Strafrecht overig

Drie andere mannen zijn van betrokkenheid bij de inbraak vrijgesproken, omdat de rechtbank niet met zekerheid…

Rechtbank Noord-Nederland, 17 april 2015

Zaakgegevens

Op 17 april 2015 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
17 april 2015
Datum publicatie
16 april 2015
Zaaknummer
19.810468-12
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2015:1842
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Drie andere mannen zijn van betrokkenheid bij de inbraak vrijgesproken, omdat de rechtbank niet met zekerheid kan vaststellen of zij van te voren op de hoogte waren van het plan om in de woning in te breken en ook niet of één van hen, en zo ja wie, in deze woning is binnengedrongen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

Parketnummer: 19/810468-12

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.

17 april 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

26 en 27 maart 2015.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. I.M. Weijers, advocaat te Emmen.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. N. Tromp en

mr. H.J. Mous.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 9 augustus 2012 tot en met 10 augustus 2012

te [pleegplaats], gemeente Emmen,

in een woning aan de [straat]

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een koffer (met

geld) en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

en welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s) in die woning

die [slachtoffer] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond en

voornoemd voorwerp heeft/hebben gericht en gericht heeft/hebben gehouden op

die [slachtoffer] en/of met dat vuurwapen heeft/hebben geschoten,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer] door een kogel in het hoofd is getroffen,

terwijl voornoemd feit de dood van [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 9 augustus 2012 tot en met 10 augustus 2012

te [pleegplaats], gemeente Emmen,

in een woning aan [straat]

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld,

[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een koffer (met geld) en/of

geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

voornoemde [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte en/of zijn mededader(s) in die woning die [slachtoffer] een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond en voornoemd voorwerp

heeft/hebben gericht en gericht heeft/hebben gehouden op die [slachtoffer] en/of met

dat vuurwapen heeft/hebben geschoten,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer] door een kogel in het hoofd is getroffen,

terwijl voornoemd feit de dood van [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht

volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 9 augustus 2012 tot en met 10 augustus 2012

te [pleegplaats], gemeente Emmen,

in een woning aan de [straat]

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

voornoemde [slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden

en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf

en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren,

waarbij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s)

in die woning die [slachtoffer] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben

getoond en voornoemd voorwerp heeft/hebben gericht en gericht heeft/hebben

gehouden op die [slachtoffer] en/of met dat vuurwapen heeft/hebben geschoten,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer] door een kogel in het hoofd is getroffen,

terwijl de uitvoering van de voorgenomen diefstal niet is voltooid en

terwijl voornoemd feit de dood van [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht

volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 9 augustus 2012 tot en met 10 augustus 2012

te [pleegplaats], gemeente Emmen,

in een woning aan de [straat]

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de

afgifte van goederen en/of geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s)

in die woning die [slachtoffer] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

heeft/hebben getoond en voornoemd voorwerp heeft/hebben gericht en gericht

heeft/hebben gehouden op die [slachtoffer] en/of en/of met dat vuurwapen

heeft/hebben geschoten,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer] door een kogel in het hoofd is getroffen,

terwijl de uitvoering van de voorgenomen afpersing niet is voltooid en

terwijl voornoemd feit de dood van [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of diens mededader(s)

in of omstreeks de periode van 9 augustus 2012 tot en met 10 augustus 2012 te

in een woning aan de [straat]

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een koffer (met

geld) en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of diens mededader(s)

en/of verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad voor die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of

[medeverdachte 3] en/of diens mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte 1]

en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of diens mededader(s)

in die woning die [slachtoffer] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben

getoond en voornoemd voorwerp heeft/hebben gericht en gericht heeft/hebben

gehouden op die [slachtoffer] en/of met dat vuurwapen heeft/hebben geschoten,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer] door een kogel in het hoofd is getroffen,

terwijl voornoemd feit de dood van [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad,

bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte toen daar opzettelijk

behulpzaam is geweest door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] te

vervoeren naar en/of van de woning van die [slachtoffer] en/of aldaar op de uitkijk

te staan teneinde die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] te waarschuwen bij

naderend onheil;

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of diens mededader(s)

in of omstreeks de periode van 9 augustus 2012 tot en met 10 augustus 2012

te [pleegplaats], gemeente Emmen,

in een woning aan de [straat]

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld,

[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een koffer (met geld) en/of

geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

voornoemde [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of diens mededader(s) en/of

verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte 1]

en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of diens mededader(s)

in de woning die [slachtoffer] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben

getoond en voornoemd voorwerp heeft/hebben gericht en gericht heeft/hebben

gehouden op die [slachtoffer] en/of met dat vuurwapen heeft/hebben geschoten,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer] door een kogel in het hoofd is getroffen,

terwijl voornoemd feit de dood van [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad,

bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte toen daar opzettelijk

behulpzaam is geweest door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] te

vervoeren naar en/of van de woning van die [slachtoffer] en/of aldaar op de uitkijk

te staan teneinde die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] te waarschuwen bij

naderend onheil;

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of diens mededader(s)

in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 10 augustus 2012 te

[pleegplaats], gemeente Emmen,

in een woning aan de [straat]

ter uitvoering van het door [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]

en/of diens mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of

geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of

diens mededader(s) en/of verdachte,

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

voornoemde [slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden

en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf

en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte 1]

en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of diens mededader(s)

in de woning die [slachtoffer] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben

getoond en voornoemd voorwerp heeft/hebben gericht en gericht heeft/hebben

gehouden op die [slachtoffer] en/of met dat vuurwapen heeft/hebben geschoten,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer] door een kogel in het hoofd is getroffen,

terwijl de uitvoering van de voorgenomen diefstal niet is voltooid en

terwijl voornoemd feit de dood van [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad,

bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte toen daar opzettelijk

behulpzaam is geweest door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] te

vervoeren naar en/of van de woning van die [slachtoffer] en/of aldaar op de uitkijk

te staan teneinde die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] te waarschuwen bij

naderend onheil;

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/en/of diens mededader(s)

in of omstreeks de periode van 9 augustus 2012 tot en met 10 augustus 2012

te [pleegplaats], gemeente Emmen,

in een woning aan de [straat]

ter uitvoering van het door [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]

en/of diens mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van goederen en/of geld, in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of

[medeverdachte 3] en/of diens mededader(s) en/of verdachte

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte 1]

en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of diens mededader(s)

in die woning die [slachtoffer] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben

getoond en voornoemd voorwerp heeft/hebben gericht en gericht heeft/hebben

gehouden op die [slachtoffer] en/of met dat vuurwapen heeft/hebben geschoten,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer] door een kogel in het hoofd is getroffen,

terwijl de uitvoering van de voorgenomen diefstal niet is voltooid en

terwijl voornoemd feit de dood van [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad,

bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte toen daar opzettelijk

behulpzaam is geweest door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] te

vervoeren naar en/of van de woning van die [slachtoffer] en/of aldaar op de uitkijk

te staan teneinde die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] te waarschuwen bij

naderend onheil.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het meer subsidiair ten laste gelegde, het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld, de dood tot gevolg hebbende, kan worden bewezen. Van het primair en subsidiair ten laste gelegde moet verdachte worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe onder meer aangevoerd dat voor wat betreft de feitelijke gang van zaken moet worden uitgegaan van de verklaring van [getuige]. Daaruit blijkt dat de verdachten gezamenlijk te werk zijn gegaan en dat zij een en ander hebben gepland, hetgeen wordt bevestigd door de telefoongegevens. Niet kan worden vastgesteld dat er goederen of geld zijn weggenomen, zodat een voltooide diefstal of afpersing niet, maar een poging daartoe wel bewezen kan worden. Er bestaat causaal verband tussen de dood van [slachtoffer] en de poging tot diefstal met geweld, zodat de dood van [slachtoffer] aan verdachte kan worden toegerekend. Er is sprake van medeplegen nu uit de bewijsmiddelen blijkt van een gezamenlijk plan en een gezamenlijke uitvoering. Alle verdachten hebben een actieve bijdrage geleverd en onder de omstandigheden zoals genoemd hebben zij zich blootgesteld aan de niet ondenkbare kans dat er door één van hen geweld zou worden gebruikt.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van al het ten laste gelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de verklaring van [getuige] niet als bewijsmiddel kan worden gebruikt, in ieder geval niet voor zover deze afwijkt van hetgeen verdachte heeft verklaard. Haar verklaring berust niet op haar eigen waarneming, maar op hetgeen zij zegt van verdachte te hebben gehoord, en meerdere punten daarin genoemd zijn aantoonbaar onjuist, zowel op basis van objectieve gegevens als op basis van getuigenverklaringen. Bovendien had zij een motief om te verklaren als zij deed, namelijk uit rancune vanwege de kort daarvoor verbroken relatie met verdachte. Op grond van de verklaring van verdachte, die wordt ondersteund door objectief verifieerbare gegevens, kan enkel worden vastgesteld dat hij samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op aanwijzing van [medeverdachte 3] naar [pleegplaats] is gereden. [medeverdachte 3] ging geld ophalen, maar uit niets blijkt dat er verder is gesproken over wat dat precies inhield of dat daar afspraken over zouden zijn gemaakt. Ook van enige vorm van medeplichtigheid kan niet blijken. Pas tijdens de weg terug is het verdachte duidelijk geworden dat er kennelijk iets ergs was gebeurd, waarbij een wapen was gebruikt. Er zijn geen aanwijzingen in het dossier dat hij al eerder op de hoogte was van de aanwezigheid van een vuurwapen.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank overweegt dat zij op grond van de inhoud van het dossier niet kan vaststellen of verdachte een strafbare rol heeft gehad bij de gebeurtenissen die hebben geleid tot de dood van [slachtoffer]. Vast staat weliswaar dat verdachte in de nacht van 9 op 10 augustus 2012 rond het vermoedelijke tijdstip van overlijden van [slachtoffer] in [pleegplaats] is geweest, in de nabijheid van de woning van het slachtoffer, maar er is geen enkele aanwijzing dat hij zelf in die woning is geweest. Afgezien van de verklaring van [getuige] bevat het dossier bovendien geen overtuigend bewijs voor de veronderstelling dat verdachte vooraf op de hoogte was van het plan om in de woning van [slachtoffer] in te breken, dat daarbij een vuurwapen of ander geweld zou worden gebruikt, of dat hij daaraan enige bijdrage heeft geleverd. Hoewel de verklaring van [getuige] belastend is voor verdachte, kan naar het oordeel van de rechtbank daaraan geen doorslaggevende betekenis worden toegekend, nu zij voor wat betreft de gebeurtenissen die nacht in [pleegplaats] enkel uit de tweede hand heeft verklaard, en enkele belastende onderdelen in haar verhaal – zoals het feit dat de woning van het slachtoffer in de week voorafgaand aan diens dood door de verdachten zou zijn geobserveerd – bovendien niet door het onderzoek van de politie worden bevestigd.

Medeplegen of medeplichtigheid aan het ten laste gelegde, in welke vorm dan ook, kan daarom niet worden bewezen. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van al het aan hem ten laste gelegde.

Vordering van de benadeelde partij

[benadeelde partij] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust. De vordering bestaat uit € 2.249,75 aan materiële schade.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering zal worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair, nu zij voor vrijspraak heeft gepleit, betoogd dat de vordering van de benadeelde partij moet worden afgewezen.

Beoordeling

De rechtbank acht het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de vordering van de [benadeelde partij] niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. O.J. Bosker en

mr. P.H.M. Tapper-Wessels, rechters, bijgestaan door mr. A.J. van Baren, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 april 2015.