Materieel strafrecht

Verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van grootschalige refundfraude, te kwalificeren als…

Rechtbank Noord-Nederland, 3 november 2026

Zaakgegevens

Op 3 november 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Assen
Datum uitspraak
3 november 2026
Datum publicatie
3 november 2026
Zaaknummer
18.171264.23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:4671
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van grootschalige refundfraude, te kwalificeren als flessentrekkerij, het medeplegen van witwassen en het voorhanden hebben van gegevens die zijn bestemd voor het plegen van een misdrijf ter verkrijging van een niet-contant betaalinstrument tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast wordt aan verdachte opgelegd een taakstraf voor de duur van (in totaal) 480 uren.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18.171264.23

Vonnis van de meervoudige kamer, Noordelijke Fraudekamer, voor de behandeling van strafzaken d.d. 3 november 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 23 september 2026 en 28 september 2026 (inhoudelijke behandeling) en van 3 november 2026 (sluiting van het onderzoek ter terechtzitting).

Verdachte is ter terechtzitting van 23 september 2026 en 28 september 2026 verschenen, bijgestaan door mr. P.J. Roelse, advocaat te Amsterdam. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd

door mr. G.R. Stoeten. Bij de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting op 3 november 2026 zijn verdachte en zijn raadsman niet verschenen. Het openbaar ministerie is toen ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Veen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 mei 2023 te Hoogeveen en/of Emmer-Compascuum, in elk geval in Nederland en/of Luxemburg en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren,

te weten bij Amazon EU S.a.r.l. en/of Amazon Payments Europe S.C.A (hierna: Amazon), althans bij aan die Amazon gelieerde ondernemingen en/of partijen die via die Amazon producten aanbieden (derden-verkopers), te weten:

  1. een Apple iPhone 13 128 GB ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 2403, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 3337),

  2. een Smartphone Samsung 64GB ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 455, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 502),

  3. Acc. Apple AirPods Max Blue ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 1676, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 3126),

  4. een Tablet Samsung 32GB WiFi ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 458, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 283),

Philips Hue White Ambiance E27 Lampe ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 4, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 3), en/of

een of meer andere goederen ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding);

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 mei 2023 te Hoogeveen en/of Emmer-Compascuum, in elk geval in Nederland en/of Luxemburg en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander, wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een ander heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten

- Amazon EU S.a.r.l. en/of Amazon Payments Europe S.C.A (hierna: Amazon), althans bij aan die Amazon gelieerde ondernemingen en/of partijen die via die Amazon producten aanbieden (derden-verkopers), tot de afgifte van

  1. een Apple iPhone 13 128 GB ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 2403, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 3337),

  2. een Smartphone Samsung 64GB ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 455, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 502),

  3. Acc. Apple AirPods Max Blue ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 1676, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 3126),

  4. een Tablet Samsung 32GB WiFi ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 458, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 283),

  5. Philips Hue White Ambiance E27 Lampe ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 4,

[excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 3), en/of

een of meer andere goederen ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Oustanding),

althans,

een geldbedrag van (ongeveer) 831 (prijs Apple iPhone 13 128 GB, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 2403, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 3337),

een geldbedrag van (ongeveer) 197,13 (prijs een Smartphone Samsung 64GB, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 455, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 502),

een geldbedrag van (ongeveer) 439 (prijs Acc. Apple AirPods Max Blue, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 1676, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 3126),

een geldbedrag van (ongeveer) 183 (prijs Tablet Samsung 32GB WiFi, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 458, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 283),

een geldbedrag van (ongeveer) 44,59 (prijs Philips Hue White Ambiance E27 Lampe, [excelbestand]

Bijlage 1 tabblad Order Data rij 4, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 3), en/of

een of meer andere geldbedragen, van (in totaal) (ongeveer) 591.916,24 (optelsom [excelbestand] tabblad Items Outstanding kolom R), althans (in totaal) (ongeveer) 591.755,55 (aangifte Amazon p. 117),

door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zakelijk weergegeven

  • bij die Amazon onder verschillende namen met een of meer mailadressen (genoemd in [excelbestand] , tabblad Buyer Data), klantaccounts aan te (laten) maken bij die Amazon, en/of

  • met die accounts bestellingen te (laten) doen bij Amazon en/of die bestellingen te (laten) betalen, en/of

  • de bestelde goederen in ontvangst te (laten) nemen, en/of

  • de goederen aan te (laten) melden voor retour, en/of

  • de goederen niet (daadwerkelijk) naar die Amazon retour te sturen, maar in het geheel niets retour te sturen en/of lege enveloppen, dozen en/of pakketten retour te sturen, en/of enveloppen, dozen en/of pakketten met afwijkende (waardeloze) inhoud retour te sturen en/of de retourlabels op de enveloppen, dozen en of pakketten zodanig te manipuleren en/of veranderen dat deze enveloppen, dozen en of pakketten niet door die Amazon werden ontvangen, maar wel werden geregistreerd en/of gemeld als geretourneerd en/of retour gestuurd, en/of

  • het aankoopbedrag van de bestelde en retour gemelde goederen in ontvangst te (laten) nemen;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 mei 2023 te Hoogeveen en/of Emmer-Compascuum, in elk geval in Nederland en/of Luxemburg en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk,

een goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten

aan Amazon, EU S.a.r.l. en/of Amazon Payments Europe S.C.A (hierna: Amazon), althans bij aan die Amazon gelieerde ondernemingen en/of partijen die via die Amazon producten aanbieden (derden-verkopers),

  1. een Apple iPhone 13 128 GB ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 2403, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 3337),

  2. een Smartphone Samsung 64GB ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 455, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 502),

  3. Acc. Apple AirPods Max Blue ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 1676, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 3126),

  4. een Tablet Samsung 32GB WiFi ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 458, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 283),

Philips Hue White Ambiance E27 Lampe ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 4, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 3), en/of

een of meer andere goederen ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding),

en welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten door die goederen op de website van Amazon te bestellen, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij, op of omstreeks 22 september 2022 te Vianen en/of Emmer-Compascuum en/of Hoogeveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) een of meerdere voorwerpen, te weten:

(Vianen Telecom)

( [nummer 1] p. 2460 en [nummer 2] p. 2588-2592)

  1. een Apple Watch (IMEI-serienummer [IMEI-nummer 1] ),

  2. een Apple Watch (IMEI-serienummer [IMEI-nummer 2] ),

  3. een Apple Watch (IMEI-serienummer [IMEI-nummer 3] ),

  4. een Apple Watch (IMEI-serienummer [IMEI-nummer 4] ),

  5. en Apple Watch (IMEI-serienummer [IMEI-nummer 5] ),

  6. een Apple Watch (IMEI-serienummer [IMEI-nummer 6] ), en/of

  7. een Apple Watch (IMEI-serienummer [IMEI-nummer 7] ), (a)

  • de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, en/of

  • heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) was dan wel was/waren, en/of

  • heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerpen(en) voorhanden had(den), en/of (b)

  • heeft overgedragen en/of omgezet, en/of

  • gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij, verdachte, wist, dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat voorwerp onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf;

3.

hij, op of omstreeks 4 september 2023 te Emmer-Compascuum, in elk geval in Nederland, een of meer stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten

- een of meerdere scrips en/of werkinstructies en/of een e-book (genaamd [document 1] en/of [document 2] The one and only refunding ebook you will ever need) met hierin een beschrijving en/of stappenplan voor het plegen van refundfraude, althans flessentrekkerij en/of oplichting en/of verduistering, aangetroffen op de Samsung USB-stick van verdachte ( [nummer 3] p.1093-1105),

heeft vervaardigd, heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft verkocht, heeft overgedragen, heeft verworven, heeft vervoerd, heeft ingevoerd, heeft verspreid, anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad,

waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd waren tot het plegen van een misdrijf omschreven in een van de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;

4.

hij, in of omstreeks de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 mei 2023 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten onder andere [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten flessentrekkerij en/of oplichting(en) en/of verduisteringen en/of witwassen.

Beoordeling van het bewijs

Inleiding 1

Naar aanleiding van een melding door de Threat Officer van PostNL - inhoudende dat er vanuit Hoogeveen al geruime tijd gefraudeerd met retourzendingen - en de vele (luxe)goederen die in panden op naam van medeverdachte [medeverdachte 1] zijn aangetroffen, is een opsporingsonderzoek gestart onder de naam Tuvalu. Het viel op dat er op het woonadres van medeverdachte [medeverdachte 1] met verschillende domeinnamen veel luxegoederen werden besteld, onder meer bij Amazon.2 Na een door Amazon verricht onderzoek naar Failed Return fraude zijn verdachte en medeverdachten

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aangemerkt als person of interest. Namens Amazon is tegen verdachte op 16 augustus 2023 aangifte gedaan van zogeheten refundfraude. Bij refundfraude verzoekt de klant, na aankoop en ontvangst van een product, om restitutie van het aankoopbedrag, terwijl het bestelde product vervolgens niet door de klant retour wordt gestuurd.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie gericht op het plegen van refundfraude en dat hij de verworven producten samen met anderen heeft witgewassen. Ook is aan verdachte ten laste gelegd dat hij gegevens en/of voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat deze bestemd waren voor het plegen van flessentrekkerij, oplichting of verduistering.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde heeft de officier van justitie daartoe aangevoerd dat verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in dezelfde periode, met een gelijke modus operandi en ten nadele van hetzelfde slachtoffer hebben gehandeld en samengewerkt. Uit de onderlinge contacten tussen de verdachten blijkt naar het oordeel van de officier van justitie onmiskenbaar dat de samenwerking tussen verdachten erop was gericht oplichtingsfeiten te plegen en de middels refundfraude verkregen goederen te witwassen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 4 ten laste gelegde en partieel moet worden vrijgesproken van het onder 1 primair, onder f, ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 1 primair, onder f, ten laste gelegde heeft de raadsman daartoe aangevoerd dat onvoldoende is gespecificeerd en inzichtelijk is gemaakt om welke goederen het gaat.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

De rechtbank acht het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Verdachte heeft dit feit, voor zover aan hem de goederen genoemd onder a, b, c, d en e zijn ten laste gelegd, duidelijk en ondubbelzinnig bekend en de raadsman heeft ten

aanzien van die goederen geen verweer gevoerd. De rechtbank volstaat daarom in zoverre met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.3 Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank voorts als volgt.

Ten aanzien van het onder 1 primair, onder f, ten laste gelegde

Aan de tenlastelegging te stellen eisen

De rechtbank begrijpt het verweer van de raadsman zo dat door hem is aangevoerd dat de tenlastelegging wat dit onderdeel betreft niet voldoet aan de in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering gestelde eisen. Krachtens artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering dient de tenlastelegging een zodanige opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd en de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan in te houden, dat het de verdachte duidelijk is waartegen hij zich moet verdedigen. Als de tenlastelegging hieraan niet voldoet, kan zij niet fungeren als grondslag van het onderzoek op de terechtzitting en moet de dagvaarding (in zoverre) nietig worden verklaard.

De rechtbank is van oordeel dat de tenlastelegging aan de eis van een voldoende duidelijke feitelijke omschrijving voldoet. De rechtbank overweegt daartoe dat in de tenlastelegging - het onder 1 primair, onder f, ten laste gelegde - zowel een tijd, plaats als een feitelijke gedraging is omschreven die verenigbaar is met de delictsomschrijving uit artikel 326a van het Wetboek van Strafrecht.. Met betrekking tot (de) (het aantal) goederen waarop het strafbare handelen van verdachte zou zien, is in de tenlastelegging verwezen naar een door Amazon overgelegd Excel-bestand. In dat Excel-bestand zijn enkel de goederen opgenomen die door verdachte zouden zijn besteld en zijn zowel de goederen als de bestel-, verzend- en retourinformatie nader gespecificeerd. Naar het oordeel van de rechtbank was het voor verdachte derhalve voldoende duidelijk waartegen hij zich heeft moeten verdedigen.

Bewijsoverwegingen

Aan verdachte is onder (f) ten laste gelegd dat hij ook de overige in het Excel-bestand, onder het tabblad Items Outstanding, genoemde goederen heeft gekocht met het oogmerk om zich en/of een ander zonder volledige betaling de beschikking over deze goederen te verzekeren. De rechtbank heeft bij de beoordeling van het onder 1 primair, onder f, ten laste gelegde acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken, in het bijzonder de bewijsmiddelen zoals die in de voetnoten zijn genoemd.

Aangifte door Amazon

Op 16 augustus 2023 is door [naam] namens Amazon EU S.a.r.l. en Amazon Payments Europe S.C.A (hierna: Amazon) aangifte gedaan van - kort gezegd - refundfraude.4 Volgens de aangifte is uit het door Amazon verrichte onderzoek gebleken dat middels negentien Nederlandse klantaccounts grote aantallen bestellingen zijn geplaatst die veelal zijn afgeleverd op het adressen [adres 2] en [adres 1] . Na de levering werd aan Amazon toestemming gevraagd en vervolgens door haar verleend, om de bestelde goederen te retourneren. Vervolgens werden de oorspronkelijk bestelde goederen door de gebruiker van de klantaccounts echter niet geretourneerd, terwijl het aankoopbedrag wel door Amazon werd gerestitueerd. Van voornoemde negentien klantaccounts heeft Amazon in totaal 869 onjuiste retourzendingen ontvangen, zogeheten Bad Returns, Door de gebruiker van de klantaccounts zijn aan Amazon lege enveloppen of goederen van weinig waarde retour gestuurd. Hierdoor werd het oorspronkelijke goed behouden en werd Amazon bewogen tot volledige restitutie van de aankoopprijs.

Naar aanleiding van het door Amazon verrichte onderzoek stelt Amazon vast dat de betreffende negentien klantaccounts kunnen worden gelinkt aan verdachte. Het geschatte verlies van Amazon in verband met

deze verdenkingen bedraagt USD 645.013,55.

Bij de aangifte heeft Amazon een Excel-bestand gevoegd.5 Dit Excel-bestand bevat informatie over onder meer de door Amazon aan verdachte toegeschreven klantaccounts (Buyer Data), de door die klantaccounts geplaatste bestellingen (Order Data), de terugbetalingsverzoeken (Concession Data), de Bad Returns en gegevens over betalingen (Payment Data). Het tabblad Items Outstanding bevat een lijst van alle goederen waarvoor de persoon achter de door Amazon aan verdachte toegeschreven klantaccounts het aankoopbedrag gerestitueerd heeft gekregen, terwijl Amazon het origineel bestelde product niet retour heeft ontvangen.6

Op grond van de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte stelt de rechtbank vast dat verdachte de gebruiker is geweest van de negentienklantaccounts die door Amazon aan verdachte zijn gekoppeld. De rechtbank stelt voorts vast dat elk van de in het Excel-bestand, tabblad Items Outstanding, opgenomen goederen met één van deze negentienklantaccounts is besteld. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle in het Excel-bestand, onder het tabblad Items Outstanding, genoemde goederen heeft besteld, hij voor die goederen een terugbetalingsverzoek heeft gedaan en het aankoopbedrag retour heeft ontvangen, maar verdachte niet het (juiste) product aan Amazon retour heeft gestuurd.

Medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit onderzoek in de Samsung SM-S908B van medeverdachte [medeverdachte 1] is onder meer gebleken dat medeverdachte [medeverdachte 1] op 7 februari 2023 een bericht heeft verstuurd waaruit de rechtbank heeft afgeleid dat medeverdachte [medeverdachte 1] de werkwijze van refundfraude ook aan verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] heeft geleerd.7 Daarnaast blijkt uit onderzoek naar de betaalrekeningen op naam van verdachte dat er grote geldbedragen zijn overgemaakt van en naar de betaalrekeningen van medeverdachten [medeverdachte 1] .89Ook is er in de woning van verdachte een verzendbewijs van PostNL aangetroffen. Op dat verzendbewijs stonden 3SPIDN-nummers vermeld. Deze nummers zijn delen van Return Merchandise Authorization-codes (hierna: RMA). Een dergelijke code, ook wel RMA-label, wordt op verzoek van de gebruiker van een klantaccount door Amazon aangemaakt. Met dit label kan vervolgens een bestelling aan Amazon worden geretourneerd. Een deel van voornoemde 3SPIDN-nummers waren te herleiden naar order ids van bestellingen die door medeverdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn geplaatst.10De rechtbank overweegt ten aanzien van het medeplegen voorts dat de drie verdachten in grotendeels dezelfde periode een gelijke modus operandi hebben gehanteerd. Gelet op voorgaande bevindingen stelt de rechtbank vast dat verdachte heeft samengewerkt met zijn medeverdachten in die zin dat zij over en weer delen van het werkproces voor de refundfraude voor elkaar hebben uitgevoerd.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern heeft bestaan uit een gezamenlijke uitvoering. Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan grootschalige refundfraude, te kwalificeren als flessentrekkerij. De rechtbank acht het onder 1 primair ten laste gelegde integraal wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde

De rechtbank acht ook het onder 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en de raadsman in zoverre geen verweer heeft gevoerd, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Deze opgave luidt als volgt:

  1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 23 september 2026;

  2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 oktober

2023, opgenomen op pagina 2459 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2023048929 (onderzoeksnummer NN3R023015) d.d. 29 januari 2024, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 januari 2024, opgenomen op pagina 2588 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;

4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 oktober 2023, opgenomen op pagina 1093 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] .

Vrijspraak ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

De verdachte wordt onder het onder 4 ten laste gelegde verweten dat hij samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had misdrijven te plegen. De rechtbank stelt voorop dat van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht slechts dan sprake kan zijn, indien de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt bij, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk. Het samenwerkingsverband dient te bestaan uit twee of meer personen met een zekere duurzaamheid en structuur. Niet is vereist dat deelnemers met alle personen in de organisatie samenwerken of alle personen in de organisatie kennen.

Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat verdachte en de medeverdachten zich gedurende een langere periode gelijktijdig en stelselmatig hebben beziggehouden met refundfraude en het witwassen van de uit de refundfraude verkregen goederen. Uit de bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank weliswaar dat de verdachten op verschillende momenten in wisselende verbanden met elkaar hebben samengewerkt, maar de bewijsmiddelen leveren - ook in onderling verband en samenhang bezien - onvoldoende wettig en overtuigend bewijs op dat er tussen de verdachten een samenwerkingsverband met een zekere structuur als hiervoor bedoeld heeft bestaan. Het dossier bevat daarvoor onvoldoende informatie. Zo komt niet naar voren dat onderling gezamenlijke regels golden dan wel dat afspraken waren gemaakt over de onderlinge verdeling van werkzaamheden of activiteiten van deelnemers met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie. Ook ontbreken voldoende aanwijzingen voor een gezamenlijke besluitvorming. Voorts is uit het dossier onvoldoende gebleken van een aanwijsbare leider die opdrachten of aansturing geeft aan de andere deelnemers binnen het samenwerkingsverband. Het bericht afkomstig van medeverdachte

[medeverdachte 1] , inhoudende dat hij de werkwijze aan verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] heeft geleerd, is daarvoor onvoldoende. Tot slot weegt mee dat uit het dossier blijkt dat de verdachten zich (ook) los van elkaar bezig hielden met refundfraude. Dat verdachten als medepleger betrokken zijn geweest bij de ten laste gelegde feiten, maakt nog niet dat hij daardoor deel uitmaakt van een criminele organisatie.

Het voorgaande betekent dat naar het oordeel van de rechtbank niet is bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht en dat derhalve niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte onder 4 is ten laste gelegd, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1. ​

hij op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 mei 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, bij Amazon EU S.a.r.l. en/of Amazon Payments Europe S.C.A (hierna: Amazon), te weten:

  1. een Apple iPhone 13 128 GB ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 2403, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 3337),

  2. een Smartphone Samsung 64GB ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 455, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 502),

  3. Acc. Apple AirPods Max Blue ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 1676, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 3126),

  4. een Tablet Samsung 32GB WiFi ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 458, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 283),

  5. Philips Hue White Ambiance E27 Lampe ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Order Data rij 4, [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding rij 3), en

  6. andere goederen ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding); 2.

hij op 22 september 2022 te Vianen en/of Emmer-Compascuum en/of Hoogeveen, tezamen en in vereniging met anderen, van voorwerpen, te weten:

(Vianen Telecom)

( [nummer 1] p. 2460 en [nummer 2] p. 2588-2592)

  1. een Apple Watch (IMEI-serienummer [IMEI-nummer 1] ),

  2. een Apple Watch (IMEI-serienummer [IMEI-nummer 2] ),

  3. een Apple Watch (IMEI-serienummer [IMEI-nummer 3] ),

  4. een Apple Watch (IMEI-serienummer [IMEI-nummer 4] ),

  5. en Apple Watch (IMEI-serienummer [IMEI-nummer 5] ),

  6. een Apple Watch (IMEI-serienummer [IMEI-nummer 6] ), en

  7. een Apple Watch (IMEI-serienummer [IMEI-nummer 7] ), (a)

  • de herkomst heeft verhuld, en (b)

  • heeft overgedragen en omgezet,

terwijl hij, verdachte, wist, dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

3.

hij op 4 september 2023 te Emmer-Compascuum, gegevens, te weten

- een e-book (genaamd [document 2] The one and only refunding ebook you will ever need) met hierin een beschrijving en stappenplan voor het plegen van flessentrekkerij en/of oplichting en/of verduistering, aangetroffen op de Samsung USB-stick van verdachte ,

voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd was tot het plegen van een misdrijf

omschreven in een van de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

  1. primair medeplegen van een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren;

  2. medeplegen van witwassen;

  3. gegevens voorhanden hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot

het plegen van een misdrijf omschreven in een van de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden verdachte en positieve ontwikkeling die verdachte heeft doorgemaakt. De raadsman heeft aangevoerd dat oplegging van een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijk deel de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht zal overstijgen de positieve wending in het leven van verdachte zal doorkruisen. Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf heeft de raadsman voorts gepleit rekening te houden met de proceshouding van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn.

Gelet op het voorgaande heeft de raadsman gepleit aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft

doorgebracht. Daarnaast heeft de raadsman gepleit aan verdachte op te leggen een voorwaardelijke gevangenisstraf, alsmede oplegging van cumulerende taakstraffen per bewezenverklaard feit.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van de reclassering van 14 augustus 2025 en 13 maart 2026, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 19 augustus 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 mei 2023 samen met anderen schuldig gemaakt aan flessentrekkerij. Verdachte heeft in voornoemde periode structureel een groot aantal (luxe)goederen besteld bij Amazon en e ook voor deze goederen betaald. Verdachte heeft de bestelde producten vervolgens op grote schaal als retour aangemeld en het aankoopbedrag van Amazon gerestitueerd gekregen. In werkelijkheid verstuurde verdachte het oorspronkelijk bestelde (luxe)goed niet retour, maar verzond hij geheel niets, een lege verpakking of een product van weinig waarde retour.

Verdachte heeft op deze manier een groot aantal (luxe)goederen bemachtigd, zonder daarvoor het aankoopbedrag te hebben betaald. Vervolgens heeft verdachte een groot aantal van deze goederen in geld omgezet en de herkomst van die goederen verhuld door deze goederen te verkopen aan derden. Tot slot heeft verdachte zich op 4 september 2023 een e-book in bezit gehad met daarin een beschrijving en stappenplan voor het plegen van strafbare feiten, zoals flessentrekkerij, oplichting en verduistering.

Bij het plegen van deze strafbare feiten heeft verdachte zich enkel laten leiden door financieel gewin en misbruik gemaakt van het algemene vertrouwen dat in het economisch verkeer moet kunnen worden gesteld en in de wijze waarop via webshops goederen worden verhandeld. Verdachte is lange tijd gewetenloos en geraffineerd te werk gegaan. Naast de grote financiële schade die Amazon heeft geleden, worden ook andere klanten de dupe van het handelen van verdachte. Door het handelen van verdachte worden prijzen opgedreven en scherpen bedrijven hun retourbeleid aan. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan.

In strafmatigende zin weegt de rechtbank mee dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven, verantwoordelijkheid heeft genomen en spijt heeft betuigd.

Persoon van verdachte

De reclassering schrijft in de adviezen van 14 augustus 2025 en 13 maart 2026 dat verdachte zich aanvankelijk heeft beroepen op zijn zwijgrecht, maar uiteindelijk openheid van zaken heeft gegeven over zijn aandeel in de gepleegde strafbare feiten. De reclassering schrijft dat de financiën van verdachte, zijn houding en zijn sociale netwerk naar alle waarschijnlijkheid ten grondslag hebben gelegen aan het plegen van de strafbare feiten. Omdat verdachte welbewust en langere tijd strafbare feiten pleegde merkt de reclassering op dat verdachte een pro-criminele houding heeft. De reclassering merkt de hiervoor genoemde leefgebieden aan als risicofactoren. De betrokkenheid van de familie van verdachte, zijn vaste inkomen uit werk en het contact met een goede vriend beschouwt de reclassering als positief. Hoewel niet is uit te sluiten dat verdachte door zijn beïnvloedbaarheid in een soortgelijke situatie zal recidiveren, schat de reclassering de kans op recidive laag in. De reclassering ziet dan ook geen aanleiding tot het adviseren van interventies. Los van de negatieve gevolgen die voor een ieder gelden ziet de reclassering geen

contra-indicaties voor het opleggen van een gevangenisstraf. Ook wordt ingeschat dat verdachte in staat is om een taakstraf uit te voeren.

Tijdsverloop

Gelet op het tijdsverloop dient de rechtbank bij de strafoplegging rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen een strafvervolging op grond van artikel 6 EVRM tot een berechting moet komen. Verdachte is in verband met onderhavige strafbare feiten op 4 september 2023 aangehouden en voor het eerst als verdachte verhoord door de politie. De inhoudelijke behandeling heeft uiteindelijk op 23 en 28 september 2026 plaatsgevonden en onderhavige uitspraak dateert van 3 november 2026.

Wat de berechting van de zaak in eerste aanleg betreft, heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting in dit geval binnen twee jaren dient te zijn afgerond met een eindvonnis. Vanaf het moment dat verdachte is verhoord en er gelet op de inhoud van het verhoor vanuit mocht gaan dat hij strafrechtelijk zou worden vervolgd, tot aan deze uitspraak van de rechtbank zijn meer dan twee jaren verstreken. De rechtbank acht die overschrijding onwenselijk lang en stelt vast dat de overschrijding niet aan bijzondere omstandigheden aan de zijde van de verdediging te wijten is. Naar vaste rechtspraak moet overschrijding van de redelijke termijn in beginsel tot strafvermindering leiden. De rechtbank zal daarom bij het bepalen van de strafmaat rekening houden met dit tijdsverloop.

Strafoplegging

Gelet op de aard en duur van de bewezen verklaarde feiten en de hoogte van het onder 1 primair bewezenverklaarde benadelingsbedrag is de rechtbank van oordeel dat niet anders kan worden gereageerd dan met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur. De rechtbank hanteert als uitgangspunt voor de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf het door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht vastgestelde oriëntatiepunt voor fraude. Bij een benadelingsbedrag van 500.000,00 tot 1.000.000,00 past volgens het oriëntatiepunt een gevangenisstraf van 18 tot 24 maanden als uitgangspunt.

Om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen ziet de rechtbank aanleiding (ook) een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, zodat verdachte een forse stok achter de deur heeft.

Alles afwegende en rekening houdend met de hiervoor genoemde factoren ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde feit en de onder 2 en 3 bewezen verklaarde strafbare feiten acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, in beginsel passend en geboden. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, de proceshouding van verdachte en het feit dat verdachte een positieve wending aan zijn leven heeft gegeven, acht de rechtbank het echter niet opportuun aan verdachte een straf op te leggen waardoor hij opnieuw in detentie zal geraken. De rechtbank zal daarom in plaats van een deel van de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte opleggen een tweetal taakstraffen van langere duur.

In artikel 22c, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is de maximale werkstraf per strafbaar feit gesteld op 240 uren. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 28 november 2006 is de rechtbank van oordeel dat de artikelen 22c en 57 van het Wetboek van Strafrecht niet in de weg staan aan het ten aanzien van meerdere bewezenverklaarde feiten opleggen van taakstraffen die gezamenlijk meer dan 240 uren bedragen.11

De rechtbank legt aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan

5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast zal de rechtbank voor zowel het onder 1 primair bewezen verklaarde als het onder 2 bewezen verklaarde een taakstraf voor de duur van 240 uren opleggen, met aftrek van de (resterende) tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers aan verdachte kunnen worden teruggegeven: 1, 8, 26, 56, 62,

63, 69, 71, 72, 74-80 en 82-92.

De officier van justitie heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers verbeurd dienen te worden verklaard: 10, 11, 13, 14, 16, 17, 20-25, 32-35, 57-61, 64-68, 70, 73 en 81.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van een door de rechtbank te nemen beslissing op de onder verdachte in beslag genomen goederen.

Oordeel van de rechtbank

De lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen vermeldt naast voorwerpen met een strafrechtelijke beslagtitel ook voorwerpen waarop conservatoir beslag is gelegd. De rechtbank beslist op grond van artikel 353 van het Wetboek van Strafvordering echter uitsluitend ten aanzien van de voorwerpen waarop klassiek strafvorderlijk beslag als bedoeld in artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering is gelegd. Over de voorwerpen waarop enkel conservatoir beslag is gelegd neemt de rechtbank geen beslissing.

Anders dan door de officier van justitie is aangevoerd moet de rechtbank ook over die voorwerpen waarop zowel conservatoir als klassiek strafvorderlijk beslag is gelegd een beslissing nemen over het op die voorwerpen rustende klassieke beslag. Die beslissing laat het conservatoir beslag dat op die voorwerpen rust onverlet.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers aan verdachte kunnen worden teruggegeven. Het gaat om de voorwerpen vermeld op de lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers: 1, 8, 26, 56, 62, 63, 69, 71, 72, 74-80 en 82-92.

De rechtbank verklaart verbeurd de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers: 59 en 81 De rechtbank stelt vast dat de voorwerpen vermeld onder voornoemde nummers voorwerpen betreffen met betrekking tot welke de strafbare feiten zijn begaan.

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers dienen te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende. Van die voorwerpen heeft de rechtbank niet met zekerheid kunnen vaststellen aan wie deze voorwerpen toebehoren. Het gaat om de voorwerpen vermeld op de lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers: 2-7, 9-25, 27-55, 57-58, 60, 61, 64-68, 70 en 73.

Benadeelde partij

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Amazon EU S.a.r.l. en Amazon Payments Europe S.C.A. heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van USD 645.013,55 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het door de benadeelde partij gevorderde bedrag aan schadevergoeding voldoende is onderbouwd en in zijn geheel voor toewijzing vatbaar is, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag. De officier van justitie heeft voorts gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat het gelegde conservatoir beslag enkel kan worden uitgewonnen indien de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel oplegt.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat niet met zekerheid te zeggen is wat er is mis gegaan met de retouren en dat de vordering veel vragen oproept. De benadeelde partij dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, omdat de behandeling van de vordering - gelet op de omvang en complexiteit daarvan - een onevenredige belasting van het

strafgeding oplevert. Indien en voor zover de rechtbank (een deel van) de gevorderde schade toewijst, heeft de raadsman verzocht niet de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank merkt op dat de wetgever met de mogelijkheid tot het instellen van een vordering door de benadeelde partij heeft beoogd binnen het strafproces te voorzien in - kort gezegd - een eenvoudige en laagdrempelige procedure die ertoe leidt dat slachtoffers die schade hebben geleden als gevolg van een strafbaar feit zoveel mogelijk schadeloos worden gesteld. De aldus voorziene eenvoudige procedure biedt aan de benadeelde partij en de verdachte niet dezelfde processuele waarborgen als een gewone civielrechtelijke procedure, onder meer omdat in de context van de strafrechtelijke procedure ingevolge artikel 334 van het Wetboek van Strafvordering slechts in beperkte mate plaats is voor bewijslevering. Dit bezwaar wordt echter in afdoende mate ondervangen door voornoemd artikel 361, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, welke bepaling mede in het licht van artikel 6, eerste lid, EVRM aldus moet worden uitgelegd dat zij de strafrechter tot niet-ontvankelijkverklaring verplicht indien hij niet verzekerd

acht dat beide partijen in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest om naar voren te brengen hetgeen zij ter staving van de vordering, onderscheidenlijk tot verweer tegen de vordering kunnen aanvoeren en, voor zover nodig en mogelijk, daarvan bewijs te leveren.12

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank overweegt voorts dat het gevorderde bedrag aan schadevergoeding zeer omvangrijk is en de vordering door de raadsman op meerdere punten is betwist. Door de raadsman zijn onder meer de vragen opgeworpen in hoeverre bij het bepalen van de door Amazon geleden schade rekening is gehouden met de aan Amazon teruggegeven goederen, de winstmarges per product en de door Amazon verschuldigde belasting over de toegevoegde waarde. Gelet op de onderbouwing van de vordering en de betwisting door de raadsman, is hierover naar het oordeel van de rechtbank een nader debat noodzakelijk. Een nader inhoudelijk debat en eventuele bewijslevering levert echter een onevenredige belasting op voor het onderhavige strafproces.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering en bepalen dat zij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 47, 57, 63, 234, 326a en 420bis van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 4 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 en 3 bewezenverklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 5 (vijf) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat een deel van de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, te weten 150 van de 152 dagen, geheel in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot:

een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 4 (vier) maanden zal worden toegepast.

Beveelt dat de (resterende) tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht, te weten 2 dagen naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis, derhalve in totaal 4 uren.

Veroordeelt verdachte ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot:

een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 4 (vier) maanden zal worden toegepast.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers: 59 en 81

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers: 1, 8, 26, 56, 62, 63, 69, 71, 72, 74-80 en 82-92.

Gelast de bewaring van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers ten behoeve van de rechthebbende: 2-7, 9-25, 27-55, 57-58, 60, 61, 64-68, 70 en 73.

Ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde

Verklaart de vordering van Amazon EU S.a.r.l. en Amazon Payments Europe S.C.A

niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Sieders, voorzitter, mr. G. Eelsing en mr. H.M. Lenting, rechters, bijgestaan door mr. M. Mans, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 november 2026.

[afbeelding niet beschikbaar]

1. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt tenzij anders vermeld bedoeld een

ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpaginas, betreft dit tenzij anders vermeld de paginas van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2023048929 d.d. 29 januari 2024 (NN3R023015/TUVALU).

2 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2023, opgenomen op pagina 260 e.v.

3 Deze opgave luidt als volgt: 1. de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 september 2026; 2.

een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 16 augustus 2023, opgenomen op pagina 117 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2023048929 (onderzoeksnummer NN3R023015) d.d. 29 januari 2024.

4 Proces-verbaal van aangifte d.d. 16 augustus 2023, opgenomen op pagina 117 e.v.

5 Excel-bestand AAN-004.

6 Readers Guide, uitleg bij het Amazon Excel-bestand behorende bij de aangifte tegen [verdachte] .

7 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 oktober 2023, opgenomen op pagina 814 e.v.

8 Proces-verbaal verstrekking en bevindingen gevorderde gegevens d.d. 30 oktober 2023, opgenomen op

pagina 2330 e.v.

9 Proces-verbaal verstrekking en bevindingen gevorderde gegevens d.d. 24 oktober 2023, opgenomen op

pagina 2343 e.v.

10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 september 2023, opgenomen op pagina 1019 e.v.

11 Hoge Raad 28 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY8324.

12 Hoge Raad 15 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV2654.

[afbeelding niet beschikbaar]