Materieel strafrecht
Verlenging van de maatregel van de terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaren en een wijziging in…
Rechtbank Noord-Nederland, 3 november 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:4668 · Rechtbank Noord-Nederland · 3 november 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/materieel-strafrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2026-4668
Zaakgegevens
Op 3 november 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Assen
- Datum uitspraak
- 3 november 2026
- Datum publicatie
- 3 november 2026
- Zaaknummer
- 18-304349-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:4668
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verlenging van de maatregel van de terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaren en een wijziging in de voorwaarden.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18-304349-22
beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 3 november 2026 in de rechtbank Noord-
Nederland
in de zaak tegen
[veroordeelde]
geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,
onder verantwoordelijkheid van [instelling 1] , hierna: veroordeelde.
Procesverloop
De officier van justitie heeft op 9 september 2026 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling met voorwaarden van veroordeelde zal verlengen met twee jaren.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 20 oktober 2026, waarbij aanwezig waren de raadsvrouw van veroordeelde mr. J.B. Pieters, de officier van justitie mr. S. Zoer en als deskundige mw.
[reclasseringsmedewerker] , reclasseringswerker. Veroordeelde heeft afstand gedaan van zijn aanwezigheidsrecht en zijn raadsvrouw gemachtigd namens hem het woord te voeren. Veroordeelde heeft dit tijdens de zitting telefonisch aan de rechtbank bevestigd en daarbij aangegeven zich te kunnen vinden in het verlengingsadvies van de reclassering.
De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder het door unitmanager [naam 1] en reclasseringswerker [reclasseringsmedewerker] ondertekende verlengingsadvies d.d. 13 augustus 2026 van Reclassering Nederland en de Pro Justitia-rapportage van psychiater [naam 2] d.d. 30 juni 2026.
Motivering
De opgelegde terbeschikkingstelling
Bij vonnis van 8 oktober 2024 heeft de rechtbank veroordeelde ter beschikking gesteld onder voorwaarden wegens vier bedreigingen en twee brandstichtingen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was. De terbeschikkingstelling is aangevangen op 23 oktober 2024.
Het advies van Reclassering Nederland
De reclassering heeft in haar verlengingsadvies van 13 augustus 2026 geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen met twee jaren. In het advies is onder meer zakelijk weergegeven het volgende opgenomen:
Veroordeelde is een 31-jarige man die kampt met ernstige en complexe psychopathologie die zijn dagelijks functioneren ingrijpend beïnvloedt. De problematiek wordt primair veroorzaakt door een verstandelijke ontwikkelingsstoornis en schizofrenie. De schizofrenie uit zich in bizarre wanen, akoestische en visuele hallucinaties, sociaal terugtrekgedrag en gedesorganiseerd, chaotisch gedrag. Daarnaast is er sprake van een posttraumatische stressstoornis, hechtingsproblematiek en een in remissie zijnde stoornis in het gebruik van alcohol.
Op 25 februari 2026 rondde veroordeelde het klinische traject bij [instelling 2] af en stroomde hij uit naar [instelling 1] . Sindsdien ontvangt betrokkene zijn medicatie via een depot. Tot op heden blijft hij abstinent van alcohol en drugs en weet hij verleidingen hiervan tijdens zijn verloven succesvol te weerstaan. Voor de toekomst vormen overvraging, impulsief handelen, zelfoverschatting en moeite met het afgrenzen van sociale contacten mogelijke risicofactoren. Dit tezamen met de problemen die voortvloeien uit de belaste voorgeschiedenis, middelenproblematiek en het vastgestelde ziektebeeld. Positieve factoren zijn de meewerkende houding van veroordeelde, zijn ziekte-inzicht wat betreft het medicatiegebruik, en zijn bereidheid om op de lange termijn ambulante begeleiding te accepteren. Veroordeelde functioneert goed in een gestructureerde omgeving en de komende periode zal moeten blijken hoe hij omgaat met meer vrijheden, verantwoordelijkheden en mogelijke tegenslagen van buiten de klinische setting. Omdat veroordeelde nog aan het begin van zijn tbs-maatregel staat en er nog veel stappen moeten worden gezet voor een delictvrije toekomst en een passende plek binnen de maatschappij, adviseren wij de maatregel met twee jaren te verlengen. Deze termijn is noodzakelijk om de behandeling zorgvuldig af te ronden, het resocialisatietraject vorm te geven en te beoordelen of veroordeelde de ingezette positieve ontwikkeling ook buiten een sterk gestructureerde behandelomgeving duurzaam weet vast te houden.
Daarnaast verzoekt de reclassering een voorwaarde toe te voegen gericht op dagbesteding, omdat de inschatting is dat het ontbreken van structuur en een nuttige daginvulling bijdraagt aan een verhoging van het risico op recidive. De reclassering heeft deze voorwaarde als volgt geformuleerd: “Betrokkene spant zich in voor het vinden en behouden van (on)betaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.”
De deskundige [reclasseringsmedewerker] heeft ter zitting van 20 oktober 2026 het advies bevestigd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt - zakelijk weergegeven - in:
De dagbesteding die de reclassering voor ogen heeft, moet zich voornamelijk richten op het aanbrengen van structuur. Veroordeelde hangt op dit moment veelal rond in de stad. Het klopt dat onder de huidige voorwaarden is opgenomen dat veroordeelde zich moet houden aan de aanwijzingen van de reclassering. De reden om het als aparte voorwaarde te verzoeken, is de duidelijkheid die het veroordeelde geeft.
Er zijn nog geen stappen gezet voor een begeleid wonen-vorm. Daarvoor is het nog te vroeg. Het is van belang dat veroordeelde nu langere tijd oefent in de huidige setting en daarmee stabiliteit opbouwt. Tot op heden doet veroordeelde het hartstikke goed.
Het klopt dat de relatie van veroordeelde recent is geëindigd. Dat besluit is in goed overleg met zijn ex-vriendin gegaan. De komende tijd zal blijken hoe veroordeelde hiermee omgaat.
Het advies van de psychiater
In het door de deskundige [naam 2] op 30 juni 2026 opgemaakte Pro Justitia-rapport wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling onder voorwaarden met twee jaren te verlengen. Het advies houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:
Veroordeelde is lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, in diagnostische zin te omschrijven als een lichte verstandelijke beperking en een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de zin van schizofrenie, een andere gespecificeerde trauma- of stressgerelateerde stoornis en een stoornis in gebruik van alcohol, welke laatste in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving verkeert. Er zijn maximaal historische risicofactoren aanwezig, maar de te behandelen risicofactoren zijn aanzienlijk verbeterd. Veroordeelde heeft, in tegenstelling tot bij de aanvang van de behandeling, nu wel ziektebesef en -inzicht. Daarnaast zijn de psychotische symptomen als opdrachtgevende stemmen en verwardheid in denken en gedrag thans afwezig en komen deze alleen bij toename stress kortdurend naar de oppervlakte. Veroordeelde laat zich behandelen en begeleiden. Ook is er geen sprake meer van alcohol- en drugsgebruik. De inschatting is daarmee dat het huidige risico op gewelddadig gedrag in zorg laag is, maar uit zorg en dus ook zonder ondersteuning is het risico op gewelddadig gedrag hoog. Het plan binnen de afdeling is om toe te werken naar een volgende stap in de resocialisatie met wonen aan de rand van het ggz-terrein. Veroordeelde is nu met de eerste twee jaar van zijn behandeling in het kader van de terbeschikkingstelling bezig. Het is niet aannemelijk dat er binnen een jaar zodanige verdere stappen in de resocialisatie zijn afgerond dat er aan voorwaardelijke beëindiging gedacht kan worden. De deskundige adviseert dan ook de maatregel met twee jaren te verlengen.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaren. Daarnaast vordert de officier van justitie dat de voorwaarde met betrekking tot dagbesteding, zoals geformuleerd door de reclassering, wordt toegevoegd.
Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsvrouw
De veroordeelde en zijn raadsvrouw hebben zich niet verzet tegen een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren en evenmin tegen het toevoegen van de verzochte voorwaarde.
Het oordeel van de rechtbank
Op grond van de inhoud van voormelde adviezen, de door de deskundige ter terechtzitting gegeven toelichting en hetgeen uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen vereist
dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd. De bij veroordeelde geconstateerde stoornissen veroorzaken zonder de juiste behandeling, begeleiding, structuur en controle immers groot gevaar voor recidive.
De rechtbank zal de termijn van de terbeschikkingstelling, overeenkomstig de vordering en het verlengingsadvies, met twee jaren verlengen. De rechtbank zal daarnaast de voorwaarde met betrekking tot dagbesteding toevoegen conform het verzoek van de reclassering.
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing
De rechtbank
-
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van de veroordeelde met twee jaren;
-
wijzigt de voorwaarden, in die zin dat onderstaande voorwaarde wordt toegevoegd:
10. Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van (on)betaald werk en/of
vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
Deze beslissing is gegeven door mr. L.E. Ettema, voorzitter, mr. H.R. Eising en mr. J. Faber, rechters, bijgestaan door mr. N.J. Aarts, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 3 november 2026.
Mr. J. Faber is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.