Civiel recht overig

Rechtbank Oost-Brabant · Bodemzaak · Civiel recht overig

Rechtbank Oost-Brabant, 17 juni 2021

Zaakgegevens

Op 17 juni 2021 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
Eindhoven
Datum uitspraak
17 juni 2021
Datum publicatie
29 juli 2026
Zaaknummer
9049205 Rolnr: 21-1316
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2021:7221
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats Eindhoven

Zaaknummer : 9049205

Rolnummer : 21-1316

Uitspraak : 17 juni 2021

in de zaak van:

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

aanvankelijk verschenen bij ing. [A] , thans procederend in person,

t e g e n :

Tijdelijk Twee Woningen B.V.,

statutair gevestigd te Eindhoven, kantoorhoudende te Goirle,

gedaagde partij,

op tegenspraak.

De procedure

Nadat eisende partij gedaagde partij had gedagvaard, heeft [B] namens gedaagde partij wel om uitstel verzocht maar vervolgens geen gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid om verweer te voeren.

Het geschil en de beoordeling

Voor de vordering en de gronden daarvoor wordt verwezen naar de dagvaarding.

Gedaagde partij heeft de vordering niet weersproken. De vordering zal daarom worden toegewezen, behoudens het navolgende.

Aan eisende partij zal geen gemachtigdensalaris worden toegekend, aangezien eisende partij voor zichzelf een vordering indient. Om diezelfde reden worden de nakosten, voor zover deze betrekking hebben op het gemachtigdensalaris, afgewezen.

De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de vijftiende dag nadat gedaagde partij schriftelijk tot betaling van deze kosten is aangemaand.

Gedaagde partij zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen het bedrag van € 1.450,--, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van deze procedure, aan de zijde van eisende partij tot op heden begroot op € 109,65 aan explootkosten en € 240,-- aan griffierecht, met de wettelijke rente hierover vanaf de vijftiende dag nadat gedaagde partij schrifteijk tot betaling van deze kosten is aangemaand;

verklaart dit vonnis, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad;

ontzegt het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Janssen, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 juni 2021.