Materieel strafrecht
Veroordeling ter zake medeplegen aan het produceren MDMA en het aanwezig hebben van MDMA, cocaïne en…
Rechtbank Noord-Nederland, 30 oktober 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:4655 · Rechtbank Noord-Nederland · 30 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/materieel-strafrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2026-4655
Zaakgegevens
Op 30 oktober 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 30 oktober 2026
- Datum publicatie
- 2 november 2026
- Zaaknummer
- 18.330622.25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:4655
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling ter zake medeplegen aan het produceren MDMA en het aanwezig hebben van MDMA, cocaïne en amfetamine. De MDMA werd aangetroffen en geproduceerd op verschillende locaties waarbij verdachte heeft gefaciliteerd en heeft meegeholpen in de voorbereiding dan wel in het productieproces. Gevangenisstraf deels voorwaardelijk, maatregel kostenverhaal, recidive.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18.330622.25
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 30 oktober 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum ] 1991 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 oktober 2026. Het onderzoek ter terechtzitting is op 30 oktober 2026 gesloten.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. G.J.P.M. Grijmans, advocaat te Bolsward. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.A. Jacobs.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 september 2025 tot en met 1 december 2025 te Bolsward en/of te [plaats ] , althans in de gemeente Súdwest-Fryslân
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (in en/of vanuit een loods gelegen aan de [adres 1] en/of in en/of vanuit een woning gelegen aan de [adres 2] ) meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervaardigd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een of meer (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA (methyleendioxymethamfetamine), zijnde MDMA (methyleendioxymethamfetamine)
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 september 2025 tot en met 1 december 2025 te Bolsward en/of te [plaats ] , althans in de gemeente Súdwest-Fryslân
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (in en/of vanuit een loods gelegen aan de [adres 1] en/of in en/of
vanuit een woning gelegen aan de [adres 2] ) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,
voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
-
het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
-
het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
-
het opzettelijk vervaardigen
van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten MDMA (methyleendioxymethamfetamine)
-
een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
-
zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
-
een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn/haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door (met zijn/haar mededaders)
-
de beschikking te hebben over een loods en/of een woning (met water en/of elektra) en/of voertuigen voorhanden te hebben en/of
-
(in deze loods en/of woning) grote hoeveelheden precursoren en/of bewerkingsmiddelen voor het produceren van harddrugs voorhanden te hebben/te hebben gehad en/of
-
(in deze loods en/of woning) grote hoeveelheden chemicaliën/grondstoffen, die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse soorten drugs en/of
precursoren, waaronder (onder meer) fenacetine, natriumboorhydride, caustische soda, ammoniak, alcohol, zwavelzuur, gootsteenontstopper, fosforzuur, zoutzuur, aceton, methanol, methylamine, oxaalzuur, BMK voorhanden te hebben en/of
-
goederen aan te schaffen en/of te regelen en/of voorhanden te hebben die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse soorten drugs en/of precursoren waaronder (onder meer) (lege) emmers, jerrycans, maatbekers, trechters, weegschalen, koolstoffilter, infrarood thermometer, PH meter, mixer, volgelaatsmaskers, werkhandschoenen, vacuümpomp, drumvaten, reactieketel en/of een destillatiebuis en/of (overige) gereedschappen en/of
-
het produceren en/of voorhanden hebben van de precursor PMK
- aldus voornoemde loods en/of woning in te richten om (synthetische) drugs te vervaardigen;
3.
hij in of omstreeks de periode van 1 december 2025 tot en met 2 december 2025 te Bolsward en/of te [plaats ] , althans in de gemeente Súdwest-Fryslân tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer 325 gram en/of 174,3 liter, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (methyleendioxymethamfetamine) en/of
ongeveer 530 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of
ongeveer 945 gram en/of 0,2 liter, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine zijnde MDMA (methyleendioxymethamfetamine) en/of cocaïne en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de feiten 1, 2 en 3. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de betrokkenheid van verdachte bij de (voorbereiding van de) productie van MDMA en het aanwezig hebben harddrugs onder meer bewezen kan worden doordat er productielabs in de woning van verdachte en in de door verdachte gehuurde loods zijn aangetroffen. Uit de berichten op de telefoon van verdachte volgt dat hij in de tenlastegelegde periode contact heeft met de medeverdachten, onder meer over het ophalen en plaatsen van vriezers. Verder sprak verdachte in op zijn telefoon aangetroffen chatberichten onder meer over dat hij “nu wat meer de in de MDMA zit”.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat de tenlastegelegde periode moet worden ingekort tot de periode van 1 oktober 2025 tot en met 1 december 2025. Er zijn geen aanwijzingen dat verdachte eerder dan 1 oktober 2025 wist van de productie van drugs.
Met betrekking tot feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat bewezen kan worden dat verdachte zijn woning en de door hem gehuurde loods ter beschikking heeft gesteld ten behoeve van een drugslab. Verdachte heeft zelf geen handelingen verricht voor of in de productie van drugs.
Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte niet exact op de hoogte was van hetgeen in de woning en/of loods lag, waardoor er sprake is geweest van voorwaardelijk opzet.
Verder heeft de raadsman aangevoerd dat er sprake is van een eendaadse samenloop van de feiten 1 en 2.
Oordeel van de rechtbank 1
Feit 3
De rechtbank acht feit 3 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 oktober 2026;
2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 20 juni 2026, opgenomen op pagina 151
e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025325158 d.d. 1 juni 2026, inhoudend het relaas van verbalisanten;
3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 20 april 2026, opgenomen op pagina 242
e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisanten
Feiten 1 en 2
Op 2 december 2025 is een loods aan de [adres 1] te Bolsward doorzocht2. Verdachte was de huurder van de loods3. De auto van verdachte, een Renault Kangoo, stond met een draaiende motor voor de loods4.
Verdachte heeft de loods ter beschikking gesteld aan de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Ook zijn auto had verdachte uitgeleend aan [medeverdachte 2] .5 Verdachte heeft hier tweemaal een bedrag van 800,00 voor ontvangen6.
Uit onderzoek verricht door een expert van de Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO) blijkt onder meer dat de loods was ingericht met goederen en chemicaliën waarmee synthetische drugs, in casu MDMA, werd vervaardigd middels de koude methode. In de loods stonden drie vriezers, waarvan er twee vriezers in werking waren. Er werden vier jerrycans aangetroffen met een lagere temperatuur dan de omgevingstemperatuur. Deze jerrycans bevatte alle een bruine sterk basische vloeistof, totaal 50,5 liter.
Tevens werden op de locatie natriumboorhydride en methylamine aangetroffen, dit zijn chemicaliën die gebruikt worden bij de vervaardiging van MDMA en metamfetamine middels de koude methode. Op de vide was een koel-/vriesruimte ingericht met daarin enkele tientallen jerrycans waarvan enkele gevuld waren met MDMA houdende vloeistof. Daarnaast stonden daar schone chemicaliën, welke gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van MDMA middels de koude methode en het kristalliseren van MDMA7. Uit de inventarisatielijst blijkt dat in de loods aan de [adres 1] te Bolsward onder meer verschillende jerrycans, emmers, weegschalen, een koolstoffilter, infrarood thermometer, volgelaatsmasker, PH meter, en een drumvat met vloeistoffen zijn aangetroffen8. De verschillende vloeistoffen zijn vervolgens door het NFI geanalyseerd. Hieruit volgt dat in de jerrycans onder andere is aangetroffen:
-
50,5 liter MDMA en methaylamine in methanotal;
-
Natriumboorhydride;
-
116 liter lage concentraties MDMA, 'PMK-OH' en PMK in een mengsel van aceton en water;
-
fosforzuur;
-
methanol;
-
aceton;
-
methylamine in water.
De conclusie van het NFI is dat deze stoffen in relatie tot drugs worden gebruikt voor de vervaardiging van MDMA9.
Vervolgens zijn op 2 december 2025 tijdens een doorzoeking in de woning van verdachte aan de [adres 2] te [plaats ] vaten aangetroffen die in verband kunnen worden gebracht met een drugslab10. Uit onderzoek verricht door een expert van de LFO blijkt onder meer dat op de eerste etage een kamer was ingericht als een scheiding en verwerkingsruimte. In deze ruimte stonden drie scheitrechters met daarin MDMA houdende vloeistof. Ook op de begane grond waren twee ruimtes gecreëerd en ingericht als lab ruimtes. In een van de ruimtes stond een rvs-reactieketel die ook als destillatieketel kan worden gebruikt. De ketel was voorzien van een roermotor met frequentieregelaar. Bij het aantreffen was de frequentieregelaar aangesloten op elektriciteit. Uit de inventarisatielijst volgt dat in de woning onder andere is aangetroffen scheitrechters, jerrycans, een klemdekselvat, metalen schalen, slakkenhuisventilatoren, vacuümpomp, vervuilde (chemie)handschoenen, maatbekers van 5 liter, een mixer, een rvs-reactieketel, een destillatiebuis, een vriezer en een volgelaatsmasker11. Op en in voornoemde goederen zijn verschillende restanten dan wel bevuiling aangetroffen welke door het NFI zijn geanalyseerd. Hieruit volgt dat onder
meer is aangetroffen:
-
240 gram MDMA;
-
MDMA HCI;
-
coffeïne;
-
een olie bevattende PMK;
-
natriumboorhydride;
-
caustische soda;
-
oxaalzuur;
-
een olie bevattende BMK;
-
een vloeistof bevattende BMK;
-
fenacetine;
-
0,2 liter en 0,5 gram vloeistof bevattende amfetamine;
-
530 gram cocaïne;
-
ammoniak;
-
alcohol;
-
gootsteenonstopper;
-
een vloeistof bevattende 3,4-methyleendioxyfenyl-acetonitril en methylamine in methanol;
-
een poeder en brokjes bevattende amfetamine;
-
zwavelzuur.
De conclusie van het NFI is dat de aangetroffen chemicaliën in relatie tot drugs worden gebruikt voor de vervaardiging van MDMA of metamfetamine. Daarnaast is coffeïne een versnijdingsmiddel voor amfetamine12.
Verdachte heeft zijn woning ter beschikking gesteld aan de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]13.
Op de avond van de inval op 1 december 2025 bij de loods aan de [adres 1] te Bolsward heeft medeverdachte [medeverdachte 3] een appbericht aan verdachte gestuurd met de tekst: “Spoed. Binnendoor naar Bolsward. Nu. Inval denken ze”
Op 29 september 2025 chat verdachte met [naam 1] dat [medeverdachte 3] (rechtbank leest: [medeverdachte 3] ) aan het schoonmaken is en [medeverdachte 2] (rechtbank leest: [medeverdachte 2] ) in de loods bezig is. Op 1 oktober appt verdachte dat hij vrienden op bezoek heeft, namelijk Chris, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en dat zij wat aan het doen zijn. Hij stuurt vervolgens een foto en stuurt daarna MDMA. Vervolgens stuurt hij dat ze daar de laatste tijd wat meer mee bezig zijn. Op de vraag met het maken daarvan, antwoordt verdachte ja. Verdachte stuurt dat er al aardig wat weg is, dus het gaat wel goed. Het bevalt mensen wel goed dus dat is ook goed om te horen. Op 17, 18 oktober appt verdachte dat ze nog lekker bezig zijn en hij stuurt een foto waarop een man bij een vriezer te zien is.
Verder is er nog een app waarin verdachte zegt de laatste tijd meer in de MDMA te zitten14.
Op 9 juni 2025 start een chat tussen medeverdachte [medeverdachte 3] en verdachte. Op 1 en 2 september 2025 appt [medeverdachte 3] over vriezers. Op 2 oktober 2025 vraagt [medeverdachte 3] of verdachte zo komt, dat hij achteruit moet parkeren en de deuren vast open moet doen. Laden en lossen zo. Verdachte appt: Ja kom zo. Op 21 oktober appt [medeverdachte 3] dat zij een belangrijke vraag heeft en vraagt zij of de maskers daar liggen want die hebben we nodig, ze zouden in een jumbotas moeten zitten. Verdachte reageert dat die hier niet liggen. Op 23 oktober 2025 vraagt [medeverdachte 3] of verdachte PH strips heeft liggen. Verdachte geeft aan dat hij niet weet waar die liggen.15.
In de maand september 2025 heeft de telefoon van verdachte 27 keer de masten in Bolsward aangestraald. In de maand oktober was dit 135 keer en in de maand november was dit 16 keer16.
Verdachte heeft op 18 september 2025 samen met [medeverdachte 4] een vriescel opgehaald. Dit gebeurde met een aanhangwagen die was van de vader van [medeverdachte 3] .17
Medeplegen
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.
Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af. Verdachte heeft zijn loods en woning ter beschikking gesteld voor het opzetten van een productielab voor MDMA op beide locaties. Hij heeft hier een vergoeding voor ontvangen van 800,- per maand. Daarnaast is zijn auto gebruikt en heeft hij goederen, zoals een vriezer, gehaald.
Uit de processen-verbaal van het LFO wordt duidelijk dat in dit geval de MDMA werd geproduceerd doormiddel van de koude methode. In de loods zijn meerdere vriezers aangetroffen. In de woning van verdachte zijn bovendien verschillende ruimtes aangetroffen die verband houden met de productie van MDMA. Een van die ruimtes wordt door de experts van het LFO omschreven als een scheiding en verwerkingsruimte. In deze ruimte stonden scheitrechters met daarin nog een MDMA houdende vloeistof. Ook werden op de begaande grond twee labruimtes aangetroffen. In de woning stond een rvs-reactieketel voorzien van een roermotor met frequentieregelaar die aangesloten was op de elektriciteit. Gelet op deze omstandigheden overweegt de rechtbank dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte wist dat er in zijn woning en loods drugs geproduceerd werd. De rechtbank acht het niet geloofwaardig dat verdachte niet wist dat er MDMA werd geproduceerd in zijn woning en de loods, mede gelet op de inhoud van de chatberichten op zijn telefoon. Ook de verklaring van verdachte dat de vriescel in zijn loods bedoeld was voor de verkoop van vlees op kerstmarkten acht de rechtbank niet geloofwaardig. Bij doorzoeking van de loods op 2 december 2025, een korte periode voor de kerstmarkten, deed de vriescel het niet en stond deze nog vol met jerrycans met chemische stoffen bedoeld voor de productie van harddrugs.
Verdachte heeft willens en wetens de instructies van de medeverdachten opgevolgd en meegewerkt aan het productieproces. Hij heeft op zijn minst hand- en spandiensten verricht, onder meer door vriezers op te halen en naar de loods te brengen. Ook al zou er sprake zijn van ondergeschiktheid van verdachte aan de medeverdachten, dan nog is de rechtbank van oordeel dat de bijdrage van verdachte aan het produceren van drugs van zodanig gewicht is geweest dat er sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten, die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.
Periode
Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij in de periode van 1 september 2025 tot en met 1 december 2025 zich schuldig heeft gemaakt aan het voorbereiden dan wel meewerken in de productielabs van MDMA. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte ook in de maand september betrokken was bij de productielabs. Verdachte kwam in de maand september met regelmaat in de loods. Ook is er in de maand september contact met medeverdachten en heeft verdachte begin september met medeverdachte [medeverdachte 3] contact over vriezers. Op 18 september 2025
haalt verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 4] een vriescel op. De rechtbank acht daarom de gehele ten laste gelegde periode, van 1 september 2025 tot en met 1 december 2025, wettig en overtuigend bewezen.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht feit 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1.
hij in de periode van 1 september 2025 tot en met 1 december 2025 te Bolsward en [plaats ] , tezamen en in vereniging met anderen, vanuit een loods gelegen aan de [adres 1] en vanuit een woning gelegen aan de [adres 2] meermalen, telkens opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervaardigd, een of meer (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA (methyleendioxymethamfetamine), zijnde MDMA (methyleendioxymethamfetamine) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2.
hij in de periode van 1 september 2025 tot en met 1 december 2025 te Bolsward en te [plaats ] , tezamen en in vereniging met anderen, vanuit een loods gelegen aan de [adres 1] en vanuit een woning gelegen aan de [adres 2] om een feit, bedoeld in het vierde van artikel 10 van de Opiumwet,
voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
-
het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken en
-
het opzettelijk vervaardigen
van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, te weten MDMA (methyleendioxymethamfetamine)
-
een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
-
voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededaders, wisten of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door met zijn mededaders
-
de beschikking te hebben over een loods en/of een woning (met water en/of elektra) en/of voertuigen voorhanden te hebben en/of
-
(in deze loods en/of woning) grote hoeveelheden precursoren en/of bewerkingsmiddelen voor het produceren van harddrugs voorhanden te hebben/te hebben gehad en/of
-
(in deze loods en/of woning) grote hoeveelheden chemicaliën/grondstoffen, die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse soorten drugs en/of
precursoren, waaronder (onder meer) fenacetine, natriumboorhydride, caustische soda, ammoniak, alcohol, zwavelzuur, gootsteenontstopper, fosforzuur, aceton, methanol, methylamine, oxaalzuur, BMK voorhanden te hebben en/of
-
goederen aan te schaffen en/of te regelen en/of voorhanden te hebben die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse soorten drugs en/of precursoren waaronder (onder meer) (lege) emmers, jerrycans, maatbekers, trechters, weegschalen, koolstoffilter, infrarood thermometer, PH meter, mixer, volgelaatsmaskers, werkhandschoenen, vacuümpomp, drumvaten, reactieketel en/of een destillatiebuis en/of (overige) gereedschappen en/of
-
het produceren en/of voorhanden hebben van de precursor PMK
-
aldus voornoemde loods en woning in te richten om (synthetische) drugs te vervaardigen;
3.
hij in de periode van 1 december 2025 tot en met 2 december 2025 te Bolsward en te [plaats ] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 325 gram en 171,8 liter, van een materiaal bevattende MDMA en
ongeveer 530 gram van een materiaal bevattende cocaïne en
ongeveer 945 gram en/of 0,2 liter, van een materiaal bevattende amfetamine
zijnde MDMA en/of cocaïne en/of amfetamine telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Overweging met betrekking tot eendaadse samenloop
De rechtbank is van oordeel dat voor feiten 1 en 2 sprake is van eendaadse samenloop, omdat deze bewezenverklaarde feiten zo nauw met elkaar samenhangen dat verdachte daarvan in wezen één verwijt kan worden kan gemaakt.
Het bewezen verklaarde levert op:
Ten aanzien van feit 1 en feit 2:
De eendaadse samenloop van
feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het onder artikel 2 onder B en D gegeven verbod, meermalen gepleegd;
en
feit 2: medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen door
-
een ander middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en
-
voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit,
meermalen gepleegd.
Ten aanzien van feit 3:
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht bij een strafoplegging rekening te houden met de kleinere rol van verdachte. Verdachte heeft zich sinds de schorsing in maart gehouden aan alle voorwaarden. Hij bevindt zich in een traject waarin het steeds beter gaat. De raadsman heeft verzocht verdachte een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf of een forse taakstraf op te leggen.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van Reclassering Nederland, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich gedurende een periode van drie maanden samen met anderen schuldig gemaakt aan het produceren MDMA en het aanwezig hebben van MDMA, cocaïne en amfetamine. De MDMA werd aangetroffen en geproduceerd op verschillende locaties waarbij verdachte heeft gefaciliteerd en heeft meegeholpen in de voorbereiding dan wel in het productieproces.
Het is algemeen bekend dat synthetische drugs en verdovende middelen in het algemeen zeer schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Daarnaast veroorzaakt de productie van synthetische drugs schade aan het milieu vanwege illegale afvaldumping. Ook zijn grote risicos verbonden aan het opslaan en het bewerken van de chemicaliën in een illegaal drugslab, zoals brand- en ontploffingsgevaar en het vrijkomen van giftige en bijtende dampen. De productie van en handel in harddrugs gaat gepaard met vele andere vormen van criminaliteit die verdachte door zijn handelen heeft bevorderd of mede in stand heeft gehouden. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Hier komt bij dat verdachte geen (volledige) verantwoordelijkheid heeft genomen voor het feit.
Uit de rapportages van de reclassering volgt onder meer dat verdachte schulden heeft opgebouwd en heeft gedacht deze te kunnen aflossen met het faciliteren van criminele activiteiten. Verdachte bevond zich in een deels crimineel, sociaal netwerk. Sinds maart 2026 bevindt verdachte zich in een schorsing waarbij hij zich aan een aantal voorwaarden moet houden. Verdachte heeft zich meewerkend opgesteld en hij heeft zich aan de voorwaarden gehouden. De hulp en ondersteuning die vanuit het gedwongen kader is ingezet, bieden verdachte een basis om vervolgstappen te kunnen zetten. De reclassering acht continuering als noodzakelijk om de risicos verder in te perken en de ingezette positieve ontwikkeling voor langere periode te bewerkstelligen.
De rechtbank is van oordeel dat voor dergelijke feiten, mede gezien de oriëntatiepunten voor straftoemeting, een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. Volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van het voorarrest, zoals door de raadsman is bepleit, staat naar het oordeel van de rechtbank niet in verhouding tot de ernst van de feiten. De rechtbank is van oordeel dat de eis van de officier van justitie in redelijke verhouding staat tot de ernst van de feiten en passend is. De rechtbank neemt daarom een gevangenisstraf van 42 maanden tot uitgangspunt.
De rechtbank houdt bij de strafoplegging eveneens rekening met de belangen van verdachte.
Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank het van belang dat het toezicht en begeleiding van de reclassering zal worden voortgezet na detentie van verdachte. Daarom zal de rechtbank een deel van de straf voorwaardelijk opleggen en aan het voorwaardelijk deel de bijzondere voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door de reclassering. De rechtbank houdt rekening met de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor feiten van de Opiumwet.
De rechtbank zal verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar opleggen, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijk deel zullen worden verbonden de bijzondere voorwaarden meldplicht, ambulante behandeling, verbod verdovende middelen en een alcoholverbod, dagbesteding en het aflossen van schulden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
Inbeslaggenomen goederen
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de inbeslaggenomen personenauto, Renault Kangoo, verbeurd te verklaren omdat deze is gebruikt bij het plegen van de strafbare feiten.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht tot teruggave van de personenauto.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een personenauto Renault Kangoo, kenteken [kenteken] vatbaar voor verbeurdverklaring nu deze is gebruikt bij het begaan van de bewezenverklaarde feiten en deze toebehoort aan verdachte.
Maatregel kostenverhaal
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de maatregel hoofdelijk op te leggen waarmee verdachte wordt verplicht tot het vergoeden van de kosten die ten laste van de Staat zijn gekomen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid, te weten een bedrag van 9.827,73. De totale kosten bedragen 16.379,56.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet ontvankelijk verklaard moet worden. Er is reeds door het OM beslag gelegd op geld van verdachte na verkoop van zijn woning. Subsidiair heeft hij zich op het standpunt gesteld dat verdachte 20 procent van het bedrag moet betalen gelet op zijn kleine rol.
Oordeel van de rechtbank
De maatregel kostenverhaal, opgenomen in artikel 13d van de Opiumwet, maakt het mogelijk dat de kosten die ten laste van de Staat komen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of volksgezondheid, op vordering van het Openbaar Ministerie worden verhaald op degene die wordt veroordeeld ter zake van een in artikel 13d, lid 1, Opiumwet genoemd strafbaar feit dat in verband staat met het voorwerp.
De rechtbank stelt vast dat aan voornoemde vereisten voor oplegging van de maatregel tot kostenverhaal is voldaan. In het drugslaboratorium in de panden waarbij verdachte betrokken was bij de productie van MDMA waren namelijk stoffen aanwezig die een ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid. Daarnaast heeft de Staat kosten gemaakt voor de vernietiging daarvan. Bij de stukken bevinden zich facturen van [bedrijf] met een kostenoverzicht van het ontmantelen van de drugslaboratoria, inclusief de afvoer van chemicaliën, restafval en hardware ter vernietiging. De rechtbank acht bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de drugslabs in [plaats ] en Bolsward. De vordering
van de officier van justitie is gebaseerd op facturen van laboratoria in [plaats ] , Bolsward en Sneek. Een drugslab in Sneek is niet aan verdachte ten laste gelegd. De rechtbank brengt het bedrag van deze factuur, te weten 2.437,64 in mindering.
In totaal komt de rechtbank tot een bedrag van 13.941,92.
De rechtbank is van oordeel dat de vordering ook ontvankelijk is. Hoewel door het Openbaar Ministerie beslag is gelegd op een deel van de overwaarde van de woning van verdachte, is hiermee slechts geld gereserveerd om op termijn de maatregel kostenverhaal mee te voldoen. Met het beslag leggen is op zichzelf nog geen betalingsverplichting in het leven geroepen. Deze betalingsverplichting kan alleen ontstaan door het opleggen van de maatregel kostenverhaal door de rechtbank.
De rechtbank is van oordeel dat de kosten voldoende zijn onderbouwd en zijn aan te merken als kosten in de zin van artikel 13d van de Opiumwet. Uit het dossier blijkt tevens dat de facturen van [bedrijf] door de Staat zijn betaald. Uit de procesafspraak die medeverdachte [medeverdachte 2] heeft gesloten volgt dat hij 5.576,77 aan de Staat dient te betalen ter vergoeding van de hiervoor bedoelde kosten.
Gelet op het voornoemde zal de rechtbank aan verdachte de maatregel kostenverhaal opleggen. Derhalve legt de rechtbank aan verdachte de verplichting op om een bedrag van 8.365,15, te betalen aan de Staat ter vergoeding van de hiervoor bedoelde kosten. De verdachte en zijn medeverdachte(n) zijn naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de maatregel niet meer aan de Staat hoeft te betalen indien zijn medeverdachte deze al heeft betaald, en andersom.
Indien dit bedrag niet wordt voldaan, kunnen 83 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 55, 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10, 10a, 13d van de Opiumwet.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
Een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden.
Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden gedurende de proeftijd:
-
dat veroordeelde zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de Verslavingsreclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt veroordeelde zich bij Verslavingszorg Noord Nederland (VNN)op het adres [adres 3] . De reclassering zal contact met veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak;
-
dat de verdachte zich laat diagnosticeren en behandelen door forensische poli van de Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) of de forensische poli van de GGZ, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden;
-
dat veroordeelde geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), en/of lijst II
(softdrugs) en/of geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De veroordeelde moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek (RUMA marker) /ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
-
dat veroordeelde geen alcohol gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Veroordeelde moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek (RUMA marker)/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
-
dat veroordeelde zich inspant zich voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;.
-
dat veroordeelde meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:
-
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
-
medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen personenauto Renault Kangoo, kenteken kenteken [kenteken] .
Maatregel kostenverhaal
Legt op, hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de maatregel tot vergoeding van het bedrag van 8.365,15 (zegge: achtduizend driehonderd vijfenzestig euro en vijftien cent) aan de Staat. Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd op 83 dagen.
Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan de Staat.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.C.L. Vreugdenhil, voorzitter, mr. H. de Ruijter en mr. L.S. Langius, rechters, bijgestaan door W. van Goor, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 oktober 2026.
mr. De Ruijter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
1. Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpaginas betreft dit delen van ambtsedige
processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier van de Politie Noord-Nederland met het nummer 2025325158 d.d. 1 juni 2026, doorgenummerd 1 tot en met 1513.
2 Pagina 113 e.v.
3 Verklaring van verdachte ter zitting van 9 oktober 2026.
4 Pagina 94 e.v., pagina 99.
5 Pagina 1204.
6 Verklaring van verdachte ter zitting van 9 oktober 2026.
7 Pagina 128 e.v.
8 Pagina 130 e.v.
9 Pagina 173 e.v.
10 Pagina 111.
11 Pagina 242 e.v.
12 Pagina 278 e.v.
13 Verklaring van verdachte ter zitting van 9 oktober 2026.
14 Pagina 357 e.v.
15 Pagina 377 e.v.
16 Pagina 758 e.v.
17 Pagina 503 e.v. en de verklaring van verdachte ter zitting van 9 oktober 2026.
[afbeelding niet beschikbaar]