Materieel strafrecht
Verlenging van de maatregel van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaren.
Rechtbank Noord-Nederland, 3 november 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:4669 · Rechtbank Noord-Nederland · 3 november 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/materieel-strafrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2026-4669
Zaakgegevens
Op 3 november 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Assen
- Datum uitspraak
- 3 november 2026
- Datum publicatie
- 3 november 2026
- Zaaknummer
- 18-180451-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:4669
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verlenging van de maatregel van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaren.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18-180451-23
beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 3 november 2026 in de rechtbank Noord-
Nederland
in de zaak tegen
[veroordeelde]
geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] , thans verblijvende (als passant) te [instelling 1] , hierna te noemen: veroordeelde.
Procesverloop
De officier van justitie heeft op 25 september 2026 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met verpleging van overheidswege van veroordeelde zal verlengen met twee jaren.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 20 oktober 2026, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, de officier van justitie mr. S. Zoer en de benadeelde partij. Als deskundige was digitaal aanwezig mw. [naam 1] namens [instelling 2] .
De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder het door het (plaatsvervangend) hoofd van de inrichting ondertekende verlengingsadvies d.d. 4 september 2026 van de inrichting waar veroordeelde naar verwachting van overheidswege zal worden verpleegd en het deskundigenadvies van [naam 2] (GZ-psycholoog) d.d. 26 juni 2026.
Motivering
De opgelegde terbeschikkingstelling
Bij vonnis van 10 oktober 2024 heeft de rechtbank veroordeelde wegens poging tot verkrachting en mishandeling ter beschikking gesteld met voorwaarden. Deze tbs is aangevangen op 9 november 2024. Bij beslissing van 26 september 2025 heeft de rechtbank de tbs met voorwaarden omgezet in een tbs met verpleging van overheidswege. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de beslissing van de rechtbank op 19 februari 2026 bevestigd.
In afwachting van plaatsing in een tbs-kliniek verblijft veroordeelde sinds september 2025 tot op heden als passant in de [instelling 1] . Veroordeelde staat op de wachtlijst voor plaatsing in [instelling 2] .
Het advies van de instelling
In het verlengingsadvies wordt geadviseerd de termijn van de tbs te verlengen met twee jaren. In dit verlengingsadvies is onder meer het volgende opgemerkt, zakelijk weergegeven:
Veroordeelde is een 24-jarige man met ADHD, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met borderline, narcistische en antisociale trekken, een andere gespecificeerde disruptieve impulsbeheersingsstoornis of andere gedragsstoornis (hyperseksualiteit) en zwakbegaafdheid. Blijkens de risicotaxaties is de kans op recidive in zedenfeiten matig tot hoog en de kans op recidive in gewelddadig gedrag in algemene zin hoog. De risicofactoren zijn binnen het beloop van de behandeling in het kader van tbs met voorwaarden niet tot onvoldoende veranderd. Beschermende factoren zijn nauwelijks aanwezig.
Op basis van het dossier kan aangenomen worden dat de tbs-behandeling met voorwaarden tot nu toe niet heeft geleid tot een verandering van de kernproblematiek van veroordeelde. De conclusie op basis van de beschikbare informatie is dat er nog steeds sprake is van een hoog recidiverisico. De behandeling van veroordeelde in het FPC moet nog starten, zodat de kliniek adviseert de tbs-maatregel met twee jaren te verlengen.
De deskundige mw. [naam 1] heeft tijdens de zitting van 3 november 2026 het advies bevestigd en aangevuld. Deze aanvulling houdt - zakelijk weergegeven - in:
Op dit moment is de verwachting dat veroordeelde in het eerste kwartaal van 2027 in de [instelling 2] kan worden opgenomen.
Het advies van de deskundige
In het door de deskundige [naam 2] (GZ-psycholoog) op 26 juni 2026 opgemaakte rapport wordt geadviseerd de termijn van de tbs met twee jaren te verlengen. Het advies houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:
Bij veroordeelde is, in classificerende zin, sprake van ADHD, een persoonlijkheidsstoornis met borderline, narcistische en antisociale trekken en zwakbegaafdheid, terwijl middelengebruik een risicofactor vormt. De kans op recidive in zedenfeiten wordt matig tot hoog ingeschat. De kans op recidive in gewelddadig gedrag in algemene zin wordt groot ingeschat. Opgemerkt wordt dat de risicoanalyse over het verloop van de tbs nog weinig ontwikkeling laat zien, met de kanttekening van een lichte toename van probleembesef.
Nu nog geen zicht bestaat op plaatsing in een FPC, adviseert de deskundige de tbs-maatregel te verlengen voor de duur van twee jaren.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering tot verlenging van de tbs met dwangverpleging met twee jaren.
Het standpunt van veroordeelde en zijn raadsman
Veroordeelde en zijn raadsman hebben verzocht om te onderzoeken of veroordeelde naar een lager beveiligingsniveau kan, dan wel de tbs voorwaardelijk te beëindigen. Veroordeelde is jong en verblijft momenteel in de penitentiaire inrichting zonder straf. De verdediging heeft vraagtekens gezet of veroordeelde wel de juiste behandeling is geboden in het kader van tbs met voorwaarden.
Het oordeel van de rechtbank
Het verzoek van de verdediging
Een voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel is niet aan de orde. Er is nog geen behandeling gestart en er is thans sprake van een hoog recidiverisico. De rechtbank ziet daarnaast geen aanleiding om nader onderzoek te doen of veroordeelde ingeschaald kan worden op een lager beveiligingsniveau. In september 2025 is tbs met dwangverpleging opgelegd waarbij beveiliging niveau 4 aan de orde is. Er hebben zich sindsdien geen ontwikkelingen voorgedaan die aanleiding geven om hiervan af te wijken en toepassing van een lager beveiligingsniveau te laten onderzoeken.
Verlenging van de tbs
De rechtbank stelt op grond van de overwegingen in de omzettingsbeslissing van de rechtbank op 26 september 2025 vast dat de tbs niet in duur beperkt is en dus verlengd kan worden.
De officier van justitie dient bij een verlengingsvordering naast een verlengingsadvies een afschrift van de aantekeningen over de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de tbs (hierna: wettelijke aantekeningen) over te leggen. Omdat deze wettelijke aantekeningen worden opgemaakt door het personeel van de tbs-kliniek waar een veroordeelde wordt verpleegd en veroordeelde op dit moment nog niet in een tbs-kliniek is opgenomen, zal de rechtbank geen gevolgen verbinden aan het ontbreken van de wettelijke aantekeningen.
Op grond van de inhoud van voormeld advies en hetgeen uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen vereist dat de termijn van de tbs-maatregel wordt verlengd. De bij veroordeelde geconstateerde stoornissen veroorzaken zonder de juiste begeleiding, structuur en controle immers nog altijd gevaar voor recidive.
Het algemene uitgangspunt van de rechtbank is dat de tbs-maatregel verlengd moet worden met een termijn van twee jaren als aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van veroordeelde meer dan een jaar in beslag zullen nemen. In dit geval is aannemelijk dat de behandeling en resocialisatie meer dan een jaar in beslag zullen nemen, nu de behandeling nog niet is begonnen. De rechtbank zal daarom de tbs met verpleging van overheidswege, overeenkomstig de vordering en het verlengingsadvies, met twee jaren verlengen.
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing
De rechtbank verlengt de termijn van de tbs met verpleging van overheidswege van veroordeelde met twee jaren.
Deze beslissing is gegeven door mr. J. Faber, voorzitter, mr. H.R. Eising en mr. L.E. Ettema, rechters, bijgestaan door mr. N.J. Aarts, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 3 november 2026.
Mr. J. Faber is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.