Materieel strafrecht
Integrale vrijspraak voor zowel medeplegen als medeplichtigheid van poging tot doodslag en bedreiging, omdat…
Rechtbank Noord-Nederland, 3 november 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:4685 · Rechtbank Noord-Nederland · 3 november 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/materieel-strafrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2026-4685
Zaakgegevens
Op 3 november 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 3 november 2026
- Datum publicatie
- 3 november 2026
- Zaaknummer
- 18.185424.25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:4685
Samenvatting
Integrale vrijspraak voor zowel medeplegen als medeplichtigheid van poging tot doodslag en bedreiging, omdat het dubbele opzet niet kan worden bewezen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18.185424.25
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken van 3 november 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 7 oktober 2026 (inhoudelijke behandeling) en 20 oktober 2026 (sluiting onderzoek).
Op 7 oktober 2026 is verdachte verschenen, bijgestaan door mr. F.H. van der Pol, advocaat te Almere. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Hoekman.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 26 april 2025 te Delfzijl, gemeente Eemsdelta, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededader(s) voorgenomen misdrijf om de inzittenden van de Toyota Yaris voorzien van het kenteken [kenteken] en/of [slachtoffer] en/of andere aanwezige personen in de [adres 2] en/of aanwezige personen in omringende
woningen/panden opzettelijk van het leven te beroven, (vanuit een rijdende auto) één of meerdere malen, met een vuurwapen heeft geschoten in de richting van die voornoemde (rijdende) Toyota Yaris, terwijl er meerdere andere personen aanwezig waren in de nabije omgeving van verdachte en/of haar mededader(s), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] , althans een persoon, op of omstreeks 26 april 2025 te Delfzijl, gemeente Eemsdelta, ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] , althans die persoon, voorgenomen misdrijf om de inzittenden van de Toyota Yaris voorzien van het kenteken [kenteken] en/of [slachtoffer] en/of andere aanwezige personen in de [adres 2] en/of aanwezige personen in omringende woningen/panden opzettelijk van het leven te beroven (vanuit een rijdende auto) één of meerdere malen, met een vuurwapen heeft geschoten in de richting van die voornoemde (rijdende) Toyota Yaris, terwijl er meerdere andere personen aanwezig waren in de nabije omgeving van verdachte, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 26 april 2025 te Delfzijl, gemeente Eemsdelta opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door
-
die [medeverdachte 1] , althans een persoon, te vervoeren in haar auto
-
met haar auto achter de voornoemde Toyota Yaris aan is gereden, waardoor de mogelijkheid voor die [medeverdachte 1] , althans een persoon, ontstond om in de richting van die Toyota Yaris te schieten
-
de achtervolging van de Toyota Yaris niet te stoppen en/of een andere kant op te sturen toen die [medeverdachte 1] , althans een persoon, begon te schieten, waardoor die [medeverdachte 1] , althans een persoon, meerdere schoten heeft kunnen lossen in de richting van die Toyota Yaris;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
zij op of omstreeks 26 april 2025 te Delfzijl, gemeente Eemsdelta tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, de inzittenden van de Toyota Yaris voorzien van het kenteken [kenteken] en/of [slachtoffer] en/of andere aanwezige personen in de [adres 2] en/of aanwezige personen in omringende woningen/panden heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door (vanuit een rijdende auto) één of meerdere malen, met een vuurwapen heeft geschoten in de richting van die voornoemde (rijdende) Toyota Yaris, terwijl er meerdere andere personen aanwezig waren in de nabije omgeving van verdachte;
meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] , althans een persoon, op of omstreeks 26 april 2025 te Delfzijl, gemeente Eemsdelta de inzittenden van de Toyota Yaris voorzien van het kenteken [kenteken] en/of [slachtoffer] en/of andere aanwezige personen in de [adres 2] en/of aanwezige personen in omringende woningen/panden heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door (vanuit een rijdende auto) één of meerdere malen, met een vuurwapen heeft geschoten in de richting van die voornoemde (rijdende) Toyota Yaris, terwijl er meerdere andere personen aanwezig waren in de nabije omgeving van verdachte tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 26 april 2025 te Delfzijl, gemeente Eemsdelta opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door
- die [medeverdachte 1] , althans een persoon, te vervoeren in haar auto
-
met haar auto achter de voornoemde Toyota Yaris aan is gereden, waardoor de mogelijkheid voor die [medeverdachte 1] , althans een persoon, ontstond om in de richting van die Toyota Yaris te schieten
-
de achtervolging van de Toyota Yaris niet te stoppen en/of een andere kant op te sturen toen die [medeverdachte 1] , althans een persoon, begon te schieten, waardoor die [medeverdachte 1] , althans een persoon, meerdere schoten heeft kunnen lossen in de richting van die Toyota Yaris.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het primair ten laste gelegde tot een gevangenisstraf van 4 jaar met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie heeft gesteld dat het meest aannemelijke scenario dat uit het dossier kan worden afgeleid is dat de medeverdachte bij de stoplichten bij de [adres 3] uit de auto is gestapt en een wapen heeft getoond aan de inzittenden van de Toyota die voor de auto van verdachte stond. Vervolgens was sprake van een achtervolging waarbij verdachte de auto bestuurde waaruit de medeverdachte tenminste zeventien keer heeft geschoten op de Toyota die voor hen reed. Volgens de officier van justitie heeft verdachte daarmee een dusdanig significante bijdrage geleverd aan de schietpartij dat het medeplegen van de poging tot doodslag bewezen kan worden.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit, omdat het voor medeplegen en medeplichtigheid vereiste dubbele opzet niet kan worden bewezen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte als medepleger of medeplichtige bij het schietincident betrokken is geweest, zodat verdachte integraal zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
Op basis van het dossier kan het volgende worden vastgesteld over het schietincident.
Kort voor het schietincident was er onenigheid op de markt. Daarbij waren in ieder geval medeverdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] betrokken. [medeverdachte 1] is op enig moment met verdachte weggegaan van de markt en [medeverdachte 2] is ook vertrokken. Zij troffen elkaar korte tijd later op de [adres 3] . Verdachte bestuurde op dat moment een Kia waarin [medeverdachte 1] als bijrijder zat. Verder zat de zoon van verdachte bij haar in de auto. [medeverdachte 2] zat op dat moment als bijrijder in een Toyota samen met [naam 1] en haar zoon [naam 2] . Bij de verkeerslichten op de [adres 3] is de Toyota door rood gereden en verdachte is daar in haar auto achteraan gereden. De autos zijn vervolgens op hoge snelheid in de richting van [adres 4] , [adres 5] en de [adres 2] gereden. Tussen de verkeerslichten op de [adres 3] en [adres 6] , bij de kruising van [adres 5] en de [adres 2] , is meermalen geschoten. Op camerabeelden is te horen dat die schoten in een tijdsbestek van zeven seconden zijn gelost. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij meermalen in de richting van de Toyota heeft geschoten. Dat [medeverdachte 2] vanuit de Toyota ook op de Kia heeft geschoten blijkt uit het letsel bij [medeverdachte 1] , de schade aan de Kia, de aangetroffen huls in de Toyota, de schotresten in de Toyota en op de handen van de inzittenden en de camerabeelden. Uit onderzoek naar hulzen en (delen van) kogels die zijn aangetroffen op straat en in de autos maakt de rechtbank op dat [medeverdachte 1] vanuit de Kia tenminste zeventien keer heeft geschoten en [medeverdachte 2] vanuit de Toyota tenminste één keer.
De lezingen over wat er precies is gebeurd tussen het verkeerslicht op de [adres 3] en [adres 6] lopen
uiteen. [naam 1] en [naam 2] , de inzittenden van de Toyota, hebben verklaard dat [medeverdachte 1] bij de verkeerslichten is uitgestapt en een wapen heeft getoond, waarop [naam 1] is gevlucht. [medeverdachte 2] heeft niet verklaard dat [medeverdachte 1] op dat moment is uitgestapt. In de lezing van alle inzittende van de Toyota zou verdachte vervolgens de achtervolging hebben ingezet waarop [medeverdachte 1] tenminste zeventien keer op de Toyota heeft geschoten. Dit is het scenario dat door de officier van justitie het meest aannemelijk wordt geacht.
Daartegenover staan de verklaringen van verdachte en de overige inzittenden van de Kia. Verdachte heeft verklaard dat [medeverdachte 1] niet is uitgestapt bij de verkeerslichten en dat zij geen wapen bij hem heeft gezien. Verder heeft zij verklaard dat [medeverdachte 2] is begonnen met schieten. Haar verklaring wordt bevestigd door [medeverdachte 1] . Hij heeft ook verklaard dat hij niet uit de auto is geweest bij het verkeerslicht en dat hij pas, nadat hij werd beschoten door [medeverdachte 2] , een wapen heeft gepakt en terugschoot.
De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld welke van deze twee lezingen de juiste is. Het dossier bevat anders dan genoemde verklaringen namelijk geen enkel objectief bewijs dat [medeverdachte 1] bij het verkeerslicht op de [adres 3] al dan niet uit de auto is gestapt en een wapen heeft getoond. Het voorgaande brengt met zich mee dat de rechtbank niet kan vaststellen dat verdachte wist dat [medeverdachte 1] een wapen bij zich had en zou gaan gebruiken, tot het moment dat hij daadwerkelijk is gaan schieten. Uit het enkele feit dat verdachte vanaf het verkeerslicht achter de Toyota aanreed, en in die zin de achtervolging inzette, kan naar het oordeel van de rechtbank haar wetenschap over het wapen niet worden afgeleid.
Over het handelen van verdachte kan de rechtbank slechts vaststellen dat zij tijdens de schietpartij als bestuurder van de Kia waaruit [medeverdachte 1] heeft geschoten achter de Toyota heeft gereden. De rechtbank vindt de verklaring van verdachte dat zij niets heeft meegekregen van het feit dat [medeverdachte 1] uit het raam hing en zeventien keer heeft geschoten ongeloofwaardig. Zij gaat er dan ook vanuit dat verdachte, op het moment van het schieten. wist dat [medeverdachte 1] een wapen had. De rechtbank is echter van oordeel dat deze wetenschap bij verdachte in de gegeven omstandigheden onvoldoende is om daaruit haar opzet op samenwerking met [medeverdachte 1] of behulpzaamheid aan hem af te leiden. Daartoe acht de rechtbank redengevend dat het schieten van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in totaal slechts zeven seconden heeft geduurd. Op de beelden is te zien dat verdachte aan het einde van die zeven seconden, terwijl [medeverdachte 1] nog schietend uit het raam hing, al vaart minderde en tot stilstand kwam bij [adres 6] . De autos reden tijdens de schietpartij bovendien in een smalle straat, waar van een eerdere reële uitwijkmogelijkheid geen sprake was. Uit het handelen van verdachte in dat korte tijdsbestek kan de rechtbank dan ook niet afleiden dat verdachte willens en wetens is blijven doorrijden achter de Toyota aan om samen te werken met [medeverdachte 1] of hem behulpzaam te zijn bij de ten laste gelegde feiten.
De rechtbank concludeert dat het voor medeplegen en medeplichtigheid vereiste dubbele opzet niet kan worden bewezen. Verdachte zal daarom integraal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Benadeelde partijen
De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
-
[slachtoffer] , tot een bedrag van 2.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
-
[naam 1] , tot een bedrag van 25.150,00 ter vergoeding van materiële schade en
37.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
3. [ [naam 2] , tot een bedrag van 37.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
De rechtbank acht het feit niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partijen worden daarom niet ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Verklaart de vordering van [slachtoffer] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Bepaalt dat [slachtoffer] haar eigen proceskosten draagt.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam 1]
Verklaart de vordering van [naam 1] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Bepaalt dat [naam 1] haar eigen proceskosten draagt.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam 2]
Verklaart de vordering van [naam 2] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Bepaalt dat [naam 2] zijn eigen proceskosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Zwarts, voorzitter, mr. H.H. Kielman en mr. L.W. Janssen, rechters, bijgestaan door mr. T.M. Doorn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 november 2026.
Mr. T.M. Doorn is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.