Strafrecht overig
Verdachte vrijgesproken van handel in en aanwezigheid van cocaïne. Bewijsminimum. Naast een belastende…
Rechtbank Noord-Nederland, 22 januari 2019
ECLI:NL:RBNNE:2019:195 · Rechtbank Noord-Nederland · 22 januari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2019-195
Zaakgegevens
Op 22 januari 2019 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Assen
- Datum uitspraak
- 22 januari 2019
- Datum publicatie
- 23 januari 2019
- Zaaknummer
- 18/930210-16
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2019:195
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte vrijgesproken van handel in en aanwezigheid van cocaïne. Bewijsminimum. Naast een belastende verklaring, onvoldoende steunbewijs in het dossier aanwezig.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18/930210-16 (feit 1 op de dagvaarding)
ter terechtzitting is het eerder ter berechting gevoegde parketnummer 18/920084-17 afgesplitst (feiten 2, 3, 4 en ad informandum gevoegd feit op de dagvaarding)
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 22 januari 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] ,
wonende [straatnaam] , [woonplaats] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 december 2018.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.T.H.M. Mühren, advocaat te Purmerend. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Mous.
Tenlastelegging
Aan verdachte is onder parketnummer 18/930210-16 ten laste gelegd dat:
1.
hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de
periode van 1 januari 2014 tot en met 18 september 2015, in de gemeente
Meppel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer
anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld, bereid,
bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd en/of
aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid cocaïne,
zijnde cocaïne (telkens) een middel in de zin van artikel 1 van de Opiumwet en
als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens
artikel 3a, vijfde lid van die wet;
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 1 ten laste gelegde.
Hij heeft daartoe aangevoerd dat naast de betrouwbare en voor verdachte belastende verklaringen van [getuige 1] , onvoldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is. Verdachte staat namelijk niet vermeld in het door [getuige 1] bijgehouden drugs gerelateerde kasboek en de verklaring van [getuige 2] is maar zijdelings belastend voor verdachte.
Standpunt van de verdediging
De raadsman van verdachte heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.
Hij heeft daartoe aangevoerd dat er weliswaar een voor verdachte belastende verklaring van [getuige 1] in het dossier aanwezig is, maar dat het steunbewijs ontbreekt. Verdachte ontkent het feit en de tapgesprekken, de stelselmatig ingewonnen informatie, de verklaring van [getuige 2] en de observaties leveren geen steunbewijs op.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en de raadsman, het onder 1 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hierbij dat naast de voor verdachte belastende verklaringen van [getuige 1] onvoldoende steunbewijs voorhanden is. Uit het dossier blijkt weliswaar van een verdenking tegen verdachte, zo is er naast de verklaringen van voornoemde [getuige 1] ook een verklaring van [getuige 2] , maar de rechtbank acht de verklaring van deze [getuige 2] op essentiële onderdelen onduidelijk, zodat deze niet als (steun)bewijs kan dienen.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1. is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Läkamp, voorzitter, mr. B.I. Klaassens en mr. M. van den Steenhoven, rechters, bijgestaan door J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 januari 2019.