Strafrecht overig
De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor overtreding van artikel 6 en 8 van de Wegenverkeerswet 1994 tot…
Rechtbank Noord-Nederland, 7 november 2023
ECLI:NL:RBNNE:2023:4564 · Rechtbank Noord-Nederland · 7 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2023-4564
Zaakgegevens
Op 7 november 2023 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 7 november 2023
- Datum publicatie
- 8 november 2023
- Zaaknummer
- 18-098182-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2023:4564
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor overtreding van artikel 6 en 8 van de Wegenverkeerswet 1994 tot een taakstraf van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Verdachte heeft op 14 januari 2023 te Jorwert een ernstig verkeersongeval veroorzaakt. Hij verkeerde onder invloed van alcohol en heeft aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gereden, waardoor hij een hem tegemoet komende hardloopster, die voor hem was uitgeweken naar de berm, heeft aangereden. Als gevolg van het ongeval heeft de hardloopster zwaar lichamelijk letsel opgelopen.
Uitspraak
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/098182-23
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.
7 november 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 oktober 2023.
Verdachte is verschenen.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. B. Rademacher.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1. hij op of omstreeks 14 januari 2023 te of bij [adres] , in de gemeente Leeuwarden, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto merk Nissan, type Pixo, voorzien van kenteken [nummer] ), daarmede rijdende over de weg, de [adres] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat motorrijtuig zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onnadenkend en/of onoplettend, na het gebruik van (een aanzienlijke hoeveeheid) alcoholhoudende drank,
-
de macht/controle over het stuur van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig heeft verloren, althans niet bij voortduring het verloop van de rijbaan van die weg heeft gevolgd en/of - een op die [adres] aanwezige voetgangster, genaamd [naam] , die hem/hij vanuit tegengestelde richting naderde niet heeft opgemerkt en/of
-
frontaal (met de linker voorzijde van zijn voertuig) in botsing of aanrijding is gekomen met die voetgangster,
-
als gevolg waarvan die voetgangster tegen/op de voorruit van zijn voertuig en/of (vervolgens) op het dak van zijn voertuig terecht is gekomen en/of (vervolgens) (enkele meters verder) in de berm is beland, waardoor die [naam] zwaar lichamelijk letsel (te weten (onder meer) een schaambeenbreuk en/of een miltruptuur en/of een leverruptuur en/of een gebroken linkeronderbeen en/of een wond aan het rechterbeen) of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 14 januari 2023 te of bij [adres] , in de gemeente Leeuwarden, als bestuurder van een motorrijtuig (te weten een personenauto merk Nissan, type Pixo, voorzien van kenteken
[nummer] ), daarmee rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de [adres] , na het gebruik van alcoholhoudende drank de macht/controle over het stuur van het door hem, verdachte bestuurde voertuig heeft verloren, niet bij voortduring het verloop van de rijbaan van die weg heeft gevolgd, (mede) waardoor het door hem, verdachte, bestuurde voertuig van de rijbaan van die weg is geraakt en/of in aanrijding/botsing is gekomen met een aldaar aanwezige voetgangster die hem/hij vanuit tegengestelde richting naderde, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/ of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
2. hij op of omstreeks 14 januari 2023 te of bij [adres] , in de gemeente Leeuwarden, als bestuurder van een motorrijtuig, (te weten een personenauto merk Nissan, type Pixo, voorzien van kenteken [nummer] ), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,17 milligram, in elk geval hoger dan 0,5 milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn;
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1. primair en 2. ten laste gelegde.
Standpunt van de verdachte
De verdachte heeft erkend het ten laste gelegde te hebben gepleegd.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het onder 1. primair en 2. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
-
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 oktober 2023;
-
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal Forensische Opsporing Verkeer d.d. 5 februari 2023, opgenomen op pagina 27 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023040130 d.d. 13 maart 2023, inhoudend het relaas van verbalisant [naam] ;
-
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor getuige d.d. 26 januari 2023,opgenomen op pagina 75 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [naam] ;
-
een geneeskundige verklaring, op 20 januari 2023 opgemaakt dr. [naam] , chirurg, [naam] ,opgenomen op pagina 99 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende zijn geneeskundige verklaring;
-
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal rijden onder invloed (met bijlagen), d.d. 8 maart 2023, opgenomen op pagina 15 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisanten [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] en [naam] ;
-
een deskundigenrapport afkomstig van het Maasstad ziekenhuis, zaaknummer 923230040765, d.d.6 februari 2023, opgenomen op pagina 23 van voornoemd dossier, opgemaakt door dr. [naam] , inhoudend zijn verklaring.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht de feiten 1. primair en 2. wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1. primair
hij op 14 januari 2023 te [adres] , als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig personenauto merk Nissan, type Pixo, voorzien van kenteken [nummer] , daarmede rijdende over de [adres] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat motorrijtuig aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend, na het gebruik van een aanzienlijke hoeveelheid alcoholhoudende drank,
-
de macht over het stuur van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig heeft verloren en- een op die [adres] aanwezige voetgangster, genaamd [naam] , die hem vanuit tegengestelde richting naderde niet heeft opgemerkt en
-
frontaal in botsing of aanrijding is gekomen met die voetgangster,
-
als gevolg waarvan die voetgangster tegen/op de voorruit van zijn voertuig en vervolgens enkele meters verder in de berm is beland, waardoor die [naam] zwaar lichamelijk letsel te weten onder meer een schaambeenbreuk en een miltruptuur en een leverruptuur en een gebroken linkeronderbeen en een wond aan het rechterbeen, werd toegebracht.
2.
hij op 14 januari 2023 te [adres] , als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een personenauto merk Nissan, type Pixo, voorzien van kenteken [nummer] , dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,17 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn;
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
eendaadse samenloop van
1. primair overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een
ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van deze wet; en
2. overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet1994.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1. primair en 2. ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis, en een rijontzegging van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Standpunt van de verdachte
De verdachte heeft aangevoerd dat hij, in verband met eventueel toekomstig werk, liever niet zijn rijbewijs kwijt raakt, maar geeft aan te begrijpen dat hij voor de strafbare feiten een straf opgelegd gaat krijgen.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportage van Reclassering Nederland, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft op 14 januari 2023 een ernstig verkeersongeval veroorzaakt. Hij verkeerde onder invloed van alcohol en heeft aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gereden, waardoor hij een hem tegemoet komende hardloopster, die voor hem was uitgeweken naar de berm, heeft aangereden. Als gevolg van het ongeval heeft de hardloopster zwaar lichamelijk letsel opgelopen. De rechtbank rekent dit verdachte aan.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van het rapport van Reclassering Nederland. Hieruit blijkt dat verdachte is geschrokken van het ongeval en de gevolgen daarvan voor hem en het slachtoffer. Hij heeft een alcoholcursus van het CBR moeten volgen. De reclassering merkt op dat verdachte vrij rechtlijnig is in zijn manier van denken en dat er mogelijk sprake is van onderliggende (psychische) problematiek, maar dat dit nooit is onderzocht. Op de overige leefgebieden doen zich bij verdachte weinig tot geen problemen voor. Verdachte heeft weliswaar een beperkt sociaal netwerk, maar zijn ouders en zus zijn een beschermende en ondersteunende factor.
De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten.
Gelet op de LOVS oriëntatiepunten voor straftoemeting en het hiervoor overwogene acht de rechtbank de eis van de officier van justitie passend en zal zij aan verdachte opleggen een taakstraf van 160 uren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 8, 175 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het onder 1. primair en 2. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een taakstraf voor de duur van 160 uren.
Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 80 dagen zal worden toegepast.
Ten aanzien van feit 1. primair voorts:
een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen -bromfietsen daaronder begrepenvoor de tijd van 18 maanden.
Bepaalt dat van deze bijkomende straf een gedeelte, groot 9 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Joha, voorzitter, mr. G.C. Koelman en mr. J.H.S. Kroeze, rechters, bijgestaan door C. Vellinga-Terpstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 november 2023.
Mr. Kroeze is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.