Materieel strafrecht

Bewezenverklaring verkrachting tweelingzusjes beneden de twaalf jaar gedurende een lange tijd en…

Rechtbank Noord-Nederland, 13 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 13 augustus 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
13 augustus 2026
Datum publicatie
14 augustus 2026
Zaaknummer
18-182699-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3459
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bewezenverklaring verkrachting tweelingzusjes beneden de twaalf jaar gedurende een lange tijd en vervaardigen, verspreiden en bezitten van kinderporno.

Vrijspraak seksueel misbruik destijds driejarig nichtje.

Overwegingen mb.t. betrouwbaarheid, steunbewijs, vervaardigen kinderporno en daarvan een gewoonte maken.

Oplegging gevangenisstraf 7 jaren en TBS met dwangverpleging.

Beslissingen omtrent beslag en vorderingen benadeelde partijen.

Artikelen 36b, 36c, 36d, 36f, 37a, 37b, 57, 60a, 240b (oud), 244 (oud) en 252 van het Wetboek van Strafrecht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

Parketnummer 18-182699-25

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 13 augustus 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd in [instelling] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het inhoudelijk onderzoek ter terechtzitting van 30 juli 2026. De strafzaak tegen verdachte is eerder behandeld op de zittingen van 16 september 2025, 21 november 2025, 10 februari 2026 en 8 mei 2026.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. B. Helmich, advocaat te Heerenveen.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting op 30 juli 2026 vertegenwoordigd door mr. T. Pitstra.

Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er kort samengevat op neer dat verdachte:

1

in of omstreeks 1 juli 2019 tot en met 31 augustus 2019, althans in of omstreeks 16 december 2018 tot en met 15 december 2019 te [plaats] en/of [plaats] ,

primair: seksueel is binnengedrongen bij [slachtoffer 1] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt;

subsidiair: ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer 1] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt;

2

in of omstreeks 1 juli 2019 tot en met 16 juni 2025 te [plaats] en/of [plaats] kinderpornografisch materiaal van [slachtoffer 1] heeft vervaardigd, aangeboden, verspreid, verworven en/of in bezit heeft gehad;

3

in of omstreeks de periode 9 april 2017 tot en met 16 juni 2025 te [plaats] kinderpornografisch materiaal van [slachtoffer 2] en anderen heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft, terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte is gemaakt;

4

in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 6 mei 2013 te [plaats] ,

primair: meermalen seksueel is binnengedrongen bij [slachtoffer 3] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt;

subsidiair: meermalen ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer 3] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt;

5

in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 6 mei 2013 te [plaats] ,

primair: meermalen seksueel is binnengedrongen bij [slachtoffer 4] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt;

subsidiair: meermalen ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer 4] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

Feit 1

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van feit 1 (primair en subsidiair), omdat wettig bewijs voor het daadwerkelijk plegen van seksuele handelingen met [slachtoffer 1] het destijds driejarige nichtje van verdachte ontbreekt.

Feit 2

De officier van justitie heeft bewezenverklaring gevorderd van feit 2. Uit het dossier volgt dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen van zijn destijds driejarige nichtje heeft vervaardigd, in zijn bezit heeft gehad en op twee verschillende momenten heeft verspreid via het darkweb. De verklaring van verdachte dat niet hij, maar zijn destijds zevenjarige neefje deze fotos heeft gemaakt, is mede op basis van de metadata gegevens ongeloofwaardig.

Feit 3

De officier van justitie heeft bewezenverklaring gevorderd van feit 3. Bij de doorzoeking van de woning van verdachte is een groot aantal gegevensdragers in beslag genomen. Een deel daarvan is onderzocht en hieruit volgt dat verdachte 2529 kinderpornografische afbeeldingen (onder meer van zijn ex-vriendin [slachtoffer 2] ) heeft verworven, in bezit heeft gehad, zich daartoe de toegang heeft verschaft en daarvan een gewoonte heeft gemaakt.

Feiten 4 en 5

De officier van justitie heeft bewezenverklaring gevorderd van feiten 4 primair en 5 primair. Kort gezegd heeft de officier van justitie aangevoerd dat de verklaringen van aangeefsters betrouwbaar zijn. Zij verklaren gedetailleerd en eenduidig over de seksuele handelingen die verdachte bij hen individueel, maar ook bij hen gezamenlijk heeft verricht. Hun verklaringen worden op essentiële punten ondersteund door de getuigenverklaringen van [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 4] . Daarmee kan bewezen worden dat verdachte meermalen en op diverse manieren seksueel is binnengedrongen bij zijn zusjes voor hun twaalfde levensjaar.

Het standpunt van de verdediging

Feit 1

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van feit 1 (primair en subsidiair). Verdachte ontkent de seksuele handelingen te hebben gepleegd. De gevoerde chatgesprekken hierover berusten op fictie en steunbewijs ontbreekt.

Feit 2

De raadsvrouw heeft partiële vrijspraak bepleit van feit 2. Het vervaardigen wordt betwist, omdat niet verdachte, maar zijn neefje destijds de betreffende afbeeldingen heeft gemaakt.

Feit 3

De raadsvrouw heeft partiële vrijspraak bepleit van feit 3. Niet bewezen kan worden dat er sprake is van een gewoonte maken van het bezit van kinderpornografische afbeeldingen.

Feiten 4 en 5

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak van feiten 4 en 5 bepleit en daartoe samengevat het volgende aangevoerd.

Primair dient integrale vrijspraak te volgen vanwege het ontbreken van wettig bewijs. De verklaringen van aangeefsters zijn gelet op het tijdsverloop, de mogelijke (onbewuste) beïnvloeding van buitenaf en de onderlinge tegenstrijdigheden telkens onbetrouwbaar en daarmee niet bruikbaar voor het bewijs.

Subsidiair dient vrijspraak te volgen vanwege het ontbreken van steunbewijs. De gehoorde getuigen leveren geen concrete ondersteuning voor het vermeende misbruik. Daarbij komt dat de verklaringen van aangeefsters over en weer niet als schakelbewijs gebruikt kunnen worden vanwege het grote tijdsverloop en de mogelijke beïnvloeding. Niet blijkt dat de beschrijvingen van de wijze waarop de vermeende feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomen.

Het oordeel van de rechtbank

Juridisch kader zedenzaken

Vooraf

De rechtbank overweegt dat zedenstrafzaken zich kenmerken door het feit dat er doorgaans slechts twee personen aanwezig zijn geweest bij de (veronderstelde) seksuele handelingen: het veronderstelde slachtoffer en de veronderstelde dader. Bewijs van schuld aan het verwijt of de verwijten is daarom vaak moeilijk vast te stellen.

Betrouwbaarheid verklaringen

Enkel een betrouwbare verklaring kan als uitgangspunt dienen voor de verdere beoordeling van het aan de verdachte ten laste gelegde. Bij de beoordeling van een verklaring op betrouwbaarheid gaat het onder andere om consistentie, authenticiteit, spontaniteit en waargenomen emoties.

Bewijsminimum

Op grond van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (verder: Sv) kan het bewijs dat de verdachte een ten laste gelegd feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige, ook niet indien die verklaring betrouwbaar wordt geacht. De rechter mag daarom niet tot een bewezenverklaring komen als de door de aangever genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende worden ondersteund door ander bewijs.

Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat niet is vereist dat het zedendelict als zodanig bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, maar dat het afdoende is als de verklaring van het slachtoffer op onderdelen voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. De vraag of aan het bewijsminimum is voldaan laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.

Steunbewijs

In het geval geen getuigen aanwezig zijn geweest bij de (veronderstelde) seksuele handelingen, kan volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad het steunbewijs onder meer ook bestaan uit een verklaring over de eigen waarneming van een getuige van emotie(s) bij het (vermeende) slachtoffer na het ten laste gelegde feit. Zon verklaring kan steunbewijs opleveren als de emotionele toestand of eventuele gedragsverandering die de getuige (disclosure-getuige) bij het slachtoffer heeft waargenomen, niet anders kan worden opgevat dan als een bevestiging van de verklaringen van het slachtoffer. Het tijdsverloop tussen het ten laste gelegde feit en de waargenomen emoties is daarbij relevant. Meestal gaat het om bewijs waaruit emoties blijken die kort na het incident door een getuige zijn waargenomen. Wel is behoedzaamheid op zijn plaats bij het gebruik de waarneming van emoties als steunbewijs.

Tegen de achtergrond van de hiervoor genoemde maatstaven zal de rechtbank hierna de feiten beoordelen. Daarbij hanteert de rechtbank de volgorde van de tenlastelegging.

Feit 1

De rechtbank leidt uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting af dat alleen verdachte in één enkele chat belastend over zichzelf heeft verklaard. Nog los van de vraag naar de betrouwbaarheid van de inhoud daarvan, kan de rechtbank zoals hiervoor reeds is overwogen het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan niet uitsluitend aannemen op de verklaring van één getuige. Nu steunbewijs ontbreekt is de rechtbank, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zijn destijds driejarige nichtje seksueel heeft misbruikt. Er is immers niet aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, 2 Sv voldaan. De rechtbank zal verdachte om die reden integraal vrijspreken van feit 1 (primair en subsidiair).

Feiten 2 en 3

De rechtbank acht feiten 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, Sv. Op de gevoerde verweren komt de rechtbank terug in de bewijsoverwegingen. De opgave van de bewijsmiddelen luidt als volgt:

Bewijsmiddelen feit 2:

  1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 juli 2026;

  2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 januari 2025, opgenomen op pagina 145 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer NNRBD25004 (genaamd: MONTEAMIATA), d.d. 26 november 2025, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;

  3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 5 maart 2025, op genomen op paginas 161 en 162 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;

  4. een schriftelijk stuk, te weten een kennisgeving van inbeslagname onder volgnummer 10, opgenomen op pagina 188 van voornoemd dossier;

  5. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 juni 2025, opgenomen op pagina 393 tot en met 398 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;

6. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 november 2025, inclusief bijlage III, opgenomen op paginas 290, 298 en 299 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] .

Overwegingen feit 2

Uit de bewijsmiddelen volgt dat er op de onder verdachte inbeslaggenomen SSD Samsung met beslagcode 1807964 een viertal als kinderpornografisch geclassificeerde fotos van het slachtoffer [slachtoffer 1] (verder: [slachtoffer 1] ) zijn aangetroffen. Verdachte heeft ter zitting ook erkend dat voormelde fotos met zijn telefoon zijn gemaakt. Dat niet verdachte, maar zijn destijds zevenjarige neefje deze fotos zou hebben gemaakt acht de rechtbank echter niet aannemelijk. Het verweer van de verdediging is namelijk op dit punt niet met concrete feiten onderbouwd en vindt geen steun in het dossier. Alle vier de fotos zijn immers op dezelfde gegevensdrager aangetroffen en twee daarvan zijn op 13 juli 2019 om 20.20 uur gemaakt met hetzelfde merk en type telefoon als twee onder verdachte in beslag genomen telefoons. De verklaring van verdachte dat de fotos door zijn neefje zijn gemaakt, acht de rechtbank niet geloofwaardig, mede in het licht van het feit dat een andere foto waar verdachte op doelt een volstrekt onschuldige foto betreft van zijn neefje en nichtje samen die op een andere gegevensdrager is aangetroffen. Deze foto is echter op 13 juli 2019 om 20.58 uur door het neefje van verdachte met diens eigen telefoon via WhatsApp naar verdachte verstuurd, en dus niet gemaakt met de telefoon van verdachte. Daar komt bij dat de kinderpornografische fotos van [slachtoffer 1] in het geheel niet zijn teruggevonden in het WhatsApp gesprek.

Anders dan de verdediging acht de rechtbank op basis van bovenstaande bewijsmiddelen en overwegingen dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het kinderpornografisch materiaal van zijn destijds driejarige nichtje in 2019 niet alleen in zijn bezit heeft gehad, maar ook heeft vervaardigd. Voor wat betreft het vervolgens aanbieden, verspreiden en in het bezit hebben van het kinderpornografisch materiaal gaat de rechtbank uit van een kortere pleegperiode, te weten vanaf 1 juli 2024 tot en met 5 maart 2025. Op 5 maart 2025 zijn immers de gegevensdragers waarop het kinderpornografisch materiaal is aangetroffen in beslag genomen. Vanaf dat moment had verdachte daartoe geen toegang meer.

Bewijsmiddelen feit 3:

  1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 juli 2026;

  2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 5 maart 2025, opgenomen op paginas 161 en 162 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;

  3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 juni 2026, opgenomen als aanvullend stuk bij voornoemd dossier;

  4. een schriftelijk stuk, te weten een kennisgeving van inbeslagname, opgenomen op pagina 183 van voornoemd dossier;

  5. een schriftelijk stuk, te weten een kennisgeving van inbeslagname onder volgnummers 1, 10 en 16, opgenomen op paginas 185, 188 en 191 van voornoemd dossier;

  6. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 juni 2025, opgenomen op pagina 279 tot en met 283 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;

  7. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 november 2025, inclusief bijlage I, II en III, opgenomen op paginas 289 tot en met 297 en 300 tot en met 317 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;

  8. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 24 juni 2025, opgenomen op pagina 323 tot en met 328 van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 2] .

Overwegingen feit 3

Uit de bewijsmiddelen volgt dat op de in beslag genomen gegevensdragers van verdachte in totaal 14.693.613 afbeeldingen zijn aangetroffen. Een derde deel daarvan is onderzocht en 2529 (2053 fotos en 476 videos) zijn beoordeeld als kinderpornografisch. Verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan het verwerven en in bezit hebben van kinderporno. De rechtbank gaat daarbij uit van een kortere pleegperiode, te weten vanaf 9 april 2017 tot en met 5 maart 2025, omdat de gegevensdragers waarop het kinderpornografisch materiaal is aangetroffen op 5 maart 2025 in beslag zijn genomen. Vanaf dat moment had verdachte daartoe dan ook geen toegang meer. De rechtbank zal omwille van de duidelijkheid in de bewezenverklaring verwijzen naar de vindplaats van de desbetreffende bestanden in het dossier.

De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of verdachte daarvan een gewoonte heeft gemaakt. Die vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend. Gelet op het aantal kinderpornografische bestanden dat verdachte in een periode van acht jaren in zijn bezit heeft gehad en de omstandigheid dat de rechtbank niet kan vaststellen met welke frequentie verdachte binnen deze periode heeft gezocht naar kinderpornografische afbeeldingen en deze in bezit heeft verkregen, kan de rechtbank niet vaststellen dat hij van het verwerven en in bezit hebben van kinderporno een gewoonte heeft gemaakt. Ook is niet gebleken dat sprake was van het actief aanleggen van een verzameling door verdachte. De rechtbank zal verdachte daarom van deze strafverzwarende omstandigheid vrijspreken.

Feiten 4 en 5

De rechtbank acht feiten 4 primair en 5 primair wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Bewijsmiddelen 1

Op 14 februari 2020 heeft er, op initiatief van aangeefster [slachtoffer 4] (verder: [slachtoffer 4] ), een informatief gesprek zeden plaatsgevonden. In dit gesprek gaf [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum] 2001) aan dat zij en haar tweelingzusje seksueel zijn misbruikt door hun dertien jaar oudere broer (verdachte). Over het misbruik heeft [slachtoffer 4] verklaard dat dit plaatsvond op de boerderij in [plaats] waar zij destijds met het voltallige gezin woonden. [slachtoffer 4] kan zich niet herinneren wanneer het misbruik begon. Voor haar gevoel is het altijd zo geweest en stopte het pas toen zij en haar zusje rond hun twaalfde aangaven dat ze dit niet meer wilden en het vies vonden. Het stopgesprek vond plaats toen verdachte bij de schuur zijn penis liet zien aan de zusjes. De boerderij was groot en het misbruik vond in verschillende ruimtes plaats, waaronder in de bar en het schapenhok. Het misbruik gebeurde meestal als de zussen samen waren, maar ook apart van elkaar. Zo moest [slachtoffer 4] verdachte pijpen, aftrekken en drukte hij hem erin, hetgeen zeer deed. De zusjes hebben van elkaar gezien dat verdachte dit bij hen deed. Ook kwam verdachte klaar in haar mond en heeft hij de zusjes gebeft. Het misbruik vond onregelmatig plaats, maar gebeurde in ieder geval meer dan tien keer. Toen [slachtoffer 4] in groep 8 zat heeft zij haar klasgenootje [getuige 2] hierover verteld. Pas twee jaar geleden hebben de zusjes hun moeder verteld over het misbruik. Ze durfden dit niet eerder te vertellen, omdat verdachte dreigde hen anders te vermoorden.2

[slachtoffer 4] zag destijds af van het doen van aangifte. Naar aanleiding van het strafrechtelijk kinderporno onderzoek tegen verdachte (feit 2) zijn de tweelingzusjes vervolgens medio juni 2025 benaderd door de politie om in gesprek te gaan over hetgeen hen was overkomen.3

Op 29 juli 2025 heeft [slachtoffer 4] aangifte gedaan van seksueel misbruik. In haar aangifte heeft [slachtoffer 4] herhaald dat zij en haar tweelingzusje als kind jarenlang door verdachte seksueel zijn misbruikt op verschillende plekken in de boerderij waar zij vroeger woonden. Het misbruik vond onder meer plaats in de bar, op de hooizolder, in de schuren, het schapenhok en in de slaapkamers van verdachte en de tweelingzusjes.4 Toen de zusjes zeven jaar oud waren is hun oudste broer ( [naam] ) uit huis gegaan. Het misbruik vond al plaats toen hij nog thuis woonde en stopte toen zij zelf twaalf jaar oud waren. Over het stopgesprek geeft [slachtoffer 4] aan dat verdachte zich bij de schuur stond af te trekken. De zusjes zijn toen naar hem toegegaan en gaven aan dat zij het vies vonden en dat ze dit niet meer wilden. Waarna het misbruik is gestopt.5

Het seksueel misbruik gebeurde vaak als de zusjes samen waren en bestond volgens [slachtoffer 4] uit het moeten pijpen van verdachte,6 het op tafel leggen en beffen door verdachte waarbij hij hun vagina likte7 en het steken van de piemel van verdachte in de vagina en mond. Verdachte ging hiermee door, ook al zeiden de zusjes “au”. Ook trok hij zichzelf af in hun nabijheid.8 Achter de bar stond een bierkrat en daar moesten de zusjes op zitten om verdachte af te trekken of te pijpen.9 Verder liet hij hen kinderporno kijken.10 In het oude geitenhok is hij ook klaargekomen in hun mond waarna ze het moesten doorslikken. Verdachte gaf daarbij aan “slik het maar door, dan krijg je het lekker warm van binnen”. Ook heeft hij zijn penis wel eens droog in haar anus gestopt. Ondanks dat [slachtoffer 4] aangaf dat dit verschrikkelijk veel pijn deed, ging hij gewoon door.11 Als verdachte met de een bezig was dan moest de ander toekijken. Zo kwam het voor dat verdachte voor hun stapelbed ging staan. [slachtoffer 4] op het onderste bed moest verdachte dan aftrekken en pijpen en verdachte deed dan iets met haar zusje, die bovenin sliep.12

Verdachte dreigde hun ouders wat aan te doen als de zusjes hen over het misbruik zouden vertellen. Uit angst om alleen achter te blijven bij hun broers vertelden de zusjes daarom niks. Pas in 2018 heeft haar zusje hun moeder hierover ingelicht.13 De zusjes hebben oud klasgenoot [getuige 2] destijds als enige verteld over het misbruik.14

Nadat [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 2001 en verder: [slachtoffer 3] ) door de politie was benaderd heeft zij voorafgaand aan haar verklaring laten weten dat zij aangifte wil doen tegen verdachte van seksueel misbruik. Op 29 juli 2025 heeft [slachtoffer 3] vervolgens aangifte gedaan.15 [slachtoffer 3] heeft verklaard dat het seksueel misbruik plaats vond in de periode van 2007 tot 2011 in het oude huis in [plaats] . Te weten in de slaapkamers van verdachte en de zusjes, in de muziekstudio/bar en op de hooizolder.16

Zo kwam het één keer voor dat verdachte in zijn slaapkamer op de bedrand ging zitten en dat [slachtoffer 3] vervolgens op hem moest zitten. Met zijn stijve penis ging hij daarna in haar kontgat, hetgeen [slachtoffer 3] veel pijn deed. Als beloning kreeg zij kinderchocolade.17 Ook moest [slachtoffer 3] in de studio/bar op een bierkrat gaan zitten. Verdachte liet haar daar op de computer die op de bar stond kinderporno zien van een jongetje dat een man aan het pijpen was en dat door moest slikken. Daarna gaf hij haar de opdracht om dit ook te doen en deed hij zijn broek uit. Zijn penis stonk en [slachtoffer 3] moest doen alsof het een lolly was. Verdachte pakte zijn penis beet en hield deze dichtbij haar gezicht waarbij hij haar hoofd naar zich toebracht. Zijn hand ging pas weg toen zijn penis in de mond van [slachtoffer 3] zat. Het pijpen stopte toen hij klaarkwam in haar mond. 18 In diezelfde ruimte moest ze ook een keer op twee barkrukken liggen waarna hij zijn penis in haar vagina deed. Hij zei toen dat hij er in wou klaarkomen want dat zou een warm gevoel geven voor [slachtoffer 3] . Ze zag dat zijn penis in haar vagina ging en ook kwam hij daarbij klaar. Er zat immers daarna zaad in haar onderbroek. Ook op de hooizolder moest zij op een hooibaal liggen en heeft verdachte haar gebeft en geneukt. Op het stapelbed in hun slaapkamer moest [slachtoffer 3] dwars op het bed gaan liggen waarna verdachte haar ging beffen en [slachtoffer 4] hem op het onderste bed moest pijpen. Daarbij liet verdachte veel speeksel achter.19 Verder trok verdachte zich wel eens af op zijn slaapkamer. [slachtoffer 3] herinnert zich één moment dat zij er toen op moest spugen en met haar mond open moest blijven wachten waarna verdachte klaar kwam in haar mond. Op haar beurt moest zij dit toen doorslikken.20

In totaal heeft verdachte [slachtoffer 3] zon negen keer misbruikt.21 Het misbruik vond afzonderlijk, maar ook wel samen met haar zusje [slachtoffer 4] plaats. Zo is de stapelbedsituatie zon drie keer

voorgekomen.22 Het misbruik stopte toen [slachtoffer 3] elf of twaalf jaar oud was.23 Pas in 2018 heeft [slachtoffer 3] haar moeder ingelicht over het misbruik.24 Uit angst dat verdachte haar ouders wat aan zou doen en zij alleen achter zou blijven heeft zij hen niet eerder over het misbruik verteld. Verdachte zei ook altijd dat zij het aan niemand mocht vertellen, ook niet aan hun ouders.25 [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] hebben hun oud-klasgenootje [getuige 2] destijds op de basisschool wel verteld over het misbruik. Dit was op de parkeerplaats en [getuige 2] vertelde wat er met haar was gebeurd en [slachtoffer 3] wat er met hen was gebeurd.26

Op 8 september 2025 is [getuige 2] (verder: getuige [getuige 2] ) als getuige gehoord. Zij heeft verklaard dat ze op elf/twaalfjarige leeftijd in groep zeven of acht goed bevriend was met [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] . Op enig moment heeft [slachtoffer 4] haar toen in een speeltuintje verteld dat verdachte hen ( [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] ) seksueel misbruikte. [slachtoffer 4] vertelde dat ze destijds zes jaar oud waren en dat het misbruik bij hen thuis in [plaats] plaatsvond. Op een later moment rond diezelfde periode hebben ze ook nog met zn drieën ( [slachtoffer 4] , [slachtoffer 3] en getuige [getuige 2] ) op de parkeerplaats over het misbruik gesproken.27

[slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] zijn vervolgens ook allebei in april 2026 bij de rechter-commissaris als getuige verhoord. Zij hebben beiden verklaard dat ze tot de dag van vandaag onderling niet inhoudelijk over het seksueel misbruik spreken. [slachtoffer 3] heeft ook aangegeven niet op de hoogte te zijn van de inhoud van de verklaring van getuige [getuige 2] .28

Overweging betrouwbaarheid

De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] ondanks het tijdsverloop tussen het ten laste gelegde en de verhoren op significante punten consistent en gedetailleerd hebben verklaard. Onder meer met betrekking tot de aard van de seksuele handelingen en de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden. In haar oordeel heeft de rechtbank ook meegewogen dat aangeefsters enkel over hun eigen waarnemingen hebben verklaard en dat er onderling niet of nauwelijks over het misbruik is gesproken. De rechtbank heeft dan ook geen aanwijzingen voor wederzijdse (onbewuste) beïnvloeding of afstemming. Hoewel de verklaringen van aangeefsters, zoals door de verdediging terecht is aangevoerd, op een aantal punten verschillen bevatten (onder meer ten aanzien van het aantal keren dat het misbruik al dan niet gezamenlijk plaatsvond), heeft de rechtbank in de kern geen redenen om hieraan te twijfelen. Bovendien komen hun verklaringen inhoudelijk op specifieke en relevante punten overeen. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de verklaringen van beide aangeefsters daarom authentiek en over het geheel genomen betrouwbaar en geloofwaardig.

Overweging steunbewijs

Het voorgaande betekent dat de rechtbank daarmee vaststelt dat beide aangeefsters over en weer deels getuige zijn geweest van het misbruik dat de ander is overkomen. Dit leidt de rechtbank onder meer af uit de beschrijving van het stapelbed incident. Daarnaast stelt de rechtbank, in het verlengde daarvan, vast dat de verklaringen van aangeefsters over de modus operandi van verdachte, de plaatsen waar het misbruik heeft plaatsgevonden en de omstandigheden waaronder zij zijn misbruikt, zozeer overeenkomen, dat ook op die wijze deze verklaringen over en weer steun geven als bewijsmiddel. De rechtbank wijst hierbij in het bijzonder op de omstandigheid dat zij beiden werden verplicht om kinderporno te kijken, dat zij verdachte beiden, zittend op een bierkrat, oraal moesten bevredigen en dat hen door verdachte werd opgedragen om zijn sperma door te slikken. Volgens verdachte zou hen dat immers een warm gevoel geven. Tot slot vinden de verklaringen van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] ook steun in de verklaring van de onafhankelijke getuige [getuige 2] , die immers verklaart dat zij zowel met [slachtoffer 4] als met [slachtoffer 3] over het misbruik heeft gesproken in de tijd dat het misbruik actief plaatsvond. Naar het

oordeel van de rechtbank geldt [getuige 2] als een betrouwbare (disclosure) getuige. Op dat moment was er immers geen sprake van tijdsverloop en getuige [getuige 2] bevestigt dat beide aangeefsters haar hebben verteld over het seksueel misbruik, gepleegd door verdachte.

Eindconclusie

De rechtbank komt tot de conclusie dat de verklaringen van aangeefsters betrouwbaar zijn en dat deze in voldoende mate worden ondersteund door elkaars verklaring en de verklaring van getuige [getuige 2] , zodat aan het bewijsminimum is voldaan. Daarom is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het onder feit 4 primair en 5 primair ten laste gelegde heeft gepleegd, zoals hierna vermeld in de bewezenverklaring. De rechtbank zal verdachte daarbij telkens partieel vrijspreken van het tweede gedachtestreepje, omdat hiervoor wettig en overtuigend bewijs ontbreekt.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feiten 2, 3, 4 primair en 5 primair wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

2

hij in de periode van 1 juli 2019 tot en met 16 juni 2025, te [plaats] en [plaats] , meermalen, althans eenmaal, telkens

in de periode van 1 juli 2019 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht afbeeldingen en een gegevensdrager te weten een SSD Samsung met beslagcode 1807964, bevattende

afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] geboren op [geboortedatum] 2015, is betrokken, heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad,

in de periode van 1 juli 2024 tot en met 5 maart 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht visuele weergaven en een gegevensdrager te weten een SSD Samsung met beslagcode 1807964, bevattende afbeeldingen, van seksuele aard en met onmiskenbare seksuele strekking, waarbij die [slachtoffer 1] die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, is betrokken, heeft

aangeboden, verspreid door het plaatsen van de afbeelding op een online forum [website] en in bezit heeft gehad

waarop te zien is dat:

door het camerastandpunt en de pose en de wijze van kleden van die [slachtoffer 1] en de uitsnede van de afbeeldingen nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel van die [slachtoffer 1] in beeld gebracht wordt

(pagina 298&299 van het procesdossier, file name: [bestandsnaam] & [bestandsnaam] & [bestandsnaam] );

3

hij in de periode van 9 april 2017 tot en met 5 maart 2025, te [plaats] , meermalen, althans eenmaal,

in de periode van 9 april 2017 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht

een of meer afbeeldingen, en gegevensdragers te weten een Samsung SSD met beslagcode 1807949, Samsung Galaxy S8 met beslagcode 1807962, SD Emtec met beslagcode 1807978, Samsung SM863 met beslagcode 1807964, Seagate Barracuda 3TB-HDU4 met beslagcode 1807949 en WD Green TB-HDU0 met beslagcode 1807949 bevattende afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, te weten onder andere [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2001, heeft verworven en in bezit gehad

en

in de periode van 1 juli 2024 tot en met 5 maart 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht

een of meer visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbare seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken te weten onder andere [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2001, in bezit heeft gehad

waarop te zien is dat:

-een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met een penis oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd door een penis en/of voorwerp en/of mond/tong en/of hand/vinger

(paginas 282 en 290 van het procesdossier onder het kopje penetratie) en

-een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt wordt betast bij het geslachtsdeel door een penis en/of een vinger/hand en/of met een voorwerp, en/of een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 2] , haar eigen geslachtsdeel betast met haar hand

(pagina 282 van het procesdossier onder de kopjes [slachtoffer 2] en ontucht + toonmap [slachtoffer 2] , pagina 300 tot en met 307 van het procesdossier)

en

-een gedeeltelijk en/of geheel ontblote baby, althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, is vastgebonden waarbij een touw om de buik en/of tussen de schaamlippen is vastgebonden

(pagina 283 van het procesdossier onder het kopje bondage) en

-een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseert waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(paginas 282 en 291 van het procesdossier onder het kopje poseren) en

-het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, en/of het houden van een stijve penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 nog niet had bereikt waarbij op dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is

(pagina 282 van het procesdossier onder het kopje overige seksuele handelingen)

4 ( primair)

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 6 mei 2013 te [plaats] , meermalen met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 2001, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer

handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten

-het tonen van kinderpornografische beelden aan die [slachtoffer 3] , en

-het aftrekken in de nabijheid van die [slachtoffer 3] , en

-het vaginaal penetreren van die [slachtoffer 3] met zijn, verdachtes, stijve penis, en

-het anaal penetreren van die [slachtoffer 3] met zijn, verdachtes, stijve penis, en

-het oraal penetreren van die [slachtoffer 3] met zijn, verdachtes, stijve penis, en

-het klaarkomen in de mond van die [slachtoffer 3] , en

-het beffen van die [slachtoffer 3] ;

5 ( primair)

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 6 mei 2013 te [plaats] , meermalen met [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum] 2001, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4] , te weten

-het tonen van kinderpornografische beelden aan die [slachtoffer 4] , en

-het aftrekken in de nabijheid van die [slachtoffer 4] , en

-het vaginaal penetreren van die [slachtoffer 4] met zijn, verdachtes, stijve penis, en

-het anaal penetreren van die [slachtoffer 4] met zijn, verdachtes, stijve penis, en

-het oraal penetreren van die [slachtoffer 4] met zijn, verdachtes, stijve penis, en

-het klaarkomen in de mond van die [slachtoffer 4] ;

-het beffen van die [slachtoffer 4] ;

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

2. ( ( tot 1 juli 2024)

een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd;

en

(vanaf 1 juli 2024)

een visuele weergave van seksuele aard/met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, aanbieden en in bezit hebben, meermalen gepleegd;

3. ( ( tot 1 juli 2024)

een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd;

en

(vanaf 1 juli 2024)

een visuele weergave van seksuele aard/met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken/schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

4 primair. met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

5 primair. met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feiten 2, 3, 4 primair en 5 primair wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren met aftrek van voorarrest, alsmede de ongemaximeerde terbeschikkingstelling (verder: tbs) met verpleging van overheidswege.

Het standpunt van de verdediging

Indien de rechtbank overgaat tot strafoplegging heeft de raadsvrouw bepleit om aan verdachte een groot voorwaardelijk strafdeel op te leggen met voorwaarde van klinische behandeling met een door de rechtbank te bepalen proeftijd, omdat verdachte openstaat voor zedenbehandeling. Ook heeft de raadsvrouw bepleit rekening te houden met het tijdsverloop en het feit dat verdachte een first offender is.

Het oordeel van de rechtbank

Algemeen

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de hierna genoemde rapportages, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het

pleidooi van de raadsvrouw.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich in de periode 2007-2013 schuldig gemaakt aan het seksueel misbruiken van zijn tweelingzusjes die toen tussen de zes en twaalf jaar oud waren. Hij heeft hen onder andere op afschuwelijke wijze gedurende een lange tijd meermalen verkracht. De rechtbank neemt het verdachte bijzonder kwalijk dat de slachtoffers het misbruik al die tijd in hun eigen woning, een plek waar zij zich veilig zouden moeten kunnen voelen, moesten ondergaan. Daarbij verkeerden zij constant in angst, omdat de dader, nota bene hun eigen broer, destijds ook nog thuis woonde en zijn seksuele lusten te pas en te onpas op hen botvierde.

Dit zijn ernstige feiten die de samenleving schokken en zorgen voor gevoelens van onrust en verontwaardiging in de maatschappij. Door zo te handelen heeft verdachte ook een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn zusjes. Ook is het algemeen bekend dat dit soort feiten (op termijn) langdurige psychische gevolgen kunnen hebben voor de slachtoffers en een verstoring van de (seksuele) ontwikkeling van de slachtoffers kunnen opleveren.

Op zitting hebben de slachtoffers de enorme impact van het misbruik toegelicht en invoelend verwoord dat hun leven hierdoor ingrijpend is veranderd. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij dit leed heeft veroorzaakt en op geen enkele manier verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden, noch berouw of mededogen heeft getoond naar zijn zusjes.

Na het plegen van de hands-on delicten is verdachte vervolgens in de periode van 2017-2025 doorgegaan met het plegen van hands-off delicten. Ook nu heeft hij binnen zijn familie een slachtoffer gemaakt door het vervaardigen, verspreiden en bezitten van kinderporno van zijn destijds driejarige nichtje. In deze periode heeft hij ook ruim 2500 kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit gehad, waaronder van zijn destijds minderjarige ex-vriendin. Het is een feit van algemene bekendheid dat kinderen bij de vervaardiging van kinderpornografische afbeeldingen veelvuldig seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Kinderen die seksuele handelingen moeten verrichten of moeten ondergaan ten behoeve van de kinderporno-industrie kunnen aanzienlijke psychische schade oplopen die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Door de verspreiding van het beeldmateriaal wordt de schade voor de afgebeelde jeugdigen nog vergroot. Beelden zijn niet eenvoudig te verwijderen van het internet en blijven daar vaak nog jarenlang circuleren, waardoor de slachtoffers ook jaren nadat het misbruik heeft plaatsgevonden, daarmee kunnen worden geconfronteerd.

Verdachte moet dan ook mede verantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik, omdat hij door kinderpornografisch materiaal te verwerven en te bezitten heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Bovendien heeft verdachte zelf kinderpornografische afbeeldingen gemaakt van zijn minderjarige nichtje. Hiermee heeft hij op ernstige wijze inbreuk gemaakt op haar privacy en lichamelijke integriteit. Hij heeft daarbij misbruik gemaakt van zijn rol als oom en het vertrouwen dat zijn nichtje en haar ouders in hem hadden.

Strafblad

De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van 1 juni 2026, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van het geïntegreerd multidisciplinair onderzoek Pro Justitia van 12 november 2025, opgesteld door D.R. van der Velden (GZ-psycholoog) en

J. Marx (psychiater). Door de deskundigen is geconcludeerd dat verdachte lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis met overwegend schizotypische, vermijdende en narcistische trekken. Verdachte is een ongelijkmatig intelligente man die opgroeide in een onveilig opvoedklimaat. De beschreven problematiek kenmerkt zich door een duurzaam karakter. Zodoende kan worden gesteld dat deze eveneens aanwezig was ten tijde van het tenlastegelegde.

De deskundigen hebben een stoornis in het gebruik van alcohol, een seksuele stoornis en een autismespectrumstoornis niet kunnen aantonen, maar ook niet met zekerheid kunnen uitsluiten. Door de ontkennende houding van verdachte is het niet mogelijk gebleken met hem in gesprek te komen over lustgevoelens en zijn afwegingen daarin met betrekking tot zijn sturingsvermogen of remmingsmogelijkheden. Daarom is er onvoldoende zicht op de mate waarin verdachte vanuit zijn pathologie wordt gedreven en/of is aangetast in zijn inschattings- en sturingsvermogen. Om die reden hebben de deskundigen zich onthouden van een uitspraak omtrent de toerekening.

Bij een bewezenverklaring hebben de deskundigen echter ook gesteld dat verdachte over een langere periode meerdere zedendelicten heeft gepleegd. Feitelijk zijn de tenlastegelegde feiten volgens de deskundigen dan slechts te begrijpen vanuit een deviante seksuele interesse en/of een tekort aan - aangeleerde- seksuele zelfcontrole.

De rechtbank heeft verdachte ter zitting ook bevraagd over zijn seksuele beleving. Verdachte wil of kan daar niet goed over praten. Ter zitting antwoordde hij vermijdend en legde hij de oorzaak van de feiten buiten zichzelf. Zijn zusjes zouden mogelijk jaloers zijn op zijn relatie met een leeftijdsgenoot en om die reden verhalen over misbruik hebben verzonnen. Niet hij, maar zijn neefje zou de kinderpornografische foto van zijn nichtje hebben gemaakt en de gegevensdragers waarop de kinderporno is aangetroffen zou hij tweedehands hebben gekocht en daardoor toevallig in zijn bezit hebben gehad. Dit alles heeft de rechtbank gesterkt in haar op voornoemde rapport gegronde overtuiging dat er bij verdachte ten tijde van het bewezen verklaarde sprake was van genoemde persoonlijkheidsstoornis en deviante seksuele interesse en/of tekort aan seksuele zelfcontrole. Gelet op deze gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens kunnen de ten laste gelegde feiten verdachte daarom in verminderde mate worden toegerekend.

Doordat de deskundigen geen doorwerking vanuit pathologie konden vaststellen, hebben zij geen op de persoon van verdachte toegespitste risicoanalyse kunnen opstellen. Verdachte is nooit eerder in beeld van justitie geweest in verband met zedenverdenkingen en heeft nooit eerder een forensische (zeden)behandeling gehad. Op basis van statistische factoren is het volgens de deskundigen vanuit risicotaxatie echter wel zorgwekkend dat sprake is van meerdere slachtoffers over een langere periode en zowel van hands-off als hands-on delicten. Daarnaast zijn beschermende factoren (SAPROF-SO) in beperkte mate aanwezig. Zo was er voorafgaand aan de detentie al sprake van problemen op verschillende gebieden, zoals zelfzorg, maatschappelijk functioneren en sociaal netwerk. Indien bewezen, is de conclusie van de deskundigen dat het verwachte recidiverisico op vergelijkbaar seksueel delictgedrag als bovengemiddeld wordt ingeschat. In dat geval wordt een klinische zedenbehandeling in een voorwaardelijk kader geadviseerd om het risico op vergelijkbaar seksueel delictgedrag te verminderen. Tbs met

dwangverpleging wordt niet geadviseerd, omdat verdachte niet primair is aangewezen op een hoog beveiligingsniveau en er sprake lijkt te zijn van enige behandelmotivatie.

De rechtbank heeft eveneens kennis genomen van het reclasseringsadvies van 8 april 2026. Hieruit volgt dat de ontkenning van verdachte van het seksueel misbruik maakt dat een inschatting van de kans op recidive op hands-on delicten niet mogelijk is. Ten aanzien van het bezitten en verspreiden van kinderpornografisch materiaal, ziet de reclassering wel een kans op recidive. Verdachte is op meerdere fora binnen het pedofielennetwerk actief geweest en heeft hierop een foto van zijn nichtje gedeeld. Hoewel verdachte aangeeft geen pedofiele interesses te hebben, kan de reclassering gelet op zijn gedragingen, motieven in deze richting niet uitsluiten. De reclassering heeft verder geadviseerd om géén tbs met voorwaarden aan verdachte op te leggen.

Hoewel de reclassering een klinisch behandeltraject noodzakelijk acht om delictpreventieve behandeling vorm te geven en te werken aan recidivevermindering, bestaat er op dit moment geen overeenstemming over de voorwaarden die aan een eventuele maatregel tbs met voorwaarden verbonden dienen te worden. Verdachte staat niet open voor een klinisch behandeltraject en resocialisatie via begeleid wonen. Er is volgens hem geen sprake geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag en hij herkent zich niet in de problematiek zoals die door de Pro-Justitia rapporteurs is vastgesteld. Daarom wordt de kans op onttrekking aan voorwaarden ingeschat als hoog. Daarbij komt dat verdachte bij de twee klinieken waarvoor hij was aangemeld - mede vanwege zijn proceshouding - is afgewezen. Gelet op deze afwijzingen is er voor de reclassering onvoldoende basis om uitvoering te kunnen geven aan een voorwaarde waar een klinisch behandeltraject deel van uitmaakt. Ook indien er wel een mogelijkheid tot opname binnen een klinische setting was geweest, blijft hierbij vanuit de reclassering de kanttekening dat, mocht verdachte bij een veroordeling blijven volharden in een ontkennende houding, dit de uitvoering van een delictpreventieve behandeling bemoeilijkt. Naast een onuitvoerbaarheid van de voorwaarde gericht op een klinisch behandeltraject, bestaat er immers geen overeenstemming over de voorwaarden die vanuit reclasseringsperspectief aan een eventuele maatregel tbs met voorwaarden verbonden zouden moeten worden.

Ter terechtzitting is voormeld advies door de reclassering bevestigd. De deskundige heeft daarbij benadrukt dat een langdurige klinische behandeling noodzakelijk, maar niet uitvoerbaar is vanwege het gebrek aan behandelmotivatie.

Op te leggen maatregel

Op grond van de artikelen 37a en 37b van het Wetboek van Strafrecht (verder: Sr) zijn aan oplegging van tbs met verpleging van overheidswege een aantal voorwaarden gesteld, te weten:

  1. bij de verdachte moet tijdens het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens hebben bestaan;

  2. op het begane misdrijf moet een gevangenisstraf van vier jaar of meer zijn gesteld;

  3. de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, moet het opleggen van een tbs-maatregel en bevel tot verpleging van overheidswege eisen;

  4. er is een recente multidisciplinaire gedragsrapportage opgemaakt, tenzij de verdachte weigert medewerking te verlenen aan het onderzoek.

Aan de gestelde voorwaarden is in onderhavige zaak voldaan. De door verdachte gepleegde delicten betreffen feiten waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is

gesteld. Daarnaast stelt de rechtbank op grond van de door de Pro Justitia deskundigen opgemaakte rapportage vast dat er sprake was van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van verdachte die ook aanwezig was ten tijde van de gepleegde feiten en dat aan het gevaarscriterium is voldaan.

Anders dan de psychiater en de psycholoog acht de rechtbank oplegging van de tbs-maatregel met dwangverpleging noodzakelijk gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de hoogte van de hierna te bespreken op te leggen straf en het feit dat uit het advies van de reclassering en de nadere toelichting hierop ter zitting is gebleken dat een klinische behandeling noodzakelijk is om het recidivegevaar te verminderen, maar dat verdachte niet bereid is om aan essentiële voorwaarden in een voorwaardelijk kader mee te werken. Hoewel verdachte ter zitting het ene moment aangeeft dat hij overal aan wil meewerken, laat hij het andere moment blijken dat hij niet wil meewerken aan begeleid wonen en blijft hij het seksueel misbruik stellig ontkennen, hetgeen voor complicaties zal zorgen bij een eventuele delictanalyse. Gelet hierop en het hoge recidiverisico op vergelijkbaar seksueel delictgedrag acht de rechtbank een tbs met voorwaarden onuitvoerbaar en ontoereikend. De rechtbank zal daarom aan verdachte de maatregel van tbs met verpleging van overheidswege opleggen.

De rechtbank legt verdachte de maatregel tbs op ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten seksueel misbruik van zijn tweelingzusjes die destijds jonger dan twaalf jaar oud waren en het vervaardigen, verwerven, verspreiden en bezit van kinderporno. De totale duur van de maatregel is daarom ongemaximeerd.

Op te leggen straf

Gelet op de strafoplegging in soortgelijke zaken en al hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren passend en noodzakelijk is, omdat de aard en de ernst van de feiten en de lange periode waarin deze feiten zich hebben afgespeeld (2007-2025) door een lichtere strafrechtelijke afdoening miskend zouden worden. Daarbij is ook meegewogen dat de op te leggen tbs-maatregel langdurige vrijheidsbeneming met zich meebrengt.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

Inbeslaggenomen goederen

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft teruggave gevorderd van de onderzochte gegevensdragers waarop geen kinderporno is aangetroffen.

De officier van justitie heeft onttrekking aan het verkeer gevorderd van de onderzochte gegevensdragers waarop kinderporno is aangetroffen en van de gegevensdragers die niet zijn onderzocht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft teruggave bepleit van de onderzochte gegevensdragers waarop geen kinderporno is gevonden en van de niet onderzochte gegevensdragers.

Het oordeel van de rechtbank

Onderzochte gegevensdragers met kinderporno

De rechtbank acht de in beslag genomen gegevensdragers met goednummers 1807862, 1807949 (HDU0, HDU1 en HDU4), 1807964 en 1807978 vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Uit de bewijsmiddelen volgt immers dat het onder feiten 2 en 3 bewezen verklaarde met behulp van deze voorwerpen is begaan.

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de bij goednummer 1807862 behorende simkaart ook onttrokken dient te worden, omdat uit het dossier niet blijkt dat deze simkaart los van de telefoon kan worden gezien.

Onderzochte gegevensdragers zonder kinderporno

De rechtbank is van oordeel dat de gegevensdragers met goednummers 1807949 (HDU2 en HDU3), 1807993, 1807995, 1807987, 1807986, 1808000 , 1807982, 1807981, 1807975, 1807972, 1807969,

1807968, 1807951, 1807954, 1807961, 1808002 HDU1, 1808002 HPU2, 1808002 HPU3, 1808002 HPU4,

1811606, 1811607 en 1811608 moeten worden teruggegeven aan verdachte, omdat het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet. Op deze voorwerpen is, na onderzoek, immers geen strafbaar materiaal aangetroffen.

Niet onderzochte gegevensdragers

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen vermeld onder goednummers 1811364, 1811365, 1811366, 1811369, 1811372, 1811373, 1811589, 1811598, 1811599,

1811600, 1811602, 1811603, 1811604, 1811605, 1811610, 1811611, 1811612, 1811613, 1811614,

1811615, 1811616, 1811617, 1811618, 1811619, 1811620, 1811621, 1811624, 1811625, 1811627,

1811628, 1811629, 1811630 en 1811632 ook onttrokken moeten worden aan het verkeer.

Deze voorwerpen behoren toe aan verdachte en zijn aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar door de door hem begane feiten. Deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten en de rechtbank acht het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen in strijd met de wet of het algemeen belang. Uit de bewijsmiddelen volgt immers dat verdachte eerst een aantal jaren (2007-2013) hands-on delicten heeft gepleegd door zijn tweelingzusjes seksueel te misbruiken. Daarna (2017-2025) is verdachte doorgegaan met het plegen van hands-off delicten. Van de ruim 14 miljoen afbeeldingen die op de onderzochte gegevensdragers zijn aangetroffen bevatte een deel, te weten meer dan 2500 afbeeldingen, kinderpornografisch materiaal. Gelet op deze stand van zaken vindt de rechtbank het niet onaannemelijk dat de niet onderzochte gegevensdragers ook kinderpornografisch materiaal bevatten.

Verdachte hield zich immers al jarenlang bezig met actief dan wel passief seksueel misbruiken van voornamelijk meisjes in de pre puberale fase.

Benadeelde partijen

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

  1. [slachtoffer 1] (feit 1 primair), tot een bedrag van 4.000,00, bestaande uit immateriële schade;

  2. [slachtoffer 3] (feit 4 primair), tot een bedrag van 40.000,00, bestaande uit immateriële schade;

  3. [slachtoffer 4] (feit 5 primair), tot een bedrag van 66.012,38, bestaande uit 26.012,38 aan materiële schade en 40.000,00 aan immateriële schade.

Alle benadeelde partijen hebben verzocht de vordering te verhogen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr.

Het standpunt van de officier van justitie

[slachtoffer 1] (feit 1 primair)

De officier van justitie acht het aannemelijk dat de benadeelde partij ook schade heeft geleden ten gevolge van het feit waarvoor bewezenverklaring is gevorderd (feit 2). Daarom heeft zij tot toewijzing van deze vordering geconcludeerd, vermeerderd met wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

[slachtoffer 3] (feit 4 primair)

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat deze vordering voldoende is onderbouwd en daarom toewijsbaar is, vermeerderd met wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

[slachtoffer 4] (feit 5 primair)

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat deze vordering voldoende is onderbouwd en daarom toewijsbaar is, vermeerderd met wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

[slachtoffer 1] (feit 1 primair)

Primair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk verklaard moet worden gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair is tot matiging verzocht.

[slachtoffer 3] (feit 4 primair)

Primair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk verklaard moet worden gelet op de bepleite vrijspraak.

Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de vordering aanzienlijk te matigen, vanwege het ontbreken van een concrete onderbouwing voor de toepassing van een verhoging van 25% van het schadebedrag en gelet op de aangedragen jurisprudentie.

[slachtoffer 4] (feit 5 primair)

Primair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk verklaard moet worden gelet op de bepleite vrijspraak.

Subsidiair heeft de raadsvrouw de volgende standpunten ingenomen.

Bepleit is de gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk te verklaren, omdat het causale verband tussen het ten laste gelegde en het stoppen van de studie niet vastgesteld kan worden op basis van de vordering.

Bepleit is de gevorderde immateriële schade aanzienlijk te matigen, omdat geen stuken zijn overgelegd waaruit blijkt dat er bij de benadeelde partij PTSS is geconstateerd en gelet op de aangedragen

jurisprudentie. Ook ontbreekt een concrete onderbouwing voor de toepassing van een verhoging van 25% van het schadebedrag.

Het oordeel van de rechtbank

[slachtoffer 1] (feit 1 primair en subsidiair)

De rechtbank acht het feit waaruit de gestelde schade zou zijn ontstaan (feit 1 primair en subsidiair) niet bewezen. Nu een wettelijke grondslag ontbreekt zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

[slachtoffer 3] (feit 4 primair)

Naar het oordeel van de rechtbank is er voldoende grondslag voor de vordering tot immateriële schadevergoeding. Er is naar het oordeel van de rechtbank sprake van aantasting in de persoon op andere wijze, als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek. De aard en de ernst van de normschending brengen mee dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat sprake is van een persoonsaantasting. Bovendien is voldoende aannemelijk gemaakt dat de benadeelde partij psychische schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 4 primair bewezen verklaarde. De benadeelde partij is immers in haar ouderlijk huis, een plek waar zij zich veilig hoort te voelen, op zeer jonge leeftijd jarenlang seksueel misbruikt door haar broer.

De begroting van immateriële schade geschiedt naar billijkheid met inachtneming van alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de aansprakelijke te maken verwijt, alsmede de aard van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, de ernst daarvan, de verwachting ten aanzien van het herstel en de leeftijd van het slachtoffer. Voorts dient de rechter bij de begroting, indien mogelijk, te letten op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend.

Gelet op de ernst, duur, frequentie en locatie van de inbreuk op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij en de gevolgen die deze inbreuk voor haar heeft gehad, gaat de rechtbank uit van de bovengrens van categorie A (meest ernstig) van de Rotterdamse schaal, te weten 32.000. Gelet op de zeer jeugdige leeftijd waarop de benadeelde partij het langdurig misbruik heeft moeten ondergaan acht de rechtbank een verhoging van voornoemd bedrag met 25%, overeenkomstig aanbeveling 2 van de Rotterdamse schaal, passend. De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen tot een bedrag van 40.000,00, conform de vordering.

Het totaalbedrag van 40.000,00 zal worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 6 mei 2013.

[slachtoffer 4] (feit 5 primair)

Ten aanzien van de materiële schade overweegt de rechtbank als volgt. Nog los van de vraag of de geleden schade rechtstreeks verband houdt met het onder feit 5 primair bewezen verklaarde, beschikt de rechtbank over onvoldoende informatie om de hoogte daarvan te kunnen beoordelen. Uit de enkele uitdraai van het overzicht van de studieschuld bij DUO kan de rechtbank immers niet afleiden of dit bedrag volledig is besteed aan studiekosten, zoals gesteld in de vordering. Zo zijn bankafschriften ten aanzien van collegegeld of de aanschaf van studieboeken niet bijgevoegd. Schorsing van het onderzoek om de

benadeelde partij de hoogte van de schade alsnog te laten aantonen, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal deze post daarom niet-ontvankelijk verklaren. Deze post kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Ten aanzien van de immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. Naar het oordeel van de rechtbank is er voldoende grondslag voor de vordering tot immateriële schadevergoeding. Er is naar het oordeel van de rechtbank sprake van aantasting in de persoon op andere wijze, als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek. De aard en de ernst van de normschending brengen mee dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat sprake is van een persoonsaantasting. Bovendien is voldoende aannemelijk gemaakt dat de benadeelde partij psychische schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 4 primair bewezen verklaarde. De benadeelde partij is immers in haar ouderlijk huis, een plek waar zij zich veilig hoort te voelen, op zeer jonge leeftijd jarenlang seksueel misbruikt door haar broer.

De begroting van immateriële schade geschiedt naar billijkheid met inachtneming van alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de aansprakelijke te maken verwijt, alsmede de aard van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, de ernst daarvan, de verwachting ten aanzien van het herstel en de leeftijd van het slachtoffer. Voorts dient de rechter bij de begroting, indien mogelijk, te letten op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend.

Gelet op de ernst, duur, frequentie en locatie van de inbreuk op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij en de gevolgen die deze inbreuk voor haar heeft gehad, gaat de rechtbank uit van de bovengrens van categorie A (meest ernstig) van de Rotterdamse schaal, te weten 32.000. Gelet op de zeer jeugdige leeftijd waarop de benadeelde partij het langdurig misbruik heeft moeten ondergaan acht de rechtbank een verhoging van voornoemd bedrag met 25%, overeenkomstig aanbeveling 2 van de Rotterdamse schaal, passend. De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen tot een bedrag van 40.000,00, conform de vordering.

Het totaalbedrag van 40.000,00 zal worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 6 mei 2013.

Schadevergoedingsmaatregel

Omdat de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat voor wat betreft de vorderingen van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , zal de rechtbank telkens de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

Veroordeling in de kosten

De rechtbank zal verdachte telkens veroordelen in de kosten die de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] tot aan deze uitspraak in verband met de vorderingen hebben gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36b, 36c, 36d, 36f, 37a, 37b, 57, 60a, 240b (oud), 244 (oud) en 252 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel

ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder feiten 2, 3, 4 primair en 5 primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen voorwerpen met goednummers 1807862, 1807949 (HDU0, HDU1 en HDU4), 1807964, 1807978, 1811364, 1811365, 1811366, 1811369, 1811372,

1811373, 1811589, 1811598, 1811599, 1811600, 1811602, 1811603, 1811604, 1811605, 1811610,

1811611, 1811612, 1811613, 1811614, 1811615, 1811616, 1811617, 1811618, 1811619, 1811620,

1811621, 1811624, 1811625, 1811627, 1811628, 1811629, 1811630 en 1811632.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen met goednummers 1807949 (HDU2 en HDU3), 1807993, 1807995, 1807987, 1807986, 1808000,

1807982, 1807981, 1807975, 1807972, 1807969, 1807968, 1807951, 1807954, 1807961, 1808002

HDU1, 1808002 HPU2, 1808002 HPU3, 1808002 HPU4, 1811606, 1811607 en 1811608.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1 primair en subsidiair):

Verklaart de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] haar eigen proceskosten draagt.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 4 primair):

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toe en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 3] te betalen:

  • het bedrag van 40.000,00 (zegge: veertigduizend euro);

  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 mei 2013 tot de dag van algehele voldoening;

  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3] aan de Staat te betalen een bedrag van 40.000,00 (zegge: veertigduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2013 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat geheel uit immateriële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 191 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 4] (feit 5 primair):

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] te betalen:

  • het bedrag van 40.000,00 (zegge: veertigduizend euro);

  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 mei 2013 tot de dag van algehele voldoening;

  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 4] aan de Staat te betalen een bedrag van 40.000,00 (zegge: veertigduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2013 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat geheel uit immateriële

schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 191 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.T. Kooistra, voorzitter, mr. H.C.L. Vreugdenhil en mr. A. van den Oever, rechters, bijgestaan door mr. M. Linde, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 augustus 2026.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging d.d. 8 mei 2026 en na een tweetal wijzigingen van de tenlastelegging d.d. 30 juli 2026, ten laste gelegd dat:

1

hij in of omstreeks 1 juli 2019 tot en met 31 augustus 2019, althans in of omstreeks 16 december 2018 tot en met 15 december 2019 te [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2015, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit

het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten;

-de vagina van die [slachtoffer 1] te likken, en/of

-zijn, verdachtes, penis tussen en/of over de vagina van die [slachtoffer 1] te wrijven, en/of

-door klaar te komen op/over de vagina van die [slachtoffer 1] , en/of

-door die [slachtoffer 1] aan/in zijn testikels te laten knijpen en/of voelen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks 1 juli 2019 tot en met 31 augustus 2019, althans in of omstreeks 16 december 2018 tot en met 15 december 2019 te [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2015, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten

-de vagina van die [slachtoffer 1] te likken, en/of

-zijn, verdachtes, penis tussen en/of over de vagina van die [slachtoffer 1] te wrijven, en/of

-door klaar te komen op/over de vagina van die [slachtoffer 1] , en/of

-door die [slachtoffer 1] aan/in zijn testikels te laten knijpen en/of voelen;

2

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks 1 juli 2019 tot en met 16 juni 2025, te [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens

(in de periode van 1 juli 2019 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)

een of meer afbeeldingen en/of gegevensdragers (te weten een SSD Samsung met beslagcode 1807964 en/of een SSD Samsung met beslagcode 1807949), bevattende afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] geboren op [geboortedatum] 2015, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft vervaardigd, aangeboden,

verspreid door het plaatsen van de afbeelding op een online forum [website] , verworven

en/of in bezit heeft gehad,

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 16 juni 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)

een of meer visuele weergaven en/of gegevensdragers dragers (te weten een SSD Samsung met beslagcode 1807964 en/of een SSD Samsung met beslagcode 1807949), bevattende afbeeldingen, van seksuele aard en/of met onmiskenbare seksuele strekking, waarbij die [slachtoffer 1] die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft vervaardigd,

aangeboden,

verspreid door het plaatsen van de afbeelding op een online forum [website] , verworven

en/of in bezit heeft gehad

waarop te zien is dat:

-het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die [slachtoffer 1] , waarbij die [slachtoffer 1] gekleed is en/of poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past, en/of

door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die [slachtoffer 1] en/of de uitsnede van de afbeeldingen nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel van die [slachtoffer 1] [slachtoffer 1] in beeld gebracht wordt

(pagina 298&299 van het procesdossier, file name: [bestandsnaam] &

[bestandsnaam] & [bestandsnaam] ),

waarbij de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbare seksuele strekking heeft en/ of strekt tot seksuele prikkeling;

3

hij in of omstreeks de periode 9 april 2017 tot en met 16 juni 2025, te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(in de periode van 9 april 2017 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)

een of meer afbeeldingen, en/of gegevensdragers (te weten een Samsung SSD met beslagcode 1807949, Samsung Galaxy S8 met beslagcode 1807962, SD Emtec met beslagcode 1807978, Samsung SM863 met beslagcode 1807964, Seagate Barracuda 3TB-HDU4 met beslagcode 1807979 en WD Green TB-HDU0 met beslagcode 1807949) bevattende afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, te weten onder andere [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2001,

heeft, verworven,

in bezit gehad

en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

en/of

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 16 juni 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)

een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbare seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken te weten onder andere [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2001,

heeft verworven,

in bezit gehad

en/of zich daartoe toegang heeft verschaft te weten (te weten via en/of met een Samsung SSD met beslagcode 1807949, Samsung Galaxy S8 met beslagcode 1807862, SD Emtec met beslagcode 1807978, Samsung SM863 met beslagcode 1807964 Seagate Barracuda 3TB-HDU4 met beslagcode 1807979 en WD Green TB-HDU0 met beslagcode 1807949)

waarop te zien is dat:

-een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met een penis oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd door een penis en/of voorwerp en/of mond/tong en/of hand/vinger (afbeelding 1 tot en met 4 toonmap, + toonmap [slachtoffer 2] , pagina 300 tot en met 310 van het procesdossier)

en/of

-een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt wordt betast bij het geslachtsdeel door een penis en/of een vinger/hand en/of met een voorwerp, en/of een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 2] , haar eigen geslachtsdeel betast met haar hand (afbeelding 5 tot en met 8 van de toonmap, pagina 310 tot en met 312 van het procesdossier en pagina 282 van het procesdossier)

en/of

-een gedeeltelijk en/of geheel ontblote baby, althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, is vastgebonden waarbij een touw om de buik en/of tussen de schaamlippen is vastgebonden (afbeelding 9 toonmap, pagina 292 en 312 van het procesdossier en pagina 283 van het procesdossier)

en/of

-een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseert waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(afbeelding 9 tot en met 18 van de toonmap, pagina 312 tot en met 317 van het procesdossier en pagina 282 van het procesdossier ( [slachtoffer 2] )

en/of

-het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, en/of het houden van een stijve penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 nog niet had bereikt waarbij op dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is (afbeelding 1 van de toonmap, pagina 310 van het procesdossier)

waarbij de afbeeldingen telkens een onmiskenbare seksuele strekking hebben en/of strekken tot seksuele prikkeling,

terwijl van het begaan van dit feit een beroep op gewoonte is gemaakt.

4

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 6 mei 2013 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 2001, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten

-het tonen van kinderpornografische en/of pornografische beelden aan die [slachtoffer 3] , en/of

-het aftrekken van zijn, verdachtes, ontblote stijve penis in de nabijheid van die [slachtoffer 3] , en/of

-het aftrekken in de nabijheid van die [slachtoffer 3] , en/of

-het vaginaal penetreren van die [slachtoffer 3] met zijn, verdachtes, stijve penis, en/of

-het anaal penetreren van die [slachtoffer 3] met zijn, verdachtes, stijve penis, en/of

-het oraal penetreren van die [slachtoffer 3] met zijn, verdachtes, stijve penis, en/of

-het klaarkomen in de mond van die [slachtoffer 3] ;

- het likken met zijn, verdachtes, tong van de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 3] en/of het (aldus) beffen van die [slachtoffer 3] ;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 6 mei 2013 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 2001., die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten

-het aanraken van het naakte lichaam van die [slachtoffer 3]

-het aanraken van de borsten en/of kont en/of vagina van die [slachtoffer 3] ;

5

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 6 mei 2013 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum] 2001, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen

van het lichaam van die [slachtoffer 4] , te weten

-het tonen van kinderpornografische en/of pornografische beelden aan die [slachtoffer 4] ,en/of

-het aftrekken van zijn, verdachtes, ontblote stijve penis in de nabijheid van die [slachtoffer 4] , en/of

-het aftrekken in de nabijheid van die [slachtoffer 4] , en/of

-het vaginaal penetreren van die [slachtoffer 4] met zijn, verdachtes, stijve penis, en/of

-het anaal penetreren van die [slachtoffer 4] met zijn, verdachtes, stijve penis, en/of

-het oraal penetreren van die [slachtoffer 4] met zijn, verdachtes, stijve penis, en/of

-het klaarkomen in de mond van die [slachtoffer 4] ;

- het likken met zijn, verdachtes, tong van de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 4] en/of het (aldus) beffen van die [slachtoffer 4] ;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 6 mei 2013 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

met [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum] 2001., die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten

-het aanraken van het naakte lichaam van die [slachtoffer 4]

-het aanraken van de borsten en/of kont en/of vagina van die [slachtoffer 4] .

[afbeelding niet beschikbaar]

1. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpaginas, zijn dit paginas uit het dossier van de politie

Eenheid Noord-Nederland, Dienst Regionale Recherche, met het proces-verbaal nummer NNRBD25004 (genaamd: MONTEAMIATA), bestaande uit 2 ordners, doorgenummerd 1 tot en met 531, met losse aanvullingen. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van voornoemd dossier.

2 Paginas 439 tot en met 442.

3 Paginas 445 en 446.

4 Paginas 450 en 453.

5 Paginas 451, 453 en 454.

6 Paginas 450 en 451.

7 Paginas 450 en 455.

8 Paginas 450 en 451.

9 Pagina 451.

10 Pagina 452.

11 Paginas 457 en 458.

12 Paginas 456 en 457.

13 Paginas 451, 452.

14 Pagina 453.

15 Paginas 464 en 465.

16 Paginas 467 en 468.

17 Paginas 467, 468 en 469.

18 Paginas 467 en 469.

19 Paginas 467, 470, 471 en 472.

20 Pagina 472.

21 Pagina 469.

22 Paginas 470 en 471.

23 Pagina 468.

24 Paginas 466, 472 en 473.

25 Pagina 471.

26 Paginas 472 en 473.

27 Paginas 490 en 491.

28 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 4] d.d. 14 april 2026, paginas 1 tot en met 6 juncto Proces-

verbaal verhoor getuige [slachtoffer 3] d.d. 18 april 2026, paginas 1 tot en met 12.

[afbeelding niet beschikbaar]