Strafrecht overig
Toewijzing vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijk opgelegde straf.
Rechtbank Noord-Nederland, 24 januari 2017
ECLI:NL:RBNNE:2017:389 · Rechtbank Noord-Nederland · 24 januari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2017-389
Zaakgegevens
Op 24 januari 2017 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 24 januari 2017
- Datum publicatie
- 9 februari 2017
- Zaaknummer
- 18/830076-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2017:389
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Toewijzing vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijk opgelegde straf.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/830076-15
beslissing van de meervoudige kamer d.d. 24 januari 2017 op een vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf
in de zaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
hierna: veroordeelde.
Procesverloop
De officier van justitie heeft d.d. 23 december 2016, op 28 december 2016 ter griffie van de rechtbank ontvangen, schriftelijk gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van 8 maanden gevangenisstraf waarvan -bij vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank op 1 maart 2016 gewezen tegen de veroordeelde- bevel was gegeven dat deze voorwaardelijk niet zou worden tenuitvoergelegd, onder de in dat vonnis vermelde bijzondere voorwaarden. De behandeling van de vordering heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 24 januari 2017. Veroordeelde is, hoewel op de juiste wijze opgeroepen, niet verschenen. De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij het gevorderde.
Motivering
Uit de stukken blijkt dat de bij voormeld vonnis vastgestelde proeftijd is aangevangen op
16 maart 2016.
De veroordeelde heeft, blijkens het rapport van het Leger de Heils Jeugdbescherming & Reclassering gedateerd 22 juli 2016, de bij voornoemd vonnis opgelegde bijzondere voorwaarden niet nageleefd. Tevens blijkt uit de stukken behorende bij de vordering dat veroordeelde contact met de reclassering heeft gezocht en heeft aangegeven dat hij in [buitenland] verblijft en dat hij niet van plan is terug te keren naar Nederland.
Gezien het vorenstaande zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie toewijzen.
De rechtbank heeft gelet op artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing
Gelast de tenuitvoerlegging van 8 maanden gevangenisstraf waarvan, bij vonnis van deze rechtbank d.d. 1 maart 2016 tegen de veroordeelde gewezen, bevel was gegeven dat deze voorwaardelijk niet zou worden ten uitvoer gelegd.
Deze beslissing is gegeven door mr. F.J. Agema, voorzitter, mr. F. de Jong en
mr. O.J. Bosker, rechters, bijgestaan door mr. E.A.B. de Jong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 januari 2017.
Mr. F. de Jong is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.