Strafrecht overig

De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft op 23 februari 2015 een verdachte vrijgesproken. Aan…

Rechtbank Noord-Nederland, 23 februari 2015

Zaakgegevens

Op 23 februari 2015 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
23 februari 2015
Datum publicatie
4 maart 2015
Zaaknummer
18.730198-14
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2015:941
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft op 23 februari 2015 een verdachte vrijgesproken. Aan de man was aanranding ten laste gelegd. De rechtbank had echter op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting niet de overtuiging gekregen dat verdachte het ten laste gelegde feit had begaan.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730198-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 23 februari 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 februari 2015.

De verdachte is verschenen.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 januari 2014 te [pleegplaats], in ieder geval in de gemeente Dantumadiel, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] (in haar woning) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het betasten/aanraken van de/een (door kleding bedekte) (linker)borst van die [slachtoffer] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) hieruit dat verdachte toen aldaar (zulks terwijl die [slachtoffer] op een stoel aan een tafel bij een muur was gezeten)

- ( dicht) naast die [slachtoffer] op een kruk heeft plaatsgenomen en/of (vervolgens)

- zijn, verdachtes, (linker) arm om/op de schouder van die [slachtoffer] heeft gelegd en/of gehouden en/of (vervolgens)

- zijn, verdachtes, (rechter/andere) arm om het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gehouden

en vervolgens daarbij/daarna (onverhoeds) de/een (door kleding bedekte) (linker)borst van die [slachtoffer] heeft betast/aangeraak.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting vrijspraak van het ten laste gelegde gevorderd.

Beoordeling van het bewijs

Uit de stukken en het onderzoek ter terechtzitting heeft de rechtbank niet de overtuiging bekomen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Verdachte wordt derhalve vrijgesproken.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. M. Jansen en mr. J.N.M. Blom, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 februari 2015.

Mr. Blom is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

w.g.

Brinksma

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Jansen

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

Postma-Westerhof

locatie Leeuwarden,

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730198-14

proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 9 februari 2015

Tegenwoordig:

mr. M. Brinksma, voorzitter,

mr. M. Jansen en mr. zJ.N.M. Blom, rechters, en

D.P. Postma-Westerhof, griffier.

Als officier van justitie is ter terechtzitting aanwezig mr. R.G. de Graaf.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De voorzitter belast de oudste rechter met de leiding van het onderzoek.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de oudste rechter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

…………

De oudste rechter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 23 februari 2015 te 13:00 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.