Strafrecht overig
De rechtbank Noord Nederland, locatie Leeuwarden heeft op 3 juni 2016 een verdachte veroordeeld. Verdachte…
Rechtbank Noord-Nederland, 3 juni 2016
ECLI:NL:RBNNE:2016:3735 · Rechtbank Noord-Nederland · 3 juni 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2016-3735
Zaakgegevens
Op 3 juni 2016 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 3 juni 2016
- Datum publicatie
- 11 augustus 2016
- Zaaknummer
- 18.730133-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2016:3735
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank Noord Nederland, locatie Leeuwarden heeft op 3 juni 2016 een verdachte veroordeeld. Verdachte heeft zich tweemaal schuldig gemaakt aan oplichting en twee pogingen daartoe. In een betrekkelijk kort tijdsbestek heeft verdachte viermaal een onterechte aanvraag ingediend voor een landelijke subsidieregeling. Verdachte wendde voor dat hij met zijn IT bedrijf toegang trachtte te verkrijgen tot buitenlandse markten met behulp van een ter plaatse gevestigde adviseur. Voor de advieskosten maakte verdachte aanspraak op een 50%-subsidieregeling bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De opgevoerde buitenlandse adviseur bestond echter niet; voor de gefingeerde contactgegevens kopieerde verdachte delen van bestaande websites van andere bedrijven en voerde hij vergaderlocaties van vastgoedverhuurders op. Aan verdachte is een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren opgelegd. Voorts dient verdachte aan de benadeelde partij RVO een bedrag van € 30.613,00 te betalen. Hem werd ook een ontnemingsmaatregel voor hetzelfde bedrag opgelegd.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/730133-15
vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 3 juni 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 mei 2016.
De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. G.R. Stoeten, advocaat te Joure. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr R. de Graaf.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
primair:
hij in of omstreeks de periode van 10 september 2012 tot en met 1 augustus 2013, te Sneek , althans in de gemeente Súdwest-Fryslân, en/of Zwolle en/of Den Haag , in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (een of meer medewerker(s) van) de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en/of het Agentschap NL en/of het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en/of het Ministerie van Buitenlandse Zaken, heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) 17.750
euro, althans van 15.975 euro en/of 1775 euro, in elk geval van (telkens) van een hoeveelheid geld of enig goed,
hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid,
en/of
-
zich gepresenteerd als serieus ondernemer en/of bestuurder van een bedrijf genaamd [bedrijfsnaam 1] , en/of
-
in september 2012 voor of namens verdachtes bedrijf [bedrijfsnaam 1] bij die Rijksdienst en/of dat Agentschap en/of dat/die Ministerie(s) een Aanvraag Subsidie, met betrekking tot kennisverwerving van opkomende markten, ingediend voor een bedrag van 17.750 euro, en/of
-
( daarbij) aangegeven dat die aanvraag betrekking had op een serieus project, genaamd [projectnaam] in China, van dat bedrijf, en/of
-
( tevens) een toelichting bij die aanvraag ingediend waaruit zou moeten blijken dat een zeker bedrijf [bedrijfsnaam 2] als externe lokale adviseur een (markt)onderzoek zou doen in China, voor een bedrag van 37.500 euro ten behoeve van [bedrijfsnaam 1] , en/of (daartoe) een geheel fictieve/valse offerte ingediend, en/of
-
( ook) gebruik gemaakt van een valse naam, althans een niet bestaande (externe) adviseur, te weten [persoon 1] , opgevoerd en/of genoemd, en/of een niet bestaand bedrijf, te weten [bedrijfsnaam 2] , en/of
-
een of meer schijnwebsites met betrekking tot [bedrijfsnaam 2] gemaakt, en/of
-
( meermalen) contact gehad met die Rijksdienst en/of dat Agentschap en/of Ministerie en/of ook, ten behoeve van een restbetaling, aangegeven dat de (deels) gesubsidieerde activiteiten zouden zijn verricht en/of dat het project zou zijn afgerond, en/of de indruk gewekt dat het ging om een bestaand bedrijf [bedrijfsnaam 2] , en/of
-
( aldus) (telkens) zich voorgedaan als bonafide subsidieaanvrager,
waardoor die (medewerker(s) van die) Rijksdienst en/of dat Agentschap en/of Ministerie(s) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);
subsidiair:
hij op of omstreeks 10 september 2012, althans in september 2012, te Sneek , gemeente Súdwest-Fryslân, en/of Zwolle en/of Den Haag en/of elders in Nederland, (een) formulier(en) Aanvraag Subsidie, gedateerd 10 september 2012, gericht aan het Agentschap NL te Den Haag , en/of een daarbij behorende Toelichting en/of offerte, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte
valselijk op dat/die formulier(en) vermeld dat verdachte en/of verdachtes bedrijf [bedrijfsnaam 1] een project in China zou willen uitvoeren en/of daarvoor gebruik zou willen maken van een externe lokale adviseur en/of dat de totale projectkosten 35.000 euro zou zijn, en/of dat een zeker bedrijf [bedrijfsnaam 2] te China als externe adviseur zou optreden, en/of
geheel fictief/valselijk een offerte heeft opgemaakt op naam van [bedrijfsnaam 2] ,
zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
2.
primair:
hij in of omstreeks de periode van 17 mei 2013 tot en met 1 februari 2014, te Sneek , althans in de gemeente Súdwest-Fryslân, en/of Zwolle en/of Den Haag , in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (een of meer medewerker(s) van) de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en/of het Agentschap NL en/of het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en/of het Ministerie van Buitenlandse Zaken, heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) 12.863
euro, althans van 11.576 euro en/of 1.287 euro, in elk geval van (telkens) van een hoeveelheid geld of enig goed,
hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid,
en/of
-
zich gepresenteerd als serieus ondernemer en/of bestuurder van een bedrijf genaamd [bedrijfsnaam 1] , en/of
-
in mei 2013 voor of namens verdachtes bedrijf [bedrijfsnaam 1] bij die Rijksdienst en/of dat Agentschap en/of dat/die Ministerie(s) een Aanvraag Subsidie, met betrekking tot Opkomende markten en Transitiefaciliteit, ingediend voor een (totaal) bedrag van 12.862 euro, en/of
-
( daarbij) aangegeven dat die aanvraag betrekking had op een serieus project, genaamd [projectnaam] in China, van dat bedrijf, en/of
-
( tevens) een bijlage bij die aanvraag ingediend waaruit zou moeten blijken dat een zeker bedrijf [bedrijfsnaam 2] als externe (lokale) adviseur een (markt)onderzoek zou doen in China en/of een strategisch marketingplan zou schrijven, voor een bedrag van 25.725 euro, ten behoeve van [bedrijfsnaam 1] , en/of (daartoe) een geheel fictieve/valse offerte ingediend, en/of
-
( daartoe) gebruik gemaakt van een valse naam, althans een niet bestaande (externe) adviseur, te weten [persoon 1] , opgevoerd en/of genoemd, en/of een niet bestaand bedrijf, te weten [bedrijfsnaam 2] , en/of
-
een of meer schijnwebsites met betrekking tot [bedrijfsnaam 2] gemaakt, en/of
-
( meermalen) contact gehad met die Rijksdienst en/of dat Agentschap en/of dat/die Ministerie(s) en/of ook, ten behoeve van een restbetaling, aangegeven dat de (deels) gesubsidieerde activiteiten zouden zijn verricht en/of dat het project zou zijn afgerond, en/of (aldus) de indruk gewekt dat het ging om een bestaand bedrijf [bedrijfsnaam 2] , en/of
-
( aldus) (telkens) zich voorgedaan als bonafide subsidieaanvrager,
waardoor die (medewerker(s) van die) Rijksdienst en/of dat Agentschap en/of dat/die Ministerie(s) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);
subsidiair:
hij op of omstreeks 17 mei 2013, althans in mei 2013, te Sneek , gemeente Súdwest-Fryslân, en/of Zwolle en/of Den Haag en/of elders in Nederland, (een) formulier(en) Aanvraag Subsidie, gedateerd 17 mei 2013, gericht aan het Agentschap NL te Den Haag , en/of een daarbij behorende Bijlage en/of offerte, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte
valselijk op dat/die formulier(en) vermeld dat verdachte en/of verdachtes bedrijf [bedrijfsnaam 1] in het kader van een project in China (lokale) kennis zou willen verwerven en/of daarvoor gebruik zou willen maken van een externe adviseur en/of dat de totale projectkosten 25.725 euro zou zijn, en/of dat een zeker bedrijf [bedrijfsnaam 2] te China als externe adviseur zou optreden, en/of
geheel fictief/valselijk een offerte heeft opgemaakt op naam van [bedrijfsnaam 2] ,
zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
3.
primair:
hij (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks 2 mei 2013 t/m 5 augustus 2014, althans in of omstreeks 2013 en/of 2014, te Sneek , gemeente Súdwest-Fryslân, en/of Zwolle en/of Den Haag , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels een of meer medewerker(s) van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en/of het Agentschap NL en/of het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw
en Innovatie en/of het Ministerie van Buitenlandse Zaken te bewegen tot de afgifte van een hoeveelheid subsidiegeld, in elk geval van enig goed, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid,
-
op of omstreeks 2 mei 2013 een Aanvraag Subsidie voor een bedrag van 12.862 euro opgemaakt en/of ingediend, en/of aangegeven dat verdachtes bedrijf [bedrijfsnaam 1] in het kader van kennisverwerving (in China) gebruik wenste te maken van een externe adviseur en/of die aanvraag voorzien van een geheel fictieve/valse offerte van die (zogenaamde) adviseur (documenten dossierbijlage B), en/of
-
op of omstreeks 5 augustus 2014 een Aanvraag Subsidie voor een bedrag van 19.375 euro opgemaakt en/of ingediend, en/of aangegeven dat verdachtes bedrijf [bedrijfsnaam 1] in het kader van kennisverwerving (in Zuid-Afrika) gebruik wenste te maken van een externe adviseur en/of die aanvraag voorzien van een geheel fictieve/valse offerte van die (zogenaamde) adviseur (documenten dossierbijlage E), en/of
-
zich daarbij (telkens) voorgedaan als bonafide aanvrager en/of ondernemer en/of bestuurder van verdachtes bedrijf [bedrijfsnaam 1] en/of als bonafide uitvoerder van een project waarbij kosten zouden worden gemaakt die voor subsidie in aanmerking zouden kunnen komen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;
subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 2 mei 2013 tot en met 5 augustus 2014, althans in of omstreeks 2013 en/of 2014, te Sneek , gemeente Súdwest-Fryslân, en/of Zwolle en/of Den Haag en/of elders in Nederland, een of meer formulier(en) subsidieaanvraag/aanvragen en/of een daarbij behorende Bijlage of Toelichting en/of offerte, althans formulier(en), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,
immers heeft verdachte valselijk
- op (een) formulier(en) Aanvraag Subsidie, gedateerd 2 mei 2013, gericht aan het Agentschap NL te Den Haag , en/of een daarbij behorende Bijlage en/of offerte, vermeld dat verdachte en/of verdachtes bedrijf [bedrijfsnaam 1] in het kader van een project in China (lokale) kennis zou willen verwerven en/of daarvoor gebruik zou willen maken van een externe adviseur en/of dat de totale projectkosten 25.725 euro zou zijn, en/of dat een zeker bedrijf [bedrijfsnaam 2] te China als externe adviseur zou optreden,
en/of
geheel fictief/valselijk een offerte heeft opgemaakt op naam van [bedrijfsnaam 2] , (documenten Bijlage B, dossierpagina's 148 t/m 156)
en/of
- op (een) formulier(en) Aanvraag Subsidie, gedateerd 5 augustus 2014, gericht aan het Agentschap NL te Den Haag , en/of een daarbij behorende Toelichting en/of offerte, vermeld dat verdachte en/of verdachtes bedrijf [bedrijfsnaam 1] in het kader van een project in Zuid-Afrika (lokale) kennis zou willen verwerven en/of daarvoor gebruik zou willen maken van een externe adviseur en/of dat de totale projectkosten 38.750 euro zou zijn, en/of dat een zeker bedrijf [bedrijfsnaam 3] te Zuid-Afrika als externe adviseur zou optreden,
en/of
geheel fictief/valselijk een offerte heeft opgemaakt op naam van [bedrijfsnaam 3] , (documenten Bijlage E, dossierpagina's 199 t/m 213)
zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.
Beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het onder 1. primair, 2. primair en 3. primair ten laste gelegde kan worden bewezen, zulks gelet op de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangegeven dat, nu verdachte de feiten heeft bekend, hij zich ten aanzien van de bewezenverklaring refereert aan het oordeel van de rechtbank. Het ad informandum gevoegde feit kan eveneens worden meegenomen.
Het oordeel van de rechtbank
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte, het onder 1. primair, 2. primair en 3. primair ten laste gelegde bewezen kan worden.
De rechtbank volstaat ten aanzien van het onder 1. primair, 2. primair en 3. primair bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en
ondubbelzinnig heeft bekend.
-
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 20 mei 2016;
-
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 5 maart 2015, opgenomen op pagina 51 van het dossier met nummer 2015061771 d.d. 30 april 2015, inhoudende de verklaring van [persoon 2] .
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het onder 1. primair, 2. primair en 3. primair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:
1. primair
hij in de periode van 10 september 2012 tot en met 1 augustus 2013, te Sneek , in de gemeente Súdwest-Fryslân, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, medewerkers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het Ministerie van Buitenlandse Zaken, heeft bewogen tot de afgifte van in totaal 17.750 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk en in strijd met de waarheid,
- in september 2012 namens verdachtes bedrijf [bedrijfsnaam 1] bij die Rijksdienst een Aanvraag
Subsidie, met betrekking tot kennisverwerving van opkomende markten, ingediend voor een bedrag van 17.750 euro, en
-
daarbij aangegeven dat die aanvraag betrekking had op een serieus project, genaamd [projectnaam] in China, van dat bedrijf, en
-
een toelichting bij die aanvraag ingediend waaruit zou moeten blijken dat een zeker bedrijf [bedrijfsnaam 2] als externe lokale adviseur een (markt)onderzoek zou doen in China, voor een bedrag van 37.500 euro ten behoeve van [bedrijfsnaam 1] , en daartoe een geheel fictieve/valse offerte ingediend, en
-
gebruik gemaakt van een niet bestaande externe adviseur, te weten [persoon 1] , en een niet bestaand bedrijf, te weten [bedrijfsnaam 2] , en
-
schijnwebsites met betrekking tot [bedrijfsnaam 2] gemaakt, en
-
contact gehad met die Rijksdienst en ten behoeve van een restbetaling, aangegeven dat de
(deels) gesubsidieerde activiteiten zouden zijn verricht en dat het project zou zijn afgerond, en de indruk gewekt dat het ging om een bestaand bedrijf [bedrijfsnaam 2] ,
waardoor die medewerkers van die Rijksdienst werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;
2. primair
hij in de periode van 17 mei 2013 tot en met 1 februari 2014, te Sneek , in de gemeente Súdwest-Fryslân, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, medewerkers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het Ministerie van Buitenlandse Zaken, heeft bewogen tot de afgifte van 12.863 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk en in strijd met de waarheid,
-
in mei 2013 namens verdachtes bedrijf [bedrijfsnaam 1] bij die een Aanvraag Subsidie, met betrekking tot Opkomende markten en Transitiefaciliteit, ingediend voor een bedrag van 12.862 euro, en
-
daarbij aangegeven dat die aanvraag betrekking had op een serieus project, genaamd [projectnaam] in China, van dat bedrijf, en
-
een bijlage bij die aanvraag ingediend waaruit zou moeten blijken dat een zeker bedrijf [bedrijfsnaam 2] als externe (lokale) adviseur een (markt)onderzoek zou doen in China en een strategisch marketingplan
zou schrijven, voor een bedrag van 25.725 euro, ten behoeve van [bedrijfsnaam 1] , en daartoe een geheel fictieve/valse offerte ingediend, en
-
gebruik gemaakt van een niet bestaande externe adviseur, te weten [persoon 1] , en een niet bestaand bedrijf, te weten [bedrijfsnaam 2] , en
-
schijnwebsites met betrekking tot [bedrijfsnaam 2] gemaakt, en
-
contact gehad met die Rijksdiensten ten behoeve van een restbetaling, aangegeven
dat de (deels) gesubsidieerde activiteiten zouden zijn verricht en dat het project zou zijn afgerond, en de indruk gewekt dat het ging om een bestaand bedrijf [bedrijfsnaam 2] , waardoor die medewerkers van die Rijksdienst werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;
3. primair
hij op verschillende tijdstippen in 2013 en 2014, te Sneek , gemeente Súdwest-Fryslân, meermalen, telkens ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met
het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels medewerkers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het Ministerie van Buitenlandse Zaken te bewegen tot de afgifte van een hoeveelheid subsidiegeld, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk en in strijd met de waarheid,
-
omstreeks 2 mei 2013 een Aanvraag Subsidie voor een bedrag van 12.862 euro opgemaakt en ingediend, en aangegeven dat verdachtes bedrijf [bedrijfsnaam 1] in het kader van kennisverwerving in China gebruik wenste te maken van een externe adviseur en die aanvraag voorzien van een geheel fictieve/valse offerte van die zogenaamde adviseur en
-
omstreeks 5 augustus 2014 een Aanvraag Subsidie voor een bedrag van 19.375 euro opgemaakt en ingediend, en aangegeven dat verdachtes bedrijf [bedrijfsnaam 1] in het kader van kennisverwerving in Zuid-Afrika gebruik wenste te maken van een externe adviseur en die aanvraag voorzien van een geheel fictieve/valse offerte van die zogenaamde adviseur,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid.
De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
-
primair Oplichting
-
primair Oplichting
-
primair Poging tot oplichting, meermalen gepleegd
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1. primair, 2. primair en 3. primair wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft gepleit om het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf te verkorten en het voorwaardelijke deel te vergroten.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.
Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het door verdachte erkende ad informandum gevoegde feit, zoals dit op de dagvaarding is vermeld en welk feit hiermee is afgedaan.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich tweemaal schuldig gemaakt aan oplichting en twee pogingen daartoe. In een betrekkelijk kort tijdsbestek heeft verdachte viermaal een onterechte aanvraag ingediend voor een landelijke subsidieregeling. Verdachte wendde voor dat hij met zijn IT bedrijf toegang trachtte te verkrijgen tot buitenlandse markten met behulp van een ter plaatse gevestigde adviseur. Voor de advieskosten maakte verdachte aanspraak op een 50%-subsidieregeling bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De opgevoerde buitenlandse adviseur bestond echter niet; voor de gefingeerde contactgegevens kopieerde verdachte delen van bestaande websites van andere bedrijven en voerde hij vergaderlocaties van vastgoedverhuurders op.
Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking een ad informandum gevoegd feit, te weten het vervalsen van bankafschriften.
Richting de Nederlandse overheid, in het bijzonder de RVO, heeft verdachte aldus subsidiefraude gepleegd. Hiermee was een bedrag van totaal ongeveer 30.000 euro gemoeid.
De feiten dateren uit een periode dat verdachte in een proeftijd liep. De proeftijd van twee jaar werd opgelegd bij vonnis van de politierechter van 2 november 2012 en deze was gekoppeld aan een (voorwaardelijke) gevangenisstraf van twee maanden. De tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijke straf is evenwel niet gevorderd. De rechtbank stelt vast dat de voorwaardelijke gevangenisstraf verdachte niet heeft kunnen afhouden van recidive. De oorzaak hiervan is gelegen in de karaktereigenschappen ofwel persoonlijkheid van verdachte. Het reclasseringsrapport noemt een innerlijke drang van verdachte naar hebzucht, competitie en geldingsdrang. Verdachte wist zichzelf geen halt toe te roepen, ook niet om adequate hulpverlening te zoeken. De enige externe drempel zou zijn dat zijn echtgenote hem dreigt te verlaten met medeneming van de twee dochters (een tweeling van jonge leeftijd). Ter zitting heeft verdachte aangegeven dat hij voor de nieuwe feiten niet anders dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf verwacht. Momenteel werkt verdachte als IT-er in loondienst, beschikt over een eigen woning en heeft voldoende spaargeld, waar weliswaar beslag op rust vanuit het openbaar ministerie; dit ondanks een recent faillissement. Daarnaast heeft verdachte nog steeds een eigen IT-bedrijf. Van problemen op de leefgebieden is niet gebleken. De nieuwe werkgever weet niet van de nieuwe strafzaak. In geval van ontslag denkt verdachte na detentie snel een andere baan te kunnen vinden.
De reclassering adviseert een onvoorwaardelijke gevangenisstraf met een voorwaardelijk deel en een forse proeftijd, alsmede een geldboete en een beroepsverbod om zich als zelfstandige te mogen vestigen.
Voor fraude met benadelingsbedragen tussen de 10.000 en 70.000 euro schrijven de landelijke oriëntatiepunten twee tot vijf maanden gevangenisstraf dan wel een dienovereenkomstige taakstraf voor.
Alles overziende, met name gelet op het feit dat verdachte na een recente veroordeling is doorgegaan met frauduleus handelen, zal de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur opleggen. De lengte van de proeftijd zal de rechtbank stellen op drie jaren. Voor een beroepsverbod (die overigens niet is gevorderd door de officier van justitie) ziet de rechtbank geen termen aanwezig.
Benadeelde partij
[benadeelde] heeft zich namens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1.primair, 2. primair en 3. primair ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten alsmede de gronden waarop deze berust.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij ad 30.613,00 toe te wijzen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen nu de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland op 22 september 2015 een onherroepelijk besluit tot terugvordering voor voornoemd bedrag heeft gegeven.
Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij zou inhouden dat verdachte het bedrag tweemaal zou moeten betalen.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.
De rechtbank overweegt hierbij het volgende. Het besluit van RVO tot terugbetaling van de ten onrechte uitgekeerde subsidies levert geen zelfstandige titel op. Bij non-betaling door verdachte kan alleen de civiele rechter een te executeren verplichting tot terugbetaling opleggen.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:
Verklaart het onder 1. primair, 2. primair en 3. primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
Een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden.
Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot vier maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Wijst de vordering van de benadeelde partij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van 30.613,00 (zegge: dertigduizend zeshonderddertien euro), vermeerderd met de wettelijke rente over respectievelijk 15.975,00 vanaf 5 oktober 2012, over 1.775,00 vanaf 26 juni 2013, over 11.576,00 vanaf 25 juli 2013 en over 1.287,00 vanaf 10 januari 2014 (zijnde de respectievelijke data van uitbetaling aan verdachte).
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.Y.B. Jansen, voorzitter, mr. F. Sieders en mr. E. Groenendaal, rechters, bijgestaan door D. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 juni 2016.
Mrs. Sieders en Groenendaal zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
|
w.g. |
Jansen |
VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT |
|
Postma-Westerhof |
de griffier van de rechtbank Noord-Nederland, |
|
|
locatie Leeuwarden, |
||