Strafrecht overig
Wraking van ter zitting van de wrakingskamer. Gronden van het verzoek zijn: dat volgens een vast patroon…
Rechtbank Noord-Nederland, 25 augustus 2020
ECLI:NL:RBNNE:2020:4821 · Rechtbank Noord-Nederland · 25 augustus 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2020-4821
Zaakgegevens
Op 25 augustus 2020 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 25 augustus 2020
- Datum publicatie
- 15 januari 2021
- Zaaknummer
- C18/200752 PR RK 20-255
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2020:4821
Samenvatting
Wraking van ter zitting van de wrakingskamer.
Gronden van het verzoek zijn: dat volgens een vast patroon rechters in civiele en strafzaken niet lijdelijk zijn en dat de rechtbank een groot aantal ambtsmisdrijven jegens verzoeker heeft gepleegd.
Verzoek wordt niet in behandeling genomen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Wrakingskamer
Locatie Groningen
zaaknummer: C18/200752 PR RK 20-255
verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 25 augustus 2020
op het verzoek van
[naam] ,
wonende te [adres] , [woonplaats] , verzoeker
tot wraking van
J. Edgar, rechter in deze rechtbank.
Zitting hebben:
Mr. Th.A. Wiersma, voorzitter, mr. P.J. Duinkerken en mr. A. Jongsma, leden
Griffier: mr. E.A. Ruiter
Verzoeker is verschenen. Mr. Edgar is niet verschenen.
Nadat de voorzitter verzoeker gelegenheid had geboden zijn verzoek toe te lichten, deelt verzoeker mee dat hij ook de leden van de wrakingskamer wil wraken. Daartoe voert hij aan dat volgens een vast patroon rechters in civiele- en strafzaken niet lijdelijk zijn en dat vonnissen worden gewezen op basis van achteraf opgesteld vals bewijs. Voorts stelt verzoeker dat de rechtbanken van Assen, Groningen en Leeuwarden na hun samenvoeging een groot aantal ambtsmisdrijven jegens hem hebben gepleegd. Verder stelt verzoeker dat hij door de justitiële keten als rechtssubject is ontrecht en dat alle rechtszaken politiek zijn gemotiveerd.
Daarop schorst de voorzitter de behandeling. Na de schorsing deelt de voorzitter de volgende beslissing van de wrakingskamer mede.
- De wrakingskamer neemt het verzoek tot wraking van de leden van de wrakingskamer niet in behandeling. Hiervoor geeft de wrakingskamer de volgende motivering.
Uit de wet volgt dat het verzoek moet worden gedaan zodra de feiten en omstandigheden die daarvoor aanleiding hebben gegeven zich hebben voorgedaan. De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoek van verzoeker van 25 augustus 2020 tot wraking van alle leden van de wrakingskamer te laat is gedaan. Voor dat oordeel is van belang dat de uitnodiging voor de zitting van de wrakingskamer op 25 augustus 2020 door de griffier op 12 augustus 2020 per post is toegezonden aan verzoeker. In die uitnodiging is vermeld dat een wrakingskamer is samengesteld, waarbij de namen van de leden van de wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland zijn genoemd. Dit betekent dat verzoeker op of kort na 12 augustus 2020 bekend is geworden met de namen van de leden van de wrakingskamer en daarmee de samenstelling. Vanaf dat moment heeft verzoeker aan de wrakingskamer kenbaar kunnen maken dat hij bezwaar had tegen de samenstelling van de wrakingskamer. Dat heeft verzoeker niet gedaan.
Los van het vorenstaande heeft verzoeker geen op de persoon van de leden van de kamer toegesneden gronden aangevoerd. Per rechter heeft hij niet gesteld waaruit zou kunnen worden afgeleid dat sprake zou zijn van (de schijn van) partijdigheid ten aanzien van zijn persoon. Uit het wrakingsverzoek en de door verzoeker op de zitting gegeven toelichting, maakt de wrakingskamer op dat verzoeker in algemene zin klaagt over wat hem in het verleden in diverse procedures is overkomen en dat hij dat alle leden van de rechtbank aanrekent. Verzoeker heeft toegelicht dat hij met dit verzoek beoogt dat het verzoek om wraking van mr. Edgar behandeld wordt door een andere rechtbank. Daarin voorziet de wet echter niet.
De uitspraak op het verzoek tot wraking van mr. Edgar wordt bepaald op 2 september 2020.
Daarop sluit de voorzitter de behandeling.
griffier voorzitter