Materieel strafrecht
Vrijspraak van diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving. Veroordeling voor medeplegen art. 2…
Rechtbank Noord-Nederland, 22 september 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:4264 · Rechtbank Noord-Nederland · 22 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/materieel-strafrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2026-4264
Zaakgegevens
Op 22 september 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 22 september 2026
- Datum publicatie
- 5 oktober 2026
- Zaaknummer
- 18.287762.25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:4264
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak van diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving. Veroordeling voor medeplegen art. 2 onder B OW en art. 2 onder C OW, deels vrijspraak van middelen, omdat alleen een indicatieve test onvoldoende is om vast te stellen wat voor middel het is. Verkeerde pleegplaats aangemerkt als kennelijk verschrijving tenlastelegging. Ontslag van alle rechtsvervolging voor het middel ketamine. Inbeslaggenomen goederen zijn verbeurd verklaard en onttrokken aan het verkeer. Ook de kogelpatronen, waarmee geen verband is met het bewezenverklaarde zijn onttrokken aan het verkeer.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18.287762.25
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 22 september 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek van de terechtzittingen van 27 augustus 2026 en 8 september 2026.
Verdachte is ter terechtzitting van 27 augustus 2026 verschenen, bijgestaan door
mr. H.M. Terpstra, advocaat te Leeuwarden. Ter terechtzitting van 8 september 2026 zijn hij en zijn raadsvrouw niet verschenen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting van 27 augustus 2026 vertegenwoordigd door mr. A.R. Posthuma en ter terechtzitting van 8 september 2026 door mr. D.P. Menting.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 1 december 2025 te Drachten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
-
een jas (merk Canada Goose t.w.v. c.a. 800 euro) en/of
-
een riem (merk Louis Vuitton t.w.v. c.a. 400 euro)
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich en/of zijn mededaders wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
-
tegen die [slachtoffer] te zeggen dat hij niet mocht opstaan en/of
-
(vervolgens) meermaals met gebalde vuist en/of vlakke hand te slaan op het hoofd althans tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of
-
het haar van die [slachtoffer] af te knippen en/of
-
bakboter te spuiten op die [slachtoffer] en/of
-
die [slachtoffer] de woorden toe te voegen als we je zien dan praten we wel even goed;
hij op of omstreeks 1 december 2025 te Drachten, gemeente Smallingerland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door
-
tegen die [slachtoffer] te zeggen dat hij niet mocht opstaan en/of
-
door met een groep van acht, althans meerdere personen, door hun overwicht ten opzicht van die [slachtoffer] hem de kans te ontnemen om (zijn eigen) woning te ontvluchten;
hij in of omstreeks de periode van 5 april 2025 tot en met 10 maart 2026 te Drachten, gemeente Smallingerland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer een hoeveelheid
-
MDMA en/of
-
cocaïne en/of
-
heroïne en/of
-
XTC en/of
-
ketamine en/of
-
3MMC en/of
-
2MMC en/of
-
een andere stof zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 10 maart 2026 te Drachten, gemeente Smallingerland opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer
-
362,43 gram, althans een hoeveelheid ketamine (goednummer 1919738) en/of
-
304 pillen, althans een hoeveelheid MDMA (goednummer 1919727 en 1919733 en 1919772) en/of
-
12,77 gram, althans een hoeveelheid 2MMC (goednummer 1919741 en 1919758 en 1919751) en/of
-
5 witte bolletjes, althans een hoeveelheid cocaïne (goednummer 1919742)
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 1. en 2. ten laste gelegde en veroordeling voor het onder 3. en 4. ten laste gelegde.
Ten aanzien van het onder 1. en 2. ten laste gelegde heeft zij aangevoerd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte op 1 december 2025 bij aangever [slachtoffer] in de woning aanwezig is geweest en heeft deelgenomen aan de diefstal met geweld en de wederrechtelijke vrijheidsberoving.
De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 3. ten laste gelegde kan worden bewezen op grond van de aangetroffen inhoud van de telefoons en de uitgewerkte telefoongesprekken in combinatie met de daadwerkelijk aangetroffen verdovende middelen bij verdachte.
Volgens de officier van justitie kan het onder 4. ten laste gelegde worden bewezen, omdat de verdovende middelen zijn aangetroffen in het chalet op het vakantiepark waar verdachte volgens de bewijsmiddelen in het dossier verbleef.
Ten aanzien van de ketamine en de 2MMC in zowel het onder 3. als 4. ten laste gelegde heeft de officier van justitie ontslag van rechtsvervolging gevorderd. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat ketamine strafbaar is gesteld in de geneesmiddelenwet en 2MMC een middel is genoemd op lijst IA behorende bij de Opiumwet. Nu de tenlastelegging hier niet op ziet kan geen kwalificatie voor deze middelen volgen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1. en 2. ten laste gelegde, omdat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte op 1 december 2025 in de woning van aangever [slachtoffer] aanwezig was en derhalve geen enkele betrokkenheid heeft gehad bij de hem verweten strafbare feiten.
Ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde heeft de raadsvrouw partiële vrijspraak bepleit, te weten van de periode van 5 april 2025 tot 12 september 2025. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat voor de periode tot 12 september 2025 onvoldoende objectief bewijs is dat verdachte in die periode regelmatig concreet in harddrugs heeft gehandeld.
Voorts heeft ze aangevoerd dat verdachte ten aanzien van de ketamine en 2MMC in zowel het onder 3. als
4. ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak
Ten aanzien van het onder 1. en 2 ten laste gelegde
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte op 1 december 2025 in de woning van aangever [slachtoffer] aanwezig is geweest en dat hij enige betrokkenheid heeft gehad bij de strafbare feiten die hem onder 1. en 2. worden verweten. De rechtbank zal verdachte daarom hiervan vrijspreken.
Ten aanzien van het onder 4. ten laste gelegde
Onder 4. is verdachte onder meer ten laste gelegd dat hij een hoeveelheid ketamine, een hoeveelheid MDMA-pillen, een hoeveelheid 2MMC en een hoeveelheid cocaïne opzettelijk aanwezig heeft gehad.
De rechtbank stelt vast dat via indicatieve testen een indicatie is verkregen dat het om ketamine, cocaïne en 2MMC zou gaan. Ditzelfde geldt voor twee van de MDMA-pillen met goednummer 1919733. Er zijn geen monsters van deze substanties en pillen in een laboratorium getest. Uit het dossier blijkt niet van bijkomende feiten en omstandigheden waaruit volgt dat deze substanties en pillen daadwerkelijk ketamine, cocaïne, 2MMC of MDMA bevatten, anders dan de uiterlijke verschijningsvorm. Verdachte heeft geen verklaring over de substanties en pillen afgelegd. De rechtbank is van oordeel dat dit onvoldoende is om vast te kunnen stellen dat de substanties en pillen ketamine, 2MMC, cocaïne of MDMA (goednummer 1919733) bevatten, zodat verdachte van het opzettelijk aanwezig hebben van deze middelen zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
De rechtbank stelt op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen1 die de daartoe redengevende feiten en omstandigheden bevatten met betrekking tot het onder 3. en 4. ten laste gelegde het volgende vast.
Uit de verklaring van [naam] , die zij op 12 september 2025 heeft afgelegd, blijkt dat zij sinds ongeveer juli 2024 contact heeft met twee personen genaamd [medeverdachte] en [verdachte] . De twee mannen gebruiken de namen [bijnaam] en [bijnaam] . Sinds ze hen kent is zij steeds meer cocaïne gaan gebruiken. Zij moet hen voor de cocaïne betalen.2 [naam] is op 26 september 2025 aanvullend gehoord en heeft toen verklaard dat zij twee dagen geleden voor het laatst cocaïne heeft gekocht. Deze drugs had ze van [bijnaam] / [bijnaam] . [bijnaam] is volgens haar de gebruikersnaam op Whatsapp waar meerdere dealers in staan. Ze hebben ook meerdere jongens voor hen lopen. Volgens [naam] bestaat de groep uit acht tot tien personen. Onder andere [verdachte] en [medeverdachte] zijn de baas. Als [naam] drugs wil dan appt ze altijd. Het betreft volgens [naam] een dealertelefoon die onderling wordt gerouleerd. Ze kunnen altijd leveren.3
Op 19 april 2026 heeft [getuige 1] verklaart dat hij al twee jaar cocaïne koopt van [verdachte] . Hij bestelde zijn cocaïne via het account [bijnaam] , maar ook wel via [bijnaam] .4 Uit de telefoongesprekken van het telefoonnummer [telefoonnummer] blijkt dat [getuige 1] de gebruiker is van dit nummer. Op 21 februari 2026 vraagt [getuige 1] aan NNM of hij die lijn van [bijnaam] en [bijnaam] kent. Die kent NNM wel. Volgens [getuige 1] heeft [medeverdachte] alles met [verdachte] opgebouwd.5
Op 10 maart 2026 werd verdachte aangehouden in een chalet te [plaats 2] . In het chalet werd een telefoon van het merk Motorola aangetroffen en door de politie is onderzoek gedaan naar de gegevens op deze telefoon. Door de gebruiker waren verschillende apps met verschillende accountnamen gekoppeld, zoals Instagram met [verdachte] , Whatsapp Business met [verdachte] met telefoonnummer [telefoonnummer] en Whatsapp met [bijnaam] - [bijnaam] met telefoonnummer [telefoonnummer] . In de map Chats stonden verschillende berichten. Te zien is dat de eigenaar berichten verzendt onder de naam [bijnaam] - [bijnaam] .
Uit de berichten van 27 en 28 februari 2026 blijkt dat [bijnaam] - [bijnaam] 3MMC levert aan een persoon met het account [Accountnaam 1] . Hij laat iemand anders dit in Drachten bezorgen.
Uit de berichten blijkt dat op 30 januari 2026 [bijnaam] - [bijnaam] 3MMC levert aan een persoon met het account [Accountnaam 2] . Ook blijkt dat het account [Accountnaam 2] op 31 januari 2026 3MMC bij het account [bijnaam] - [bijnaam] bestelt en dat iemand anders dat komt brengen. Dit blijkt echter geen 3MMC te zijn maar ketamine.
Uit de berichten blijkt ook dat [bijnaam] - [bijnaam] meerdere malen op bestelling 3MMC levert aan [getuige 2] , te weten op 7 februari 2026, 12 februari 2026, 27 februari 2026 en 6 maart 2026. De drugs worden regelmatig bij haar thuisbezorgd.6 Op 3 april 2026 is [getuige 2] als getuige gehoord. Zij woont in [plaats 1] . Zij heeft verklaard dat zij sinds oktober 2025 met het gebruik van 3M is begonnen, dit is synthetische drugs. Ze gebruikt ongeveer een gram per week en betaalt hier 10 euro voor. Vaak neemt ze drie zakjes tegelijk af voor 30 euro. Ze wordt van de drugs helder, scherp en zelfverzekerder. De politie toont haar een foto van verdachte en zij herkent verdachte als de persoon waarvan zij haar drugs koopt vanaf december 2025 dan wel januari 2026. Daarvoor, vanaf oktober 2025, kreeg zij haar drugs vaak op feestjes. Op zon feestje belde iemand deze persoon van de foto en die kwam dan een nieuwe voorraad drugs brengen. Ze bestelt via het telefoonnummer [telefoonnummer] , dat in haar telefoon is opgeslagen onder de naam [bijnaam] - [bijnaam] .7
Verdachte heeft verklaard dat hij in een chalet, op het adres Yn e Lijte 10b in [plaats 2] , waar hij is aangehouden op 10 maart 2026, verbleef en dat de huur voor hem werd betaald. Hij was wel de persoon die de afspraken over de huur met de verhuurder heeft gemaakt.8
Op 10 maart 2026 zijn op het adres Yn e Lijte 10b in [plaats 2] , binnen de gemeente Leeuwarden verschillende pillen aangetroffen. Een zak met gele pillen, met goednummer 1919727, is in een nektasje in de kledingkast aangetroffen9 en zes gele pillen, met goednummer 1919772, zijn in de badkamer aangetroffen.10 Deze goederen zijn door de politie nader onderzocht en er zijn monsters van genomen. De zak met pillen met goednummer 1919727 betreft circa 296 pillen, waarvan monster SIN AATH8304NL11 is genomen en van de zes gele pillen met goednummer 1919772 is monster SIN AATH8365NL genomen.12 Beide monsters zijn door het Nederlands Forensisch Instituut onderzocht en deze heeft vastgesteld dat de monsters MDMA bevatten.13
Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde
Op basis van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte in ieder geval vanaf 5 april 2025 samen met [medeverdachte] harddrugs heeft verkocht en afgeleverd via de accounts [bijnaam] en [bijnaam] . Ze werkten hierbij nauw samen en hadden meerdere personen die voor hen de drugs naar de klanten brachten.
Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering bij het verkopen en afleveren van cocaïne, ketamine en 3MMC in de periode van 5 april 2025 tot en met 10 maart 2026. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen voor de gehele periode bewezen.
Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 4. ten laste gelegde
Op grond van voorgaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte verbleef in het chalet op het adres Yn e Lijte 10b in [plaats 2] . Hij had ook de afspraken met de verhuurder over het huren van de woning gemaakt. De MDMA-pillen zijn aangetroffen op persoonlijke plaatsen in de woning, te weten in de badkamer en in de kledingkast. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte wist dat deze pillen daar lagen en dat hij ze derhalve opzettelijk aanwezig had.
Bewezenverklaring
Kennelijke verschrijving tenlastelegging
In raadkamer heeft de rechtbank vastgesteld dat in het onder 4. ten laste gelegde in de tenlastelegging de pleegplaats Drachten, in de gemeente Smallingerland staat vermeld, terwijl zich in het dossier enkel stukken bevinden waaruit blijkt dat de MDMA-pillen zijn aangetroffen in een chalet op het adres Yn e Lijte 10b in [plaats 2] , in de gemeente Leeuwarden. De vraag is of dit kan worden beschouwd als een kennelijke verschrijving en de tenlastelegging verbeterd kan worden gelezen.
De rechtbank onderkent dat de pleegplaats een kernbestanddeel van de tenlastelegging is en essentieel is met het oog op de informatiefunctie van de dagvaarding. Aan die informatiefunctie heeft de tenlastelegging in de onderliggende zaak evenwel voldaan, ondanks de vermelding van een onjuiste pleegplaats. Ook ter terechtzitting van 27 augustus 2026 is aan de orde gekomen dat de MDMA-pillen zijn aangetroffen op het adres in [plaats 2] , de plaats waar verdachte op 10 maart 2026 is aangehouden.
Verdachte noch zijn raadsvrouw heeft daarbij op enig moment blijk gegeven van enige onduidelijkheid of verwarring omtrent de vraag welk verwijt de officier van justitie verdachte heeft gemaakt. Meer in het bijzonder is voor alle procesdeelnemers duidelijk geweest dat de pleegplaats het op naam van de verdachte gehuurde chalet op het adres Yn e Lijte 10b in [plaats 2] , in de gemeente Leeuwarden is. De raadsvrouw heeft tijdens haar pleidooi aangegeven dat het onder 4. ten laste gelegde, met uitzondering van de middelen ketamine en 2MMC, kan worden bewezen. Daarmee kan het niet anders dan dat ook de verdediging wist dat de beschuldiging onder 4. zag op het strafbare feit met als pleegplaats [plaats 2] , in de gemeente Leeuwarden en dus niet Drachten, gemeente Smallingerland.
Uit het voorgaande volgt dat verdachte door het verbeteren van deze verschrijving in de tenlastelegging niet in zijn verdediging is geschaad. Dit brengt mee dat de rechtbank de tenlastelegging aldus verbeterd heeft kunnen lezen en ook heeft gelezen.
De rechtbank acht het onder 3. en 4. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
3.
hij in de periode van 5 april 2025 tot en met 10 maart 2026 te Drachten, gemeente Smallingerland tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd een hoeveelheid
-
cocaïne en
-
ketamine en
-
3MMC;
4.
hij op of omstreeks 10 maart 2026 te [plaats 2] , gemeente Leeuwarden, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer
302 pillen MDMA (goednummer 1919727 en 1919772),
telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Zoals hiervoor reeds door de officier van justitie is aangevoerd is het handelen in ketamine strafbaar gesteld in de Geneesmiddelenwet en ziet het onder 3. ten laste gelegde hier niet op, zodat hiervoor geen kwalificatie kan volgen en verdachte ten aanzien van de ketamine zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
Het bewezen verklaarde levert op:
3. medeplegen van de voortgezette handeling van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
4. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 3. en 4. ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest, een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerde door de reclassering, met uitzondering van het contactverbod met aangever [slachtoffer] .
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft gepleit voor oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest in combinatie met een forse voorwaardelijke gevangenisstraf en een forse taakstraf. Voorts is door de raadsvrouw aangevoerd de eerdere veroordeling inzake de Opiumwet niet in strafverzwarende zin mee te wegen en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden niet op te leggen.
Verdachte ziet hiervan de meerwaarde niet.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het reclasseringsadvies opgemaakt door Reclassering Nederland op 17 augustus 2026, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim elf maanden samen met anderen schuldig gemaakt aan het dealen in cocaïne en 3MMC en heeft opzettelijk MDMA-pillen aanwezig gehad. Verdachte had hierbij een aansturende rol waarbij hij meerdere, veelal kwetsbare jongeren, bij de strafbare feiten heeft betrokken door hen de drugs voor hem te laten bezorgen. Verdachte heeft daarom niet enkel de volksgezondheid geschaad en de verslavingen van anderen in stand gehouden, maar heeft ook kwetsbare jongeren het criminele circuit ingetrokken. De rechtbank vindt dit zeer kwalijk. Verdachte heeft ter zitting geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn strafbare gedrag.
Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor een Opiumwetfeit en dat hij tijdens het plegen van de strafbare feiten een voorwaardelijke straf met een proeftijd had. Op 4 en 17 maart 2026 heeft verdachte strafbeschikkingen opgelegd gekregen inzake de Wegenverkeerswet 1994. Deze strafzaken hadden in theorie gezamenlijk met de onderhavige strafzaak kunnen worden afgedaan, waardoor artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. De rechtbank is van oordeel dat deze veroordelingen, gelet op hun aard en ernst, weinig tot geen invloed op de strafmaat in de onderhavige strafzaak hebben. In de onderhavige strafzaak is verdachte in voorlopige hechtenis genomen en deze is op 2 juni 2026 met voorwaarden geschorst
Uit het reclasseringsadvies blijkt dat verdachte zich tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis aan de opgelegde voorwaarden heeft gehouden. De reclassering adviseert het volwassenenstrafrecht toe te passen en verdachte een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen.
Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven geen meerwaarde te zien in het opleggen van bijzondere
voorwaarden, maar indien deze worden opgelegd hij zich er aan zal houden.
Bij het bepalen van de straf en de hoogte daarvan heeft de rechtbank gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de strafbare feiten en de pleegperiode, een gevangenisstraf passend is. Bij het bepalen van de hoogte van deze straf houdt de rechtbank rekening met de omstandigheden dat sprake is van medeplegen, dat verdachte daarbij een aansturende rol heeft gehad, dat sprake is van meerdere strafbare feiten, verdachte recidive heeft inzake de Opiumwet en geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn strafbare gedrag neemt. Deze omstandigheden in acht genomen komt de rechtbank uit op een langere gevangenisstraf dan de officier van justitie heeft gevorderd. Gelet hierop is een forse taakstraf, zoals door de verdediging is bepleit, niet aan de orde.
Ook zal de rechtbank anders dan is gevorderd niet een deel van de straf voorwaardelijk opleggen, omdat een eerder opgelegde proeftijd niet het beoogde resultaat heeft gehad dat verdachte geen strafbare feiten meer ging plegen en er geen aanleiding is om te verwachten dat dat nu wel het geval zou zijn. Ook is verdachte niet intrinsiek gemotiveerd om met behulp van de reclassering tot gedragsverandering te komen, zodat een voorwaardelijk deel niet nodig is om bijzondere voorwaarden op te leggen
Alles afwegend vindt de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek van het voorarrest passend en geboden en zal deze straf opleggen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
Inbeslaggenomen goederen
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verbeurdverklaring van de volgende voorwerpen gevorderd:
-
een mobiele telefoon van het merk Apple iPhone met goednummer 1919680;
-
een mobiele telefoon van het merk Apple iPhone met goednummer 1919683;
-
een mobiele telefoon van het merk Motorola met goednummer 1919685;
-
twee simkaartjes met goednummer 1919686;
-
een geldbedrag van 50,- met goednummer 1919731.
Tevens heeft zij de onttrekking aan het verkeer van de volgende voorwerpen gevorderd:
-
een grote zak gele pillen met goednummer 1919727;
-
een grote zak witte bol met goednummer 1919738;
-
vijf witte bolletjes met goednummer 1919742;
-
twee zakjes poeder/brokjes met goednummer 1919741;
-
oranje/bruine brokjes in gripzakjes met goednummer 1919751;
-
zes gele pillen met goednummer 1919772;
-
twee gele pillen met goednummer 1919733;
-
zakje bruin poeder met goednummer 1919758;
-
twee kogelpatronen met goednummer 1919725.
Standpunt van de verdediging
Door de raadsvrouw is geen standpunt ingenomen omtrent het beslag.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
De rechtbank acht de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:
-
een mobiele telefoon van het merk Apple iPhone met goednummer 1919680;
-
een mobiele telefoon van het merk Apple iPhone met goednummer 1919683;
-
een mobiele telefoon van het merk Motorola met goednummer 1919685;
-
twee simkaartjes met goednummer 1919686,
vatbaar voor verbeurdverklaring nu het onder 3. bewezenverklaarde hiermee is begaan en deze toebehoren aan verdachte.
De rechtbank acht het inbeslaggenomen geldbedrag, te weten 50,- met goednummer 1919731, vatbaar voor verbeurdverklaring nu dit geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het onder 3. bewezenverklaarde is verkregen en dit toebehoort aan verdachte.
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank acht de aan verdachte toebehorende inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:
-
een grote zak gele pillen met goednummer 1919727;
-
een grote zak witte bol met goednummer 1919738;
-
vijf witte bolletjes met goednummer 1919742;
-
twee zakjes poeder/brokjes met goednummer 1919741;
-
oranje/bruine brokjes in gripzakjes met goednummer 1919751;
-
zes gele pillen met goednummer 1919772;
-
twee gele pillen met goednummer 1919733;
-
zakje bruin poeder met goednummer 1919758,
gelet op het bepaalde in artikel 13a van de Opiumwet, vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.
De rechtbank acht de aan verdachte toebehorende inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:
- twee kogelpatronen met goednummer 1919725,
eveneens vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. De rechtbank ziet geen verband tussen deze inbeslaggenomen voorwerpen en het bewezenverklaarde. Het zijn evenmin voorwerpen die kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan. Desondanks is de rechtbank van oordeel dat het niet maatschappelijk verantwoord is om te gelasten dat twee kogelpatronen worden teruggegeven aan verdachte. De rechtbank gelast daarom de onttrekking aan het verkeer van deze inbeslaggenomen voorwerpen, onder vermelding van artikel 36d van het Wetboek van Strafrecht.
Benadeelde partij
Ten aanzien van onder 1. en 2. ten laste gelegde
[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 1.572,- ter vergoeding van materiële schade en 10.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum
waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk te verklaren, omdat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1. en 2. ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, omdat verdachte moet worden vrijgesproken het onder 1. en 2. ten laste gelegde.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht de feiten waaruit de schade zou zijn ontstaan, te weten het onder 1. en 2. ten laste gelegde, niet bewezen. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij zijn eigen proceskosten draagt.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 47, 56, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 13a van de Opiumwet.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1. en 2. is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 3. ten laste gelegde met betrekking tot de ketamine bewezen als voormeld maar niet te zijn een strafbaar feit.
Ontslaat verdachte ter zake (het onder 3. ten laste gelegde) van de ketamine van alle rechtsvervolging.
Verklaart het onder 3. en 4. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
-
een mobiele telefoon van het merk Apple iPhone met goednummer 1919680;
-
een mobiele telefoon van het merk Apple iPhone met goednummer 1919683;
-
een mobiele telefoon van het merk Motorola met goednummer 1919685;
-
twee simkaartjes met goednummer 1919686;
-
een geldbedrag van 50,- met goednummer 1919731.
Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
-
een grote zak gele pillen met goednummer 1919727;
-
een grote zak witte bol met goednummer 1919738;
-
vijf witte bolletjes met goednummer 1919742;
-
twee zakjes poeder/brokjes met goednummer 1919741;
-
oranje/bruine brokjes in gripzakjes met goednummer 1919751;
-
zes gele pillen met goednummer 1919772;
-
twee gele pillen met goednummer 1919733;
-
zakje bruin poeder met goednummer 1919758;
-
twee kogelpatronen met goednummer 1919725.
Benadeelde partij
Ten aanzien van het onder 1. en 2. ten laste gelegde:
Verklaart de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk.
Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] zijn eigen proceskosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.A. Vlietstra, voorzitter, mr. A. de Jong en mr. L.S. Langius, rechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 september 2026.
1. De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm op ambtseed en door daartoe bevoegde
opsporingsambtenaren opgemaakt; de genoemde pagina's bevinden zich in het doorgenummerde proces-verbaal met OPS-dossiernummer 2026026142, gesloten op 12 juni 2026.
2 Proces-verbaal van bevindingen, paginas 103, 105, 106, 136 en 137;
3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 141, 143;
4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 492;
5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 467;
6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 178, 182 t/m 185 en 199 t/m 203;
7 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 483 t/m 485;
8 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 augustus 2026.
9 Kennisgeving van inbeslagname, p. 1245;
10 Kennisgeving van inbeslagname, p. 1250;
11 Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 443 en 445;
12 Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 452 en 453;
13 Rapport NFI, p. 447 en Rapport NFI, p. 455.
[afbeelding niet beschikbaar]