Bestuursrecht overig
Wrakingsverzoek na einduitspraak
Rechtbank Oost-Brabant, 24 december 2020
ECLI:NL:RBOBR:2020:6974 · Rechtbank Oost-Brabant · 24 december 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/wraking/ecli-nl-rbobr-2020-6974
Zaakgegevens
Op 24 december 2020 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 24 december 2020
- Datum publicatie
- 9 november 2021
- Zaaknummer
- WR 20/045
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2020:6974
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wrakingsverzoek na einduitspraak
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing
RECHTBANK OOST-BRABANT
Wrakingskamer
Zaaknummer: WR 20/045
Beslissing van 24 december 2020
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek ex artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van
[verzoeker] , te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. J. Heijerman,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.
1 Procesverloop
Verzoeker heeft op 25 september 2020 bezwaar gemaakt tegen een omgevingsvergunning voor het herbouwen van een woonhuis in zijn woonplaats. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter op 29 september 2020 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer SHE 20/2667.
De rechter heeft het verzoek behandeld op de zitting van 23 november 2020. Na afloop van de zitting heeft de rechter onmiddellijk uitspraak gedaan. De rechter heeft het verzoek afgewezen. De uitspraak is op 4 december 2020 verzonden aan verzoeker.
Verzoeker heeft de rechter bij e-mail van 13 december 2020 gewraakt.
2 De beoordeling
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
Op grond van artikel 9.1, aanhef en onder c, van het thans geldende wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant kan de wrakingskamer een wrakingsverzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid zonder behandeling ter zitting aanstonds afwijzen indien het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is of wordt gedaan.
Het wrakingsverzoek is gedaan nadat de rechter heeft beslist op het verzoek om een voorlopige voorziening. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden.
Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling (artikel 8:18, eerste lid, van de Awb) is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
3 Beslissing
De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking af wegens kennelijke
niet-ontvankelijkheid.
Deze beslissing is gegeven op 24 december 2020 door mr. H.M.H. de Koning, voorzitter, mr. J.W. Brunt en mr. J.H. Wiggers, leden, in aanwezigheid van mr. J.R. Leegsma, griffier.
Nu de voorzitter daartoe buiten staat is, zal de oudste rechter deze beslissing mede ondertekenen.
griffier oudste rechter
Tegen deze beslissing staat geen voorziening open (artikel 8:18, vijfde lid, van de Awb).