Materieel strafrecht

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het seksueel misbruiken van twee minderjarige jongens, waarbij in…

Rechtbank Noord-Nederland, 18 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 18 augustus 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Assen
Datum uitspraak
18 augustus 2026
Datum publicatie
17 augustus 2026
Zaaknummer
18/027465-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3465
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het seksueel misbruiken van twee minderjarige jongens, waarbij in beide gevallen sprake is geweest van seksueel binnendringen. Ook heeft hij afbeeldingen ontvangen van deze jongens, die aan te merken zijn als kinderporno. Bovendien heeft verdachte met beide minderjarige jongens ontmoetingen voorgesteld voor seksuele doeleinden. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden waarvan 12 voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Aan de voorwaardelijke straf zijn bijzondere voorwaarden verbonden. Verder beslissingen t.a.v. de benadeelde partijen en het beslag.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/027465-25

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 18 augustus 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte ] ,

geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 4 augustus 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.A.J. Brahm, advocaat te Rotterdam. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. D. Roggen.

Tenlastelegging

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de volledige tekst van de tenlastelegging verwezen naar de inhoud daarvan zoals opgenomen in de bijlage bij dit vonnis. De inhoud van die bijlage dient als hier ingelast te worden beschouwd.

De verdenking komt er, na nadere omschrijving, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: in de periode van 1 juni 2024 tot en met 31 juli 2024 in Nederland, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren seksuele handelingen heeft verricht, waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam, waarbij sprake is geweest van het misbruik maken van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, met gebruikmaking van giften of beloften van geld of goed, dan wel aanranding van een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren waarbij sprake is geweest van het misbruik maken van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, met gebruikmaking van giften of beloften van geld of goed;

Feit 2: in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 25 januari 2025 in Nederland, met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren seksuele handelingen heeft verricht, waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam en waarbij sprake is geweest van het misbruik maken van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, met gebruikmaking van giften of beloften van geld of goed, dan wel aanranding van een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren waarbij sprake is geweest van het misbruik maken van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, met gebruikmaking van giften of beloften van geld of goed;

Feit 3: op 7 september 2024 in Nederland, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren seksuele handelingen heeft verricht, waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam;

Feit 4: in de periode van 30 mei 2024 tot en met 25 januari 2025 in Nederland, kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren en in de leeftijd van zestien tot achttien jaren seksueel heeft benaderd en een ontmoeting heeft voorgesteld voor seksuele doeleinden;

Feit 5: visuele weergaven van seksuele aard waarbij personen betrokken zijn die de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, heeft vervaardigd, laten vervaardigen, verworven en/of in bezit gehad.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde en heeft veroordeling gevorderd van het onder 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het onder 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde.

Oordeel van de rechtbank

Feit 1

De rechtbank acht het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe dat op basis van de bewijsmiddelen niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de seksuele handelingen tussen verdachte en de minderjarige [slachtoffer 1] hebben plaatsgevonden in de ten laste gelegde periode (die ziet op de periode vóór de zestiende verjaardag van [slachtoffer 1] ), te weten 1 juni 2024 tot en met 31 juli 2024.

Feiten 2 primair, 3, 4 en 5

De rechtbank acht het onder 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

  1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 augustus 2026;

  2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 28 januari 2025, opgenomen op pagina 23 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer NNRBC25016 d.d. 16 juni 2025, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 1] ;

  3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 11 april 2025, opgenomen op pagina 111 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 2] ;

  4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 april 2025, opgenomen op pagina 226 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;

  5. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2025, opgenomen op pagina 244 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] .

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 2 primair, 3, 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

2.

hij in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 25 januari 2025 te Coevorden, met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer 1] ( [geboortedatum] 2008), meermaals seksuele handelingen, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, heeft verricht, te weten:

  • het pijpen van die [slachtoffer 1] door verdachte, en

  • het (laten) maken van en (laten) (toe)sturen aan hem, verdachte, van videos en afbeeldingen, waarop de penis van die [slachtoffer 1] te zien is en waarop te zien is dat die [slachtoffer 1] zichzelf aftrekt en waarop die [slachtoffer 1] te zien is naakt onder de douche, en

  • naakt bij die [slachtoffer 1] onder de douche te gaan staan, en

  • het masseren van die [slachtoffer 1] , en

  • het aanraken van de blote bil(len) van die [slachtoffer 1] , en

  • het in bed liggen en slapen bij die [slachtoffer 1] en tegen die [slachtoffer 1] aankruipen in bed,

terwijl dit feit werd begaan met misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, met gebruikmaking van giften en beloften van geld en goed, te weten door die [slachtoffer 1] geld te bieden en geld te geven in ruil voor het (laten) uitvoeren van genoemde seksuele handelingen en voor het (laten) maken en toezenden van genoemde video's en afbeeldingen met een seksuele intentie/strekking.

3.

hij op 7 september 2024 te Coevorden, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer 2] ( [geboortedatum] -2009) seksuele handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten het pijpen van die [slachtoffer 2] door verdachte.

4.

hij in de periode van 30 mei 2024 tot en met 25 januari 2025 in Nederland, kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, dan wel in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] -2009 en [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2008, een ontmoeting heeft voorgesteld voor seksuele doeleinden op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, doordat

  • verdachte via WhatsApp en/of Bullchat, contact heeft gelegd/gezocht met voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] ; en

  • verdachte zich via WhatsApp en/of Bullchat, heeft voorgedaan als iemand anders, middels een andere naam en (profiel)foto van een andere persoon dan hijzelf en (vervolgens) via WhatsApp en/of Bullchat, contact heeft gelegd met [slachtoffer 2] ; en

  • verdachte seksueel getinte gesprekken heeft gevoerd met die [slachtoffer 2] over aftrekken, zuigen, pijpen, hoeveel centimeter zijn, verdachtes, penis en die [slachtoffer 2] zijn penis zijn en heeft voorgesteld seks te hebben; en

  • verdachte heeft voorgesteld om af te spreken met die [slachtoffer 2] bij een parkeergarage in Emmen en vervolgens bij verdachte thuis; en

  • verdachte die [slachtoffer 1] meermaals vraagt om af te spreken bij verdachte thuis; en

  • verdachte die [slachtoffer 1] meermaals heeft verzocht om seksueel getinte afbeeldingen en video's te sturen;

  • verdachte tegen die [slachtoffer 1] "lieverd", "mijn liefste", "ik hou van jou" en woorden van gelijke aard en/of strekking zegt en geld overmaakt naar die [slachtoffer 1] .

5.

hij in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 25 januari 2025 te Coevorden, meermalen, visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, te weten [slachtoffer 1] ( [geboortedatum] 2008) en [slachtoffer 2] was ( [geboortedatum] -2009) betrokken waren, heeft vervaardigd, heeft laten vervaardigen, heeft verworven en in bezit heeft gehad te weten video's en afbeeldingen waarop de penis van die [slachtoffer 1] en van die [slachtoffer 2] te zien zijn, waarop te zien is dat die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zichzelf aftrekken en waarop die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te zien zijn naakt onder de douche.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

2 primair. door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht met een persoon, in de leeftijdscategorie van zestien tot achttien jaren, handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

3. door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht met een persoon, in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren, handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

4. een kind beneden de leeftijd van zestien jaren een ontmoeting voorstellen voor seksuele doeleinden en enige handeling ondernemen tot het verwezenlijken van die ontmoeting

en

een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren een ontmoeting voorstellen voor seksuele doeleinden en enige handeling ondernemen tot het verwezenlijken van die ontmoeting

5. een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft zij gevorderd om aan verdachte de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z van het Wetboek van Strafvordering op te leggen.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op de inhoud van het meest recente reclasseringsrapport, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geen meerwaarde heeft. Daarom is het verzoek om een gevangenisstraf op te leggen waarbij het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het voorarrest, aangevuld met de maximale taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de Pro Justitia rapportages van 7 mei 2025 (weigerrapportage, GZ-psycholoog N. van der Weegen), 18 september 2025 (rapportage GZ-psycholoog N. van der Weegen), 1 mei 2026 (rapportage GZ-psycholoog D.R. van der Velden) en 10 april 2026 (rapportage van aanvullend neuropsychologisch en neurologisch onderzoek, M.A. van Kessel, klinisch neuropsycholoog en Y.A.L. Pijnenburg, neuroloog), de reclasseringsrapporten van 6 oktober 2025 en 26 juni 2026, het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 9 juli 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het seksueel misbruiken van een jongen van vijftien en een jongen van zestien, waarbij in beide gevallen sprake is geweest van seksueel binnendringen. In het verlengde daarvan heeft verdachte ook afbeeldingen ontvangen van deze jongens, die aan te merken zijn als kinderporno. Bovendien heeft verdachte met beide minderjarige jongens ontmoetingen voorgesteld voor seksuele doeleinden. Dit is ook strafbaar (en laakbaar) in het geval de minderjarige zelf initiatief toont ten aanzien van de seksuele handelingen of daarmee instemt. Door de wetgever is de geestelijke en lichamelijke integriteit van jeugdigen uitdrukkelijk beschermd, onder meer op de grond dat zij op seksueel gebied nog niet volgroeid zijn en dat zij worden geacht niet zelfstandig de emotionele gevolgen van seksueel contact voldoende te kunnen overzien. Seksuele handelingen zoals verdachte die heeft gepleegd of heeft laten plegen, vormen een inbreuk op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en kunnen, naar de ervaring leert, leiden tot blijvende psychische schade. Dat ook bij de beide slachtoffers sprake is van psychische schade blijkt uit, naast hun verklaringen in het dossier, uit de ter terechtzitting besproken onderbouwing van de schadevorderingen en de slachtofferverklaringen. Hieruit wordt duidelijk dat de slachtoffers nog steeds op verschillende manieren last hebben van hetgeen hun is overkomen.

Persoonlijke omstandigheden van verdachte

Over verdachte zijn meerdere Pro Justitia rapportages opgemaakt. Verdachte heeft aanvankelijk geweigerd om mee te werken aan psychologisch onderzoek, maar heeft vervolgens alsnog meegewerkt aan het

psychologisch onderzoek. Naar aanleiding van een uitbreiding van de verdenking tegen verdachte is aanvullend psychologisch onderzoek verricht. Ook is neuropsychologisch/neurologisch onderzoek uitgevoerd. Uit de rapportages blijkt het volgende.

Uit het Pro Justitia-rapport, opgemaakt op 1 mei 2026 door D.R. van der Velden, GZ-psycholoog, volgt dat bij verdachte sprake is van een persoonlijkheidsstoornis en een parafiele stoornis. In eerder psychologisch onderzoek van GZ-psycholoog N. van der Weegen werd een persoonlijkheidsstoornis met schizoïde, paranoïde en narcistische trekken geclassificeerd. In huidig psychologisch onderzoek is - naast de persoonlijkheidsstoornis - een parafiele stoornis, te weten een hebefiele stoornis geconstateerd. Deze stoornissen waren aanwezig ten tijde van de ten laste gelegde feiten en hebben daarin ook enigszins doorgewerkt. Uit het onderzoek komt een beeld naar voren van een man die zijn seksuele drift voor minderjarige jongens niet heeft kunnen beheersen. Verdachte houdt vast aan zijn overtuiging dat hij slachtoffer is geworden van twee minderjarige jongens omdat hij zou zijn uitgedaagd en verleid. Het seksuele contact zou hebben plaatsgevonden met wederzijds consent. Indien bewezen, is hij zich bewust van het strafbare karakter van zijn gedrag (inschattingsvermogen), maar mist hij voeling met de ernst van de ten laste gelegde feiten. Bagatelliseren, veralgemeniseren, minimaliseren en cognitieve vervormingen (zoals bijvoorbeeld minderjarige jongens seksuele intenties toedichten) maken een patroon van herhaling mogelijk en hiermee plaatst verdachte de verantwoordelijkheid voor zijn eigen sterk verborgen seksuele interesse - en gedrag - buiten zichzelf. De deskundige adviseert daarom het ten laste gelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.

De rechtbank acht de onderbouwing van dit advies concludent en is van oordeel dat het bewezen verklaarde aan verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend.

Door M.A. van Kessel, klinisch neuropsycholoog, en Y.A.L. Pijnenburg, neuroloog, is neuropsychologisch en neurologisch onderzoek uitgevoerd op 10 april 2026. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn geen neurologische deficiënties vastgesteld. Er zijn geen aanwijzingen voor een primair neurologische stoornis of restverschijnselen daarvan, die in verband zou kunnen worden gebracht met het ten laste gelegde. De relatief zwakkere sociaal cognitieve vaardigheden zijn meest waarschijnlijk structureel van aard en duurzaam aanwezig.

Uit de reclasseringsrapporten van 6 oktober 2025 en 26 juni 2026 komt naar voren dat de houding van verdachte als voornaamste delict gerelateerde factor kan worden aangemerkt. Verdachte wist dat hij zich schuldig maakte aan strafbaar gedrag, maar legt hierbij een deel van de verantwoordelijkheid bij de slachtoffers. Verdachte betaalde één van de slachtoffers voor de seksuele handelingen, maar ontkent dat dit op eigen initiatief was. Ook wordt verdachtes seksualiteit beschouwd als belangrijke risicofactor. Het recidiverisico wordt ingeschat als matig-laag. De reclassering sluit zich aan bij het advies van de Pro Justitia rapporteurs om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan gekoppeld de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een ambulante behandeling en een contactverbod met beide slachtoffers.

Uit het uittreksel justitiële documentatie volgt dat verdachte niet eerder wegens soortgelijke feiten is veroordeeld. De rechtbank weegt deze omstandigheid mee bij de straftoemeting.

De straf

De bewezen verklaarde feiten zijn ernstige strafbare feiten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat, gelet op de aard van de strafbare feiten, de ernst daarvan en de omstandigheden waaronder zij zijn gepleegd, niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een vrijheidsbenemende straf van

aanzienlijke duur.

Wel zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank meegewogen dat de bij verdachte vastgestelde stoornissen een grote rol hebben gespeeld in het niet kunnen bieden van weerstand om het seksuele contact met de slachtoffers op te zoeken en te onderhouden. Verder gaat het om in totaal vier strafbare feiten die bewezen worden verklaard. Deze feiten zijn nauw verweven met elkaar, kunnen niet los van elkaar worden gezien en vloeien bovendien ook uit elkaar voort.

De rechtbank komt, alles afwegende, tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk - met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht - en daaraan gekoppeld een proeftijd van drie jaren. Aan het voorwaardelijke strafdeel zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door de reclassering en hiervoor omschreven.

Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel

De rechtbank zal, anders dan gevorderd door de officier van justitie, niet overgaan tot oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel. Aan verdachte wordt een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd met daaraan gekoppeld een drietal bijzondere voorwaarden, waaronder een ambulante behandeling. Aan het voorwaardelijk deel wordt een proeftijd voor de duur van drie jaar verbonden. De rechtbank ziet daarom geen aanknopingspunten dat verdachte na het uitzitten van zijn straf niet voldoende verantwoord kan terugkeren in de maatschappij. Dit geldt temeer, nu door de reclassering de kans op recidive ingeschat wordt als matig-laag.

Benadeelde partij

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

  1. [naam 2], als wettelijk vertegenwoordiger van haar zoon, benadeelde partij [slachtoffer 1] , tot een bedrag van 12.500,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;

  2. [naam 1] , als wettelijk vertegenwoordiger van haar zoon, benadeelde partij [slachtoffer 2] , tot een bedrag van 3.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] kunnen worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en toepassing van de wettelijke rente.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de gevorderde bedragen moeten worden gematigd. Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] heeft zij naar voren gebracht dat aansluiting moet worden gezocht bij de Rotterdamse Schaal, maar dat de aangehaalde categorie niet zonder meer opgaat. De Rotterdamse Schaal is bedoeld als hulpmiddel voor de begroting van smartengeld en bevat bandbreedtes waarbij steeds de

concrete omstandigheden van het individuele geval bepalend zijn. Met betrekking tot de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zij bepleit dat aangesloten moet worden gezocht bij de uitgangspunten van de Rotterdamse Schaal.

Oordeel van de rechtbank

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 primair, 4 en 5 bewezen verklaarde. Ten aanzien van de hoogte van de vordering overweegt de rechtbank als volgt.

Anders dan de raadsvrouw van de benadeelde partij is de rechtbank van oordeel dat aansluiting moet worden gezocht bij in de Rotterdamse schaal onder hoofdstuk 15.2 vermelde categorie c (tamelijk ernstig), te weten het plegen van ontucht met seksueel binnendringen bij benadeelden tot 16 jaar oud. Onder deze categorie valt het plegen van ontucht met binnendringen gedurende een periode tot ongeveer zes maanden, waarbij geen sprake is van anaal binnendringen. Voor de hoogte van een toe te wijzen bedrag wordt in deze categorie een bandbreedte gegeven tussen de 1.500,- en 6.000,-. In onderhavige zaak is sprake van een periode van ongeveer zes maanden waarin verdachte de benadeelde partij [slachtoffer 1] , op dat moment zestien jaar oud, meermalen heeft gepijpt. De rechtbank zal daarom ook aansluiting zoeken bij het hoogst mogelijk toe te wijzen bedrag binnen deze categorie, te weten 6.000,-, en de vordering voor het overige deel afwijzen.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij schade heeft geleden die voortvloeit uit het onder 3, 4 en 5 bewezen verklaarde. Ten aanzien van de hoogte van de vordering overweegt de rechtbank dat uit de onderbouwing bij het verzoek tot schadevergoeding blijkt dat de benadeelde partij al vóór het bewezen verklaarde in een moeilijke, depressieve periode zat waardoor hij verslaafd raakte. Hiervoor kreeg hij therapie en na het bewezen verklaarde is verdachte op 30 april 2025 opnieuw in behandeling gegaan vanwege een posttraumatische stress-stoornis en een borderline persoonlijkheidsstoornis. Daarom kan niet worden vastgesteld in hoeverre de diagnoses betreffende de benadeelde partij het gevolg zijn van de handelingen van de verdachte of van andere problematiek. De rechtbank acht wel aannemelijk dat de benadeelde partij ook door de handelingen van de verdachte schade heeft opgelopen. De rechtbank zal dan ook de helft van de gevorderde kosten toewijzen, te weten 1.500,-, en de vordering voor het overige deel afwijzen.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Beslag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de telefoon en computer die onder verdachte in beslag zijn genomen verbeurd moeten worden verklaard.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangegeven dat zij zich niet verzet tegen een verbeurdverklaring.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de in beslag genomen telefoon en computer vatbaar voor verbeurdverklaring nu het voorwerpen betreffen die aan verdachte toebehoren en met betrekking tot welke het onder 4 en 5 bewezen verklaarde is begaan.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 57, 240b, 246, 248 (oud) en 251 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot twaalf (12) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak. Veroordeelde zal de reclassering toestemming geven om contact op te nemen en te onderhouden met de hulpverlenende instanties;

2. veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen door de AFPN of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op seksualiteit;

3. veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zoekt of heeft met de slachtoffers: [slachtoffer 1] , geboren op [slachtoffer 2] 2008, en [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2009.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:

  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.

Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Ten aanzien van het onder 2 primair, 4 en 5 ten laste gelede:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan benadeelde partij [slachtoffer 1] , wettelijk vertegenwoordigd door [naam 2], te betalen:

  • het bedrag van 6.000,- (zegge: zesduizend euro);

  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 januari 2025 tot de dag van algehele voldoening;

  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Wijst de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige af.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 1] , wettelijk vertegenwoordigd door [naam 2], aan de Staat te betalen een bedrag van

6.000,- (zegge: zesduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 55 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Ten aanzien van het onder 3, 4 en 5 ten laste gelede:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan benadeelde partij [slachtoffer 2] , wettelijk vertegenwoordigd door [naam 1] , te betalen:

  • het bedrag van 1.500,- (zegge: duizend vijfhonderd euro);

  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 september 2024 tot de dag van algehele voldoening;

  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Wijst de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige af.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 2] , wettelijk vertegenwoordigd door [naam 1] , aan de Staat te betalen een bedrag van

1.500,- (zegge: duizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 september 2024 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 15 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet

op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

  • 1 STK GSM (goednummer: 1795548);

  • 1 STK Computer.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Sieders, voorzitter, mr. R. Depping en mr. L.M.B Soppe, rechters, bijgestaan door mr. M.W. ten Brinke, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 augustus 2026.

Bijlage: de tenlastelegging

1

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2024 tot en met 31 juli 2024 te Coevorden en/of Emmen, althans in Nederland, met een kind in de leeftijd van twaalf tot 16 jaren, te weten [slachtoffer 1]

( [geboortedatum] -2008),(meermaals) een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten:

  • het (laten) pijpen van die [slachtoffer 1] door verdachte; en/of

  • het (laten) maken van en/of (laten) (toe)sturen, althans doen toekomen, aan hem, verdachte, van één of meer video('s) en/of afbeelding(en), waarop de penis van die [slachtoffer 1] te zien is en/of waarop te zien is dat die [slachtoffer 1] zichzelf aftrekt en/of waarop die [slachtoffer 1] te zien is (naakt) onder de douche, althans één of meer videos) en/of afbeelding(en) met een seksuele intentie/strekking, van/door die [slachtoffer 1] ; en/of

  • ( naakt) bij die [slachtoffer 1] onder de douche gaan staan; en/of

  • het scheren van het schaamhaar rondom de penis van die [slachtoffer 1] ; en/of

  • het masseren van die [slachtoffer 1] ; en/of

  • het aanraken van de blote bil(len) van die [slachtoffer 1] ; en/of

  • het zoenen van en/of met die [slachtoffer 1] ; en/of

  • het in bed liggen en/of slapen bij die [slachtoffer 1] en/of tegen die [slachtoffer 1]

aankruipen in bed; en/of

terwijl dit feit werd begaan jegens een aan de zorg, waakzaamheid of opleiding van verdachte toevertrouwd kind en/of een aan verdachte ondergeschikt kind en/of terwijl dit feit werd begaan met misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, met gebruikmaking van giften of beloften

van geld of goed of met misleiding, te weten door die [slachtoffer 1] geld te bieden en/of geld te geven in ruil voor het (laten) uitvoeren van genoemde seksuele handelingen en/of voor het (laten) maken en/of toezenden van genoemde video('s) en/of afbeelding(en) met een seksuele intentie/strekking

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2024 tot en met 31 juli 2024 te Coevorden en/of Emmen, althans in Nederland, met een kind in de leeftijd van twaalf tot 16 jaren, te weten [slachtoffer 1]

( [geboortedatum] 2008), (meermaals) een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten:

  • het (laten) maken van en/of (laten) (toe)sturen, althans doen toekomen, aan hem, verdachte, van één of meer video('s) en/of afbeelding(en), waarop de penis van die [slachtoffer 1] te zien is en/of waarop te zien is dat die [slachtoffer 1] zichzelf aftrekt en/of waarop die [slachtoffer 1] te zien is (naakt) onder de douche, althans één of meer video('s) en/of afbeelding(en) met een seksuele intentie/strekking, van/door die [slachtoffer 1] ; en/of

  • ( naakt) bij die [slachtoffer 1] onder de douche te gaan staan; en/of

  • het scheren van het schaamhaar rondom de penis van die [slachtoffer 1] ; en/of

  • het masseren van die [slachtoffer 1] ; en/of

  • het aanraken van de blote bil(len) van die [slachtoffer 1] ; en/of

  • het zoenen van en/of met die [slachtoffer 1] ; en/of

  • het in bed liggen en/of slapen bij die [slachtoffer 1] en/of tegen die [slachtoffer 1] aankruipen in bed; en/of

terwijl dit feit werd begaan jegens een aan de zorg, waakzaamheid of opleiding van verdachte toevertrouwd kind en/of een aan verdachte ondergeschikt kind en/of terwijl dit feit werd begaan met misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, met gebruikmaking van giften of beloften van geld of goed of met misleiding, te weten door die [slachtoffer 1] geld te bieden en/of geld te geven in ruil voor het (laten) uitvoeren van genoemde seksuele handelingen en/of voor het (laten) maken en/of toezenden van genoemde video('s) en/of afbeelding(en) met een seksuele intentie/strekking

2

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2024 tot en met 25 januari 2025 te Coevorden en/of Emmen, althans in Nederland, met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer 1] ( [geboortedatum] 2008), (meermaals) een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten:

  • het (laten) pijpen van die [slachtoffer 1] door verdachte; en/of

  • het (laten) maken van en/of (laten) (toe)sturen, althans doen afbeelding(en), waarop de penis van die [slachtoffer 1] te zien is en/of waarop te zien is dat die [slachtoffer 1] zichzelf aftrekt en/of waarop die [slachtoffer 1] te zien is (naakt) onder de douche, althans één of meer video(s) en/of afbeelding(en) met een seksuele intentie/strekking, van/door die [slachtoffer 1] ; en/of

  • ( naakt) bij die [slachtoffer 1] onder de douche te gaan staan; en/of

  • het masseren van die [slachtoffer 1] ; en/of

  • het aanraken van de blote bil(len) van die [slachtoffer 1] ; en/of

  • het zoenen van en/of met die [slachtoffer 1] ; en/of

  • het in bed liggen en/of slapen bij die [slachtoffer 1] en/of tegen die [slachtoffer 1] aankruipen in bed; en/of

terwijl dit feit werd begaan jegens een aan de zorg, waakzaamheid of opleiding van verdachte toevertrouwd kind en/of een aan verdachte ondergeschikt kind en/of terwijl dit feit werd begaan met misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, met gebruikmaking van giften of beloften van geld of goed of met misleiding, te weten door die [slachtoffer 1] geld te bieden en/of geld te geven in ruil voor het (laten) uitvoeren van genoemde seksuele handelingen en/of voor het (laten) maken en/of toezenden van

genoemde video('s) en/of afbeelding(en) met een seksuele intentie/strekking

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 13 augustus 2024 tot en met 25 januari 2025 te Coevorden en/of Emmen, althans in Nederland, met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer 1] ( [geboortedatum] -2008), (meermaals) een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten:

  • het (laten) maken van en/of (laten) (toe)sturen, althans doen toekomen, aan hem, verdachte, van één of meer video('s) en/of afbeelding(en), waarop de penis van die [slachtoffer 1] te zien is en/of waarop te zien is dat die [slachtoffer 1] zichzelf aftrekt en/of waarop die [slachtoffer 1] te zien is (naakt) onder de douche, althans één of meer video('s) en/of afbeelding(en) met een seksuele intentie/strekking, van/door die [slachtoffer 1] ; en/of

  • ( naakt) bij die [slachtoffer 1] onder de douche te gaan staan; en/of

  • het masseren van die [slachtoffer 1] ; en/of

  • het aanraken van de blote bil(len) van die [slachtoffer 1] ; en/of

  • het zoenen van en/of met die [slachtoffer 1] ; en/of

  • het in bed liggen en/of slapen bij die [slachtoffer 1] en/of tegen die [slachtoffer 1] aankruipen in bed;

terwijl dit feit werd begaan jegens een aan de zorg, waakzaamheid of opleiding van verdachte toevertrouwd kind en/of een aan verdachte ondergeschikt kind en/of terwijl dit feit werd begaan met misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, met gebruikmaking van giften of beloften van geld of goed of met misleiding, te weten door die [slachtoffer 1] geld te bieden en/of geld te geven in ruil voor het (laten) uitvoeren van genoemde seksuele handelingen en/of voor het (laten) maken en/of toezenden van genoemde video('s) en/of afbeelding(en) met een seksuele intentie/strekking;

3

hij op of omstreeks 7 september 2024 te Emmen en/of Coevorden, althans in Nederland met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer 2] ( [geboortedatum] -2009) een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten het pijpen van die [slachtoffer 2] door verdachte;

4

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 mei 2024 tot en met 25 januari 2025 te Coevorden en/of Emmen en/of Ter Apel, althans in Nederland, (een) kind(eren) beneden de leeftijd van zestien jaren, danwel in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] -2009 en/of [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2008, indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd en/of een ontmoeting heeft voorgesteld voor seksuele doeleinden op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, doordat

  • verdachte via WhatsApp en/of Bullchat, althans via een berichtenservice en/of social media, contact heeft gelegd/gezocht met voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] ; en/of

  • verdachte zich via WhatsApp en/of Bullchat, althans via social media en/of een berichtenservice, heeft voorgedaan als iemand anders, middels een andere naam en/of (profiel)foto van een ander persoon dan hijzelf en/of (vervolgens) via WhatsApp en/of Bullchat, althans via social media en/of een berichtenservice, contact heeft gelegd met [slachtoffer 2] ; en/of

  • verdachte seksueel getinte gesprekken heeft gevoerd met die [slachtoffer 2] over aftrekken en/of zuigen en/of pijpen en/of hoeveel centimeter zijn, verdachte, en/of die [slachtoffer 2] hun penissen zijn en/of heeft voorgesteld seks te hebben; en/of

  • verdachte heeft voorgesteld om af te spreken met die [slachtoffer 2] bij een parkeergarage in Emmen (in de auto van verdachte) en/of (vervolgens) bij verdachte thuis (in [plaats] ); en/of

  • verdachte die [slachtoffer 1] (meermaals) vraagt om af te spreken bij verdachte thuis; en/of

  • verdachte die [slachtoffer 1] (meermaals) heeft verzocht om seksueel getinte afbeeldingen en/of video's te sturen;

  • verdachte tegen die [slachtoffer 1] "lieverd", "mijn liefste", "ik hou van jou" en/of woorden van gelijke aard en/of strekking zegt en/of geld overmaakt naar die [slachtoffer 1]

5

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2024 tot en met 25 januari 2025 te Coevorden, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] ( [geboortedatum] 2008) en/of [slachtoffer 2] was

( [geboortedatum] -2009) betrokken of schijnbaar was betrokken heeft vervaardigd en/of heeft laten vervaardigen en/of heeft verworven en/of in bezit heeft gehad te weten video('s) en/of afbeelding(en) waarop de penis van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te zien is/zijn en/of waarop te zien is dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zichzelf aftrekt/aftrekken en/of waarop die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te zien is/zijn (naakt) onder de douche.