te weten aan [slachtoffer 5] , toebehoorde, heeft beschadigd.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
Parketnummer 18/344481-25
1. opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
3. opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;
Parketnummer 16/112198-26
De eendaadse samenloop van
-
opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is; en
-
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde met parketnummer 18/344481-25 en het onder 1 en 2 ten laste gelegde met parketnummer 16/112198-26 wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 jaren met aftrek van het voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor een deels voorwaardelijk straf. De raadsman heeft de rechtbank verzocht daarbij rekening te houden met het feit dat het Openbaar Ministerie de beginselen van een behoorlijke procesorde heeft geschonden door niet alleen onjuiste informatie toe te voegen aan het dossier met parketnummer 16/112198-26, zijnde een Rapport Forensisch DNA-Onderzoek, wat afkomstig is van de Groningse zaak onder parketnummer 18/344481-25, maar deze ook nog eens ten onrechte aan verdachte voor te houden tijdens het verhoor. Daarnaast heeft de raadsman de rechtbank verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, het feit dat de schade in de meeste gevallen beperkt is gebleven tot een beschadigde voordeur, de eendaadse samenloop en straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van drie ontploffingen bij verschillende woningen in Veendam en Baarn en het beschadigen van een voordeur bij de ontploffing in Baarn.
Bij de eerste twee ontploffingen heeft verdachte zwaar vuurwerk aan de voordeur van de woning bevestigd en afgestoken. Deze ontploffingen vonden midden in de nacht plaats terwijl de bewoners van de woningen lagen te slapen. Niet alleen hebben deze ontploffingen geleid tot schade aan de woning, ook zijn ze erg beangstigend, intimiderend en bedreigend geweest voor de bewoners. Bovendien veroorzaken dergelijke gebeurtenissen gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.
Bij de laatste ontploffing heeft verdachte zwaar vuurwerk aan het raam van de woonkamer van de woning bevestigd en afgestoken. Deze ontploffing vond plaats in de ochtend terwijl de bewoonster van de woning wakker was. Door de explosie is de ruit verbrijzeld en werden de glasscherven en glasdeeltjes de woning in geschoten. Niet alleen heeft dit feit voor veel schade gezorgd, maar de ontploffing is voor de bewoonster zeer beangstigend geweest. Zij heeft, zoals blijkt uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring, nog steeds erg veel last van de psychische gevolgen.
Verdachte heeft verklaard dat hij heeft gehandeld in opdracht van anderen. Hij deed dit om zijn schulden, die door zijn drugsgebruik waren ontstaan, af te lossen. Verdachte heeft daarmee uitsluitend oog gehad voor zijn eigen belangen en geen rekening gehouden met de enorme risicos en gevolgen van zijn handelen voor anderen. De rechtbank rekent dit verdachte ernstig aan.
Uitgangspunt
Gelet op de ernst van de feiten en de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat deze feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur rechtvaardigen.
Documentatie en de persoon van verdachte
De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Uit de rapportage van Het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering d.d. 28 april 2026 blijkt dat verdachte sinds een aantal jaren kampt met een verslaving aan cocaïne, heroïne en wiet. Hierdoor is hij zijn woning kwijtgeraakt. Sinds hij gedetineerd zit, krijgt hij methadon. Het is echter de vraag of hij buiten
detentie in staat zal zijn drugsvrij te blijven, zeker aangezien hij nog geen stabiele huisvesting, dagbesteding en geld heeft. Verdachte beseft dat hij hulp nodig heeft zolang het hem nog ontbreekt aan structuur. De reclassering schat het recidiverisico in als (hoog)gemiddeld. In het geval van drugsgebruik en wanneer hij gebrek heeft aan geld laat verdachte zich beïnvloeden door een negatief sociaal netwerk en kan hij, al dan niet onder bedreiging, grensoverschrijdend handelen. Indien de rechtbank tot het opleggen van bijzondere voorwaarden overgaat, adviseert de reclassering als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling, verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, beheersing van het middelengebruik, een contact- en locatieverbod en ambulante begeleiding.
Beginselen van een behoorlijke procesorde
De rechtbank is van oordeel dat de beginselen van een behoorlijke procesorde niet zijn geschonden. Het DNA-onderzoek in de Groningse zaak met parketnummer 18/344481-25 is de basis geweest voor de DNA-match in de Utrechtse zaak met parketnummer
16/112198-26. Het is daarom ook logisch dat het rapport in het dossier met parketnummer 16/112198-26 is opgenomen. Hoewel de politieagententijdens het verhoor in de Utrechtse zaak ten onrechte aan verdachte voorhielden dat zijn DNA was aangetroffen op de tape waarmee het explosief was bevestigd (dat was immers het geval in de Groningse zaak), is niet gebleken dat zij dit doelbewust hebben gedaan om verdachte te misleiden. Het doet ook niets af aan de strekking van het verhoor, namelijk dat er ook in de Utrechtse zaak DNA van verdachte is aangetroffen, maar dan op de dop en op kartonsnippers van de ontplofte Cobra 6. Bovendien heeft verdachte zich tijdens dat verhoor beroepen op zijn zwijgrecht. Het misverstand heeft daarom ook geen gevolgen gehad voor verdachte.
Straf
Gelet op het feit dat de rechtbank voor feit 2 met parketnummer 18/344481-25 tot een vrijspraak komt en voor feit 1 met parketnummer 18/344481-25 en feit 1 met parketnummer 16/112198-26 niet tot een bewezenverklaring komt ten aanzien van het gevaar op zwaar lichamelijk letsel, komt de rechtbank tot een lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is geëist.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren passend. De rechtbank vindt het belangrijk dat verdachte een flinke stok achter de deur krijgt die moet voorkomen dat hij opnieuw strafbare feiten gaat plegen.
Daarnaast acht de rechtbank het van belang dat verdachte behandeling, begeleiding en toezicht krijgt. Gelet op de ernst van de verslavingsproblematiek zal de rechtbank, naast de geadviseerde bijzondere voorwaarden, opnemen dat verdachte verplicht wordt tot het meewerken aan een klinische opname indien de reclassering dat nodig acht, voor de duur van maximaal 12 maanden. Verder zal de rechtbank geen contactverbod met de slachtoffers als bijzondere voorwaarde opnemen. De rechtbank ziet geen aanleiding om te veronderstellen dat verdachte contact zal zoeken met de slachtoffers. Tot slot zal de rechtbank niet alleen een locatieverbod opnemen voor Veendam, maar ook voor Baarn.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
Benadeelde partij
Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde met parketnummer 18/344481-25
[slachtoffer 4] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 7.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gehele vordering kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de vordering gedeeltelijk kan worden toegewezen tot een bedrag van maximaal 3.500,00. Hij heeft daarbij opgemerkt dat de mate van causaal verband ter discussie staat gelet op de reeds aanwezige psychische problematiek van de benadeelde partij. Daarnaast heeft de raadsman aansluiting gezocht bij bedragen die in soortgelijke zaken zijn toegewezen.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 3 met parketnummer 18/344481-25 bewezen verklaarde. De rechtbank zal de vordering, die naar haar oordeel duidelijk en uitgebreid is onderbouwd, geheel toewijzen.
Dat er bij de benadeelde partij al sprake was van een zware voorgeschiedenis en PTSS klachten komt voor rekening van verdachte. Een predispositie verbreekt het causale verband tussen het handelen van verdachte en de geleden schade niet. Uit de bij de vordering gevoegde brief van de GZ-psycholoog is ook gebleken dat er door de ontploffing sprake is van een sterke toename van de bij de benadeelde partij bestaande klachten.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 55, 57, 63, 157 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2 onder parketnummer 18/344481-25 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 3 onder parketnummer 18/344481-25 en het onder 1 en 2 onder parketnummer 16/112198-26 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.
Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 1 jaar, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
-
dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal melden bij de reclassering van het Leger des Heils aan de [adres 5] . Hij blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
-
dat de veroordeelde, indien de reclassering dat nodig vindt, zich zal laten opnemen in en behandelen door een klinisch gespecialiseerde setting of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie, voor de duur van maximaal 12 maanden. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op onder andere de verslavingsproblematiek van de veroordeelde. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de
behandelaren;
3. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal laten behandelen door verslavingszorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt;
4. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. De veroordeelde houdt zich aan de regels en het
(dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld;
5. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd meewerkt aan urinecontroles om zicht te krijgen op het drugsgebruik van de veroordeelde. Daarbij gaat het met name om heroïne en cocaïne. De reclassering bepaalt hoe vaak wordt gecontroleerd;
6. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd niet bevindt in de gemeenten Veendam en Baarn;
7. dat de veroordeelde meewerkt aan ambulante begeleiding en zich houdt aan de gemaakte afspraken zolang de reclassering dit nodig acht, uitgevoerd door een door de reclassering nader te bepalen instelling (afhankelijk waar hij gaat wonen) en gericht op veelal praktische zaken als huisvesting, financiën (schuldhulpverlening), dagbesteding.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:
-
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
-
medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Ten aanzien van 18/344481-25 feit 3
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte om aan
[slachtoffer 4] te betalen:
-
het bedrag van 7.500,00 (zegge: zevenduizend vijfhonderd euro);
-
de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 oktober 2025 tot de dag van algehele voldoening;
-
de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat te betalen een bedrag van 7.500,00 (zegge: zevenduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 62 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet
op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. de Ruijter, voorzitter, mr. L.W. Janssen en
mr. M.A.M. Wolters, rechters, bijgestaan door mr. G. Langius, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 juli 2026.
mr. Wolters is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.